Dinsdag 11 november: Kyoto, 33 km

Onze kamer in Kyoto is een vreselijk rokershol (zelfs het beddengoed stinkt) dus zelfs met de airco en het raam open was onze nacht niet echt prettig; iedere keer als je bewoog kreeg je die rooklucht in je neus. We stonken zelf vanochtend naar de oude schrale rook, dus we hebben Dustin gevraagd of we een nieuwe kamer konden krijgen, want we blijven hier nog 3 nachten!! Hij zou zijn best doen, en kwam al gauw met de mededeling dat we onze spullen in moesten pakken en beneden bij de receptie zetten, dan zouden we vanmiddag als we terug waren hopelijk een andere kamer toegewezen krijgen.


Het ontbijt was erg uitgebreid om te zien, omdat het breed opgezet was over verschillende tafels, maar het sprak ons niet echt aan vandaag, zowel de Japanse als de westerse kant; dit hotel is wat ouder en minder goed dan de andere hotels, dat kun je merken, maar de ligging is perfect om Kyoto te verkennen, vandaar dat we er zitten. En duidelijk dat we niet de enigen waren, we zagen nog een groepje westerse vrouwen, uit Australië, die hier waren voor een handwerkvakantie.


Dustin vroeg ons (met moeite zijn glimlach verbergend) vanochtend namens de chauffeur of we toch alsjeblieft erop wilde letten om op de afgesproken tijd te zijn bij de bus… Nu vinden Hans en ik dit best wel een stipte groep van zichzelf, maar duidelijk dat we voor Japanse begrippen nog niet stipt genoeg zijn; we zijn weleens een minuutje of twee te laat ja! Ook vertelde hij een aantal Japanse woorden; voor goedemiddag en goedemorgen en zo, die we helaas ook weer vergeten zijn, maar ook hoe je eigenlijk dank je wel moest zeggen. We kenden al “arigato”, maar eigenlijk moet je dus “arigato go zai mas” zeggen, wat zoiets betekent als bedankt met uw welnemen, en een hele beleefde vorm is – maar ja, Japan is nu eenmaal een formele maatschappij! En de toevoeging “go zai mas” kun je voor veel dingen gebruiken en maakt de zin gelijk een stuk beleefder. Leuk!


We zouden vandaag een druk schema hebben in Kyoto, met savonds een optionele avond die Dustin ons echt aanraadde en een goede manier zou zijn om de cultuur van Kyoto en Japan in het algemeen in een notendop mee te maken. We zijn vanochtend als eerste naar Gion, het oude gedeelte van Kyoto, gegaan. Via een winkelstraatje vol winkels met traditionele producten van meer en mindere kwaliteit, van kimono’s tot cake, zijn we de heuvel opgewandeld naar de Kiyomizu-dera tempel. Deze tempel heeft een mooie ligging op de heuvel en een 13 meter hoge veranda waar vroeger stoere samoerai in vol tenue vanaf sprongen als spelletje (overlevingskans 85%, de statistieken zeiden volgens Dustin niets over verwondingen...). De tempel was sowieso wel gericht op stoere mannen volgens mij, want er was in een klein bijgebouwtje ook een soort zwaarden en ringen spel waar samoerai hun krachten konden meten; diegene die de ontilbare ringen kon tillen won.


Ik heb van te voren op internet gezocht naar dingen die we onderweg misschien nog extra wilde zien; nu hadden we de kans, we waren er nu. En een van de dingen die verrassend goed te combineren bleek te zijn met het vaste programma konden we dus vandaag doen: de nabijgelegen Ryozen Kannon tempel met de Bodhisattva Avalokitesvara bezoeken. Dustin legde uit hoe we er heen moesten lopen en liep een klein eindje met ons mee nadat we in de Kiyomizu-Dera tempel rondgekeken hadden en naar het uitzicht vanaf het balkon naar de heuvels om ons heen, de 3 fonteinen beneden onder het terras en de stad Kyoto in de verte gekeken hadden. De rest van de groep kreeg namelijk nog een uurtje of twee om de wijk Gion te verkennen (in onze ogen vooral een hele toeristische winkelstratencomplex ingepakt in mooie oude huisjes…).


De Ryozen Kannon tempel met de Bodhisattva Avalokitesvara is een tempel met daarop een 24 meter hoge Boeddha, en het is speciaal gemaakt om de Japanse gevallenen van de Tweede Wereldoorlog te herdenken, de Japanse versie van het graf van de onbekende soldaat. We zagen de spierwitte Boeddha al zitten tegen een achtergrond van een begroeide heuvel toen we aan kwamen lopen, die torende boven het tempelcomplex uit! We kregen bij de entreeprijs van totaal 400 yen (2,80 euro) twee dikke staafjes wierook inbegrepen, en de priester kwam eens een praatje maken toen we onze staafjes in de wierookbak staken. Met het woord "Oranda" en een beetje handen en voeten werd duidelijk dat we Nederlanders waren, wat hij erg leuk vond. We mochten helaas niet de tempel zelf in, die was gereserveerd enkel voor boeddhisten, maar door de glazen ruiten werd wel duidelijk dat we buiten ook best veel konden zien. Het viel ons op dat er hier overal kleine glaasjes en flesjes met “water” leken te staan; we wisten eigenlijk wel zeker dat het sake moest zijn.


We liepen om het tempelgebouw heen, op zoek naar de graven die we begrepen hadden die hier moesten zijn; er was namelijk ook een begraafplaats bij dit complex. In een binnenplaatsje aan de linkerkant van de tempel stonden op een grote platte steen de voetafdrukken van Boeddha, vol met muntjes die erop gegooid waren. Half in de bosjes verscholen achter de voetafdrukken waren een aantal trappen naar graven en altaartjes op de heuvel. Maar ja, bijna alles was in het Japans zonder Engelse uitleg dus echt veel wijzer werden we er niet van! Wel was er een soort gedenksteen met daaromheen op stenen platen een hoop Japanse tekens, zo te zien namen. Dat leek wel enigszins op een soort herdenkingsplaats, maar nogmaals, geen woordje Engels uitleg dus geen idee, het kon van alles zijn…


We wandelde terug naar de vijver voor de tempel via de galerij – vol met houten plaatjes, ieder met Japanse karakters erop; ook weer zo te zien namen of zo, maar het bleef gissen. We stonden eigenlijk al op het punt om naar buiten te lopen en terug naar de wijk Gion te gaan, toen we een bejaarde Japanner in traditioneel kostuum zagen, en zijn witte haar mooi in een hoge paardenstaart op zijn hoofd. Hij liep met zijn familieleden richting de tempel en het is omdat we onopvallend dichterbij wilde komen voor een foto (jaja…) dat wij via de rechtergalerij terug richting de tempel liepen. Van ver leken dit meer bijgebouwtjes te zijn, maar doordat we op jacht waren naar een goede foto van de bejaarde in traditioneel kostuum (terwijl hij overigens met zijn hypermoderne tablet foto’s maakte) zagen we dat er nog een groot gedeelte van het complex was dat we gemist hadden!


Om te beginnen een groep glazen vitrinekasten vol met letterlijk duizenden identieke kleine beeldjes; daarnaast stond een altaartje met een grotere versie van het beeldje, zo te zien Boeddha met een baby in de vouwen van zijn kleed en een klein kind aan zijn voeten dat zich vastklampt aan hem. Omringd door zittende beelden met witte slabbetjes, was het geheel samen met de vitrinekasten versierd met kleurige vlaggetjes, windmolentjes met labeltjes eraan, en slabbetjes. Het werd al gauw duidelijk dat het hier ging om gebeden voor verloren kindjes; misschien miskramen of doodgeboren kindjes, of gewoon overleden in hun kinderjaren; het was een vrolijk geheel om te zien maar met een verdrietige boodschap.


Terwijl we rondliepen om te kijken naar de beeldjes van de Boeddha zagen we dat er door een gang nog een veldje naast lag, en toen we daar binnenstapte zagen we aan het einde van een tuin, verscholen in een achterhoekje en een klein beetje onderkomen, een “Remembrance Hall”. Het was al half als berging ingericht, en was een herdenkingshalletje voor ALLE gevallen soldaten in de tweede Wereldoorlog, dus ook niet-Japanners. Er was naast het monument ook een zijkamertje met grote kabinetten met namen van niet-Japanners die in Japan overleden waren (onder andere ook Nederlanders), en een kast met glazen stolpen vol aarde van alle Tweede Wereldoorlog begraafplaatsen in de wereld: dus ook Nederland. Bijzonder om te zien!


De rest van de tuin lag vol met graven en herdenkingsplaatsen; zo te zien hadden we eindelijk de “echte” soldatenbegraafplaatsen gevonden, want hier zag je op de grafstenen afbeeldingen van “Zero’s”, een vijfpuntige ster wat duidelijk een embleem was, en beeltenissen van piloten. Later deed Thomas vertalen wat er op een aantal van de stenen stond, en vertelde hij dat het herdenkingsmonumenten waren voor hele regimenten, niet alleen individuele soldaten. We hebben er nog een hele tijd rondgelopen, alle graven bekijkend, en moesten toen onderhand weer teruglopen naar de ontmoetingsplaats.


Na nog wat in Gion rondgeslenterd te hebben in de winkelstraatjes, waarbij we een Deense "geisha-voor-een-dag" troffen die minstens een kop boven de echte Japanners (en Hans!) uitstak en daardoor een gewild foto-onderwerp was voor de Japanners. Ze vertelde dat het ruim twee uur geduurd had voor ze helemaal klaar was, en ze wist volgens mij nog niet zeker of ze er achteraf wel zo blij mee was, ze liep redelijk ongemakkelijk rond… Kort daarna troffen we twee “echte” nep-geisha’s, die heel graag wilde poseren en sowieso al bezig waren met een eigen fotoshoot. Dat wordt hier in Gion graag gedaan, je verkleden als geisha en dan een dagje rondslenteren en jezelf laten fotograferen.


We liepen langs allerlei winkeltjes, maar eentje viel vooral op door zijn bijzondere aankleding: het winkeltje verkocht geleiachtige zepen, in verschillende geuren, en had het plafond volgehangen met zakjes van gedroogde bladeren (volgens mij bananenblad) gemaakt, en de muren met een soort in elkaar gedraaide zakdoeken. Daar zaten de zeepjes in, maar het bijzonderste was wel de grote constructie in het midden van de winkel met glanzende koperen wasbakken en kraantjes, waarnaast bakjes met de zeepjes lagen en je de zeepjes dus kon uitproberen voor je ze kocht!


Hans en ik hebben ieder een verse, nog warme, rijstcracker gekocht bij een klein stalletje – eentje met zoete soja smaak en de andere met gedroogd zeewier – en toen we net in de bus zaten onderweg naar het volgende punt op het programma zagen we wat jonge vrouwen in “moderne” kimono’s langslopen – herkenbaar aan de felle, grote prints in plaats van de ingetogen en subtiele designs van de traditionele kimono’s.


We zijn als volgende naar de Heian Jingu schrijn en tuin gegaan, een mooie Japanse tuin bij een groot tempelcomplex dat schijnbaar een replica is van het eerste keizerlijke paleis in Kyoto. Het tempelcomplex was erg mooi met zijn felle oranje en groene kleuren en wit grind dat schitterde in het zonlicht. Dustin wees ons op de gouden hoekornamenten van het dak van het hoofdgebouw; dit moesten gestileerde vissen voorstellen. Op de andere daken zagen we ze ook, alleen dan niet in het goud. Het idee is dat vissen in water leven en water dooft vuur, en dus kunnen de vissen de bliksem afwenden en het gebouw beschermen tegen brand. Het zijn inmiddels echte bliksemafleiders geworden en niet alleen symbolische… Het leek alsof er een witte struik bij het hoofdgebouw stond, maar dit waren takken bedekt met vastgeknoopte papieren toekomstvoorspellingen – best een leuk gezicht eigenlijk, mooier dan zo’n rooster bij andere tempels!


De tuin lag aan drie kanten van het tempelcomplex, links, achter en rechts van het hoofdgebouw. We begonnen links: de tuin was groot en zoals je zou verwachten van een Japanse landschapstuin, vol kleine watertjes, vijvers, kronkelende paden, mooie doorkijkjes, en mooie kronkelende bomen en struiken die met zorg zo gevormd waren. Er stond ook een tramstel in een hoekje, waarom werd ons niet echt duidelijk. In dit tempelcomplex liepen ook ouders rond met kleine kinderen in de leeftijd van 3,5 en 7 jaar voor de zegening, en in de tuinen kwamen we een gezin met grootouders tegen die bezig waren met een professionele fotoshoot, de vader en grootvader netjes in pak en de moeder en grootmoeder in mooie kimono’s. Bij een wat grotere vijver kwamen gelijk hongerig happende karpers naar de kant gezwommen toen we langskwamen, op zoek naar voer. We konden achter de grote tempel langs lopen op een terrein waar een bos geplant was, en aan de andere kant lag ook een vijvercomplex, met een overdekte brug erover. Hier hielden we een kleine pauze om te genieten van de lekkere zonnige dag.


Onderweg vanuit de tuin terug over het tempelterrein naar de bus wandelend kwamen we nog wat moeders met kinderen in minikimono’s tegen bezig met foto’s maken. Buiten was er een klein cafeetje dat softijs verkocht, maar het was maar in een smaak, groene thee. Brrrrr! Je kon dan wel voor gewone groene theeijs kiezen of geroosterde groene theeijs, maar in de kleuren groen en bruin zouden wij Westerlingen al gauw aan andere smaken denken dan aan groene thee! Er waren wat wegwerkzaamheden en de borden die op de stoep stonden om daarvoor te waarschuwen hadden het figuur van een buigend poppetje erop, waarschijnlijk om excuses aan te bieden voor het ongemak...


Het was inmiddels 12:30 en het officiële deel van het programma voor vandaag was voorbij, maar nu zou Dustin ons verder op sleeptouw nemen op een facultatief middagje en avondje Kyoto. We moesten hier natuurlijk voor betalen, en het werd als extraatje aangeboden maar een beetje typisch was het wel dat het niet in het vaste programma zat. Misschien zijn het de lekkere extraatjes die de lokale gids aan mag bieden (hij krijgt hier geen deel van) vanuit zijn eigen expertise. Eerste stop was een kleine lunchstop in een winkelstraat, waar wij samen met een deel van de groep in een bakkertje neerstreken voor wat broodjes. In het geval van Hans en ik, een soort pizzapunt en een suikerbroodje (geen curry dit keer!). De rest van de groep was naar een sushi-trein tentje gegaan, waar je van een lopende band het bordje afpakt dat je wilt, en achteraf afrekent. Vaak zijn de bordjes van verschillende kleuren naar gelang de prijs, maar hier was ieder bordje dezelfde prijs, alleen lag er dus op de ene wat meer dan de andere.


Rond 13:45 kwamen we aan bij de Nishijin textile Center, met een atelier en een winkel voor zijde en kimono’s en aanverwante artikelen. Hier zou om 14:15 uur een kimonomodeshow plaatsvinden. Er zaten aan een tafel in het atelier een stel oude Japanse dames zijderupscocons te ontwarren, en beneden waren ook wat snoepwinkeltjes en een cafeetje. Er werden tijdens de modeshow zes tot acht verschillende kimono’s geshowd, de modellen allemaal met mooi opgemaakte haren en witte slippers met enkelsokjes. Het was wel leuk om te zien, niet iets wat we zelf zouden opzoeken maar wel leuk om een idee te krijgen. Na een kwartiertje was de show afgelopen en gingen we door naar het volgende punt op het programma.


Dat was de wereldberoemde Ryoanji zen tuin, een tuin waar ik jaren geleden al van gehoord had. De Ryoanji Zen tuin is een klein onderdeel van een tempelcomplex in een soort groot park gelegen. Onderweg naar de Zen tuin kregen we, van een stalletje dat groen thee bouillonpoeder verkocht, een kommetje groene thee bouillon aangeboden om te proeven. Best lekker eigenlijk, maar gewoon een licht hartige bouillon. De Japanners zijn gek op groene thee vanwege de gezondheidseffecten die het zou moeten hebben, en maken er echt van alles van, ongelofelijk.


We bezochten als groep de Ryoanji zen tuin, en zouden daarna nog wat tijd krijgen om de rest van het park te verkennen. Het is een langwerpig stuk geharkt wit gravel naast de trappen van een tempel, met daarin 15 natuurlijk-ogend geplaatste stenen in eilandjes van mos, die maar vanuit een hoekje alle 15 te zien waren. Het “zen” gedeelte is schijnbaar het zoeken naar dat punt en ondertussen de serene rust van het gravel, de aardewerken muren, en het geheel in je opnemen. In de praktijk was het, zoals in eigenlijk alles in Japan, echt stervensdruk dus er was weinig zen aan het geheel! Het zoeken naar het punt was ook nauwelijks de moeite waard want iedereen stond al op dat punt foto’s te maken – het stond net nog niet gemarkeerd op de houten veranda… Grappig om geweest te zijn maar niet echt aan ons besteed ben ik bang! En dat is dan weer wat ons betreft een van de voordelen van groepsreizen; je bezoekt dingen die je op zich niet bijzonder interessant vindt en zelf waarschijnlijk niet zou bezoeken, maar als je er dan toch komt pik je ze wel mooi mee.


Hans en ik en een paar anderen hebben na eventjes op de veranda naar de stenen staan kijken door de rest van het park gewandeld terug naar de bus. We genieten erg veel van de mooie rode Japanse esdoorns, die geven de tuinen en landschappen zo’n mooie warme gloed. Om 15:30 vertrokken we richting het Kinkako-Ji gouden paviljoen. Er is schijnbaar in Kyoto ook een zilveren paviljoen, maar waar het gouden paviljoen echt met bladgoud bedekt is, is het zilveren paviljoen schijnbaar vooral gewoon grijs gekleurd.


Het gouden paviljoen was in ieder geval prachtig om te zien, de ligging tussen de rode esdoorns en aan een spiegelgladde vijver waar de reflectie van het gouden gebouwtje in schitterde was erg mooi. Het was er uiteraard weer enorm druk; we zijn al lang blij dat we in het laagseizoen hier zijn, we moeten er niet aan denken om in het hoogseizoen in Japan te komen! Er was zelfs bij een van de twee aangemerkte uitzichtpunten een verkeersregelaar om de wandelaars in de juiste richting te wijzen… OMG, dat is dan weer typisch Japans! In het park waar het gouden paviljoen in lag waren veel rode esdoorns, die laag groeide – en sommigen hadden zaden; mooi zo, ik heb er dus een paar van de roodste bomen geplukt, dat ga ik thuis ook proberen! Ik heb al wat rode esdoornzaadjes uit de botanische tuin die we in Yorkshire, Engeland bezochten, maar dit zijn natuurlijk echte Japanse rode esdoorns!


Toen we bij het parkeerterrein stonden te wachten en een beetje te kletsen met een paar anderen van de groep en Dustin, zagen we een aantal winkeliers emmers water gooien over het asfalt vlakbij hun winkel. Eentje gebruikte zelfs een gieter. We hadden dit ook in Gion gezien, dat de stoepen nat waren sochtends. Dustin legde uit dat dat gastvrij is, een natte of net gepoetste stoep bij een winkel of restaurant nodigt je uit om naar binnen te komen. Rare jongens die…


Om 16:45 vertrokken we vanuit het gouden paviljoen naar de stad, we gingen met de groep iets typisch Japans eten: een ekonomiyaki, oftewel een soort pannenkoek gevuld met fijngehakt groente, vlees, vis en ei. We deden dit in een klein tentje, “issen-yoshoku” genaamd, midden in Gion, de oude wijk van Kyoto: het restaurantje was van top tot teen versierd met van alles, van Japanse oorlogspropagandaprenten tot mannequins met kimono’s aan... Leuk! De ekonomiyaki was volgens Dustin iets aangepast naar onze Westerse wensen, zo was het rauwe ei dat erbij ging voor de pannenkoek dichtgevouwen wordt niet nog rauw zoals de Japanners het graag hebben, maar iets langer doorgebakken zodat het grotendeels gestold was. Het was erg lekker (wel een beetje lastig eten met stokjes, al die kleine stukjes): Hans en ik hadden er nog wel eentje gelust, maar dat ging volgens Dustin veels te lang duren. Ok jammer dan, het had inderdaad al een half uur geduurd om deze te krijgen en die had Dustin dan al van te voren besteld!


De avond werd afgesloten met een wandeling door de wijk waar geisha’s vanuit hun huizen naar de dure restaurants lopen waar ze tijdens feestjes entertainen. We hebben het bruggetje en laantje gezien dat schijnbaar in de film Memoirs of a geisha voorkwam, die was wel mooi verlicht in het donker. Volgens Dustin was het nu wel de goede tijd om een “echte” professionele geisha of maiko te spotten, zo rond 18:30 liepen ze vaak in rap tempo naar de gelegenheden of naar een taxi. Het was erg druk en wat Hans en mij betreft een enigszins gênant gezicht om al die geishaspotters met hun camera’s te zien, het is hier toch geen Afrikaans wildpark! We hebben uiteraard geen echte wilde geisha gespot, wat Hans en ik niet eens zo erg vonden, en toen was het door naar het laatste punt van het programma. Het leukste was nog een boom vlakbij het geisha-bruggetje die helemaal vol zat met witte kraanvogels! Helaas was het te donker om er een goede foto van te kunnen maken.


Om 18:45 stonden we in de rij voor een cultuurshow bij de Gion corner Kyoto visitors club, die zou zo’n uurtje duren en dan zouden we korte voorbeelden krijgen van Ikebana (bloemschikken), maiko-dansen (geisha's in opleiding), de thee ceremonie, harpspelen, hofmuziek, komisch toneel en poppenspel. Het komisch toneel was best leuk en wel iets waar je wat langer naar kon kijken: gelukkig hadden we een korte Engelse samenvatting van het verhaal, over een heer die zijn twee knechten achter moet laten bij zijn sakevoorraad en ze uit voorzorg vastbindt zodat ze er niet van kunnen snoepen, maar ze vinden natuurlijk toch een manier en worden stomdronken. Vooral de mimiek van de acteurs was leuk om te zien, en het overdreven gelach. Wat de rest betreft waren we blij dat het steeds maar 10 minuten duurde, en in het geval van de hofmuziek was zelfs dat te lang, wat een kattengejank... Maar wel leuk dat we het meegemaakt hebben!


Terwijl we na de show terugreden naar ons hotel vroegen we over het Kyoto verdrag aan Dustin. Hij vertelde dat een van de beslissingen die daaruit gekomen waren was dat alle stadsbussen hun motor uit moesten doen bij stoplichten. Maar, dat is dan weer typisch Japans, gastvrijheid is belangrijke dan een of ander internationaal milieuverdrag en tourbussen hoeven dat dus niet, want het is niet gastvrij naar de toeristen toe als de airco of verwarming uitgaat doordat de motor uitgaat. OMG… Rond 20 uur kwamen we na een hele lange en leuke dag vol afwisselende dingen helemaal kapot in het hotel aan, pffff... En we kregen gelukkig een andere kamer, een speciale niet-rokers kamer, heerlijk wat rook die fris! Wat een "verademing", en wat waren we blij dat we het gevraagd hadden...


free counters