September 2015: Turkmenistan, Oezbekistan en Kirgizië

Zaterdag 12 september: aankomst Ashgabat (stadstoer, Nissa)

We landden uiteindelijk om 3:30 in Ashgabat, helemaal gaar. Gelijk bij aankomst moest het visum geregeld worden, lang leven de georganiseerde rondreis, want dat mocht onze Nederlandse gids (die zelf vast ook een beetje gaar was) dus lekker voor ons regelen. Na een uurtje wachten hadden we een mooi visum in ons paspoort, konden we door de douane, bagage ophalen, kennismaken met de lokale Turkmeense gids (een leuke kordate half Russische, half Turkmeense dame), in de bus rollen en naar ons hotel gebracht worden… Hans en ik houden de kilometers die we reizen onderweg altijd bij, en bij georganiseerde reizen kijken we aan het begin en einde van de dag altijd ook even op de kilometerteller van de bus – dat ging kansloos worden hier, de kilometerteller deed het namelijk niet meer!


Pffff, om 5 uur doken Hans en ik nog even 5 uurtjes ons bed in, voordat de wekker om 10 uur ging. We konden nog even ontbijten voor we naar de bus moesten. Ons programma in Turkmenistan ging beginnen! Wat een stad is Ashgabat… Ze noemen het zelf een fata morgana in de woestijn, en dat is best een goede beschrijving: er wonen tegenwoordig zo’n 800-900 duizend mensen in Ashgabat, die in 1948 zo goed als volledig vernietigd is in een aardbeving met kracht 9. In 1995 werd Turkmenistan onafhankelijk van de Sovjet-Unie. Sindsdien is men als een bezetene bezig de oude stad vol Sovjetflats en grauwe architectuur te veranderen in een Arabisch sprookje van glimmend wit marmer, hoge kolommen, gouden en blauwe koepels, prachtige waterpartijen, gouden ornamenten, spiegelend glas, brede wegen en de meest ongelofelijke, buitenzinnige, extravagante beelden, rotondes, paleizen, parken en bushokjes… Het is een schatrijk land, en dat zie je! Groot grootser grootst! Hoe groter hoe liever… Alles is elegant versierd, van verkeersborden tot stoplichten, prullenbakken, lantarenpalen en onderdoorgangen voor wandelaars. Bushokjes zien er prachtig uit en hebben airconditioning en tv-schermen met 6 zenders waaronder een meertalig, en als een wijk nog niet volgebouwd is met kersverse witmarmeren torenflats dan staan ze bij wijze klaar om eraan te beginnen. En de standbeelden en monumenten die we hebben gezien, ongelofelijk wat een overdaad.


We hebben als eerste het Nationale Turkmen Carpet Museum bezocht, een tapijtenmuseum met de grootste collectie Turkmeense tapijten ter wereld. Het was gevestigd in een van de vele grote glimmende gebouwen. De vijf nationale symbolen in de Turkmeense vlag zijn traditionele tapijtsymbolen, en iedere regio heeft zijn eigen symbool en varianten daarvan. Als je er dus een beetje verstand van hebt kun je aan een tapijt bij wijze van spreken zien in welk dorp het gemaakt is. Er was een vrouw in onze groep wiens passie Aziatisch handwerken was, zij wist er dan ook meer over te vertellen dan onze lokale gids en de dames van het museum samen! In het museum mocht je geen foto’s maken zonder fotopermit, maar na wat onderhandelen door Sven en onze lokale gids mochten we dan bij uitzondering in de grote hal alleen van de enorme tapijten foto’s maken. Ik heb natuurlijk nog een of twee stiekeme foto’s van de rest van de hal gemaakt… Schijnbaar keken we hier tegen het grootste handgeweven tapijt ter wereld aan, ruim 300 vierkante meter groot, in 2001 gemaakt ter ere van de tienjarige onafhankelijkheid van Turkmenistan. Hans en ik hebben door het museum gewandeld en zijn daarna in de schaduw van de entree gaan zitten genieten van de warmte om ons heen rondkijken.


Na dit bezoek stapte we weer in de bus om verder door de stad te rijden. Hans en ik bleven ons verbazen over de gebouwen! Het is hier schijnbaar in de zomer wel 60 graden: nu is het gelukkig "maar" 34 graden… Iedere rotonde was haast een kunstwerkje, zo reden we langs een enorme thermometer (33 graden, oef) en de mooiste fonteinen. Overal vind je waterpartijen en fonteinen, zelfs in de berm tussen de weghelften: in een woestijnstad ook een symbool van rijkdom natuurlijk. Het marmer overal kwam schijnbaar uit Vietnam; er leken hele bergen afgegraven te zijn geweest voor deze stad!


We bezochten de “Arch of Neutrality”, een monument dat een beetje op een raket leek met bovenop een 12 meter hoog verguld beeld van president Niyazov, oftewel Turkmenbashi. We mochten niet dichterbij komen dan de trappen van het plein ervoor, dus hebben er een beetje omheen gewandeld. Wat een beeld! Het monument lag in een prachtig groen parkje vol sproeiers, je moest af en toe zelfs opletten waar je liep anders werd je natgesproeid – en om ons heen lag de woestijn. De stad zelf lag een eindje verderop, een blinkende groene en witte Fata Morgana, en in de verte zagen we het gebergte. Daarop stond een bijzonder gebouw, schijnbaar was dit een radio- of tv-gebouw.


Terug via de uitgestorven ringweg reden we langs een gebied dat volgens onze lokale gids “Las Vegas” genoemd werd; niet vanwege de casino’s (die er niet waren), maar vanwege de vele hotels en grote luxe woontorens. Het was Hans en mij al opgevallen dat de lantarenpalen in de stad de mooiste elegantste designs hadden, en schijnbaar had iedere wijk van de stad een ander ontwerp. Toen een rondje of twee om de rontonde met het monument voor paarden – ook een belangrijk nationaal symbool – met een enorm verguld paard en veulen bovenop. Ongelofelijk! We zagen de ene bijzondere rotonde na de andere, ieder met een monument met eigen thema – zoals bijvoorbeeld het ruimtevaart-monument…


Toen kwamen we bij het Monument of Independence, ook weer zo’n apart monument in een prachtig parkje met allerlei waterpartijen. De hoge naald bovenop een koepel was omringd door meterhoge zwart-met-gouden standbeelden van nationale helden, dichters, filosofen en andere notabelen. Via het monument “Ruhnama”, oftewel het monument voor het boek, een boek geschreven door Turkmenbashi, reden we langs het in aanbouw zijnde Olympisch dorp, voor de Aziatische spelen in 2017. Er was een enorm gebied voor gereserveerd, het is wel duidelijk dat alles in deze stad moet wijken voor de pracht en praal.


Toen door naar een hotel (ook weer vol spiegels, goud, marmer en glitter) tegenover het presidentieel paleis waar we een plaspauze konden houden, geld wisselen en even een kopje thee nemen. Hier mochten we even rusten en, eenmaal weer buiten, kijken naar het presidentieel paleis er tegenover – maar absoluut geen foto’s maken! En in zo’n land kun je maar beter voorzichtig zijn…


De volgende halte was het Nationale Historische Museum, ook weer zo’n enorm gebouw met ervoor een van de grootste vlaggenmasten ter wereld; de vlaggenmast is 133 meter hoog, en daarmee de 5e hoogste vlaggenmast ter wereld… De vlag zelf is 54 bij 31 meter en er zijn 16 man nodig om hem op te tillen! De vierde hoogste vlaggenmast staat in Noord-Korea, maar hebben we helaas niet gezien, en de hoogste ter wereld hebben we wel gezien toen we in Jeddah aanmeerde in 2015, die is wel 170 meter hoog! In het museum mochten uiteraard weer geen foto’s gemaakt worden zonder een fotopermit die behoorlijk duur was, ik geloof iets van 10 USdollar, maar zo heel erg was dat ook niet echt. We hebben een beetje gekletst met de vrouw die veel van handwerken afwist terwijl we door de zalen wandelde, en zijn na een tijdje naar buiten gegaan om lekker op een bankje in de schaduw te gaan zitten. We waren allebei behoorlijk gebroken, dus Hans heeft nog even geprobeerd een dutje te doen terwijl we wachtte op de rest.


Toen iedereen er weer was, was het weer tijd voor een ritje langs allerlei wonderlijke kantoorgebouwen, en het hoogste “indoor” reuzenrad ter wereld, bijna 48 meter hoog… Na een klein einde de woestijn ingereden te zijn en weg van de glimmende witte stad kwamen we bij de opgravingen van de oude stad Nissa (UNESCO-werelderfgoed). Dit was een complex dat oorspronkelijk opgericht is in ongeveer 250 BC, of als een koninklijk mausoleum of een paleis. Honderd jaar later werd het omgedoopt tot “Mithradatkirt”, en nog eens honderd jaar later werd het volledig verwoest door een aardbeving. In 2007 werd het een UNESCO werelderfgoed.


We hebben er een tijdje rondgewandeld en terwijl onze gids geanimeerd van alles vertelde over de constructie van de lemen muren en de mogelijke gebruik van de ruimtes heb ik af en toe een foto om een hoekje van een gang gemaakt. Het was zeker een mooi complex maar wij vonden de opgravingen van de lemen muren van Mari in Syrië een stuk spectaculairder – we liepen daar echt in een opgegraven heuvel tussen muren die wel 6000 jaar oud waren…


We werden hier in Nissa op een paar leuke kleine details gewezen, zoals de stenen “band” die als fundering diende voor de muren van een ruimte, en de oorspronkelijk ronde bakstenen onderaan de gereconstrueerde ronde kolommen. Ik ben nog even een steile zandheuvel opgerend om een overzichtsfoto van de site te maken, terwijl Hans wijselijk beneden bleef.


Toen werden we terug de stad ingebracht, en reden langs twee monumenten samen op een heuvel, waar Hans en ik graag even waren gestopt – maar ze waren zo groots opgezet en met zulke grote trappen de heuvel op, dat het waarschijnlijk veels te lang zou duren! Het ene monument was namelijk een groot beeld van een stier met een bol op zijn rug, als herdenking aan de allesverwoestende aardbeving die hier geweest was, en de andere was het nationale monument ter nagedachtenis aan de tweede wereldoorlog! Damn, jammer… We hebben ze al langsrijdend van een afstandje mogen bekijken.


Na even onze spullen in het hotel afgezet te hebben en een plens water in ons gezicht gegooid te hebben, vertrokken we naar een restaurant voor het avondeten. We ontdekte tot onze grote verbazing dat het hotel een wifi-netwerk had toegankelijk voor klanten (er was ons van tevoren op ons hart gedrukt dat we waarschijnlijk pas weer contact konden maken met internet als we in Oezbekistan kwamen!). En het deed het nog ook, hoewel whatsapp geblokkeerd was, omwille van de censuur waarschijnlijk. En als je de eerste keer een webpagina bezocht dan lukte het vaak nog wel, maar de tweede keer of na een paar pagina’s kon de webpagina om de een of andere reden niet meer laden. Email bleek geen probleem, maar we hadden wel gelezen dat iedere correspondentie, van briefkaart tot email, gelezen kon worden. Het is dan wel een steenrijk land maar het blijft een zeer strenge dictatuur…


Onderweg naar het restaurant ging onze aardige, vrouwelijke en goed Engelssprekende gids door met het benoemen van de vele supermoderne monumenten, veelal van marmer en glanzend staal. De gids is half Turkmeens en half Russisch dus hebben we dankzij de tijdens onze reis door Rusland in 2013 opgepikte Russische woorden en zinnetjes al wat ‘contact’ met haar. Iets wat altijd handig is zo leert de ervaring. Ook hadden we de aflevering gezien van Tom Waas in Turkmenistan waar zij deel van uitmaakte, en vond ze het wel leuk om een beroemdheid genoemd te worden!


Het diner was in een van de marmeren gebouwen die we overdag gezien hadden. Eigenlijk niet over te brengen hoe het eruit zag: een zilveren wereldbol in de ribben van een kubus die tegelijk een achtpuntige ster was, bovenop een drietal verdraaide verdiepingen met aan vier kanten enorme trappen en waterpartijen… Ook binnen was het restaurant van marmer, iets wat de sfeer natuurlijk niet direct ten goede komt en de bijbehorende neonverlichting al helemaal niet. Het eten en met name de voorafjes en salades was prima en de twee verschillende meloenen die we als toetje kregen waren heerlijk.


Maar de grootste verrassing kregen we toen we weer naar de bus liepen. Want Ashgabat “by night” was een overweldigende lichtshow. Ieder gebouw had wel zijn eigen display van lichten, de monumenten met in felle regenbogen van licht versierd, die ook nog eens continue van kleur veranderde, en toen we ons omdraaide bleek de kubus-ster van het restaurant en de waterpartijen ook felverlicht; rood via oranje naar geel via groen naar blauw, enz… Ongelofelijk! Onderweg terug naar het hotel keken we dus nog onze ogen uit. Wat een stad!


Ondanks de hypermoderne en luxe stad, lopen veel vrouwen nog in traditionele klederdracht, wat een heel apart beeld is op straat: lange, vaak getailleerde jurken in felle kleuren en patronen met een brede geborduurde kraag en -voorkant met een grote broche om hem dicht te houden, en hun haar in felgekleurde doeken gewikkeld zodat het als een tulband achterop hun hoofd ligt. Ongetrouwde vrouwen dragen het haar in een, maar meestal twee, lange vlechten. Mannen lijken zich meer westers te kleden, al zagen we wel in een zijstraat een oude man in zwart pak met een zwarte Russisch-ogende grote hoed van schapenvacht en een lange baard.


Meisjes dragen voor zo ver we konden zien als schooluniform een groene lange jurk in het traditioneel model met een wit schortje op de basisschool, en op de middelbare school en universiteit een rode fluwelen jurk met een geborduurd petje zoals vaak in Arabische landen gedragen wordt (en de twee lange vlechten eronder uit). Jongens dragen heel hun schooltijd een net pak, ook met het geborduurd petje. Er zijn ook westers geklede vrouwen, maar het overgrote merendeel dat we vandaag gezien hebben was traditioneel gekleed, erg mooi om te zien! Iedereen heeft smartphones en vanavond is er buiten ons hotel een feest met moderne, Engelstalige westerse muziek die uit de speakers komt… Volgens de gids wordt men hier geboren als moslim, maar men houdt zich er verder niet echt mee bezig. We zijn aan het eind van de dag doodop, maar het is zo fascinerend geweest vandaag!

free counters