Dinsdag 18 november: Tokio (Nikko), 384 km

We hebben vannacht slecht geslapen omdat we de airconditioning niet op gang kregen; omdat het november is, koelt de airconditioning automatisch niet meer, maar verwarmt alleen nog maar. En dat geeft niet, maar Japanners vinden temperaturen van 24 graden “gastvrij” dus ons kleine kamertje was bloedheet snachts. En omdat het een hoog gebouw is met glazen ruiten tot de vloer, kan er nergens een raampje open om wat koele nachtlucht binnen te laten… Dus wij allebei, maar met name Hans, hebben een onrustige nacht gehad.


Het hotel is enorm, maar de ontbijtzaal ook. Wij hadden gisteren niet ontbeten in het hotel omdat we zo vreselijk vroeg weg moesten, en vanochtend keken we dus onze ogen uit. Eerst moesten we een tijdlang in de rij staan, wat ontzettend onhandig en chaotisch leek te gaan. Eindelijk kregen we een plaatskaartje om op ons tafeltje te leggen (om aan te geven dat de tafel bezet is) en konden we meelopen met een ober een gigantische zaal in. Wat een drukte! En toch ook veel tafeltjes niet bezet zo te zien, dus zo goed werkt het kaarten systeem ook weer niet. We hebben eerst goed gekeken waar ons tafeltje stond voor we ons aan het ontbijtbuffet waagde, dat ook enorm was en over verschillende eilanden verspreid. Het was een hele klus om je ontbijt bij elkaar te sprokkelen, en als je iets warms gepakt had was het steenkoud tegen de tijd dat je klaar was en terug bij je tafeltje was. Tja… Wij houden sowieso niet zo van grote menigtes!


We vertrokken vandaag vroeg, om 8 uur, voor een dagtocht naar Nikko, een schijnbaar erg mooi nationaal park zo'n 3 uur rijden van Tokio vandaan. We hadden geluk, er was een andere chauffeur; van de vorige waren we niet echt kapot geweest, maar deze leek wel een stuk beter en rustiger te rijden. Het rijden door Tokio zelf, met alle verkeersoplossingen zoals driedubbele viaducten, was al de moeite waard, maar het was een mooie zonnige heldere dag dus toen we eenmaal de rivier overgestoken waren en langs de rand van Tokio reden was het ook nog eens een mooi gezicht. En in de verte zagen we zelfs duidelijk de schim van Mount Fuji achter de stad liggen!


Onderweg waren er een aantal mensen die ons vroegen hoe onze dag geweest was, dus op gegeven moment besloten we om maar even een algemeen verhaaltje te houden. Dat vond Dustin ook wel een leuk idee, dus – nadat we iedereen gevraagd hadden of ze de lange of de korte versie wilde horen, en ze de lange kozen – heb ik de microfoon genomen en heb zo kort mogelijk verteld van onze avonturen. Sommige mensen leken haast spijt te hebben dat ze het ook niet konden doen, vooral de vismarkt leek hun erg leuk. Op zich kan het prima, morgenochtend hebben we een ochtend vrij voor we naar het vliegveld gaan, en zou Dustin ons optioneel door een aantal wijken nemen, maar we zouden pas om 10 uur vertrekken. En bij de vismarkt ben je al om 6 uur klaar, maak het 7 uur terug in het hotel, dan kun je zelfs nog een uurtje of twee een dutje doen voor je met Dustin meeging! Maar we voelde al aan dat het niet ging gebeuren, al benadrukte we nog zo vaak hoe gemakkelijk het met de taxi en trein was geweest.


Om 9:30 hielden we een korte plaspauze bij het niet erg interessante servicecenter Sano. We stonden nog even te wachten op de rest dus Hans vroeg aan Dustin of hij het niet moeilijk vond, een huwelijk met een vrouw uit een andere cultuur, andere taal, je moet allebei in een vreemde taal spreken om met elkaar te kunnen communiceren (zijn Japans en haar Nederlands zijn niet goed genoeg dus ze praten Engels met elkaar)… Plus dan heeft hij ook nog eens een baan waarbij hij lang van huis is. Ons leek het lastig om echt je diepste gevoelens te kunnen uiten op die manier. Maar volgens Dustin werkte dit voor hem prima, ze schenen er allebei niet zo’n behoefte aan te hebben en lieten elkaar ook veel vrij. Gelukkig maar voor hen maar voor ons zou het niks zijn. Rond 10 uur kwamen de bergen steeds dichterbij, en via een prachtige lange haarspeldenslingerweg reden we naar boven, met ruige bergen om ons heen, echt heel mooi! Het viel ons op dat we geen tegenliggers hadden, en dat klopte; in het kader van veiligheid hadden ze een aparte route naar boven en naar beneden aangelegd, het was dus allemaal eenrichtingsverkeer. Volgens Dustin deed men hier graag illegale straatraces… Wow!


De eerste echte stop van de dag was het Chuzenjiko meer, het hoogste natuurlijke meer in Japan; best mooi, en een lekker herfstzonnetje scheen mooi op de bergen in de verte, maar de wind over het water was behoorlijk koud! Op sommige bergen zagen we een klein beetje poedersneeuw liggen. We wilden op een pontonsteiger stappen om van daar uit het water te bekijken, maar er kwam al heel zenuwachtig een opzichter ons wegmanen, dat was toch echt levensgevaarlijk. OMG!


Toen reden we naar de Kegon waterval vlakbij, zo'n 100 meter hoog: ook heel erg mooi, vooral ook omdat er verschillende kleinere watervallen in dezelfde kom uitkwamen, en er halverwege uit de berg ook nog wat stroompjes kwamen. Er was een groentestalletje bij en wat eetstalletjes, waarbij eentje visjes op een stokje aan het grillen was op gloeiende houtskool; het rook heerlijk! Om optimaal van de waterval(len) te kunnen genieten, was er een wandelpad naar een groot betonnen platform met twee verdiepingen gemaakt, zodat iedereen goed zicht kon hebben op de waterval. Absoluut een mooie waterval, maar we zijn al zo enorm verwend in IJsland en Brazilië dat we er niet zo opgewonden meer over kunnen raken.


De haarspeldweg omhoog was zoals gezegd eenrichtingsverkeer, en via een andere even scherpe en even mooie bochtige weg zijn we weer naar beneden gereden. Als de bus een bijzonder scherpe bocht nam zag je soms beneden je nog drie bochten van de weg liggen; altijd mooi zoiets! En om ons heen waren er ruige bergen, en in de vallei een grote rivier; al waren er voor die rivier veel dammen en onderbrekingen om de kracht van het water te temperen bij overstromingen in de lente. Op gegeven moment zagen we een vreemd beeld op een rots naast de weg; van een soort vogelman – en de bochten waren genummerd, het waren er zeker 50 om naar beneden te gaan, dus naar boven was het ook zoiets geweest. Ongelofelijk!


Ons volgende doel was het Nikko National Park. We kwamen rond 12:30 aan in het park, dus eerst was het hoog tijd voor de lunch, in een traditioneel restaurant kregen we een traditionele Japanse lunch met tempura, dim sum, noodlesoep en rijst, Erg lekker! Er waren tafels en stoelen (weer zo vreemd in 3-en gedekt) maar er was ook een tatami-matten verhoging waar je knielend kon eten. Daar ging op gegeven moment een gezin zitten eten. We hebben na de lunch nog even in het winkeltje rondgekeken, maar daar was het in tegenstelling tot overal in Japan ijzig koud (niet erg gastvrij) dus iedereen wilde al gauw weer door.


De bus stopte op de aangewezen plek op de busparkeerplaats – dit was duidelijk een groot complex – midden in een bos van eeuwenoude dennen; volgens Dustin tussen de 300-600 jaar oud. En het waren redwoods dus ze torende boven ons uit! We hadden al wat tempeldaken en zo gezien, dus we waren heel erg benieuwd. Het was een schitterend en sprookjesachtig complex! Het begon met een wandeling op een lang recht pad door het bos, met aan een kant een stenen muur met allerlei stenen lantarens erlangs, met mos bedekt en mooi verweerd. De zon scheen vandaag en overal vielen dus vlekjes gefilterd zonlicht door de naalden van de dennenbomen, die echte woudreuzen waren.


Toen kwamen we bij een open pleintje in het bos, met een torri-poort en gele ginkgo en rode esdoorn tussen de donkergroene dennenbomen. En overal dat gefilterd zonlicht. Prachtig! We liepen langs een pagode naar de houten poort van een tempelcomplex, bont geschilderd in felle kleuren met twee mooie demonen die hem bewaakte. We kwamen op een ander pleintje terecht, met een hele reeks stenen lantarens en een paar grote dennenbomen met een stenen muurtje eromheen – allebei met mos bedekt. Er waren een aantal gebouwen om het pleintje heen, een apentempel helemaal versierd met gebeeldhouwde apen, een olifantentempel met prachtige gestileerde olifanten erop, en nog een aantal andere gebouwen, alles rijk gekleurd in goudblad, rood en andere kleuren. Overal stonden de stenen lantarens, en schuin aan de andere kant van waar we op het pleintje gekomen waren was een grote stenen trap naar een ander niveau (het was hier ook heuvelachtig namelijk), met nog meer gebouwen erop.


Op dit tweede niveau was het eerste wat in het oog sprong een prachtige Boeddhistische tempel, de tempel van Karamon, in fel rood, bladgoud, groen, blauw en wit; en deze lag letterlijk te schitteren in de zon tussen de dennenbomen door. Het leek wel een juweeltje, vooral de prachtig gebeeldhouwde toegangspoort in overwegend wit en bladgoud met allerlei andere kleuren als details, en de met koperen platen beslagen trap naar het hoofdgebouw erachter. Maar er waren nog allerlei gebouwtjes omheen die ook heel erg mooi waren, en we moesten door, want Dustin en Thomas wilde ons helemaal naar boven brengen. Iedere keer als we op een ander niveau kwamen moesten we een stukje van onze toegangskaart inleveren


We liepen door een ander poortje, langs een lange galerij vol tonnen sake, door een poort met fijn beeldhouwwerk van een kat aan de ene kant en twee ontsnappende vogeltjes aan de andere kant, maar ook nog allerlei ander mooi, fijn beeldhouwwerk van vogels en bloemen. Prachtig! Achter de poort was een eeuwenoude grote stenen trap en begon een stenen pad door het bos, met stenen muurtjes aan beiden kanten, alsof je in een soort goot liep. Het stenen pad, met heel veel en lange trappen, leidde schijnbaar kriskras door het bos tot een laatste lange steile trap. Bovenaan was weer een torri-poort, en hier was het heiligdom waar het om ging, het mausoleum van een belangrijke Shogun, het Toshogu complex.


Het mausoleumcomplex bestond uit twee delen; eerst de tempel waar de Shogun geëerd werd, en daarachter (je kon dwars door het tempeltje heenkijken) een klein omheind vierkant pleintje met de urn waar de as en de kami zelf in zaten. We konden er om heen lopen om het van alle kanten te bekijken. Ook hier weer scheen het gefilterde zonlicht prachtig op de met mos bedekte stenen, groen uitgeslagen brons en woudreuzen overal. Een grote holle dennenboom was omgetoverd tot natuurlijk altaartje, daar leefde een of andere geest in geloof ik.


Nu hadden we wat tijd om het complex verder zelf te verkennen. We zijn op een iets rustiger tempo de vele trappen weer afgelopen terug naar de rest van de tempels. Het bos was echt ontzettend mooi, zeker met dat zonlicht en zo af en toe een rode esdoorn of gele ginkgo in het donkergroen. We zijn terug naar de Karamon tempel gelopen en daar naar binnen gegaan. Helaas mocht je binnen geen foto’s maken en werd er streng gecontroleerd, maar van binnen was er wat ons betreft niet zo heel veel extra bijzonders aan te zien. Het was echt vooral de koperen trap, de gouden details op het dak waardoor heel het dak schitterde in de zon, en de prachtig gebeeldhouwde houten omheining en toegangspoort die zo bijzonder mooi waren aan deze tempel. In een galerij aan de zijkant stonden wat beelden, en werd er druk gewerkt aan het restaureren van de houten omheining.


Verder stond er vlakbij tussen de andere gebouwtjes een kleinere tempel verscholen, de drakentempel Honji-Do (of Yakushi-Do, dat was me niet helemaal duidelijk), waar steeds droge tikkende geluiden uit kwamen. Daar waren we ook wel nieuwsgierig naar: wat van ver leek op tikken was een priester die twee stukken hout hard tegen elkaar klapte, met een flinke klap. Dat heette "de schreeuw van de draak". Ook hier werd helaas weer heel streng gecontroleerd op foto’s, wat erg jammer was, want het was maar een relatief kleine tempel maar op heel het plafond was met een paar kwaststreken een expressionistische kronkelende draak geschilderd, over heel de breedte van de tempel, zeker 15-20 meter lang. Dat was echt heel apart om te zien!


We hadden nog wat tijd over dus zijn weer naar de apenschrijn, olifantenschrijn en de vele, vele stenen lantarens gaan kijken onderweg terug naar de bus. Er was een metershoge bronzen lantaren cadeau geschonken door de Nederlandse VOC in de 17e eeuw aan de Shogun, alleen jammer dat ze het familieschild van de Shogun op zijn kop hadden verwerkt in de versiering. Je kon het duidelijk zien want op de grote toegangs-torri stond het schild andersom… Ach, het was goed bedoeld en de Japanners hebben de lantaren toch een ereplekje gegeven!


We hebben op ons gemak gewandeld terug naar het eerste pleintje met de pagode, waar we nog even rondgekeken hebben, en toen was het onderhand tijd om terug naar de bus te gaan. Dit was echt het mooiste complex van deze reis: met de ligging in zo’n bos van eeuwenoude woudreuzen met hier en daar felle herfstkleuren, de met mos bedekte stenen, het bladgoud en de kleuren van de tempels en het gefilterd zonlicht door het bladerdek was het echt een prachtige excursie!


Hierna reden we terug naar Tokio, maar vlak voor we Tokio inreden bezochten we eerst nog even Kawaguchi reststop voor een sanitaire stop en koffie voor de verslaafden. De parkeervakken voor de bussen waren op zich breed genoeg, maar het kostte onze buschauffeur ontzettend veel moeite om de bus achteruit ingeparkeerd te krijgen. Hij bleef maar steken en proberen, en na iets van tien minuten lukte het eindelijk – dus kreeg hij applaus van ons! Toen we uitstapte zagen we dat er zelfs een invalidenbusplaats was; zoiets heb ik nog nooit gezien, is dat voor invaliden buschauffeurs of voor bussen vol invaliden?


In Tokio werden we in de Shinjuku wijk door de bus afgezet, en zijn we gaan wandelen door een heuse Jakuza (Japanse maffia) wijk. Tenminste, het was de Golden Gai wijk, met allerlei barretjes en die worden gerund door de Jakuza – net als de taxi’s, overigens! Midden in de nacht is er in heel Tokio geen trein, metro of bus te krijgen, en zijn alle uitgaanders afhankelijk van taxi’s. Een keurige legitieme zaak, zoals gezegd ze zullen je wisselgeld tot de laatste cent teruggeven en altijd de snelste route nemen, maar de Jakuza beheren de taxiwereld dus dat is een belangrijke bron van inkomsten. Volgens Dustin hebben de Jakuza met hun invloed in de lokale politiek bedongen dat er midden in de nacht geen openbaar vervoer is waardoor de taxi’s veel geld kunnen verdienen.


Er was aan deze wijk verder niets te zien, want het was pas 18 uur en de barretjes begonnen pas net een beetje wakker te worden. Het was sowieso ook een keurig wijkje om te zien, met kraaknette straten, maar het werd allemaal wat stoerder gepresenteerd door Dustin dan dat het echt was volgens mij. Er zijn hier veel miniatuurbarretjes met maar 4-6 stoelen, zeer exclusief dus, en bij veel bars moet je entree betalen.


Ook wandelde we door de roze buurt van Tokio, als je het zo kunt noemen, met de "love-hotels", waar koppeltjes zich kunnen terugtrekken voor een romantisch paar uur en vooral wat privacy, in een land waar dat toch redelijk schaars is, zeker met de kleine huizen hier en het feit dat vaak meerdere generaties in een huis wonen. De hotels waren behoorlijk luxe panden, eigenlijk gewoon hotels om te zien alleen bijzonder goed van de straat afgeschermd en je betaalde per uur of per dagdeel, niet per dag (hoewel dat laatste op zich ook wel kon, als je echt de tijd wilde hebben). Buiten de panden stonden borden met de prijzen, vaak konden de auto’s zo een afgeschermde garage inrijden en kon je van daaruit volledig anoniem naar binnen. We konden niet naar binnen om te kijken, dat was volgens Dustin in zo’n groep niet mogelijk.


Verder denken Hans en ik dat we ook peepshows, 18+ filmwinkels, 18+ clubs, mannen- en vrouwen-escortbureaus, kostuumwinkels en zelfs een paar sekswinkels zagen. Maar vanwege de taalbarrière, de toch wel bedekte en subtiele uitstraling en het Japanse schrift bleef het bij een beetje interpreteren van wat we dachten te zien. Behalve die ene sekswinkel, dat was wel redelijk duidelijk wat hij verkocht!


De neonreclame overal was in ieder geval leuk om te zien! We kwamen op gegeven moment langs een “robot restaurant” waar een vriendelijk meisje in “robot” kleding je aanbood om plaats te nemen in een stoel bij een enorme robotpop en een foto te maken. In het restaurant (zijn we niet binnen geweest) was alles volgens Dustin ook in robotstijl.


Wij zijn als afscheidsdiner met de groep in een shabu shabu restaurant gaan eten. Het restaurant bevond zich op de zoveelste verdieping van een groot gebouw vol neonreclame. Niet een plek waar Hans en ik gauw “even” zouden gaan kijken om wat te eten als we alleen waren! Maar het was verder keurig netjes van binnen. In de hal op de begane grond was een bordje voor een onsen, die aangaf dat tatoeages niet welkom waren; die moet je volgens Dustin afplakken met een pleister als ze klein genoeg zijn. En als ze te groot zijn dan heb je pech, dan mag je vaak gewoon niet de onsen of dergelijke plekken in. Dat is omdat de Jakuza grote tatoeages hebben, en ze associëren tatoeages nog altijd met de maffia in Japan.


We hebben hier in het shabu shabu restaurant “Japanse fondue” gegeten: dat zijn flinterdunne lapjes vlees en groente die gedoopt worden in bouillon en met rijst en sesamsaus gegeten. Wij hadden in vergelijking met andere tafels een uitgekleed pakket, met varkensvlees en rundervlees, twee sausjes, rijst en groente – je kon overigens onbeperkt meer vragen, maar je mocht maar een bepaalde tijd blijven zitten. De tafels om ons heen hadden ook nog dingen als eieren, uitgebreide groentes, van alles. Maar dit smaakte prima, vooral de sesamsaus, die maakte stenen nog lekker, heerlijk!


We zaten met een stel anderen gezellig met onze eetstokjes onze stukjes vlees in de gezamenlijke pot bouillon te dopen en moesten lachen hoe zo’n volk van smetvrezen zoiets als dit zouden doen. Tot we om ons heen keken en ons besefte dat we het (uiteraard) helemaal verkeerd deden! De Japanners deden het vlees met hun eetstokjes oppakken, half in de bouillon dopen tot de onderste helft gaar was, dan terug op de schaal leggen, op een ander punt oppakken, en de rest in de bouillon dopen. Zo kwam het eetstokje nooit in contact met de bouillon, want dat was onhygiënisch. Wij deden natuurlijk gewoon lekker onze eetstokjes onderdompelen om het stukje vlees in een keer gaar te krijgen!


We zijn weer terug langs alle neon reclame, een Pachinco hal, het robotrestaurant, en de roze buurt naar de bus gewandeld nadat we uitgegeten waren, en hebben nog even staan kijken naar een bord van de Burger King; daar werd op geadverteerd met twee gitzwarte burgers. Thomas was wel nieuwsgierig en ging vragen hoe ze de burgers zo zwart kregen – alles van het vlees tot de kaas tot de saus en het brood was zwart. Volgens Thomas was het met houtskool gekleurd. Net zoals die noodles die we in Matsumoto gegeten hadden dus.


Terug in het hotel hebben we de gidsen hun fooi gegeven, hield de oudste van de groep een uitgebreide speech met een gedicht als afsluiter, en toen gaf Hans aan dat hij nog wat wilde zeggen. Nu heeft Dustin in het begin van de reis een paar onhandige opmerkingen gemaakt waardoor het leek alsof hij vroeger een hooligan was geweest (hij zat in een trein waarvan de banken door hooligans vernield werden, en hij vertelde het zo onhandig dat het leek alsof hij eraan meegedaan had), en hebben we hem deze reis daar steeds een beetje mee geplaagd. Dus toen iedereen verwachtingsvol naar Hans keek, riep hij hard “hooligan! Hooligan! Hooligan!”. Iedereen moest lachen en het was duidelijk dat Dustin zich voornam om voortaan goed na te denken wat hij vertelde en hoe hij het vertelde! Hans en ik zijn daarna onze spullen gaan inpakken, en op tijd naar bed. Het is een vermoeiende reis geweest!


free counters