September 2015: Turkmenistan, Oezbekistan en Kirgizië

Dinsdag 15 september: Ashgabat – Konya Urgench – Khiva

Het was vandaag helaas weer een hele vroege start, we zouden vanochtend namelijk al om 4:20 uit het hotel vertrekken omdat onze binnenlandse vlucht naar Dashoguz om 6 uur vertrok. Het deed zeer maar zoals gepland stonden we weer om 4 uur op en zaten we keurig om 6 uur in het vliegtuig. We hoorde onze lokale gids regelmatig “spasiba salaam” zeggen; een mengeling van Russisch, wat in heel de voormalige Sovjetstaten nog altijd de gedeelde taal is (“spasiba” betekent dank je wel, en salaam wat natuurlijk Arabisch is. Ze moest erom lachen toen we het opmerkte en gaf toen dat dat soort combinaties normaal waren.


Omdat we onderweg van Ashgabat naar Dashoguz kans hadden om de brandende Darvaza Krater, oftewel “the Door to Hell”, te zien vanuit het vliegtuig zorgde onze ondernemende lokale gids dat ik kon ruilen met Turkmenen die aan het raam zaten; Hans had geluk en zat al aan het raam. Deze krater is ontstaan toen men in 1971 tijdens het ontginnen van het gebied gas tegenkwamen in een berg, en besloten het gas aan te steken zodat ze een paar weken later weer verder konden. Het gas brandt nog steeds… We denken dat we de krater gezien hebben, maar weten het niet zeker, want hij was heel ver weg van onze vliegroute en de opkomende zon scheen zo schel dat je geen verschil zag tussen brandende kraters en zonlicht reflecterend in meren!


Rond 7 uur kwamen we aan in Dashoguz, waar we eerst weer even een uurtje mochten bijkomen in een hotel met een kopje koffie en ons ontbijtpakketje, voor we per bus richting Konja-Urgench vertrokken, zo’n 100 km verderop. Deze plaats is een nieuw stadje dat vlakbij de ruïnes van meerdere oude steden gebouwd is die samen het UNESCO Werelderfgoed archeologisch complex Konja-Urgench vormen. We reden onderweg weer eens langs een monument voor de Tweede Wereldoorlog, en het lukte aardig om er een foto van te maken!


We hebben een paar uur rondgewandeld in Konja-Urgench van monument naar monument, en hebben mooie en bijzondere dingen gezien. Als eerste zouden we het mausoleum van Turabek Hanym/Khanum uit de 14e eeuw bezoeken, maar eerst moesten er nog kaartjes voor het complex voor de groep gehaald in het kleine hokje er tegenover (en uiteraard weer een fotopermit gekocht worden als je foto’s wilde maken, waarbij videopermits een veelvoud duurder waren, terwijl ieder fototoestel ook kan filmen…). We moesten even wachten, en omdat de rit best lang was geweest, was er ernstig behoefte aan een plaspauze in de groep. Er was een openbaar toilet, dat bestond uit een gebouwtje met twee wc-hokjes in een veldje, waarbij de deur niet op slot kon en de “wc” letterlijk een gat in de grond was. De vloer was betegeld en één tegel was weggehaald en in dat gat (het waren tegels van 15 bij 15 volgens mij) moest je mikken… Ik heb het even overwogen maar ben toch maar in de bosjes vlakbij gegaan! En met mij de halve groep geloof ik!


Het mausoleum van Turabek Hanym/Khanum was erg mooi; een kolossale vierkante gevel van voren met een enorme poort in de typische stijl voor deze regio, en erachter de ruimte van de koepel zelf. Het mooie aan het mausoleum was dat het nog grotendeels origineel leek; hier en daar een beetje vervallen, zodat je de constructie onder de ingewikkelde en zwaartekracht-tartende versieringen in de bogen kon zien. En met een prachtige betegelde koepel van binnen, waarbij heel vaak de patronen uniek waren. Het geheel straalde veel sfeer uit!


Toen we binnen klaar waren met rondkijken zijn we op aandringen van onze gidsen een ommetje eromheen gelopen; ook dit was erg mooi, want overal vond je (soms behoorlijke) sporen van de rijke, fijne tegelversieringen. Wat ook bijzonder was, was dat de blauw-betegelde koepel van buiten deels vervallen was van buiten, waardoor je heel mooi ook de “binnen”koepel eronder zag. En natuurlijk overal resten van de prachtige tegeldecoratie.


We liepen door naar het volgende punt op het programma. Dit gebied bestond uit allerlei belangrijke bouwwerken en graven, vaak verbonden met elkaar met een net onderhouden pad, en werd gezien als een heilige plek; er was dan ook veel lokaal toerisme. Men flaneerde van mausoleum naar minaret, op zijn paasbest gekleed, en bezocht alle hoogtepunten. En wij keken onze ogen uit naar de vaak prachtig geklede dames! Onderweg naar de van verre zichtbare “Kutlug Timur Minaret” liepen we door een begraafplaats waar ieder volk volgens zijn tradities begraven was; de nomaden met een stok in de grond zodat je het graf in een woestijnomgeving terug kunt vinden, en andere volkeren met witgepleisterde graven, bakstenen bouwwerkjes, een metalen hekje of enkel een paar bakstenen op de grond als markering van het graf. Sommige stammen zetten zelfs een ladder op het graf zodat de overledene de weg naar de hemel kan vinden. Opvallend bij die laatste grafstijl, is dat de ladder rechtop gezet wordt voor mannen, en liggend op het graf voor vrouwen…


We liepen langs een mooie boom die veel schaduw wierp, en waar een gezin een kind in een rolstoel aan het afvegen was met doekjes. Onze lokale gids legde uit dat die boom heilige eigenschappen zou hebben, en je zou genezen van je aandoeningen als je een doekje in de holte tussen de takken die altijd vochtig was zou dopen, en dat over je lichaam zou wrijven. Het was wel duidelijk wat de ouders aan het wensen waren voor hun gehandicapt kind.


We liepen ook langs een klein mausoleum met een hele mooie bloementuin ervoor; ik kon al die pas uitgebloeide stokrozen niet weerstaan en ben druk zaadjes gaan verzamelen (perfect gedroogd in de woestijn) – de stokrozen hadden zelfs heel sympathiek op iedere plant nog wat bloemen, zodat ik precies wist welke kleuren ik verzamelde hihihi! Hans stond er verontschuldigend bij, tja ze kan het niet laten ben ik bang… het mausoleum zelf was niet zo heel bijzonder, van binnen helemaal met doeken en kleden bedekt en af en toe erg druk met biddende mensen. Hans raakte zijn zonnebril kwijt tijdens het schoenen aan en uit doen om erin te mogen, en toen we het merkte en terugkwamen om de zonnebril te zoeken deed een geestelijke die op gezette tijden op de drempel voor mensen hardop zat te bidden de bril aanbieden. 10 dollar vindersloon graag… Ja zeg! We mopperde een beetje want niets vindersloon, we hadden de bril waarschijnlijk gewoon naast hem laten vallen, en dat was ook geen probleem we kregen de bril zo mee. Ach, proberen kan nooit kwaad zal hij wel gedacht hebben!


De Kutlug Timur Minaret is 60 meter hoog en vermoedelijk 11e of 12e eeuw. Wat een bouwwerk! En erg mooi, al die verschillende baksteenpatronen. Aan de basis was de omtrek 12 meter, en bovenin 2 meter, met een knikje onderweg die waarschijnlijk tijdens het bouwen zelf is ontstaan. Er was op dit terrein (naast een bloementuintje) een soort oven-achtige constructie en een put, die allebei druk bezocht werden door bedevaarders. Muntjes en briefgeld werden achterlaten, maar ook doekjes en sleutels en zo, waarschijnlijk dus wensen voor geluk en voorspoed. Ook zagen we hier weer de kleine constructies van 3 tegels op elkaar als een huisje of bruggetje.


Door naar het volgende punt in het park, het Tekesh Mausoleum, met onderweg zicht op de oude citadelmuren die zo te zien wel heel erg strak gerestaureerd waren. Het Tekesh Mausoleum is eind 12e eeuw gebouwd en bijzonder om te zien vanwege zijn mooie kegelvormige koepel. De koepel stond in de stijgers, maar dat gaf wat ons betreft niet want het waren mooie ruwe houten stijgers en dat in combinatie met de blauw geglazuurde bakstenen van het dak en de kegelvormige koepel gaf een mooi plaatje. Ook de gedetaileerde versiering van kleine stukjes baksteen boven de poort vonden wij erg mooi.


Iets voorbij het Tekesh mausoleum was een fotomomentje; de drie hoofdmonumenten tot nu toe, zijnde het Turabek Hanym/Khanum mausoluem, de Kutlug Timur Minaret en het Tekesh Mausoleum, mooi op een rij… (ik heb al die namen overigens ter plekke “klinkt als” opgeschreven en later in google opnieuw opgezocht om er zeker van te weten, de namen van gebouwen, volkeren en heersers vliegen je om de oren op zo’n reis!)


We liepen weer langs een begraafplaats – omdat er zo veel heilige monumenten hier staan wilde men hier zelf ook graag begraven worden, het stikt er dan ook van de graven. Dit complex was vroeger een levendige en grote stad, maar er is van de stad zelf niets meer over behalve deze grote monumenten gewijd aan heersers en hun vrouwen uit de oudheid, en die monumenten hebben nu in de moderne tijd een tweede leven gekregen als pelgrimsoord. We werden op dit laatste stuk van onze wandeling gevolgd door twee jongens, die het wel grappig leken te vinden om achter onze groep aan te lopen.


Het volgende monument was het “Il Arslan Mausoleum”, ook weer uit de 12e eeuw en het oudste nog aanwezige bouwwerk in dit complex. Ook deze was mooi met een mooie kegelvormige koepel met achthoekige basis en rechte wanden. De Arabische teksten op de voorkant waren heel fijn in de bakstenen gevel van de poort uitgesneden. En als je er echt recht voor stond zag je dat het gebouwtje een beetje naar rechts leunde – er waren weinig rechte hoeken aan! Schijnbaar werd dit gebouwtje op enig moment gebruikt om water in op te slaan.


De bus stond ons inmiddels al weer op te wachten, en nadat er even wat tijd besteed werd aan een reuzenwesp dood te slaan die in de bus gekomen was (een paar centimeter groot, maar de chauffeur had dit gelukkig duidelijk vaker gedaan!), reden we langzaam verder door het complex. Overal stonden monumenten in het landschap, of lemen heuvels waarvan je gewoon wist dat het ooit ook gebouwen of stadsmuren geweest waren! Dit hele complex is al vele eeuwen in gebruik geweest, tot meerdere eeuwen BC, en de bodem is dan ook doordrongen van geschiedenis natuurlijk… Bij een soort stadspoort stopte we even voor een fotomoment, en zagen we dat de vele scheuren in de poort met glazen gedateerde plaatjes afgeplakt waren; breekt het glaasje dan is de scheur gegroeid waarschijnlijk. En in de verte zagen we weer stadsmuren!


Toen reden we door de moderne stad naar het Najm-ad-Din al-Kubra Mausoleum, Sultan Ali Mausoleum en Piryar Vali Mausoleum Complex (drie keer woordwaarde, pffffff lang leven wikipedia!). Om er te komen liepen we door een mooi aangelegd parkje, men houdt hier duidelijk heel erg van bloemen en planten! Het Najm-ad-Din al-Kubra Mausoleum was vooral opvallend vanwege de twee ronde koepels en een grote kromme stok ertussen, vol met stoffen doekjes gebonden. Dit was schijnbaar een typisch nomadengraf voor een hooggeplaatst persoon.


Erachter waren de twee andere mausoleums dicht op elkaar gebouwd, en hun karakteristieke voorgevels helde best wel flink naar elkaar toe – we hadden zoiets al meer gezien maar heel licht, en besefte nu dat het misschien bewust was gedaan om een gevoel van hoogte of zo te geven? We konden het Piryar Vali Mausoleum bezoeken, schoenen uit natuurlijk, en mochten geen foto’s maken binnen maar ik heb er toch stiekem eentje genomen want het bijzondere aan dit graf was dat de persoon die er lag begraven indertijd onthoofd was, en er was dus een aparte sarcofaag voor het hoofd gemaakt…


We zijn toen terug naar de stad Dashoguz gereden, met een kleine tussenstop om een typische begraafplaats die dicht bij de weg lag te bekijken, en toen door naar het hotel waar we vanochtend onze ontbijtpakketjes opgegeten hebben voor een late lunch. Die verliep een beetje rommelig, want er waren een paar dingen waar je uit kon kiezen, zoals pizza, friet, een paar soorten soepen en nog een of twee dingen, maar alles werd per product gebracht. Dus eerst kwamen alle pizza’s (was een goeie keuze overigens!) en iets later de soepsoort die ik besteld had en eigenlijk wel verwacht had ervoor te krijgen… Niets hoor, alles kwam tegelijkertijd – of niet! Want Hans had iets besteld wat uiteindelijk nooit gekomen is. Uiteindelijk was zijn andere gerecht groot genoeg om te vullen en heeft hij mij met de best wel grote pizza geholpen, dus geen ramp…


Na de lunch hebben we onze Turkmeense chauffeur en onze lokale gids alvast hun fooi gegeven want het zou bij de grens straks wellicht lastiger gaan en nu was het tenminste nog redelijk rustig. Hans en ik hebben onze lokale gids later bij de grens zelf nog persoonlijk een van de paar Delftsblauwe klompjes gegeven die we sinds Japan en onze wereldreis altijd bij hebben, geïnspireerd door onze reisbegeleider in Noord-Korea, als grapje voor mensen waar je een klik mee hebt op reis. Ze vond het erg leuk!


We kwamen rond 15 uur aan bij de grens met Oezbekistan, waar het bleek dat de scanners het niet deden en de bagage dus handmatig doorzocht werd. Oei, de Duitsers die uit het hotel waren vertrokken toen wij aankwamen voor de lunch stonden nog voor ons te wachten om doorzocht te worden… Dat ging dus lang duren! Zeker toen we zagen dat een Turkmeen die voor onze groep stond echt helemaal tot op het vernederende toe doorgelicht werd. De balie lag vol met zijn bagage, hij moest alles laten zien en al zijn elektronica moest apart bekeken worden. Gelukkig kregen wij buitenlanders een andere behandeling.


Turkmenistan is een zeer zware dictatuur, zo wordt bv alle correspondentie naar het buitenland gecheckt (tot ansichtkaarten toe), daarom waren we ook voorzichtig met wat we in de laatste blogberichten schreven aangezien die vanuit Turkmenistan verzonden werden, en al hadden we tot onze stomme verbazing internet in het hotel in Turkmenistan, sommige websites waren niet toegankelijk en whatsapp deed het niet… Voor de rest, omdat het een zeer rijk land is en de dictatuur wel enige orde in de chaos na de Sovjettijd gebracht heeft, is men volgens onze lokale gids op zich niet per se ongelukkig.


Wij konden als buitenlanders bij de grens gelukkig redelijk vlot door de bagagecheck, en kregen een stempeltje uit Turkmenistan, staken in een busje het niemandsland over, en stempelde in in Oezbekistan. Onze lokale Turkmeense gids had ons tot het laatste toe geholpen, begeleid en gemopperd op douanepersoneel om onze overgang naar Oezbekistan zo soepel mogelijk te maken. Ze werd soms zelfs even teruggefloten door de douanebeambten omdat ze eigenlijk al te ver doorliep om iemand nog even ergens op te wijzen! Aan de andere kant van de grens stond onze nieuwe Oezbeekse bus al te wachten, met lokale Oezbeekse gids die ons vrolijk begroette en verwelkomde met flesjes ijswater uit de koelbox van de bus. Zij was ook een mooi karakter; een pittige gepensioneerde dame die weer parttime aan de slag was gegaan als gids omdat ze thuiszitten niks vond, en die je qua kleding en uiterlijk zo in Florida zou kunnen voorstellen! Een roze t-shirt, witte broek, enorme zonnebril en zo’n ouderwetse zonneklep…


Hans en ik die in de voorhoede waren deden er 2 uur over, heel de groep was er in 2,5 uur doorheen. We kwamen langs een klein Engelstalig groepje toeristen waarvan eentje schijnbaar geen Oezbeeks visum had. Ze hebben er uren gezeten in niemandsland terwijl de groepsleider probeerde iets te regelen, want die ene toerist kon geen kant meer op, ze had namelijk ook geen geldig visum meer voor Turkmenistan (ze had een eenmalige toegang) en later hoorde we dat ze terug naar Turkmenistan moest en op het eerstvolgend vliegtuig naar huis gezet is!


Na nog een uurtje rijden kwamen wij in Khiva (of Xiva) aan, en toen we door de oude stadsmuren reden leek het net alsof we 1001 nachten inreden, een Arabische sprookjesstad. Overal zag je blauwbetegelde torens en muren, minaretten, paleisjes; schijnbaar heeft dit stadje 50 monumenten en 250 oude huizen! Er liepen oude mannetjes met schapenvacht mutsen of vierkante petjes op rond, en de vrouwen in jurken tot de kuit, liefst in zwart met kleur en glitters, soms meer een Perzisch model lange bloes met een lange losse broek of (modernere variant) een legging eronder. En overal letterlijk stralende glimlachen – niet alleen zwaaiden of groetten veel volwassenen en kinderen spontaan, maar een hoop mannen en vrouwen hadden volledig gouden gebitten!


Ons hotel was ook een sprookje: een oude madrassa, oftewel koranschool, prachtig betegeld en met een volledig betegelde minaret in allerlei kleuren blauw en groen. De kamers waren de vroegere studiecellen rondom een binnenplaats, met dikke muren en kleine hoge raampjes met hout traliewerk ervoor. Heel bijzonder! Voor het avondeten wandelde we naar een eettentje vlakbij, waar we lekker gegeten hebben; onder andere allerlei lekkere hapjes zoals altijd hier in deze regio, maar ook handgemaakte groene noodles, een lekkere soep, en een zoet toetje dat ze een soort baklava noemde maar voor ons Nederlanders niet als zodanig herkenbaar was, en meer op een met suikersiroop overgoten noten-nogatine gebakje leek. Erg lekker!


free counters