September 2015: Turkmenistan, Oezbekistan en Kirgizië

Zondag 13 september: Ashgabat (bazaar, mausoleum, lunch, paarden, moskeeruïne)

Vanochtend was het om 9 uur verzamelen om naar de Altyn Asyr bazaar van Ashgabat te gaan. Hoe de bazaar er vroeger uitgezien heeft weten we niet, maar schijnbaar is dit complex een paar jaar geleden naar buiten de stad verhuisd en hebben ze het gelijk ook maar even de “marmer-make-over” gegeven.


Het leek wel alsof half Ashgabat op zondag naar de bazaar gaat; “bazaar” hier is niet precies wat wij denken, dus sfeervolle smalle paadjes tussen de winkeltjes, oude bogen, drukke straatjes. Nee, een enorm complex van grote hoge industriële loodsen (met een laagje marmer op de buitenkant), wijd uit elkaar met daartussen brede pleinen in de hete zon… Gezien hoeveel auto’s er driedubbel geparkeerd stonden op de enorme parkeerplaatsen was het eigenlijk verrassend rustig – maar dat komt ook waarschijnlijk omdat het terrein zo uitgestrekt is.


We begonnen bij de tapijten en kleine snuisterijen; dit is een markt/bazaar voor o.a. snuisterijen, elektronica, voedsel en huishoudartikelen en in Turkmenistan zijn tapijten dat ook. Hans en ik hadden begrepen dat er een loods voor groente en fruit was, en dat leek ons leuker dan de snuisterijen dus wij zijn die kant op gegaan. Onze lokale gids had ons gewaarschuwd dat we geen foto’s van mensen mochten nemen op de bazaar, dus we maakte alleen overzichtsfoto’s en detailfoto’s, geen close-ups.


Maar opeens werden we boos aangesproken door een dienstklopper, een soort opzichter in uniform. “Foto’s, no people, delete!” Wij legde uit dat we geen mensen fotografeerde, maar we moesten foto voor foto laten zien en alles waar nog maar een stipje op de horizon te zien was moest gelijk daar ter plekke weggegooid worden! Zelfs de foto van alleen Hans bij een uitstalling van bontmutsen moest eigenlijk weg… Maar daar streek de dienstklopper dan, na boos protest van mij dat ik weigerde een foto van mijn eigen man weg te gooien, voor over zijn hart. Een collega kwam aanzetten die wat woordjes Engels sprak, want wij waren het goed zat inmiddels en begonnen luider te protesteren, we hadden zelfs wat foto’s weg moeten doen met mensen erop vanuit de bus genomen terwijl we in de file stonden!


Deze collega kletste wat met ons en probeerde de dienstklopper een beetje flexibeler te laten zijn, maar het had geen effect: we hebben nog een kwartiertje rondgelopen op de markt terwijl hij ons schaduwde, en iedere keer dat ik het toestel richtte op iets, keek hij kritisch over mijn schouder mee… Gelukkig is hij niet helemaal terug mee naar de tapijten gelopen, maar daar stond een collega te patrouilleren (liet ons verder met rust gelukkig). Ongelofelijk!


Na de tapijten zijn we als groep naar de dierenmarkt gewandeld, waar er schapen, koeien, gevogelte en zelfs kamelen verhandeld werden. De dieren stonden vaak gewoon in de achterklep van de oude gedeukte Sovjet-trucks, die zij aan zij naast elkaar geparkeerd waren zodat de klanten langs de waar konden wandelen. Of ze stonden in de speciaal daarvoor gemaakte omheiningen. De kamelen waren met name leuk om te zien! Klanten liepen met lage karretjes rond met hun aankoop (bv 2-3 vastgebonden levende schapen) erop, en er was een slachthuis waar je gelijk je aankoop kon laten slachten indien nodig.


Na de bazaar zijn we naar het mausoleum van de voormalige president geweest en de bijbehorende Türkmenbashy Ruhy Mosque; schijnbaar met de grootste koepel van centraal Azië, zo’n 50 meter doorsnede. Onderweg zagen we bij een tankstation dat de benzine hier ongeveer 25 eurocent per liter kostte. Dat vonden we al spotgoedkoop, maar onze lokale gids zei lachend dat het hartstikke duur was tegenwoordig, want vroeger kon je voor 1 USdollar 50 liter tanken! Hoppa…


Van buiten was het mausoleum en de moskee natuurlijk weer een en al wit marmer, goud en sierlijke versieringen, hoewel het ons opvalt dat de pracht en praal vooral op grote schaal en van een afstandje effectief is, en van dichtbij wat grof en kaal overkomen. De minaretten waren schijnbaar 91 meter hoog, en we hadden deze moskee inderdaad al vanaf de site van Nissa zien liggen!


Het mausoleum was verrassend klein, een kleine ronde koepel met in de ruimte waar we op neerkeken, een grote sarcofaag in het midden voor Niazov (Turkmenbashi) zelf, en daar omheen vier kleinere graven: in drie lagen zijn moeder en zijn twee broers, die in de aardbeving van 1948 overleden waren, en eentje was leeg, symbolisch voor zijn vader die in een andere plek begraven lag. Vanbinnen was het mausoleum helemaal met het mooiste Carrera marmer bekleed. Er waren hier heel streng geen foto’s toegestaan – we moesten zelfs onze fototoestellen buiten op de trap laten liggen waar de soldaat een oogje in het zeil hield – maar gek genoeg mochten smartphones dan weer wel mee naar binnen. Maar er liep een bewaker met ons mee, dus ik heb hier een foto van het internet geleend om een indruk te geven.


De moskee was vanbinnen weinig interessant eigenlijk – wel was het grappig dat er niet alleen teksten van de koran in de versieringen verwerkt waren, maar ook van het boek van Turkmenbashi, de Ruhana. Er was wel een enorm handgemaakt stervormig tapijt in het midden. Hier mochten ook officieel geen foto’s gemaakt worden, maar onze gids zei al dat als we voorzichtig waren en oplette dat niemand het zag, een fotootje geen kwaad kon.


We hebben geluncht in het kantoor van de Turkmeense reisorganisatie van onze lokale gids. Het was een lekkere traditionele lunch van salades, hapjes, bonen/bami soep, “plov” (rijst met schapenvlees en groente, een erg populair gerecht in heel de regio) en vers fruit; het gebouw was een oud Sovjet-gebouw waar een laagje marmer tegenaan geplakt was, wat hier in de woonwijken veel gebeurt: de hoofdstraten zijn echter van de basis afgebroken en opnieuw opgebouwd. We vroegen via onze gids aan haar baas, de directeur van de reisorganisatie, wat de mogelijkheden waren om in de toekomst een woestijntocht te maken. Hij bracht ons naar zijn kantoortje en liet schitterende foto’s van de woestijn en bergen van Turkmenistan liet zien.


Na de lunch zijn we naar een manege voor Akhal-Teke paarden gegaan, een bijzonder oud en edel ras van hele ranke maar sterke paarden. De paarden werden een voor een even uitgelaten en wij konden ondertussen foto’s maken. Schijnbaar betaal je voor een gemiddeld paard van dit ras al zo’n 20.000-30.000 dollar! De staljongen die ons de paarden een voor een voorstelde had duidelijk een warme relatie met zijn paarden, en liet ieder paard even “uit” in een zanderig veld. Daarbij had het ene paard vooral behoefte om flink in het zand te rollen, terwijl de andere even wat energie kwijt moest door rondjes om de staljongen te rennen en een paar keer flink te springen, wat natuurlijk een mooi gezicht was!


Na de manege zijn we naar de ruïne van een 16e-eeuwse moskee gereden, de Amal moskee, die in de aardbeving vernietigd was. Dit was nu een populaire picknickplaats, want aan de voet van de moskee stonden wat lage eikenbomen die veel schaduw wierpen. Onder de bomen stonden grote houten “bedden” zoals je ook in China weleens buiten ziet staan; een soort houten platforms waar in heet weer buiten geslapen wordt, of zoals nu dus gepicknickt. De families hadden hun eigen tapijten bij en legde die op de bedden of op de grond (waar wij een handdoek of een matje neer zouden leggen).


Een gezin van vrouwen en kinderen was nog aan het natafelen en raakte met ons aan de praat; de oude omaatjes wilde eerst liever niet op de foto, maar de jonge vrouwen (ergens rond de 20 jaar) hadden zelf al hun smartphones uit hun traditionele jurken getrokken en waren al druk selfies aan het maken met ons erop. Twee kleine jongetjes van een paar jaar oud vonden het te gek om zichzelf op zo’n klein schermpje terug te zien, en de tienerjongen zat af en toe ook verlegen stiekem een fotootje te maken met ons erop. De vrouwen boden ons symbolisch brood aan (een teken van gastvrijheid), en ook trots hun zelfgebakken marmercake en koekjes. Het werd dus een hele gezellige boel!


Bij de ruïne waren twee graven van geestelijken die nog steeds bezocht werden, en overal waren plekjes waar mensen wensen deden; je liet iets van jezelf achter in de hoop dat je wens vervuld zou worden. Dus er stonden in een hoekje twee kleine wiegjes met allerlei zakdoekjes en poppetjes eraan gebonden – kinderwensen – en overal vonden we (hangslot)sleutels liggen, van mensen die een auto of appartement of zo wilde. Of we vonden muntjes, plastic zakjes, snoepjes, zelfs kindersandalen of verdroogde bloemen, alles wat men bij had op dat moment.


Het was al weer laat op de middag dus we werden terug naar het hotel gebracht om een uurtje te rusten voor we naar het avondeten gingen. Hans en ik hebben het merendeel van die tijd in de lobby doorgebracht – de internetverbinding deed het vandaag niet, maar dat gaf niet: ik heb gezellig met onze gids gekletst over dieren en haar onze reisfoto’s laten zien, en Hans zat naast een Iraanse hotelgast waar hij heel gezellig mee gekletst heeft. Schijnbaar hebben we nu een adresje in Iran waar we kunnen logeren?!


Het avondeten was in een “gewoon” marmeren gebouw, erg lekker en op gegeven moment kwamen een paar flessen wodka op tafel, cadeautje van de directeur van het reisbureau die er ook weer bij was. In Rusland moet een aangebroken fles wodka gelijk op, en dat leek hier ook het geval te zijn, want er werd constant bijgeschonken… De drinkers onder ons hebben dus wel een goede avond gehad!

free counters