Vrijdag 14 november: Kyoto – Matsumoto, 428 km

Ik ben vandaag jarig en Hans wilde me vanochtend om 5 uur al feliciteren... Pffff dat was nog echt een beetje te vroeg! Om 6:45 probeerde hij het nog een keertje en kreeg ik mijn cadeautje, een doosje after eights dat hij meegesmokkeld had. Gezien dat ik de tassen inpak is dat nog best knap! Ik heb alleen de allereerste dag in Fukuoka toen we net aangekomen waren en ik de toilettas zocht een hoekje groen gezien, maar heb niet verder gekeken en ben het door de jetlag ook gelijk weer vergeten, dus het was een leuke verrassing.


Hans en ik moeten zo lachen bij het mensen kijken hier in Japan, we zien zo veel dingetjes. Het ontbijt in zo’n hotel is ook altijd een goede gelegenheid… Een vrouw had een lepel laten vallen, en duidelijk vond ze het zo’n vies idee om de lepel op te pakken, dat ze een personeelslid aansprak om de lepel voor haar op te pakken. Ik was een boterham aan het roosteren via zo’n lopende band rooster die je wel vaker in hotels ziet; je gooit je boterham er aan de achterkant in en hij komt er (hopelijk) voldoende geroosterd aan de voorkant uit. Zo niet, gewoon herhalen tot het gewenste effect bereikt is. Er ging een Japanner achter mij staan wachten, maar deed zelf geen brood in de broodrooster; hij wilde duidelijk wachten tot ik klaar en weg was zodat hij de broodrooster voor zichzelf zou hebben, want ongetwijfeld was het een onhygiënisch idee dat onze boterhammen elkaar aan zouden kunnen raken in de machine… En toen kwam een van onze groepsgenoten erbij staan, die dacht dat de Japanner ook op zijn brood stond te wachten en gooide gewoon zoals je zou verwachten zijn boterham achter die van mij aan. De Japanner vertrok geen spier en bleef geduldig wachten tot we allebei weg waren! Ongelofelijk…


Ook weer zoiets, om onze sleutel van de kamer in te kunnen leveren moesten we bij de receptie in de rij gaan staan. Hans en ik waren al bijna als barbaarse Westerlingen rechtstreeks naar de balie gelopen, want dat is normaal gezien iets wat je zo inlevert, maar we zagen nog net op tijd dat er een klein rijtje was van zo’n 2 mensen… Pffff! We hadden vandaag een lange rijdag, en zouden door de Japanse Alpen rijden, leuk. Het valt ons op dat het Japanse landschap veel meer bebouwd is dan we verwacht hadden. Dat komt waarschijnlijk omdat er maar zo’n 30% van het land toegankelijk is, en daar liggen dan ook de wegen, gebouwen en veldjes allemaal. Vandaag zagen we in ieder geval best veel platteland, en natuurlijk bergen!


Er werd ons aangeraden om bij de eerste pauze van de dag, Yoro servicestation, wat broodjes te kopen, want we gingen onderweg een openlucht museum bezichtigen waar er weinig te krijgen zou zijn. Dus we hebben wat broodjes gekocht: we hadden een keer broodjes gekocht die leken op gevulde donuts of berliner bollen. Alleen de vulling bleek curry in plaats van jam te zijn! Dit keer zagen we ze weer liggen en omdat ze best smaakte als je je erbij neerlegde dat ze niet zoet waren, hebben we er nog een stel gekocht, samen met viscake-op-een-stokje. Het blijft experimenten! Toen we bij het servicestation naar de wc gingen was er bij de ingang een complete plattegrond met uitleg voor de verschillende soorten toiletten en ruimtes, en welke bezet waren en welke niet. Het elektrisch toilet zelf had nog wat stickers met uitleg hoe je een “westers” toilet moest gebruiken, en was best wel een duur model zo te zien. Zoiets zou in Europa toch al gauw gesloopt worden. Verder hebben bijna alle toiletten, ook de mannentoiletten, een kinderzitje hangen, is er vaak ook een haak om een eventuele stok of paraplu aan te hangen, en meer van dat soort gemakken. Ongelofelijk…


Toen we na de stop weer even onderweg waren, heb ik stroopwafels getrakteerd in de bus – we hadden voor onszelf stroopwafels meegenomen maar ook twee pakjes extra voor te trakteren. Iedereen zong voor me en Dustin had ook een kleinigheid voor me gekocht – een groente-thee-kitkat en een Hello Kitty sleutelhanger, veel Japanser kan haast niet! Dustin was meer dan dolblij met de stroopwafel toen ik bij hem kwam – ik had hem al wel eerst zitten plagen dat er waarschijnlijk niet genoeg zouden zijn... Hij is er dol op maar kan daar natuurlijk niet zo gemakkelijk aan komen!


Na een mooie rit door de bergen, onder andere door de Hida Kawai tunnel van wel 11 km lang, kwamen we aan in Shirakawa Village. Het was begonnen te regenen, het was voor het eerst deze reis koud, en het was hier zoals veel plekken megatoeristisch en stervensdruk met toeristen (95% Japans en Aziatisch, en dan nog wat verloren westerlingen), dus Hans en ik besefte ons dat we twee uur door moesten brengen in een natte, koude tourist trap... Pfffff!


Om bij het dorpje te komen moesten we over een hangbrug over een rivier wandelen; de ligging was wel erg mooi tussen de bergen, en nu met de regen hingen er wolken tegen de bergwanden geplakt. In de zon was het ongetwijfeld een iets aantrekkelijkere omgeving geweest, nu was het vooral koud en nat en een tourist trap… Eerst bezochten we met de groep een voorbeeldhuis, “Kanda House”. Het bijzondere aan dit dorpje is dat de traditionele huizen mooie houten huizen zijn met hele steile rieten daken – ze heten ook wel biddende handen daken. Het huis was tochtig en de houten vloer was ijskoud aan onze sokkenvoeten (schoenen moeten uit, mogen namelijk niet op hout of tatamimatten komen). Gelukkig was er "wild gras" thee die je mocht proeven om op te warmen, en kon je op de eerste verdieping speciale slofjes aandoen om de zolder te bekijken, want de straalkacheltjes en het open vuur kregen het huis niet warm! Het was op zolder wel mooi om de houten balken te zien die aan elkaar gebonden waren met touw van riet.


Het was tegen 13:30 toen we klaar waren in het voorbeeldhuis, en toen kregen we nog wat vrije tijd om door het dorpje te wandelen. De regen was inmiddels gestopt dus we hebben nog wat rondgekuierd; toegegeven, het is best een mooi klein dorpje en het ligt in een mooie vallei, alleen jammer dat het zo'n tourist trap was... Er was in tegenstelling tot wat Dustin gezegd had best wel wat te eten te vinden in het dorpje, maar we hadden al broodjes en viscakes bij dus die hebben we maar opgegeten. Je kon er bijvoorbeeld speciale rijststijfsel-bolletjes op een stokje kopen die geroosterd worden en met zoete honingsiroop bedekt; we zien ze vaak verkocht worden, en ze zien er altijd heel erg aantrekkelijk uit, maar we hebben ze weleens geproefd en eigenlijk zit er geen smaak aan. Maar Japanners houden van hele subtiele smaken en wij meer van uitgesproken smaken.


Er waren nog wat souvenirstalletjes met lokale producten; je ziet vaak hier in Japan een of ander lokaal koekje of cakeje waar dan een afbeelding van de toeristische attractie op gedrukt is of in reliëf op gemaakt. En we merken dat sommige dingen heel streekgebonden zijn; zo zijn de lapjes rijstebloemdeeg die Hans zo lekker vond hier helemaal niet terug te vinden, terwijl we ze in het begin van onze reis constant overal zagen. We moesten om 14:30 terug bij de bus zijn, nu was het dorpje erg klein dus dat was een lang uurtje om vol te maken. Gelukkig was het inmiddels helemaal gestopt met regenen, het was alleen nog wel erg nat. Maar iedereen was het al gauw zat dus er waren al meer mensen bij de bus. Toen we terug in de bus zaten, hebben we Dustin nog een extra stroopwafel gegeven, waar hij gelijk zijn tanden in zette voor hij bedacht dat een selfie ervan voor zijn Japanse vrouw ook wel leuk zou zijn. Hij ziet haar over een paar dagen weer als we in Tokio zijn, maar de stroopwafel was al binnen een paar minuten op, hoezo delen!


We reden verder binnendoor via mooie bergen, volgens Dustin namen we een wat langere route via Hida, een mooi gebied; we zouden eigenlijk via de snelweg moeten. Onderweg hielden we rond 16 uur nog een plaspauze in een specialiteitenwinkel met koekjes, pickles, chutneys en chips waar je alles mocht proeven. Leuk! Maar niet zo slim als er een buslading Nederlanders langskomt… We vielen dan ook als sprinkhanen aan en toen we na een half uurtje weer verder moesten konden ze de meeste proefbakjes wel weer aanvullen! Het was wel lachen, want we riepen naar elkaar toe van dit is iets lekkers, of je moet dit proeven, of heb je dat al geproefd? Nu deed de winkel ook wel goede zaken want bijna iedereen kocht ook wel iets of meerdere dingen… Toen we weer onderweg waren werd er dan ook van alles uitgedeeld in de bus, er gingen continu pakjes en zakjes lekkers rond. Ik kreeg zelfs nog een zakje nootjes als cadeautje van iemand.


Vlak na ons vertrek uit het specialiteitenwinkeltje, inmiddels al tegen het einde van de middag, (het wordt hier al rond 5 uur donker) begon het licht te sneeuwen op route 158, vlakbij de Hirayu tunnel, en zagen we ook al wat poedersneeuw liggen op de bergen. We reden in de schemer over mooie bergwegen en langs dammen en meren; jammer dat het bijna niet meer licht was!


We kwamen in het donker om 18 uur in Matsumoto aan, waar we door de parkeerwachter van het hotel naar de juiste en enigste busparkeerplek geloodst werden, en na even inchecken en opfrissen om 18:30 als hele groep de stad in liepen om, op Dustin’s aanraden (hij en Thomas gingen ergens anders eten), bij het noodle-speciaalzaakje Hakata Ippudo ramen-noodlesoep en gebakken dim sum gegeten hebben. Hans en ik hebben allebei de superdeluxe-uitgebreide ramen soep genomen, daar zat naast alle andere ingrediënten ook iets zwarts in; het bleek gewoon houtskool te zijn. Ik heb houtskool nog nooit als smaak ergens in gezien! (maar het smaakte best lekker). We hebben nog wat gebakken dim sum bijbesteld want ze waren heerlijk.


En onderweg terug naar het hotel hebben Hans en ik een ijsje in een kleine supermarkt gekocht en ook alvast even naar het Zwarte Raven Kasteel vlakbij gewandeld, dat mooi blauw verlicht was met de reflectie schitterend in de slotgracht. Morgen gaan we deze bezoeken. In het hotel zagen we zoals we al in meer hotels gezien hebben nachtlampjes tussen de bedden, maar ook zaklampen; allemaal in het kader van aardbevingen. Veel ramen in gebouwen, met name in grote steden, hebben ook een rood driehoek erop zitten; dit zijn de ramen die reddingswerkers in geval van nood gemakkelijk open kunnen breken om binnen te komen.


free counters