September 2015: Turkmenistan, Oezbekistan en Kirgizië

Maandag 14 september: Ashgabat – Merv/Mary – Ashgabat

We moesten vandaag om 4:35 uit het hotel vertrekken, dat betekende dus om 4 uur opstaan, want om 6:15 vertrok onze binnenlandse vlucht met “Turkmenistan Air” richting de stad Mary. Pffff… Ik had vreselijke keelpijn en we hadden allebei slecht geslapen. Omdat het zo vroeg was konden we in de ontbijtzaal wel koffie en thee pakken om wakker te worden, maar kregen we een ontbijtpakketje mee voor onderweg.


Er mochten absoluut geen foto’s gemaakt worden op de luchthaven, wat jammer is, want we zagen verschillende portretten van de president overal hangen – tot in het vliegtuig toe! Maar ik heb in het vliegtuig wat stiekeme foto’s gemaakt, en eenmaal in de lucht was het verder geen probleem. De gebouwen op het vliegveld waren uiteraard ook van marmer en goud, het gebouw van de politie leek zelfs wel helemaal van goud! Op de renbaan van het vliegveld in Mary stonden een serie Antonovs en legervliegtuigen, het is schijnbaar een militair strategische plaats. Die durfde ik niet te fotograferen; een gebouw knijpen ze misschien een oogje voor dicht maar militaire dingen toch zeker niet…


De vlucht duurde 40 minuten, en in Mary hebben we eerst een theepauze gehouden in een hotel. Mary is een provinciestadje, en heeft wel wat marmeren gebouwen en fonteinen, maar veel kleinschaliger. De huizen zelf zijn vaak gemaakt van leem met lichtgroene daken, en gaan dus een beetje op in het omringende zandlandschap als ze niet witgeschilderd zijn. Onze lokale gids vertelde dat kookgas gratis is in Turkmenistan, en dat veel mensen ‘s-ochtends het gas aansteken op hun fornuis en dan heel de dag laten branden, omdat dat goedkoper is dan lucifers… Ongelofelijk! Turkmenistan zit schijnbaar op de een na grootste gasbel ter wereld, geen wonder dat er zo veel geld is!


Toen iedereen een klein beetje bijgekomen was reden we de stad uit richting Merv, een complex van ruïnes van minstens vier dicht bij elkaar gebouwde antieke steden, Unesco werelderfgoed. Merv heeft een rivier, ligt strategisch op de oude zijdehandelsroutes en was dan ook vele eeuwen erg belangrijk. Onderweg vertelde onze lokale gids ons allerlei dingen, zoals dat veel van de huizen hier in dit provinciaals stadje zo piepklein waren, omdat het oude huisjes uit de Sovjettijd waren, en toen mocht je maar 9 vierkante meter leefruimte per gezinslid hebben. Dat moedigde natuurlijk ook gelijk grotere families aan, want dan had je meer ruimte!


De gids moest eerst bij het kantoortje kaartjes kopen voor de groep, en als je foto’s wilde maken moest je zelf een fotopermit hebben – die overigens niet heel duur was, maar 7 manat wat ongeveer 1.80 euro was. In het kantoortje waren wat opgegraven dingen tentoongesteld en stond een maquette van de hele site van Merv, met de vier verschillende steden erop aangegeven. Onze gids deed hier dan ook haar introductiepraatje houden en een beetje uitleggen en aanwijzen wat we vandaag gingen bezoeken.


Als eerste bezochten we het 12e eeuws mausoleum van Sultan Sanjar dat eerst van buiten een beetje dood gerestaureerd leek, maar vanbinnen eigenlijk verrassend mooi was in zijn eenvoud. De muurversieringen op de witte muren waren erg fijn en elegant. Buiten het gebouw waren wat lage muurtjes van de rest van het complex er omheen, dat niet meer bestond, en hier vonden we af en toe twee of drie stenen die tegen elkaar aangeleund waren, als een bruggetje. Toen we onze lokale gids hiernaar vroegen vertelde ze dat Turkmenen heel bijgelovig zijn, en dat dit een gebruik was, dat als je een wens deed je zo’n bruggetje maakte en wanneer het bruggetje instortte dan zou je wens in vervulling gaan.


Toen bezochten we een ruïne van een 11e -eeuwse lemen kasteel in een grote omheining. De zwaargehavende lemen stadsmuren gingen van ver op in het landschap qua vorm en kleur, maar van dichtbij zag je opeens details zoals individuele bakstenen of gevormde bogen. Overal groeide bosschages met woestijnplanten, waarvan sommige in bloei stonden en een mooie paarse gloed hadden. Het lemen kasteel zelf was halfvergaan door weer en wind, we konden er even inklimmen en onze lokale gids vertelde dat er vroeger duiven gehouden werden – je kon hoog in de muren nog de inhammen zien. Ook deed ze even een beetje op de grond rondspeuren en pakte zo wat stukjes geglazuurd aardewerk op; en inderdaad, toen we zelf rond gingen kijken lag het er vol met kleine stukje groen, wit en blauw aardewerk!


Hierna bezochten we een soort kook-hal, vlakbij een moskee, waar mensen voor grote groepen kunnen koken in openbare pannen zo groot als een babybadje – als er een offerfeest was, dan was het hier enorm druk vertelde de gids. Er waren een aantal families bezig te koken, onder andere het nationale rijstgerecht plov. We hadden bij verschillende families zo mee kunnen eten als we wilde, en kregen sowieso al symbolisch brood aangeboden!


Toen we naar het moskeetje liepen om het graf ervoor te bekijken sprak een tuinman onze groep aan, dus met onze lokale gids als tolk vertelde we een beetje over waar we vandaan kwamen. De tuinman vond het prachtig toen bleek dat we Nederlanders waren, want Nederland had zulke mooie bloemen, en ik kreeg er via onze gids contact mee doordat ik als echte Nederlander ook nog eens rolbevestigend 200 tulpen in de tuin had. Ideaal al die foto’s op je telefoon tegenwoordig, je hebt geen woorden nodig om contact te kunnen leggen: in Japan denken ze vast ook al dat iedere Nederlander een kleine Keukenhof in zijn tuin heeft hihihi! Ik liet hem wat foto’s zien op mijn mobiel van onze tuin, en hij raakte helemaal enthousiast en leek het jammer te vinden dat hij weg moest. Maar het bleek dat hij zijn eigen telefoon ging halen, want iets later kwam hij mij achterna en gebaarde om mij zijn bloemenfoto’s op zijn telefoon te laten zien, met name de foto van hem in een veld tulpen; hij was duidelijk apetrots en wou dat hij ze zelf kon kweken. Leuk!


We gingen weer terug de woestijn in, en stopte onderweg voor een fotostop van een groep kamelen, terwijl onze lokale gids bij wat souvenirstalletjes (opvallend eigenlijk, dit was voor het eerst dat we echt een soort van souvenirstalletje zagen) wat cadeautjes voor ons ging kopen. De kamelen deden prachtig poseren tegen de paarsige woestijnplanten, met in de verte het mausoleum en het duivenkasteel dat we eerder bezocht hadden. Toen onze gids weer terug in de bus stapte had ze voor iedereen een klein geluksarmbandje dat ook diende als bescherming tegen het boze oog, met een driehoekje van “dagdan” hout met wat tekens erop.


Toen reden we door naar een verwoeste citadel, een van de vele “Alexandrië”’s van de zijderoute: deze heette voluit “Alexandrië Margiana”, en was niet meer dan een cirkel en een berg van leem nu, maar toch leuk! Onderweg reden we langs een paar begraafplaatsen, en liet onze gids foto's zien van de ruines van “ijshutten” uit de 12e eeuw, die vroeger in de winter gevuld werden met ijs, zodat men ook in de zomer nog dingen kon koelen. Ongelofelijk!


Het volgende punt op het programma was “groot” en “klein” Kyz Kala, twee bouwwerken die tussen de 8e en 9e eeuw gemaakt waren. Kyz Kala betekent “Meisjeskasteel”, en het verhaal, volgens onze gids, ging dat een jonge man die in het kleine fort (dat dan het Jongenskasteel heette) stond en van daaruit een steen kon gooien dat in het grote fort zou landen, de vrouw van zijn dromen zou mogen trouwen… Deze mooie ruïnes van leem waren in hun tijd belangrijke bolwerken van kennis en cultuur die even belangrijk waren als Bagdad en Cairo, ongelofelijk!


We hebben geluncht in een klein kebab-tentje, waar de spiesen buiten op de barbecue gebakken werden. Hans en ik hadden onder andere een “groente-spies” besteld: niet helemaal zoals we verwacht hadden, we kregen een gegrilde hele enorme ui, hele paprika, hele tomaat en hele (kleine) aubergine. Best lekker maar apart, en erg onhandig om te eten zo’n hele ui! De vleesspies was daarentegen echt heerlijk.


Na de lunch hebben we het historisch museum van Mary bezocht, waar echt heel weinig aan was maar wel heel pompeus gepresenteerd. Daarna zijn we naar een Russisch Orthodoxe kerk geweest, erg mooi licht en kleurrijk. Onze Nederlandse reisbegeleider (praktiserende Orthodoxe priester) kreeg gelijk een iets andere uitstraling, en deed binnen allerlei persoonlijke ritueeltjes die hij duidelijk gewoon was. Hij vertelde later lachend dat de verzorgers van zo’n kerk altijd van verre al zeiden te zien dat hij priester was, zelfs als hij incognito probeerde te zijn; hij straalde het gewoon uit!


Als laatste hadden we een paar uur vrij en hebben Hans en ik door de bazaar gewandeld, vlakbij het hotel waar we moesten verzamelen. Deze bazaar was veel leuker dan in Ashgabat, een rond gebouw met een koepel, en gelukkig geen dienstkloppers hier dus vrij om foto’s te maken! We keken onze ogen uit in de vele trouwwinkels; ze houden hier of van witte suikerspinnen vol glitters, of volledig traditioneel, of van een soort moderne fusion-jurken: witte jurken maar met traditionele roodgele biesjes, mooi borduurwerk, en gouden versieringen. De voedselmarkt was ook leuk en overal waren prachtige vrouwen in traditionele jurken. We stonden zo te kijken naar een naaimachine die geprogrammeerd was om de brede kragen te borduren, dat we het winkeltje in gevraagd werden en alle kragen konden bewonderen.


Terug in het hotel voelde we onze voeten niet meer en heeft iedereen een tijdje gehangen in de lobby tot het tijd was om naar het vliegveld te gaan en terug naar Ashgabat te vliegen. Om 19 uur stegen we op en om 20:30 waren we eindelijk na een hele lange dag terug in ons eigen hotel, pffff! Wel heel leuk!


Gelukkig aten we voor het eerst deze reis in het hotel zelf en niet in een extern restaurant, en wilde de bediening ook naar huis, dus tegen 21:15 waren we al weer op de kamer. Nu douchen, inpakken en dan morgen weer verder, richting Oezbekistan!


free counters