Maandag 17 november: Tokio, 8 km + 17 km trein

Wij hebben vandaag niet meegedaan aan de optionele (dure!) fietsexcursie bij Kamakura, maar hebben lekker een dagje Tokio verkend. We wilden met name de tonijnveiling bij Tsukiji vismarkt meemaken, de grootste tonijnveiling ter wereld, en verder wat oorlogsdingen verkennen in de stad. Eerst de tonijnveiling. We zijn om 3:30 opgestaan en zaten om 3:45 in een taxi... De veiling zelf is namelijk tussen 5 en 6, maar je moet er meer dan ruim op tijd zijn want toeristen worden enkel getolereerd, het is een werkomgeving, en er mogen maar 120 bezoekers per dag binnen, in twee groepen. Reserveren niet mogelijk, wie het eerst sochtends komt die het eerst maalt. En we hadden begrepen dat men steeds vroeger komt dus 4 uur was volgens Thomas zeker niet te vroeg.


Bij het afrekenen van de taxi moesten we iets van 2995 yen betalen, en we hadden alleen biljetten. 5 yen is ongeveer 3 eurocent, dus Hans had echt zoiets van laat alsjeblieft zitten! De taxichauffeur keek niet blij – fooi geven in het algemeen, dus ook aan een taxichauffeur, wordt als enigszins beledigend gezien, alsof je suggereert dat hij beloond moet worden omdat hij iets goed gedaan heeft, alsof diegene niet ALTIJD al zijn uiterste best doet. Service is namelijk heel erg belangrijk in Japan. We hadden al gelezen dat de taxi’s in Japan goudeerlijk zijn; ik had van te voren de route op internet bekeken om in te schatten hoe ver het rijden zou zijn en hoe vroeg we de taxi moesten hebben, maar de taxichauffeur deed inderdaad zoals we gelezen hadden van te voren de routeplanner instellen op de snelste weg – en met het grote schermpje kon je zelfs achterin prima zien waar je reed. De deur van de taxi opent trouwens automatisch als de taxichauffeur een knopje indrukt, en deze taxi had mooie kanten stoelbeschermers, en de chauffeur zelf mooie witte handschoentjes…


Wij waren er om 4:05, en toen waren al ongeveer 80 van de 120 plaatsen vergeven, WOW! We kregen een gekleurd hesje, we waren in de tweede groep, en waren pas om 5:45 aan de beurt; dat is een lange wacht! En de grond is hard om op te zitten… Gelukkig zaten we in de wachtruimte naast drie Japanse vrouwen op bezoek in Tokyo vanuit het zuiden, vlakbij Fukuoka. Ze spraken wat Engelse woordjes en waren wel nieuwsgierig (Hans en ik besefte ons later dat ze misschien nog nooit ECHT met een buitenlander gesproken hadden), dus met handen, voeten, Engels, Japans, "klinkt als" en foto's op elkaars telefoon hebben we een beetje over elkaars leven kunnen leren. De ene het dichtste bij mij werd aangewezen als tolk, zij kon wat woordjes Engels, en haar vriendinnen maande haar steeds om dit of dat te vragen, en zij probeerde dan weer te vertalen wat wij vroegen of vertelde.


We hadden het over van alles, alles wat we op onze telefoons konden vinden om te laten zien: van de onsen vlak bij hun huis tot de tulpen in onze tuin. Dat laatste was een groot succes, enigszins rolbevestigend ben ik bang, nu geloven ze echt dat alle Nederlanders tulpen in de tuin hebben (en waarschijnlijk ook nog in klompen rondlopen). Maar de kersenbloesem in onze tuin vonden ze ook mooi; ze zijn gek op kersenbloesem in Japan, en de dames riepen dan ook gelijk “sakura” (kersenbloesem) en “kawai”, dat hadden we geleerd van Dustin dat het schattig of leuk of mooi betekent; dus toen ik het woordje gebruikte bij een foto van wat cakejes die de ene gemaakt had, moesten ze erg lachen, goed zo! Het was een erg leuk “gesprek”! Ze wilde wel een foto van ons dus wij wilde natuurlijk ook een foto van hen, en we hebben namen uitgewisseld; de dames waren vriendinnen in de veertig en samen hadden ze 5 kinderen.


Klokslag 5:45 werden we opgehaald voor onze rondleiding; toen de eerste groep wegging konden we een klein beetje uitspreiden op de vloer, en Hans en ik hebben ons verbaasd over een van de drie vriendinnen; ze zag toen we opschoven een beetje zand liggen op de grond (niet eens van haar!) en haalde gelijk een tissue uit haar handtas en begon het op te ruimen. Ongelofelijk! Dat is echt typisch Japans… We werden in sneltreinvaart over het terrein gebracht, de groep moest dicht bij elkaar blijven en dat snapte we ook wel, want overal snorde elektrische karretjes rond; het is en blijft een werkomgeving!


Eenmaal in de tonijnveiling-ruimte moesten we gaan staan in een afgebakend gebied dat in het midden was van een grote lange hal. Aan beide kanten lagen grote diepgevroren tonijnen op pallets, en er liepen handelaren rond de vissen te keuren; het was duidelijk dat ze de vis maar op een paar plekjes mochten keuren, om de vis zo intact mogelijk te laten. Er was uit de rug een flap gesneden, en bij de staart, en op deze twee plekken mocht naar hartenlust in geprikt, gepord en stukjes van geproefd worden. De potentiële kopers hadden een grote haak, waarmee ze op deze manier de structuur van het vlees testte, en de veilingmeesters stonden op kleine krukjes en luidde eerst een hele tijd met een bel voor ze aan de veiling begonnen.


Er werden steeds een partij per keer geveild; de ene keer één vis, de andere keer een aantal. Het bieden was voor ons niet te volgen, het ging vaak razendsnel en de vis was vaak al verkocht voor we er erg in hadden! Het was niet spectaculair, maar toch was de tonijnenveiling best leuk om mee te maken, we weten nu hoe het gaat, zijn bij de grootste tonijnenveiling ter wereld geweest, en hebben nog nooit zoveel grote vissen van dichtbij bekeken. Een kilo tonijn kost gemiddeld ongeveer 10.000 yen, zo'n 70 euro, en dag wordt er een kwart miljoen euro aan tonijn verhandeld (dat zijn ongeveer 20-25 tonijnen...). Was de tonijn eenmaal verkocht, dan werd hij gelijk van zijn pallet gehaald en een sticker erop geplakt van de nieuwe eigenaar. Vaak werd hij ook gelijk weggesleept; op gegeven moment werden de echt grote tonijnen met een handkar of heftruck met speciaal schepvak opgehaald.


We werden om klokslag 6:15 weer bij elkaar geveegd door de opzichters in hun keurige uniformen, en als groep naar de rand van het terrein gemarcheerd – nu was het pas echt druk met elektrische wagentjes, we moesten ze af en toe echt ontwijken! We moesten onze hesjes inleveren en stonden even een beetje gedesoriënteerd te besluiten wat nu. Nadat we aan de hand van onze kaart van het terrein, van internet gehaald, weer een beetje wisten waar we stonden hebben we nog een uur rondgelopen bij de stalletjes en eettentjes op het terrein zelf. Eigenlijk wilde we wachten tot de rest van het complex, de vismarkt zelf, openging voor bezoekers, maar dat was pas om 9 uur! We hebben nog heel even getwijfeld of we dan misschien hier eens wat sushi en sashimi wilde proberen (die was hier schijnbaar heerlijk, de Japanse vriendinnen waren ook gelijk naar een tentje gelopen om in de rij aan te sluiten), maar we vonden het nog wel heel erg vroeg op een nuchtere maag, plus het is sowieso niet echt ons ding, hoewel Hans wel graag sashimi eet. Dus maar niet!


Dus we hebben even gekeken hoe ver het was naar het volgende punt op het programma, de Yasukuni tempel: het zou zo'n 7 km lopen zijn door een dure winkelstraat en langs het keizerlijk paleis (niets te zien vanwege de slotgracht en bomen helaas). Het was nog vroeg, we hadden alle tijd, je had kans dat als we met openbaar vervoer zouden gaan we zelfs nog te vroeg bij de tempel zouden zijn, en het was heerlijk zacht lenteweer, dus we besloten te gaan wandelen. We hadden wel een beetje honger en hebben in een kleine supermarkt twee bapao broodjes gekocht; die hebben we op een muurtje in de zon vlakbij het Imperial Palace als ontbijt opgegeten.


Onderweg hebben we genoten van wat we op straat zagen; zoals een winkel-eigenaresse die haar stoep grondig aan het stofzuigen was, of wegwerkzaamheden die echt meer dan uitgebreid aangegeven waren; met pilonnen, linten, afzettingen en ZELFS een opzichter die ons wezen waar we konden lopen! OMG, we snapte het onderhand wel hoor… Het mooiste was een man in een parkje die een heel ochtendritueel afhandelde. We denken dat hij met het openbaar vervoer gekomen was, en nu nog even voor hij naar kantoor ging wat ochtendgymnastiek deed (zich opdrukken op een parkbankje), en met zijn persoonlijke vochtig doekje zichzelf wat afdeed voor hij een schone bloes aantrok. We waren even gaan zitten en hebben gelachen terwijl we keken; hij pakte namelijk een plastic tas, spreidde die op het bankje, zette daar zijn rugzakje op, deed witte stofhandschoentjes aan zodat hij zich kon opdrukken op het bankje (stel je voor dat je het bankje met blote handen had aangeraakt!), en toen hij helemaal klaar was deed hij alles terug in zijn rugzakje opbergen en eerst nog even uitgebreid met de stofhandschoentjes zijn rugzakje van stofjes ontdoen!


De wandeling was redelijk gemakkelijk, zeker met de printscreentjes op mijn telefoon van ieder knooppunt dat we tegenkwamen. We kwamen rond 9 uur aan bij het plein voor de tempel, met een mooi beeld van een duidelijk belangrijk personage. De eerste torri van het tempelcomplex was een stoere en enorm grote ijzeren torri. De torri in het midden, bij twee grote stenen lantarens vol oorlogstaferelen, was van steen.


De torri dichtbij de tempel was van verweerd koper. Tot nu toe hebben we eigenlijk alleen houten torri’s gezien. De Yasukuni tempel is omstreden, want het is een schrijn waar de geesten of "kami's" van de Japanse helden en slachtoffers van de tweede Wereldoorlog worden herdacht en geëerd, zo’n 2,5 miljoen volgens mij, maar dus ook zo’n 14 “A-klasse” oorlogsmisdadigers, tenminste, volgens de internationale gemeenschap;deze mannen zijn na de oorlog in internationale tribunalen berecht en geëxecuteerd, hun as op een geheime locatie bijgezet. Maar enkele Japanse ex-legerofficieren vonden het duidelijk geen misdadigers en hebben de as daar jaren later vandaan genomen en teruggegeven aan hun familieleden, volgens ons, in ieder geval dus weggehaald. De “kami’s” zijn daarop ritueel “toegevoegd” aan het dodenboek in de Yasukuni schrijn, waardoor als je nu je respect komt tonen aan de vele miljoenen Japanse oorlogsslachtoffers, je in feite dus indirect ook deze 14 oorlogsmisdadigers eert.


We merkten dus ook wel dat het hier enigszins gevoelig lag. Normaal gezien ben je in Japan welkom om van alles en nog wat foto’s te maken – alleen een actieve dienst in een tempel zelf liever niet. Maar hier mochten we geen foto’s maken van de schrijn als er mensen voor stonden te bidden. En op informatieborden over de schrijn en in filmpjes van belangrijke notabelen die de schrijn bezochten waren alle omstanders of betrokken personen waar het filmpje niet expliciet over ging geblurred. Dus bij een bezoek van de keizer was alleen de keizer zelf en een of twee anderen herkenbaar in beeld, de rest allemaal onherkenbaar. We hebben er even rondgelopen op het tempelcomplex, op zoek naar wat meer informatie, maar alles was in het Japans, en de schrijn zelf was niet toegankelijk en weinig te zien. desondanks kon je dus wel merken dat het een hele belangrijke plek was die ook heel gevoelig lag.


Vlakbij lag een oorlogsmuseum, ontdekte we tot onze verrassing; die hadden we van te voren niet zien staan op kaarten van het complex. We besloten er rond te kijken, en dat was echt heel erg interessant. Niet alleen omdat we voor het eerst bijvoorbeeld een Japanse Zero in het echt zagen, maar ook omdat het een redelijk neutraal museum was, alleen wel bekeken vanuit het oogpunt van de andere partij. Zo vonden de Japanners bijvoorbeeld dat ze de koloniën in Azië aan het bevrijden waren van het juk van het Westen – zo werd het in ieder geval vergoelijkt. We mochten er eigenlijk geen foto’s nemen maar hebben hier en daar wel foto’s gemaakt, zeker toen we anderen ook foto’s zagen nemen!


In het museum was niet alleen een stempelkussen, maar een hele reeks stempels die we konden verzamelen, haast in iedere ruimte een! Dat hebben we dus natuurlijk ook gedaan… het was niet alleen een museum over de Tweede Wereldoorlog (de Pacific War, hier dus) maar er was ook een zaaltje of twee over de samurai – helaas dus allemaal wel in het Japans! Maar we hebben wel ontdekt wie de populaire held was waar we in Nagasaki zo veel afbeelden van gezien hadden: ene Sakamoto Ryoma, een of andere belangrijke samuraiheld. Ook was er een speciale expositie over de Tweede Wereldoorlog in Japan. Ik was met name wel even onder de indruk van de vele zelfmoord-wapens die de Japanners ontwikkeld hebben. Ergens wist ik dat wel, de kamikaze piloten zijn sowieso bekend, maar hier zag je de wapens in het echt; er waren schijnbaar dus ook allerlei kamikaze-torpedo’s en zelfs duikers die een bom tegen de romp van een schip moesten plaatsen en daarbij zelf ook onherroepelijk omkwamen. Ongelofelijk wat een opofferingsbereidheid! De zalen vol foto's van jonge mannen en vrouwen die gesneuveld zijn waren indrukwekkend; dat is uiteindelijk overal hetzelfde en het meest indrukwekkend. We hebben in het museumwinkeltje heel lang staan twijfelen of we de Japanse oorlogsvlag wilde kopen, maar het uiteindelijk toch maar niet gedaan omdat het thuis toch in een la verdwijnt.


We waren rond 9 uur begonnen in het museum, waren pas om 11:45 klaar met rondkijken, en inmiddels dus helemaal kapot van onze lange wandeling naar dit complex toe en het vele rondslenteren in het mooie museum... dus we hebben toen in het museumrestaurantje gerust en geluncht met stirfried noodles en aardappel "coroquettes". Dat is erg fijn aan Japan: je kunt er eigenlijk op een aantal dingen rekenen; dat je veilig op straat bent, de openbare wc's altijd schoon zullen zijn, en de kwaliteit van het eten altijd goed zal zijn, al is het misschien niet je smaak. Zelfs dus in een kleine cafetaria van een museum zoals dit.


Na de lunch en even zitten hadden we weer een beetje puf. Er moest hier vlakbij de Chidorigafuchi begraafplaats zijn, ergens aan de rand van het terrein van het keizerlijk paleis, volgens internet voor +350.000 ongeïdentificeerde oorlogsslachtoffers. Zo’n enorme begraafplaats moest toch gemakkelijk te vinden zijn, en zou zeker wel indrukwekkend zijn… Dus we besloten hem te zoeken. Eerst hebben we nog even het beeld van de heldhaftige piloot bekeken buiten het museum; er stond een doosje origamikraanvogels tussen zijn voeten en een paar kleine potjes sake-wijn en andere drankjes achter als offers. De begraafplaats was onduidelijk aangegeven en onduidelijk op onze kaartjes (ook Dustin en Thomas hadden van te voren geen uitsluitsel kunnen geven) maar uiteindelijk zagen we een bordje en vonden we de ingang.


Tot onze verbazing was het geen begraafplaats zoals wij zouden denken, maar een herdenkingstuintje met een grote stenen doos in een schrijn waar waarschijnlijk de "kami's" van de overledenen symbolisch in zaten. Vandaar dat we het op de heenweg (toen zijn we er rakelings langsgelopen) dus niet opgemerkt hadden! We hebben nog even rondgezocht of er echt geen graven zijn, maar zijn inmiddels wel tot het besef gekomen dat wat in Japan een “begraafplaats” heet evengoed alleen een herdenkingsschrijn is; het is de geest of kami die het belangrijkste is, en die nemen niet zoveel plek in!


Er waren in het herdenkingstuintje ook twee monumenten – voor de ongeveer 200.000 mensen die tijdens de naoorlogse repatriëring overleden zijn, en de ongeveer 55.000 militairen en burgers die na de oorlog in strafkampen zoals in Siberië en zo overleden waren.


Hierna voelde we onze voeten echt niet meer, dus zijn we naar Kudanshita metro vlakbij gestrompeld... Op zich wees de metro zichzelf na een beetje studie. We moesten in het enorme Shinjuku station overstappen van metro naar (stads)trein, en ook dat wees zichzelf. Ook het in de rij gaan staan op het perron om de trein in te mogen wees zichzelf...!!! We hadden er eerst niet direct erg in gehad, maar zagen mensen netjes in kleine rijtjes op het perron staan. En toen we naar de grond keken waren daar duidelijk gemarkeerde vakken waar je moest gaan staan om de treinwagons in te kunnen. Eigenlijk erg efficiënt; mensen die uitstappen kom in het midden naar buiten, mensen die willen instappen gaan aan de zijkant staan, en zo komen de twee stromen elkaar niet in de weg. Kan waarschijnlijk alleen in Japan! We waren alleen wel blij dat we niet in de spits waren, wat een enorme stad en wat een drukte.


Rond 14:30 waren we eindelijk op de hotelkamer, gebroken, nadat we eerst nog even naar het supermarktje vlakbij het hotel gegaan waren voor wat te snoepen en wat water. In de hotellobby kwamen we weer een voorbeeld van de Japanse voorzichtigheid tegen; er waren een paar tegels kapot en die werden vervangen; niet alleen was het gebied afgezet met een lintje, maar er stond ook een dame om aan te wijzen dat dit gevaarlijk was en je moest omlopen… OMG! We waren doodop, en hoopte dat we morgen nog uit bed konden komen, pfff.... De rest van de middag hebben we uitgerust en naar sumo-worstelen gekeken (best interessant als er verder niets begrijpelijks is op tv!).


We hebben trouwens net als tijdens onze rondreizen in Rusland en in Nieuw Zeeland individuele koffiefiltertjes bij, die je op een kopje zet en kokend water erop giet; ideaal voor een lekker kopje vertrouwde koffie in een vreemd land – zeker hier waar er toch meer thee dan koffie gedronken wordt! Nu wordt door het kamermeisje ons vuilnis netjes gescheiden, we hadden al karretjes gezien waar verschillende zakken in zaten voor verschillende soorten vuil zoals papier en plastic. En ze had vandaag alles (wat bonnetjes en wat plastic) meegenomen alleen de twee plastic filters in de prullenbak laten liggen. Ik denk dat ze er recycle-technisch geen raad mee wist en eerst nog wat onderzoek wilde doen! We hebben vanmiddag ook lekker een kopje koffie gezet en geprobeerd te begrijpen hoe het sumo-worstelen in elkaar steekt, maar snapte er geen hout van eerlijk gezegd!


Savonds moesten we nog op zoek naar iets te eten, en konden we eigenlijk niets vinden waar we zin in hadden voor een prijs die we acceptabel vonden, het waren allemaal dure exclusieve restaurants in de omgeving. En we hadden geen zin om ver te lopen! Uit ellende doken we op gegeven moment een soort souterrain in en vonden een klein Thais tentje. Eigenlijk gingen we er naar binnen omdat we geen zin hadden om verder te zoeken, maar we hebben er echt heerlijk gegeten. Het had zoals zo veel tentjes in Japan een piepklein keukentje waar je de kok achter glas kon zien staan; zodat je kunt zien dat het eten dat je krijgt goed bereid is zeker…


Terug in het hotel hebben we nog een kopje koffie genomen – hadden we wel verdiend vandaag! En ieder een lekker bad genomen om een beetje bij te komen en los te weken. Ik neem graag een heet bad (veel heter dan Hans!) en dan beslaat de spiegel natuurlijk altijd. Maar hier zag ik tijdens mijn bad dat er een rechthoekig vlak boven de wastafel mooi schoon bleef; toen ik het later aanraakte voelde het licht warm aan; een verwarmde spiegel! En die staat dus altijd aan, in ieder geval als het licht aan is… Ongelofelijk. Savonds terwijl Hans aan het zappen was op zoek naar iets van CNN (niet gevonden, in een internationaal hotel van zo’n 6000 gasten!) kwam hij langs een herfstkleuren-weerbericht, dat aangaf waar in Japan op dit moment de herfstkleuren het mooist zijn. Ze hebben zoiets in de lente ook voor de kersenbloesem! Rare jongens die…


free counters