MEI 2016: RONDREIS INDRUKWEKKEND IRAN

Vanwege de lange dag en korte nacht mochten we een beetje uitslapen en hoefde we pas om 9:30 te verzamelen. Hans en ik hadden als een blok geslapen, en waren nog helemaal dizzy bij het opstaan. Een lekkere goeie douche hielp wel om een beetje op te knappen. En toen moesten we ons aankleden; in mijn geval dus degelijk en vormloos, pffff. Ik besloot mijn nieuwe blauwe tuniek aan te doen vandaag (3 maten te groot gekocht zodat hij mooi degelijk vormloos zou zijn) en een bijpassende blauwe touareg-sjaal die ik van Hans gekregen had. Jaja, bijna modieus dus! Natuurlijk niet in vergelijking met de mooie en goed geklede vrouwen hier in Iran… De hoofddoek moet bij mij in principe al aan als ik de hotelkamer verlaat want dat is onze privé ruimte en daarbuiten is openbare ruimte – maar dat is dus wel even wennen, ontbijten met zo’n ding! Ik heb constant als ik aan tafel ga zitten de onbewuste neiging om hem uit te willen doen, zoals je je jas uit zou doen of zo.

Wij hebben voor onze rondreis vanuit Kras een Nederlandse reisbegeleidster bij, Anna, die de indruk wekte wel wat ervaring te hebben in het Midden-Oosten, en specifiek ook wel wat ervaring in Iran leek te hebben, tot bleek dat de laatste keer dat zij hier in Iran geweest was ongeveer zo’n 7 jaar geleden was; in die tijd is er hier veel veranderd natuurlijk. Zij zal natuurlijk in de praktijk weinig kunnen doen zonder hulp van de verplichte lokale Iraanse gids, die in ons geval een vrolijke intelligente ADHD’er is die goed Engels sprak, constant zat te bellen, overal iedereen leek te kennen (dat zijn de beste!) en gelijk goede maten met Hans was… Want gisternacht toen we aankwamen op het vliegveld, iedereen zijn paspoorten afgegeven had aan deze Iraanse gids zodat hij de administratie kon afhandelen, en de mannen met hem meeliepen om te gaan pinnen, waren er een paar in de groep geweest die traag waren en toen de gids rondkeek waar iedereen was, had Hans daar een grapje over gemaakt tegen hem: dat het niet erg was om er een paar kwijt te raken, ze hadden toch al betaald. Dat is een standaard grapje van ons, maar deze gids vond het geweldig en lag dubbel, en riep dat hij de paspoorten had, dus die konden ze verkopen en het geld delen. Hans en de gids waren dus vanaf dat moment beste maatjes. En uiteindelijk moet je het van de lokale gids hebben, die heeft de connecties!


De chauffeur lijkt ons een aardige, rustige stille man die misschien een beetje verlegen overkomt, en zoals gezegd weinig tot geen Engels spreekt. Maar hij knikt altijd vriendelijk als we instappen, zeker als wij hem ook groeten natuurlijk. En hij lijkt veel te zien en op te merken, en goed door een deur te kunnen met de lokale gids, ze zitten vaak samen geanimeerd te kletsen tijdens het rijden. Bij vertrek vanochtend gaf Anna aan dat ze iedere ochtend bij vertrek een Perzisch gedicht zou voorlezen om ons een indruk te geven van de rijke Perzische cultuur. Tja, niet echt mijn of Hans’ ding, maar als zij daar blij van wordt en ons er verder niet te veel lastig mee valt ;-) vinden we het best! Gelukkig koos ze zelf ook wel voor korte gedichtjes, hoewel ze die dan weer wel twee keer voorlas zodat we de essentie niet zouden missen…


We zijn als eerste vandaag gestopt bij de voormalige Amerikaanse ambassade waar in 1979 de beruchte gijzeling plaatsvond. We konden het terrein niet op, natuurlijk, maar we mochten wel even uit de bus stappen om de met anti-Amerika beschilderde muren te bekijken en het gebouw. Ondertussen vertelde de lokale gids een beetje hoe het indertijd gegaan was met de gijzeling en bevrijding. Toen iedereen uitgekeken was stapte we weer in de bus en gingen weer op weg. Ondanks dat voor deze reis alleen het ontbijt inbegrepen was, stelde onze Iraanse lokale gids en reisleidster Anna voor om een grote algemene pot te maken waaruit maaltijden, drinken, thee, koffie en koekjes, entreegelden en kleine fooien betaald worden: prima wat ons betreft! De eerste bijdrage was 100 euro per persoon en de lokale gids zou dan na een paar dagen als de pot bijna leeg was weer rondgaan zodat we hem konden aanvullen. Dus we hoeven verder eigenlijk nergens meer naar te kijken…

We zijn naar het mausoleum van Khomeini gegaan, waar er in de omheining gescheiden ingangen voor mannen en vrouwen waren – hoewel daar nu niet echt naar gekeken leek te worden, zowel niet door onze lokale gids als door andere Iraanse bezoekers. Misschien is dat alleen met feestdagen of zo. Bij het mausoleum zelf waren er echter wel degelijk gescheiden ingangen, hoewel de lokale gids wel even met ons naar de vrouwenentree en kleedkamer daar meeliep om ons wegwijs te maken en uit te leggen hoe de chador omgedaan moest worden. Onze eigen hoofddoekjes hielden we gewoon om, maar daarnaast deden we de chador, gewoon effectief een vaalgekleurd bloemetjesgordijn, over ons hoofd – deze was zo lang dat hij tot de enkels viel. Erg charmant maar niet heus, en lekker warm ook, pffff! Het is al niet bepaald koud hier…

En natuurlijk moesten de schoenen uit, want het mausoleum was ook een moskee, maar die konden we bij de balie afgeven en dan werden ze netjes opgeborgen. De lokale gids deed nog even de man achter de balie duidelijk opdracht geven om ze netjes bij elkaar te houden of zo, je kunt merken dat hij oog voor detail heeft en overal op let. Toen moest hij ons alleen laten want hij moest toch echt via de manneningang naar binnen, en hij had natuurlijk de mannen van onze groep buiten alleen achtergelaten. Dus hij verdween om hen door hun ingang te loodsen, en liet ons vrouwen over aan Anna. Niet dat het moeilijk was, het wees zichzelf, zeker na de uitleg van de lokale gids, hoewel sommige van de vrouwen het wel een beetje spannend leken te vinden. We liepen door een gordijn van dik zeil, een groepje vaalgekleurde-bloemetjes-pinguïns achter elkaar, en kwamen in een ruimte terecht tussen de steigerpalen waar we onze spullen door een röntgenapparaat moesten doen en zelf door een metaaldetector lopen en gefouilleerd moesten worden, voor we verder konden. De lokale gids had ons van tevoren gewaarschuwd om vooral geen “professioneel” uitziende fototoestellen mee te nemen, dus geen enorme kanonnen, maar alleen camera’s die zo bescheiden mogelijk waren.

Na een kort stukje lopen door de gangen van het complex kwamen we bij de hoofdruimte, een enorme indrukwekkende ruimte met groene en zilveren spiegeltjes-mozaïek op het plafond en in het midden het graf van Khomeini met daaromheen een zilveren kooiconstructie. Het werd druk bezocht door Iraniërs, en hoewel de meeste vrouwen hun eigen zwarte chador bij hadden waren er toch een hoop die een vaalgekleurde leenchador hadden, dus je liep als je niet oplette zó achter de verkeerde groep dames aan!

Inmiddels was de lokale gids ook al binnen met de mannengroep, en legde uit dat het groen-en-zilveren spiegel-mozaïek, hier veel gebruikt wordt bij graven (groen is ook de kleur van de Islam). Veel mensen zaten op de grond te bidden, lezen, maar ook te kletsen en relaxen, of zelfs een dutje te doen! Of ze liepen om het zilveren traliewerk bouwsel dat om het graf stond en kuste het glas of raakte het aan. Maar evengoed maakte ze ook gewoon een selfie dat ze bij het graf van Khomeini stonden! Er liepen sowieso veel mensen rond met een selfie-stok, toch wel een apart gezicht eigenlijk.

We werden als westerlingen nieuwsgierig aangekeken en soms begroet, of iemand kwam echt even persoonlijk een handje geven en “hello” en “welkom” zeggen – verder ging het Engels vaak niet! Hans en ik hebben rondgekeken en genoten van het contact; het voelde erg gemoedelijk, we voelde ons beslist welkom om rond te lopen. Er waren bergen briefgeld door de tralies en glazen platen van het graf gepropt, en er was wel een bescheiden hekje om de mannenkant van het graf van de vrouwenkant te scheiden, maar daar leek niet al te streng naar gekeken te worden. Er liepen wel enkele mensen rond met een multikleurige stoffer rond, die soms iemand daarmee aanraakte; om ze schoon te stoffen of zo? We snapte het niet helemaal. En er liep een mannetje constant te stofzuigen, ook wel apart!

Na het mausoleum zijn we de stad uit gereden, langs de woestijn, en vertelde de lokale gids dat er in heel Iran wel een paar duizend caravanserai’s waren. Deze lagen altijd om de 30 km van elkaar vandaan, omdat dat de afstand is die een kameel kan lopen in een dag (10 uur). En er zijn er zo veel omdat er ooit een koning is geweest die tijdens een jachtpartij verdwaald geraakt is en een paar nachten alleen in de wildernis door heeft moeten brengen, en daarna verordend dat er voldoende caravanserai’s gemaakt moesten worden zodat iedere reiziger altijd in de buurt zou zijn van een veilige overnachtingsplaats waar hij kon rusten, slapen en eten.

De lokale gids wees ons erop dat we op gegeven moment langs een zoutmeer reden in de woestijn dat tot 27 m diep kon zijn, en vertelde allerlei andere interessante dingen, zoals dat er, op de 80 miljoen inwoners van Iran, wel 6 miljoen drugsverslaafden waren: drugs zijn misschien dan wel streng verboden, maar ze worden illegaal dwars door Iran vervoerd vanuit Pakistan/Afghanistan naar Turkije/Europa, en natuurlijk dus ook onderweg verkocht aan Iraniërs voor zulke lage prijzen, dat mensen te gemakkelijk verslaafd raken. Na een tijdje hielden we een theepauze bij een van de vele “rest areas” langs de weg. Het was een groot complex, met winkels, ruimte voor voorstellingen, en zelfs een dierentuintje en een botanische tuin. Daar mochten we even binnen zonder entree te hoeven betalen om naar de wc’s te gaan. De rustige chauffeur en onze vrolijke, energieke, grappende lokale gids regelde buiten op overdekte houten dagbedden voor iedereen heet water voor thee en oploskoffie, en ieder kreeg één koekje, die zo groot als een halve boterham was!

Weer onderweg zagen we opeens langs de weg een jakhals lopen, leuk! Om 15 uur kwamen we in Kashan aan, waar we aan de rand van het stadje eerst gingen lunchen in een overduidelijk toeristische tent waar we allerlei dingen konden proeven van een buffet. Maar echt geweldig was het eten helaas niet, en de lokale gids was al een beetje aan het mopperen; het leek erop dat dit niet direct zijn keuze was geweest.

Toen iedereen klaar was stapte we weer in de bus en reden door de stad, en liepen op het laatst, naar de “Fin tuinen”. Perzische tuinen worden al eeuwenlang geroemd als prachtige oases van rust, en met hun waterpartijen en beplanting zelfs gezien als een verwezenlijking van het paradijs… De Fin tuinen zijn een beroemd voorbeeld daarvan, en duidelijk dat de Iraniërs nog altijd gek op tuinen en parken zijn, want het zag er zwart van de mensen!

Het was vandaag een feestdag en een lang weekend, en dan gaan de Iraniërs op pad… Niet helemaal wat we verwacht hadden dus, na dat praatje over hemelse rust, zo’n drukke bruisende kolkende mensenmassa… In ieder vrij stukje kanaal waren mensen aan het pootje baden of kinderen aan het spetteren, koppeltjes waren selfies aan het maken, bij de bronnen waar het water de tuinen binnen kwamen uit ondergrondse reservoirs stonden er grote menigtes te luisteren naar lokale gidsen die aan het uitleggen waren wat er allemaal te zien was, overal in zij-ruimtes van de buitenmuren waren stalletjes en winkeltjes, en op het gras en in de schaduw werd er druk gepicknickt! We vonden Japan indertijd druk met toeristen uit eigen land, nou dat komt niet in de buurt van hoe druk het hier was! Hans en ik vonden het echter wel heel erg leuk om hier rond te wandelen, en te kijken naar alle mensen om ons heen. Uiteraard werden wij ook goed bekeken, en soms aangesproken en verwelkomd naar Iran, of gevraagd waar we vandaan kwamen, of we op de foto wilde gaan, hartstikke leuk allemaal! En vaak genoeg zag je iemand stiekem een foto maken van ons…

Toen we een tijdje genoten hadden van de erg wereldse onrust van de hemelse tuinen, zijn we weer naar buiten gelopen waar we met de lokale gids, Anna en de groep zouden verzamelen. We zijn toen langs de oude stadsmuren door een flinke mensenmassa naar de bus gelopen, die ons naar het oude stadscentrum van Kashan bracht waar we weer een eindje wandelde, met als doel het oude koopmanshuis “Boroujerdi historical house” dat rond 1859 door rijke kooplieden gebouwd was en een totaal oppervlak van wel 3500 m2 had. In de drukte en verwarring liepen een paar mensen van een andere Nederlandse reisgroep per ongeluk met ons mee; ze waren zonder het te merken hun groep kwijtgeraakt, en haakte automatisch en onbewust aan met onze groep. Wij hadden gezien dat ze niet bij ons hoorde en wezen ze erop dat hun eigen reisgezelschap doorliepen waar wij rechtsaf sloegen; oeps! Dat was even schrikken voor ze natuurlijk dat ze zo slecht aan het opletten waren geweest!

In de woestijn is koelte en schaduw essentieel en dat zie je aan de huizen; indien mogelijk is alles in of half in de grond gebouwd, vaak wel 8-10 meter onder straatniveau; ook dit soort grote luxe huizen zijn half in de grond gebouwd, met veel binnenplaatsen en overal stromend water en bomen. Ook hebben ze iets typisch voor deze regio: “Windtorens”: eigenlijk een soort eeuwenoude airconditioning. Lucht blaast strategisch geplaatste hoge torens in, wordt ondergronds geleid waar het over stromend water gedwongen wordt en daardoor afkoelt, en daarna de woonruimte in blaast! Wat een slim systeem… Onze lokale gids vertelde ook dat bijna alle huizen wel twee verschillende deurkloppers op de voordeur hadden; letterlijk eentje voor mannen, en eentje voor vrouwen. Als er geklopt werd met een van deze kloppers dan kon je aan het geluid horen wie er buiten stond, zodat de juiste sekse de deur zou openen. Bizar!

Wij hadden na het introductiepraatje in het voorportaal van het koopmanshuis wat tijd voor onszelf en Hans en ik hebben het huis en de binnenplaatsen verkend; er waren allerlei binnengebieden voor familie en buitengebieden en ontvangstruimtes voor gasten. Wat een mooie muurschilderingen en gipswerk kwam je af en toe tegen, en wat een verschil in temperatuur of je bovengronds was of ondergronds in de “airconditioning” kamer!

Het was onderhand stikbenauwd aan het worden, en toen we na dit koopmanshuis op het dak van het nabijgelegen “Sultan Amir Ahmad” hammam klommen om de koepels en het uitzicht te bewonderen begon de lucht behoorlijk donker te worden. De hammam zelf was in een theehuis veranderd, en de mooie betegelde ruimtes hebben we even bekeken voor we door moesten. In de hammam stonden af en toe borden die reclame maakte voor het dragen van hoofddoeken en waarom de vrouw dat moest doen (om haar schoonheid te beschermen, zoals de schelp de parel beschermt…), en Hans en ik moesten lachen want veel Iraniërs liepen met selfiestokken en smartphones zichzelf te fotograferen.

Onderweg naar de bus lopend kregen we opeens een wolkbreuk over ons heen; eindelijk kwam er verlichting voor de donkere, drukkende atmosfeer en stortte de regen met bakken naar beneden! Terwijl de groep naar de bus rende door de regen riep een winkelier dat we in zijn huishoudelijke winkel konden schuilen. In een paar minuten tijd kwam het water als een douche naar beneden en stonden de straten blank, de lucht was gitzwart en het onweerde. Het is namelijk nog eigenlijk de droge lente en veel regen valt er in deze periode nog niet, los van zo’n afzonderlijke bui. De komende twee maanden wordt het droog en snikheet, over de 40 graden, en dan in de herfst gaat het pas goed regenen. Tijdens een korte pauze in de regen hebben we een sprintje getrokken naar de bus, die zichzelf zo dicht mogelijk bij ons geparkeerd had, en stond onze lokale gids in de gietende regen iedereen naar de bus te dirigeren! Kort erna stopte de regen, klaarde de lucht op en droogde alles weer op.

Na een korte rit stopte we weer en stapte weer uit, om naar de lokale bazaar te wandelen. Tijdens het lopen vertelde de lokale gids dat er wel 70.000 neusoperaties per jaar gedaan worden in Iran, ongelofelijk! Bijna allemaal zijn puur cosmetisch. In de mooie oude binnenplaats van de bazaar hebben we een theepauze gehad en liet de gids het lokale koekje van de stad proeven, en eenmaal weer onderweg deed hij wat boodschappen voor het avondeten en liet iedereen verse dadels proeven.

Hans en ik hadden tijdens het lopen hier en daar een vrouw discreet haar kind borstvoeding zien geven, en toen hij dat vroeg aan de lokale gids (in onze ogen is zoiets in tegenstrijd met het streng islamitische karakter van Iran), legde die uit dat dit volledig acceptabel is vanuit de oude Perzische achtergrond, waarin de band tussen moeder en baby en het geven van borstvoeding iets heel moois en natuurlijk is dat gevierd moet worden en niet verstopt, en dat dat gevoel nog altijd sterker is dan de duidelijk dunne laag van islamitische preutsheid die over die eeuwenoude Perzische cultuur ligt. Ook vertelde hij over een andere tegenstrijdigheid: wij zagen tijdens het rijden bussen ons tegemoet komen vanuit Abyaneh: dat waren volgens hem dagtochtjes – busclubbing, noemde hij het; bussen met geblindeerde ruiten, waarbinnen alles toegestaan was wat buiten verboden was zoals alcohol, wiet, dansen in de bus, geen sluiers, gemengd publiek, enz... Een soort rijdende disco’s dus! Zo’n groep mensen schrijven zich in als club bij het huren van een bus, waardoor ze een vorm van bescherming hebben als zijnde een privé-gezelschap, en de zedenpolitie dus niet binnen mag komen. De lichtere versie van zoiets is om als paartje een wandeling de bergen in te maken; die is namelijk te zwaar voor de zedenpolitie dus die heeft geen zin de paartjes te volgen om ze te controleren.


Om 22 uur waren we na een lange, lange dag eindelijk in ons hotel in Abyaneh, waar na het inchecken en even onze spullen op de kamer gelegd te hebben, onze lokale gids een “picknick” avondmaaltijd regelde met Iraanse platte broden, aubergine prut, tonijn, witte kaas, olijven, dadels en bonen, allemaal uitgestald op tafel voor het pakken, met een heerlijk kletskop-achtig honingkoekje toe. Lekker hoor! Hans hielp de lokale gids bij het uitstallen en sloeg daarbij stevig op de bodem van een grote glazen pot olijven, om hem open te maken. Maar er moet iets mis zijn geweest met het glas, want dat was zo dun, dat hij de pot met zijn blote hand aan diggelen sloeg! Gelukkig had hij maar een heel klein sneetje, voor hetzelfde geld had zijn hand vol glasscherven gezeten… En gelukkig was het een pot olijven op zout water, dat vlekte namelijk niet, dus we konden zijn broek op de kamer nog enigszins schoon krijgen!

Op onze kamer was trouwens een bidmatje, en zelfs bidsteentje en biddoekje te vinden, plus natuurlijk het teken op het plafond dat Mekka aangaf. Ik moest nog naar de receptie gaan om te vragen om lakens en handdoeken, die vergeten waren, en de man achter de balie geloofde me niet want hij liep met me mee naar boven om me “even te wijzen” waar ze lagen ondanks mijn protest dat ik toch heus wel heel de kamer afgezocht had. Na een boos-doende Hans (ik had hem even in het Nederlands gewaarschuwd dat meneer mij niet serieus nam) die al uitgekleed om de hoek van de deur precies hetzelfde zei als ik eerder zei, kwam de man wel in actie om een kamermeisje op te trommelen om de ontbrekende laken en handdoeken te vinden voor ons.

free counters