Donderdag 13 november: Kyoto, 0 km

Vandaag hebben we een hele vrije dag, dus we zijn rond 8:45, gelijk na het ontbijt, de stad ingelopen, via het station. Ons doel was Nishiki markt, een grote overdekte markt in het centrum, zo'n 40 minuten lopen van het hotel. Het was een stralende ochtend en heerlijke temperatuur dus prima wandelweer, en we hadden natuurlijk heel de dag de tijd. Als we ergens wandelen waar we niet bekend zijn doen we af en toe rondkijken of terugkijken om te zien hoe de terugweg eruit ziet, maar vandaag was dat nauwelijks nodig want vlak bij ons hotel staat de Kyoto Sky Tower, een hoge naald met een UFO erop en dus een heel herkenbaar punt! Kyoto is min of meer de culturele hoofdstad van Japan, je komt dus ook continu tempels en zo tegen onderweg.


Het valt ons op dat men in het verkeer heel voorzichtig is. Rode stoplichten zijn hier heilig, en zelfs kleine zijstraatjes hebben stoplichten voor voetgangers. Dat hadden wij natuurlijk eerst niet door, en liepen gewoon door na even gekeken te hebben of er niets aankwam, maar op gegeven moment zagen we dat voetgangers stonden te wachten voor ze een zijstraatje overstaken. Oeps! We zien ook echt veel minder Engels overal dan we verwacht hadden, we hadden gedacht dat in grote internationale steden zoals Kyoto veel meer dingen in het Engels zouden staan, maar aangezien Dustin vertelde dat ongeveer 98% van de bevolking van Japan Japanner is en maar 2% allochtoon, waarvan maar een minuscule hoeveelheid niet-Aziaten, is het ook niet echt nodig om andere talen dan Japans te gebruiken. Ze gebruiken Engels in onze beleving eigenlijk alleen als “cool”, zo hier en daar een woordje in reclames bijvoorbeeld. Wel is het zo dat alle straatnamen, treinstationsnamen en andere oriëntatiepunten zowel in het Japans als in het Westers geschreven staan, dus is het wel redelijk goed te doen om je weg te vinden. Zolang je maar niets hoeft te vragen aan mensen, want bijna iedereen spreekt slecht Engels! En een heleboel mensen helemaal niet of maar een paar woordjes…


We waren rond 9:30 bij de markt, en de meeste stalletjes waren hun waar nog maar net aan het uitstallen. Het was een soort van overdekte winkelstraat met allerlei kleine winkeltjes die hun waren half op straat uitstallen, van alles van verse groente en fruit, vis en vlees tot hapjes tot gebruiksproducten zoals keukenmessen of eetstokjes tot snoep en souvenirs. Een van de wat apartere producten was gemarineerde-baby-inktvisjes-op-een-stokje-gevuld-met-kwartelei… Die hebben we maar niet geproefd! Alles is keurig netjes en aantrekkelijk uitgestald, liefst individueel ingepakt en alles is kraaknet... veel stalletjes deden ingemaakte groentes verkopen, alle vormen en kleuren, vaak vers ingesmeerd met saus of vacuümverpakt in zakjes. En heel vaak staat er van iedere groente een klein bakje met proefstukjes, servetjes, en satéstokjes zodat je eerst kunt proeven. De hapjesstalletjes waren hun hapjes nog aan het frituren of voorbereiden, want dat is hier in Japan ook vaak: niet alleen wordt het eten zo aantrekkelijk mogelijk gepresenteerd, liefst met plastic voorbeelden van datgene dat je overweegt te kopen, of proefbakjes zodat je kunt proeven, maar heel vaak zijn er kleine glazen hokjes waar de kok of machine staat (of allebei) die het product maken, zodat je het hele productieproces kunt volgen om zeker te weten dat het product met voldoende kwaliteit gemaakt wordt!


Het was leuk om rond te wandelen zelfs al waren de meeste van de stalletjes nog lang niet presenteerbaar, maar ik moest plotseling heel dringend naar de wc. Normaal gezien is Japan het land bij uitstek voor zo’n noodgeval, want we zien echt overal keurige openbare toiletten – maar uiteraard was er net nu nergens iets te vinden. Ongetwijfeld waren ze er wel, maar discreet verstopt. Want later zagen we een soort plattegrond van het overdekt winkelgebied waarbij er af en toe icoontjes stonden van wc’s die discreet diep in zijstraatjes weggestopt waren. Maar toen ik nood had konden we dus niets vinden. We zagen op gegeven moment een metro-entree, dus ik stelde voor om daar maar eens te kijken, die hebben toch altijd wel openbare toiletten! Maar zelfs bij de metro was niet direct iets te vinden! Grrrrr, de nood werd heel hoog, dus ik vroeg aan een conducteur bij het informatiehokje of hij Engels sprak (een mini-beetje), en waar er toiletten waren. Alleen op het perron gebaarde hij, maar daar moet je een kaartje voor hebben! Hij moet gezien hebben dat de nood hoog was, ik overwoog al dan maar een kaartje of zo te kopen, want hij zwaaide me door bij het handmatige te openen poortje bij zijn hokje zo van, ga maar het is wel goed. Dus ik ben gauw naar het perron gegaan terwijl Hans boven bleef wachten.


Op het perron stond bij pilaren aangegeven welke treincoupes bij het instappen vrouwvriendelijk zijn – dus tijdens de spits mogen daar alleen vrouwen inzitten – want er is schijnbaar toch nogal wat overlast van mannen in het openbaar vervoer. Dustin vertelde later dat die overlast er vooral in zit dat mannen proberen ongemerkt foto’s onder rokjes te nemen (nu zijn de rokjes hier inderdaad regelmatig wel extreem kort!); dat is ook een van de redenen volgens hem dat hij het fotogeluidje van zijn Japanse mobiel niet uit kan zetten. De telefoon kan wel op stil gezet worden, maar neem je een foto dan hoor je toch een geluid – en dan nog eens harder dan onze Europese telefoons. Een waarschuwing dat iemand foto’s aan het maken is! En dat is ook een van de redenen waarom het cultureel niet (meer) geaccepteerd is om in de metro of bus foto’s te maken; dat doen mensen gewoon niet – behalve wij barbaarse toeristen natuurlijk…


Ik kon in ieder geval opgelucht naar een schoon openbaar toilet gaan, en toen ik weer terug boven bij de trappen en het hokje kwam konden we weer verder. De conducteur knikte nog zo van dat hij gezien had dat ik weer terug was, en we zijn nog een tijd door de winkelstraten gaan zwerven. We hebben een zakje gefrituurde “burdock” gekocht, waarvan we geen idee hadden wat het was, maar het bleek dunne strookjes van een of andere knol te zijn die in een laagje beslag gefrituurd waren; best lekker! En we hebben een stokje rauwe zalmblokjes gemarineerd in citroensap genomen, wat erg lekker was. De sateetjes met geroosterde calamari’s zagen er op zich ook wel goed uit, maar die hebben we toch maar overgeslagen.


Toen we uitgekeken waren zijn we op ons gemak terug naar het enorme stationscomplex gelopen. Onderweg zijn we nog even bij een tempel gaan kijken die helemaal in de steigers stond, en kwamen we langs een "Pachinco" hal, waar een Japans gokspelletje gespeeld wordt. Dat is volgens Dustin de enigste plek waar hij gratis zijn fiets kan stallen in Tokio! Er mag niet gegokt worden met geld in Japan dus het Pachinco -spel is heel slim verzonnen om dat te vermijden; het is een soort flipperkastspelletje en je betaalt voor een bepaald aantal ijzeren balletjes, een soort kogellagers, om mee te spelen; win je, dan krijg je nog meer balletjes. Ben je klaar, dan kun je de balletjes inruilen en afhankelijk van hoeveel balletjes je gewonnen hebt krijg je een prijs, zoals een fles sake. Bij de Pachinco-hal is altijd een klein winkeltje, waar je dan die prijs kunt verkopen voor geld... Heel slim! De Pachinco -hal is een van de lawaaiigste plekken waar we ooit geweest zijn: de herrie van de balletjes, van de blikkerige muziek en weet ik veel wat nog meer is oorverdovend! Daarnaast is het een rokershol, en de bewaker gebaarde dat ik geen foto’s mocht maken maar had niet door dat ik al eentje genomen had.


Bij het station doken we een ander ondergronds winkelcomplex in dan de vorige keer. Het is een groot labyrint van winkels, dus we zwierven een tijdje rond. Omdat we onze voeten op gegeven moment niet meer voelde zijn we op een bankje gaan zitten, waar Hans een envelop op zijn stoel vond. Hij bood hem aan aan onze buurvrouw maar die maakte een afwerend gebaar dat het niet van haar was en ze het niet wilde. Toen we alleen op het bankje zaten met de envelop zijn we toch eens gaan kijken wat het nu precies was, want er was in geen velden of wegen iemand te bekennen van wie het kon zijn, als het niet van die vrouw geweest was. Het zat tot onze verbazing vol bonnetjes, papiertjes en geld, zeker ¥20.000 (150 euro). Het leek wel op iets wat een gids of leraar zou kunnen hebben, allemaal individuele envelopjes met steeds 1000-3000 yen erin, het was echt veel geld.


Meenemen was geen optie, dat vonden we niet correct hier in een vreemd land, plus er stonden camera’s dus je hebt ook geen zin in gezeur. Maar laten liggen vonden we ook niet kunnen want de eigenaar was al lang weg en dan ging iemand anders er misschien mee vandoor. In een winkel afgeven? Er stond voor ons helemaal niets verstaanbaars in, alles was uiteraard in het Japans. Tja... Gelukkig vonden we vlakbij een kantoor voor verloren voorwerpen en hebben we het daar afgegeven; het werd keurig netjes genoteerd en bekeken, de man keek niet op of om en leek het normaal te vinden dat mensen enveloppen met geld afgaven als verloren voorwerpen. Er hingen in het kantoortje trouwens ook camera’s, dus we hebben wel vertrouwen dat het weer terecht komt!


Toen we weer een beetje bijgekomen waren zijn we richting Isekan gewandeld, een luxe warenhuis met onderin typische Japanse voedselafdelingen. De luxe warenhuizen in Japan zijn beroemd voor hun extravagant dure voedselafdelingen, met allerlei speciale hapjes en wachtrijen om erbij te mogen; dit was dan een van de iets minder dure versies maar leek ons wel leuk om eens doorheen te wandelen. Er was een verdieping voor luxe hapjes, koekjes en zo, en een verdieping voor basisproducten en kant en klare maaltijden. Leuk! En het rook er heerlijk... Maar alles wordt grondig ingepakt en is niet bedoeld voor consumptie ter plekke. Er waren wel twee of drie balies waar je aan kon eten, maar duidelijk is het de bedoeling dat je alles mee naar huis nam. We hadden al gelezen over meloenen die honderd euro kosten, hier kostte de aardbeien bijvoorbeeld een euro per stuk, wat we al redelijk extravagant vonden aangezien we ze in Nederland van de boer voor iets meer dan een euro per bakje kunnen kopen! Maar deze aardbeien waren dan ook wel uitzonderlijk mooi en gaaf…


We hebben er een tijdje rondgewandeld maar er was helaas niet zo veel dat je kon proeven, behalve de ingemaakte groentes, en hier gingen we toch echt niet onze lunch kopen! Terwijl we bij een lift stonden te wachten zagen we een personeelslid langs de mensen die voor de lift stonden te wachten lopen naar een personeelskamer, en op de drempel draaide ze zich naar de mensen toe en boog. Niemand keek ernaar (behalve wij verwonderde Westerlingen) en ze stapte de kamer in. Ongelofelijk! We hebben ook een keer gezien dat een winkeleigenaar van een buurtwinkeltje met de klant mee naar buiten liep en, terwijl de klant doorliep en niet omkeek, nog uitvoerig heeft staan buigen op de drempel…


We zijn uiteindelijk in het station een bakkertje ingedoken waar we wat broodjes voor de lunch gekocht hebben en zijn rond 13:30 terug naar het hotel gegaan waar we in onze kamer lekker een kopje koffie gezet hebben en de broodjes opgegeten. Met duizendmaal Japanse excuses en een paar buigingen deed het kamermeisje ondertussen nog even de badkamer grondig en snel poetsen!


Rond 17 uur zijn we richting Bic Camera gelopen, net zo'n grote elektronicazaak als Yodobashi. Je kijkt je ogen uit wat betreft het aanbod... We hebben er een uurtje rondgelopen, onder andere een selfie-stick getest en uiteindelijk gekocht (dit is tenslotte het land van de selfies) en we hebben nog even bij de elektronische toilettenbrillen staan kijken (de goedkoopste was zo'n € 180,--), en zijn toen het enorme stationscomplex weer ingedoken om in weer een ander winkelcentrum een eettentje te zoeken. We raken af en toe echt verdwaald en moeten dan goed nadenken hoe we gelopen zijn om de weg weer terug te vinden, en soms moeten we gewoon even ronddwalen voor we weer iets herkenbaars tegenkomen!


We wisten niet echt goed waar we trek in hadden, maar in ieder geval niet Japans. Uiteindelijk vonden we een vol en populair Italiaans-Japans spaghettitentje dat er erg goed uitzag (ze hebben hier allerlei speciaalzaakjes voor bepaalde soorten noodles, dus ook voor spaghetti!), en daar hebben we heerlijk gegeten, weliswaar met stokjes uiteraard! Onderweg terug naar het hotel hebben we lekker nog een ijsje gekocht en heel stout al lopend opgepeuzeld…


free counters