September 2015: Turkmenistan, Oezbekistan en Kirgizië

Vrijdag 18 september: Bukhara

We hebben redelijk geslapen in onze nette slaapkamer, al werden we allebei enorm stijf wakker. Mijn verkoudheid of lichte griep of wat het ook was is inmiddels zo goed als weg gelukkig, de koorts die ik de afgelopen dagen af en toe had is in ieder geval weg. Pfffff! Het ontbijt was vanochtend erg uitgebreid, met allerlei ambachtelijke jams en zo, lekker! Hans had alleen geen honger en weinig sprak hem echt aan, oei als hij maar niet de volgende is! We vingen hier en daar op dat de laatste dagen dan weer de ene in de groep, dan weer de andere zich niet helemaal 100% voelde. Het is dan ook een slopend programma, nog veel voller en drukker dan zelfs Noord Korea was, en dat vonden we al heftig… Maar prima, hoe minder vrije tijd hoe liever, we zijn niet op reis om niets te doen maar om zo veel mogelijk te zien en doen!


Vanochtend bracht de bus ons een paar kilometer verder naar het begin van een hele dag wandelen door de oude binnenstad van Bukhara. Waar Khiva een mooi maar enigszins steriel buitenmuseum is, is Bukhara meer een bruisende levende stad. We merkte het verschil echt gelijk!


We begonnen bij een ongelofelijk oud monument; het Ismoil Samoniy oftewel Samaniden mausoleum ergens uit de 9e/10e eeuw, helemaal van baksteen gemaakt waarbij alle versieringen ook van baksteen waren. Bizar genoeg midden in een oud Sovjet pretparkje… Vroeger was dit mausoleum het middenpunt van een grote begraafplaats, maar in de Sovjet-tijd zijn de graven geruimd en is er een kermis omheen aangelegd! Wat een keuze… Het was heel druk versierd van binnen en buiten, maar omdat alles in hetzelfde materiaal en dezelfde kleur was, was het toch een rustig en erg mooi monument. We vonden het erg indrukwekkend, zeker ook de wetenschap dat het zo oud was. Nu is het waarschijnlijk sinds de bouw wel flink opgeknapt, maar toch, het was een mooi gebouwtje!


Daarna zijn we naar een grote moderne bazaar vlakbij gewandeld, waar je onder andere allerlei heerlijke suikerwerken zoals gesuikerde pinda’s, melksnoepjes, fudge of sesamkoekjes kon kopen, en kruiden en specerijen; zowel in oorspronkelijke vorm of gemalen. Dus er lagen stapels kruidnagelen, peperkorrels, kaneelstokjes, safraanstempels, hele steranijzen, gedroogde chilis, gemberwortel, laurierbladeren en nog veel meer dat we niet herkende, en daarnaast allerlei torentjes van kleurrijke en heerlijk ruikende poeders! Je kon er speciale kruidenmengsels laten mengen die dan ter plekke gemalen werden voor je. Een feest voor het oog en de neus! Daarnaast waren er stapels van de traditionele ronde platte broden, honingraten, huishoudartikelen en natuurlijk groente, fruit, zakken vol granen, bonen en rijst, en al het andere wat je in een markt verwacht. Heerlijk om rond te lopen!


Het volgende punt op het programma was vlakbij, de “bron van Job”, een mausoleum op de plek waar Job met zijn staf een bron gecreëerd zou hebben. Hij lag er zelf ook begraven, en mensen kwamen nog altijd heilig water omhoog halen uit een put die voor het graf stond. Schijnbaar had Bukhara vroeger vele tientallen openbare bronnen, vijvers en putten waar water gehaald kon worden. Het was dus niet alleen een schatkist aan handelswaar vanuit de vele karavaans die erdoor heen trokken, maar ook een groene oase.


Theepauze was in een mooi theehuisje, in de schaduw van grote bomen, dat al druk bezocht werd door oudere mannen met mooie vierkante petjes die gezellig aan het kletsen waren. We hadden om zwarte thee gevraagd maar kregen zwarte thee met kersensmaak. Hmmm, niet precies wat we bedoelde, maar in deze regio schijnbaar vaak onvermijdelijk dat je zo’n zoete vruchtenthee krijgt! Er was een (hurk) toilet met een heuse toiletdame, en voor 500 som (ongeveer 10 eurocent) kon je naar het toilet en kreeg je zelfs een paar velletjes hard, ruw ongebleekt wcpapier mee. Gelukkig had ik zelf bij! Het toilet was redelijk schoon, als je er tenminste doorheen kon kijken (wij westerlingen vinden een hurktoilet al gauw vies, zeker zo’n groezelig betonnen ruimte), en eerst leek het alsof je niet door kon spoelen. Toen zag ik een grote colafles in het fonteintje liggen en besefte ik me dat je die moest vullen en dat dan gebruiken om te spoelen. Eenvoudig, maar het werkte! Ik geloof alleen dat sommige van de dames in de groep die na mij gingen het doortreksysteem niet begrepen, want ik hoorde gemopper hoe smerig het toilet wel niet was…


Na de pauze liepen we naar de vrijdagmoskee vlakbij die aan een vijver lag (een vrijdagmoskee is een belangrijkere moskee dan een normale moskee). Omdat ze al voorbereidingen voor het vrijdagmiddaggebed aan het treffen waren mochten we er niet in, maar het voorportaal was prachtig om te zien, met blauwe tegels, houten kolommen en ornaat houten plafond, en een bakstenen minaret vlakbij. Er zaten al een tiental oudere mannen met vierkante petjes en gouden tanden lekker op een bankje bij de vijver ervoor te wachten, en dan is zo’n groep toeristen wel leuk vermaak natuurlijk! Dus het was kijken en bekeken worden, voor beide partijen, en de mannen vonden het wel grappig om op de foto gezet te worden.


We bezochten daarna de stadscitadel, ook wel bekend als de Ark, met een mooie kroningsruimte en wat kleine museumpjes erin, maar erg spannend was het niet echt om te zien, en onze Oezbeekse lokale gids bleek een onuitputtelijk bron van informatie te zijn over de plekken die we bezochten en wilde dat ook allemaal met ons delen, dus we zaten heel vaak heel lang ergens te hangen terwijl ze haar verhandelingen deden. Hans bleef meestal braaf luisteren (tenminste, hij zat waarschijnlijk in zijn hoofd iets anders te doen ondertussen) en ik ging rondzwerven om foto’s te maken…


Toen we klaar waren in de stadscitadel liepen we naar een prachtig plein met de Ulugbek madrassa, Kallon moskee met minaret, allebei met erg mooi versierde voorportalen. Alleen ze waren ook hier bezig voor te bereiden op het gebed dus de moskee was gesloten tot 14 uur: onze gids vertelde dat na 70 jaar Sovjet-tijd en bijbehorend verbod op religie de religies weer een opleving beleven. In deze regio’s is islam “in”, in andere delen van de voormalige USSR is het orthodoxe geloof of zelfs boeddhisme weer helemaal in opkomst.


Onze gids en lokale gids besloot dus eerst te gaan lunchen en daarna hier terug te komen. Via een aantal kleine bazaars in mooie oude gewelfde gebouwtjes liepen we naar het Lyabi-hauz plein, een grote vierkante vijver omringd door madrassa’s en het hart van de binnenstad. Hier hebben we gegeten; we bestelde lakman, een typisch Oezbeeks pastagerecht; in sommige gebieden is het meer een soepgerecht, maar in Bukhara wordt het opgebakken en het leek precies spaghetti met rode saus! (Erg lekker overigens hoor, met schapenvlees ipv gehakt…). Ook hadden we een gehaktkebab en kipkebab besteld: we kregen alleen zulke enorme spiesen dat we het niet opkregen! De kippenspies zelf leek wel een zwaard, en er zat een halve kip in stukken op! Ook bestellen we bijna overal auberginesalade, die is hier heerlijk namelijk.


Een van de moerbeibomen bij de vijver was in 1477 geplant. Ongelofelijk… Het was dan ook inmiddels een kolos van een boom geworden!


Na de lunch zijn we terug naar het plein gewandeld, en bezochten eerst de Ulugbek madrassa, die erg leuk was om te bezoeken; hij was van binnen een beetje verloederd en volledig overgenomen door verkopers, maar ze waren begonnen hem te restaureren en daardoor konden we de studiecellen in hun oorspronkelijke staat zien. De moskee in de madrassa was heel mooi beschilderd, en gelukkig ook nog niet helemaal gerestaureerd.


De Kallon moskee vlakbij was ook inderdaad de moeite om voor terug te komen: rondom een grote binnenplaats met mooie oude bomen was er een brede lange galerij met ontelbare grote witgepleisterde kolommen, waar je schijnbaar vanuit iedere hoek de imam kon horen preken.


Na al dit moois waren we vrij. Onze reisbegeleider deelde aan iedereen die het aandurfde een lokale lekkernij uit die hij gekocht had op de markt: “melksnoepjes”. Een beetje de structuur van korrelige fudge, en een hele zoete zachte melksmaak maar met een lichte ondertoon van schaap… Best lekker! Het was al weer 15:30 dus zijn Hans en ik en een paar anderen zijn met onze Nederlandse gids (die overigens een praktiserende maar liberale Russisch orthodoxe priester is en vloeiend Russisch spreekt!) via wat steegjes terug naar het hotel gewandeld om een hoognodig dutje te doen voor het avondeten.


Dat was in een restaurantje dat zich in het voormalige huis bevond van een Joodse koopman, en de eetzaal waar we in zaten was de voormalige ontvangstkamer, dus die was van vloer tot plafond rijk versierd met gipswerk en beschilderingen. Mooi! De “plov” (traditioneel rijstgerecht, een soort nasi/paella met oa wortels en schapenvlees) was echt heerlijk, alleen Hans had totaal geen trek.


free counters