Zondag 9 november: Beppu – Hiroshima, 319 km

Vanochtend was het ontbijt bijna volledig Japans, een groot lang buffet met maar een heel klein hoekje met wat brood en honing. De honing zat in duo-kuipjes: een kuipje honing met daarnaast een kuipje boter. Je moest de bovenkant van allebei afbreken en kon dan de honing en boter tegelijk op je brood knijpen… Een beetje apart! Maar ik en Hans hebben verder weer van alles geproefd, hoewel ik wel altijd erg blij ben met de miso-soep, dat is redelijk constant van smaak: gewoon lekkere bouillon met soms wat van het een of ander erin, en het geeft in ieder geval een beetje een warme bodem zelfs als de rest tegenvalt.


Hans en ik waren al gauw klaar met inpakken en zo, en stonden beneden nog wat te wachten tot het tijd was om te vertrekken. We keken een beetje in de lobby rond, waar een klein winkeltje met lokale specialiteiten was; vooral veel zeeproducten, zo te zien, vis en zo. We zijn ook even naar buiten gestapt om in de omgeving rond te kijken, maar het regende dus we bleven maar dicht bij het hotel.


Toen we vertrokken regende het nog altijd, maar na een tijdje stopte dat gelukkig wel. Desondanks bleef het wel heel de rest van de dag licht mistig, grijs en grauw. Er dreven wolkflarden tussen de bergen, wat wel een mooi gezicht was. We hadden vandaag een lange rijdag dus hebben goed van het Japanse landschap kunnen genieten; het is hier heel erg heuvelig met allemaal kleine heuvels en bergen waar wegen tussendoor slingeren en gebouwen en veldjes tegenaan geplakt zitten. De landbouw die we zien is heel kleinschalig, en volgens mij was maar 30% van het landoppervlak bewoonbaar. We hadden het tijdens het rijden over seppukku en harakiri en je eigen eer, en hoe het eigenlijk nog altijd geaccepteerd is om zelfmoord te plegen in Japan om je eer te redden…


We hebben gezien dat de elektradraden boven de grond loopt – vooral in steden een gek gezicht: dit is vanwege de vele aardbevingen hier en maakt de reparatie gemakkelijker. En kleine, vierkante smalle auto’s zijn hier erg populair: die nemen minder ruimte in natuurlijk! De eerste stop van de dag was bij de Mekari service station naast de brug die het eiland waar we opzaten, Kyushu, met het eiland Honshu verbond. De “reststop” had een aantal restaurantjes, uiteraard een hoop automaten met drankjes, en wat winkeltjes van lokale eetproducten zoals koekjes, snoepjes en hartige dingen. En je kon naar buiten op een balkon stappen om van het uitzicht over de brug en het water te genieten. De brug was een beetje in de nevel gehuld, en net terwijl we daar stonden voer onder ons een vrachtschip langs onder de brug door. Hans en ik hebben voor begin 2015 een wereldreis geboekt op een vrachtschip, en die komt langs Japan, dus we keken elkaar al zo aan zo van, wij varen straks ook op zo’n schip! We hadden niks gekocht binnen maar buiten stond een bapao-stalletje allerlei smaken bapao broodjes te maken, dus we besloten toch maar twee verschillende broodjes te nemen en ze samen te delen. Welke smaken weten we nauwelijks, we kregen amper duidelijk of het kip of varken of rund was! Maar toch best lekker, en we kregen er een zakje soyasaus bij; een beetje onhandig zo staand, en we vertrokken onderhand al bijna dus we moesten ze snel opeten.


Bij de volgende reststop, Kudamatsu, hebben we geluncht; daar was een goed bakkertje volgens Dustin, dus besloten Hans en ik een broodje te kopen. Het is zo af en toe wel lekker iets een beetje herkenbaars te eten! Het bakkertje zag er goed uit maar alles was in het Japans zonder ook maar een tekeningetje of iets waaraan je kon afleiden wat voor smaak het was… We kochten eerst een pizzapunt (redelijk recht-toe-recht-aan), die lekker was, en wilde toen eigenlijk nog wel iets zoets toe. Maar ja, je herkent geeneens of iets zoet of hartig is! Er lagen een soort gefrituurde broodjes, het leken wel iets op donuts, en het kwam het dichtste bij in de buurt van iets wat mogelijk zoet was en lekker. Dus we kochten er twee: bleken het curry-donuts te zijn! Erg lekker, daar niet van, maar niet precies wat we in ons hoofd hadden om te kopen… Maar goed, weer wat geleerd dus! We hielden er ook een sanitaire stop, en meestal hou je in het buitenland (en ook in Nederland!) je hart vast als je naar een toilet van een wegrestaurant gaat. Nou, deze was meer dan keurig dus; een mooi elektrisch toilet met allerlei toeters en bellen, keurig onderhouden, schoon, netjes, gewoon een genot!


De echte stop van de dag was het eilandje Miyajima, met een grote rode houten “torri” (poort) in de zee vlak voor de grote Ithsukushima Schrijn. We gingen met een korte ferrytocht naar het eiland. Het was er razend druk ondanks het druilerige weer en het feit dat het niet meer hoogseizoen was, en eerst waren Hans en ik bang dat het een enorme “tourist trap” was met z’n vele winkeltjes en de torri die in het echt een stuk meer oranje was dan het dieprood op de plaatjes die we gezien hadden, en de tamme herten overal… Ze zijn gek op dieren voeren hier in Japan, en het stikte op dit eiland dus ook van de herten die een goed leventje hadden omdat ze door toeristen en door stalletjes-houders gevoerd werden. Ongelofelijk, ze liepen gewoon tussen de mensen door, en schijnbaar waren ze er niet vies van om af en toe een hap uit een handtas te nemen als ze dachten dat er eten in zat! De oudere herten hadden wel afgezaagde geweien, zagen we, voor de veiligheid van hert en mens mochten ze schrikken of het op hun heupen krijgen…


Ach, het viel uiteindelijk wel mee met de “tourist-trap”gelukkig. Het was stervensdruk, maar de schrijn/klooster was wel leuk om doorheen te lopen, op plateaus boven het water gebouwd. Het was nu langzaam laag water aan het worden, dus de torri lag gelukkig nog in het water, en je kon zien dat de plateaus normaal gezien ook boven het water stonden. Het rondlopen door de oranje gangen, en de uitzichtjes tussendoor op de torri leverde wat mooie foto’s op, en het mensenkijken is ook altijd leuk!


Maar het leukste was toen we, eigenlijk vooral om de tijd te doden want we hadden hier 2.5 uur, richting de boeddhistische tempel liepen die een eindje verder tegen een heuvel gebouwd was. Dustin had deze aangeraden, maar wel erbij gezegd dat het een eindje lopen was. Dat laatste viel gelukkig wel mee, al moesten we wel op het laatst een steil weggetje op om erbij te komen want het lag echt tegen de onderkant van de berg geplakt.


Die boeddhistische tempel was echt heel mooi en we hebben genoten van de vele kleine gebouwtjes, tuintjes, herfst-kleurende bomen, waterpartijen en prachtige houten tempelgebouwen waar het complex uit bestond. Het begon al gelijk met de lange rechte stenen trap naar boven naar het tempelcomplex. We zagen dat er naast de trap een pad leek te zijn, en toen we dat volgde kwamen we in een rotstuintje tegen de bergwand geplakt terecht met 500 kleine beeldjes van leerlingen van Boeddha, allemaal met een gebreid mutsje op… Het beeld van die beeldjes met mutsjes op tussen het mos en de rode esdoornbladeren was echt heel mooi, een beetje dromerig, heel apart!


Bij het tempelcomplex was de hoofdschrijn redelijk groot, met een groot gouden beeld van de Boeddha, en een tweetal zand-mandala’s, heel fijn gemaakt van gekleurd zand. Erg apart om te zien. Overal was wel iets om te zien, zoals het plafond met allerlei individuele bloemen beschilderd; het leek wel alsof de bloemen allemaal apart benoemd werden, om ze te kunnen identificeren. Ook de ligging van de tempel zelf was erg mooi, ook weer tussen de rotsen en de rode esdoorns, prachtig! Het was duidelijk dat hier veel enthousiaste tuinierders rondliepen want overal stonden bakken en potten met planten, struiken en bomen. Iets wat ons opviel wat we niet konden rijmen met een tempelcomplex was een bord met de schildering van een of andere wijsgeer of geestelijke erop, met een gat waar je je eigen hoofd door kon steken voor de foto. Een beetje vreemd in onze Westerse ogen!


We liepen verder, van de ene tempel en schrijn naar de andere. In een tempel stonden de duizend Boeddha’s, allemaal kleine beeldjes van hout. Een andere tempel lag hoog tegen de bergen geplakt, mooi van donker hout gemaakt. Er was een waterpartij met allerlei beeldjes en planten, sommige daken schitterde goud tegen de achtergrond van rode esdoorns, Er was een “grot” onder een ander gebouw, vol beeldjes, met een plafond van verlichte lantarens. Buiten de verschillende schrijnen stonden binnenplaatsen met offerplankjes, kleine beeldjes, en kleine altaartjes. Terwijl we er rondliepen was een tempelbediende net bezig om de vele bakjes met geld die overal stonden te legen. En het geheel was gewoon zo mooi tegen de bergen met het donkere hout, het goud, en natuurlijk de prachtige rode esdoorns overal! Erg mooi!


Zo mooi, dat we de tijd een beetje uit het oog verloren en na al het verkennen opeens nog maar een half uur over hadden om terug naar de ferry te lopen… Dus we zijn met enigszins stevige pas terug naar het verzamelpunt gewandeld. Onderweg ben ik nog even een heuveltje opgelopen om naar een grote houten tempel te kijken, maar ik moest mijn schoenen uit en volgens mij ook entree betalen dus ik ben weer gauw achter Hans aan doorgelopen. De torri-poort lag ondertussen droog, en het was er druk met mensen die er naar toe liepen. Wij vonden het beeld van de torri in het water veel indrukwekkender. We zijn langs de vele eetstalletjes terug naar de ferry-terminal gelopen, en besloten dit keer beneden in de ferry te blijven waar er bankjes stonden, om een beetje uit te waaien.


Rond 18 uur kwamen we in het donker in Hiroshima aan: dat kwam nog niet echt binnen geloof ik, want voorlopig is het gewoon een grote moderne stad. Ons hotel is een luxe wolkenkrabber, en de kerstversieringen hingen al. Wij kregen kamer 13 op de 13e verdieping, kamer 1313 dus. Hoezo bijgelovig! Het was een klein kamertje, met de badkamer met een glazen wand om wat lichter en groter te lijken. Uiteraard was er een wifi-netwerk, en ik moest lachen toen ik het ging opzoeken: voor iedere kamer was er een individuele provider! Uiteindelijk deed 1313 het slecht en heb ik 1314 gepakt…


Avondeten was ieder voor zich vanavond dus wij zijn weer met dezelfde mensen op zoek gegaan naar iets te eten. Dustin liep een eindje met heel de groep mee om de beste wijken aan te wijzen. Er waren hier veel westerse mogelijkheden maar we hadden wel weer zin in avontuurlijk zijn, en kwamen al gelijk bij de eerste poging uit bij een Japans BBQ-tentje. Het was piepklein, eigenlijk alleen maar kleine tafeltjes langs een wand, maar ze hadden achterin wat meer ruimte en daar konden we op een verhoging (schoenen uit) bij lage tafeltjes gaan zitten. Onze voeten bungelde in een bak onder de tafel zodat we niet geknield hoefde te zitten, en het menu was eenvoudig: kip, varken of rund, of het “deluxe” pakket met alle drie. Daarnaast groente, en qua drinken kon je ook uit een handjevol keuzes kiezen. We kozen met z’n zevenen dus maar voor het deluxe pakket!


Boven ons hing een enorme afzuiginstallatie die zo sterk was dat er af en toe een uienring in verdween die er tijdens het bakken per ongeluk te dichtbij kwam! Ieder tafeltje kreeg een zware stenen bak voor zich met een grill erop, en erbij schaaltjes vlees, kool en groente, en als smaakmakers citroen, zout, en een heerlijke sojasaus met gember en knoflook erin. Erg eenvoudig, maar we hebben zitten smullen! Het was ook erg gezellig, en er werden er af en toe heftige discussies gevoerd.


Om onze vesten en jasjes van de rook-geuren te beschermen werden ze opgehangen in plastic hoezen langs de wand (de rest stinkt nu een uur in de wind, maar goed…), en er stonden manden onder de tafeltjes om handtassen en zo in te doen, want Japanners vinden de vloer vies. Onze ober kon een paar woordjes Engels dus met handen en voetenwerk en wijzen, buigen en glimlachen kwamen we een heel eind… en hij deed na het afrekenen keurig onze schoenen omdraaien met de neuzen naar de deur zodat we er zo in konden stappen! Wat een service! Terug naar het hotel lopend hebben Hans en ik nog even gekeken hoe een smalle toren gebruikt werd als parkeertoren; je reed je auto op een platform, trok een kaartje bij de automaat, en je auto werd netjes geparkeerd op een van de verdiepingen. We hebben nog even een zakje chips gekocht in een supermarkt vlakbij en zijn toen lekker naar onze kamer gegaan om te douchen en te relaxen, nadat we nog even naar boven gegaan zijn om van het uitzicht te genieten – maar daar was net een trouwreceptie dus we konden alleen maar in het halletje staan en zijn gauw naar beneden gegaan omdat de ober een beetje zenuwachtig werd.


free counters