September 2015: Turkmenistan, Oezbekistan en Kirgizië

Zondag 20 september: Samarkand

Vandaag was een dagje Samarkand, en we hebben hele mooie dingen gezien. Aan het ontbijt bleek weer een ander slachtoffer zich misselijk te voelen, gelukkig voelde Hans zich inmiddels weer zo goed als beter. Onderhand is de halve groep al een keer ziek geweest!


We begonnen met het (echte) mausoleum van Timor Lenk, uit de 14e/15e eeuw, wat prachtig versierd was met gouden en gekleurde tegels (uiteraard moest er weer een fotopermit aangeschaft worden…). Het blauwe tegelwerk buiten was erg mooi en fijn, maar de grafkamer zelf leek wel een sprookje van goud, licht en weelde, prachtig! Er stond een lange stok met een paardenstaart en een bel eraan in een van de hoge alkoven, wat een beetje uit de toon leek te vallen tussen de fijne gouden en gekleurde versieringen; maar dat was een belangrijk symbool van zijn achtergrond als nomade en toonde zijn verbinding met dat volk. In de grafkamer was niet alleen het graf van Timor (de donkergroene, bijna zwarte sarcofaag), maar ook verschillende graven van andere notabelen en nazaten. In totaal waren er negen graven. Na de gouden grafkamer bekeken te hebben zijn we nog even om het complex heengelopen; het was er erg druk met toeristen, lokaal en internationaal!


Hierna zijn we naar het Registan Plein gegaan, het middenpunt van de stad en een bekend en beroemd plaatje van deze regio. Hier zijn drie grote en prachtig versierde madrassa’s te vinden rondom een enorm plein. We hadden hier een uurtje vrije tijd om de boel zelf te verkennen dus Hans en ik hebben iedere madrassa afgelopen en onze ogen uitgekeken op de vele verschillende patronen in het tegelwerk en de aparte bouwstijl.


In veel ruimtes waren nu verkopers met hun waar gevestigd; zo was een hele mooie betegelde en versierde ruimte, een soort zijkapel, nu een tapijtenwinkeltje. Toch worden de ruimtes wel in hun waarde gelaten, en zijn de meeste souvenirs ook wel van enigszins redelijke kwaliteit om iig van een afstandje authentiek te lijken. Het heeft dus vaak zelfs wel wat, het door bomen beschutte binnenplein van zo’n madrassa vol met mooie uitgestalde koopwaar in de studiecellen op de begane grond.


Iedere madrassa heeft natuurlijk een moskee, en een van de moskees was bekend als de “Gouden Moskee”. Die omschrijving klopte aardig! Het was van de vloer tot de koepel volledig versierd met ornate gouden en gekleurde versieringen, erg mooi…


Een andere moskee viel dan weer op door zijn lichte, houten plafond en bijna Scandinavische eenvoud en pastelkleuren. Ook erg mooi! We verzamelde allemaal weer bij een ijscowinkel in een mooi beschaduwd parkje naast het enorme zonovergoten plein, en liepen er onderweg langs een grote lichtinstallatie voor de nachtelijke belichting; die moet wel indrukwekkend zijn!


Voor de lunch bezochten we nog even de Bibir Honim moskee, die erg aan restauratie toe was; de binnenplaats was toegankelijk maar de moskee zelf was afgesloten vanwege instortingsgevaar. Het is raar om te bedenken dat alle monumenten die we nu zien nog maar een fractie is van wat er vroeger in deze rijke steden te vinden was, omdat schijnbaar ontzettend veel vernietigd is geweest door mensen die Timor Lenk en zijn gevolg haatte (terecht waarschijnlijk) en door moslimfanatici in latere eeuwen die de boel kort en klein geslagen hebben. Ongelofelijk.


De lunch was in een tentje die allerlei lekkere dingen aanbood zoals plov en vele soorten soep en salades, maar Hans was helemaal blij want het was ook mogelijk om een bordje frietjes te krijgen! Terwijl we op het terras zaten kwam een jongen brood brengen naar het restaurantje, dat hij vervoerde in een oude kinderwagen.


Na de lunch zijn we naar een ongelofelijk mooie begraafplaats gegaan; de Shah-i-Zinda begraafplaats is voor het eerst in de 9e eeuw in gebruik genomen, en vanaf de 14e eeuw werden de naasten en edelen van Timor Lenk en zijn nakomelingen hier begraven, dus het stond vol met mausolea. Er zijn nu nog zo’n 20 gebouwen over van de vele prachtig versierde mausolea, vroeger waren het ontelbare. We hadden er helaas en bizar genoeg maar een half uur dus Hans en ik zijn door de “hoofdstraat” met de mooiste bouwwerkjes geracet en hebben er toch een hele mooie indruk van gekregen.


Aan het einde van deze straat kwamen we in de gewone begraafplaats, want deze bijzondere plek is nog altijd door al die eeuwen heen een populaire plek om begraven te worden; heel apart om na al die prachtig versierde koepels en blauw betegelde bouwwerkjes tussen de graven met grote zwarte grafzerken te lopen, met op iedere grafzerk een gravure van het gezicht van de overledene. Een begraafplaats vol gezichten dus na een straatje vol blauwe gebouwtjes. Allebei heel apart!


Hierna zijn we naar het observatorium van Ulug Bek gegaan, een zeer belangrijke astronoom uit de 15e eeuw die een enorme sextant op een heuvel had laten bouwen zodat hij de sterren kon bestuderen. Het oorspronkelijke gebouw was vernietigd maar een deel van de goot waar de sextant in gezeten had was nog intact. Ulug Bek was een kleinzoon van Timor Lenk en was zelfs in Europa bekend voor zijn bevindingen.


Als laatste vandaag bezochten we een werkplaats buiten de stad waar “zijdepapier” gemaakt werd; het heet zo omdat het zo zacht en sterk is als echt zijde en vele honderden jaren meegaat, maar heeft er niets mee te maken los van het feit dat het van de boombast van de moerbeiboom gemaakt wordt, waar ook de zijderups van leeft. Het was een kleine werkplaats die de verschillende stappen liet zien van het productieproces, in een kleine boomgaard met stromend water voor de molen die de pulp aanstampt. Altijd leuk zoiets, zeker in zo’n mooie omgeving! Toen we net aankwamen was net een bruidspaar bezig in een auto te stappen, dus konden we nog even genieten van alle mooi geklede mensen. Hans en ik hebben een tasje van zijdepapier gekocht als cadeautje voor zijn dochter; toen we vroegen of het sterk was, gaf de verkoper er een angstaanjagende snok aan om de kwaliteit van zijn waar te tonen. Oef, stevig zat dus! Er hingen aan de muur twee hele aparte jassen van zijdepapier, die we wel mooi vonden – maar helaas unieke stukken helemaal met de hand gemaakt dus te duur naar onze smaak…


‘S avonds aten we weer in een klein familierestaurant, waar de zoon des huize nog even naar de winkel op de hoek gestuurd werd om voor Hans en mij fanta te halen – ze hebben hier in de restaurantjes eigenlijk alleen maar coca cola als je geen alcohol of thee wilt! het eten was niet zo bijzonder en naar ons gevoel een beetje uitgekleed voor maximale winst, en de jonge jongens maakte een potje van de bediening. Een glas wijn werd toch wel iets van 4 euro voor gerekend, maar sommige mensen kregen maar een half klein glas en anderen tot de rand toe gevuld. Het was zo erg dat op gegeven moment een paar mensen een “gratis” tweede glas kregen omdat het eerste zo gierig ingeschonken was! Als toetje kregen we droge en een beetje oudbakken chakchak, een welkome afwisseling op watermeloen en suikermeloen, maar toch, die we toen op aanraden van de bemanning in Kazan in Rusland hadden gekocht was vers, knapperig, en droop van de honing… Onze reisbegeleider die vele jaren in Rusland gewoond had gaf ook toe dat de beste tjaktjak uit Kazan kwam!


Onderweg terug naar het hotel reden we nog even om via het Registan plein, om te kijken naar de verlichting – helaas mocht de bus niet stoppen maar het was inderdaad wel indrukwekkend om te zien!


free counters