September 2015: Turkmenistan, Oezbekistan en Kirgizië

Maandag 21 september: Samarkand – Taskent

Vandaag reden we van Samarkand naar de hoofdstad Tashkent; het was weer vroeg vertrek om 8 uur en een lange rit. Maar daar houden we wel van want je ziet veel onderweg… Op zich wordt er in vergelijking met sommige andere landen best redelijk gereden, maar toch zijn er wel interessante situaties: zo is in alle landen in deze regio schijnbaar de U-bocht een legale verkeershandeling. Vaak is het ook de enigste manier om een afslag te nemen – U-bocht maken, eindje terugrijden en afslaan… De wegen zijn er zelfs op ingericht, met een verbreding ter hoogte van de opening in de middenberm waar de U-bocht gedaan mag worden en borden die hem aangeven! In druk verkeer wordt dat alleen natuurlijk een chaos… Vandaag hadden we zelfs een spookrijder op de vluchtstrook op gegeven moment, maar daar leek niemand van op te kijken.


Het leek wel alsof het appelseizoen begonnen was, want overal waren stalletjes langs de weg die mooie rode appels verkochten, of gewoon vrouwen met een paar emmers appels die voor hun huis zaten te wachten op klanten. Het landschap onderweg was mooi; groen, landelijk, en met beginnende bergen in de verte, en Hans en ik hebben dan ook extra genoten van het kijken naar buiten onder het rijden.


De theepauze was weer eens met eigen thermosflessen en koekjes bij, maar vanwege de sanitaire voorzieningen werd ie wel bij een theehuis gehouden. Openbare toiletten in Oezbekistan zijn overigens vaak hurktoiletten, en als je eraan gewend bent valt dat op zich wel mee. Alleen deze toiletten waren bewoond; Hans was de eerste die het gebouwtje inging en kwam een grote vette rat tegen! Brrrrrr!! Hij, en iedereen daarna, hebben maar veel lawaai gemaakt als ze naar binnen gingen…


De route die we vandaag reden tussen de twee steden is een uurtje langer dan in de Sovjet-tijd en een beetje een omweg, aangezien de hoofdweg vroeger rechtdoor via Kazakstan ging. Na de uiteenvalling van de Sovjet-Unie is er een omweg gemaakt die op Oezbeeks grondgebied blijft, aangezien twee grensovergangen achter elkaar in dit soort landen behoorlijk kan vertragen… En inderdaad, op gegeven moment maakte de weg een scherpe bocht naar rechts en zagen we dat we ook rechtdoor gekund hadden. Helaas, geen stempeltje Kazakstan dus!


In de buurt van Tashkent komend begonnen we ooievaarsnesten te zien in de elektriciteitsmasten; op zich al een leuk gezicht, die grote ronde schijven van takken hoog in zo’n mast, maar nog leuker was dat sommige nesten nog bewoond waren! De lokale gids vertelde dat de ooievaar een geliefde vogel is in Oezbekistan en dat we in Tashkent zelf nog meer zouden zien. Leuk!


We hebben lekker geluncht bij een tentje naast een eeuwenoud kanaal; tegenwoordig gewoon een saai betonnen ding om te zien, maar er is hier schijnbaar voor het eerst in de 11e eeuw al een kanaal aangelegd.


In 1966 is er in Tashkent een hele zware aardbeving geweest, 7,5 op de schaal van Richter, waarbij veel oude monumenten en natuurlijk heel veel gebouwen vernietigd werden. Daardoor had de Sovjet de kans om de stad opnieuw volgens Sovjet-principes op te bouwen… Je ziet dan ook overal lange grote grauwe Sovjet-appartement complexen. En we reden langs het monument dat de aardbeving herdacht.


We bezochten “Independence street”, een lange laan met belangrijke gebouwen en monumenten eraan.


Onder andere zagen we het monument voor de onbekende soldaat en algemeen oorlogsmonument voor Oezbekistan, dus Hans en ik waren blij want we konden onze hobby weer uitleven! Wat een namen stonden er gegraveerd in grote koperen boeken… Alleen al in de regio Khiva zo’n 3500! We raakte bij het oorlogsmonument aan de praat met twee jongens die hun Engels wilde oefenen en nieuwsgierig waren naar de groep toeristen. Ze wilde weten wat we vonden van Oezbekistan en wat onze verwachtingen hadden voor de hoofdstad, en daar had ik wel een goed antwoord voor. Want ik zei dat we als eerste Khiva bezochten, en dat het allermooiste vonden, en toen in Bukhara kwamen en overtuigd waren dat er niets mooier dan dat kon zijn, maar ja toen kwam Samarkand en dat kon toch echt niets meer overtreffen… In andere woorden, we hadden torenhoge verwachtingen van Tashkent! De jongens moesten lachen en vonden het een mooi verhaal! Verder wandelde we langs een monument voor het Moederland, dat schijnbaar het vroegere standbeeld van Lenin verving. Ze hadden hem van zijn sokkel getrokken en een wereldbol erop gezet, maar dat bleek toch wel erg kaal te zijn, dus hebben ze er een beeld van het Moederland voor in de plek gezet.


We wandelde via een voetgangerstunnel naar nog wat “nieuwe” plekjes in de stad, langs een landhuis van een oom van de Romanov’s uit Rusland die hier naar een mooi klein westers paleisje was verbannen. Het paleisje lag vlakbij het hoofdkantoor van de geheime dienst waar absoluut geen foto’s van gemaakt mochten worden – volgens mij mochten we er voor de zekerheid zelfs amper naar kijken! Langs dit onheilspellend gebouw gelopen kwamen we bij een parkje met schilders en tekenaars en zo waar we even vrije tijd kregen, en daarna door naar het Timor Lenk plein dat vlakbij het voormalig Inturist hotel lag… Morgen zou het “oude” deel aan bod komen.


We kwamen rond 17 uur aan in ons klein hotel, en Hans en ik hebben onze spullen in de kamer gedumpt en zijn er gauw op uit getrokken omdat er in deze wijk drie oorlogsbegraafplaatsen vlakbij moesten zijn: Sovjetsoldaten, Duitse krijgsgevangenen en Japanse krijgsgevangen. Dat hadden we van tevoren uitgezocht, en het moest erg gemakkelijk te wandelen zijn, mits we maar wisten welke kant we op moesten. Onze lokale Oezbeekse gids vond het duidelijk een doodeng idee dat we er alleen op uit trokken, en sommige van onze medereizigers vonden het ook best wel apart. Maar de receptionist wist ons de juiste kant op te wijzen en inderdaad, het was maar twee straten verder. De Sovjet-begraafplaats konden we vinden alleen die was afgesloten, helaas. We zijn er helemaal omheen gelopen en werden zelfs bijna weggestuurd bij een buurgebouw omdat we een foto gingen maken van een deel van de begraafplaats, en dat vonden ze maar niks…


De andere twee konden we met geen mogelijkheid vinden, wel vonden we een algemene en Joodse begraafplaats waar ze misschien bijgezet waren – aangezien het maar een paar Duitsers zouden zijn en Japanners toch meestal gecremeerd en in een gezamenlijke urn begraven worden. Die algemene begraafplaats was weliswaar open, maar we vonden het onverstandig om eind van de dag rond te gaan rennen op een begraafplaats met hoge muren op zoek naar een speld in een hooiberg – het hek stond namelijk op een kier en niemand had ons naar binnen zien gaan, dus de opzichter zou zomaar de boel op slot kunnen draaien met ons nog binnen! Dus zijn we teruggegaan naar het hotel en hebben we lekker nog even een beetje gerust op onze kamer en genoten van het goede wifi-signaal. Wat een luxe dat je niet op de gang op de trap hoeft te gaan staan om een streepje op te vangen!


‘S avonds werden we naar een restaurant gebracht waar we een soort dinnershow kregen als afscheid van Oezbekistan, met traditionele muziek, zang en dans. De zanger keek even ernstig alsof hij overdag begrafenisondernemer was, en de danseressen waren wel grappig om te zien maar zo’n avond duurt dan al gauw te lang voor ons – zeker als we als hoofdgerecht alleen een bolletje rijst met een grauw prutje krijgen en om ons heen zien dat andere groepen geroosterde kebab-spiesen, of mooie bladerdeeghapjes kregen… Schijnbaar had de lokale Oezbeekse reisorganisatie bij wie dit gedeelte van onze rondreis was ingekocht een beetje beknibbeld op de kosten. Het lekkere toetje maakte de karige afscheidsmaaltijd dan weer een beetje goed, en het afscheidscadeautje van een beeldje van een geliefd figuurtje was ook leuk en attent.


free counters