MEI 2016: RONDREIS INDRUKWEKKEND IRAN

Iedere hotelkamer heeft op de muur of het plafond een teken staan in de richting van Mekka wijzend, en in dit hotel lag er ook zelfs een gebedsmatje en een gebedssteentje – dat steentje van klei steun je je voorhoofd op tijdens het bidden, en mensen die veel bidden krijgen een eelt plekje op hun voorhoofd, wat als een soort statussymbool gezien wordt door zeer religieuze mensen. Maar wij merken dat ondanks de regels zoals hoofddoek dragen er ook hier alle gradaties van zeer gematigd tot heel gelovig te vinden zijn.

Hans en ik hadden een warme plakkerige nacht gehad, en niet echt geweldig geslapen. Wij waren de eerste van onze groep in de eetzaal (op verschillende niveaus tegen de berg gebouwd) en het was even zoeken waar we terecht moesten, tot we een klein buffettafeltje zagen met wat eten erop en een soort bar waar een man op verzoek een pot thee met heet water uit een samovar vulde, en ons de pot en twee kopjes gaf. We hebben een plekje gezocht en ons ontbijt bij het buffetje gehaald; hardgekookte eitjes, Iraans platbrood (we hebben volgens mij nog geen twee keer hetzelfde soort brood gehad, het is de ene keer zo dik als een Indiaas naanbrood, de andere keer meer zoals een pannenkoek, en soms haast zo dun als papier!), komkommer, tomaat, limonade en WORTELjam. Niet direct iets waarvan je zou denken dat je jam kon maken… Maar het smaakte op zich wel!

We zijn na het ontbijt nog even in de lounge op wifi gegaan (dat kon in de kamers helaas niet), nadat we onze bagage naar beneden hadden gebracht. Toen was het nog even buiten beneden aan de heuvel wachten tot heel de groep compleet was en we het dorpje in konden wandelen als groep. Het dorpje Abyaneh was leuk om doorheen te wandelen, je waande je in andere tijden tussen de (eeuwen)oude lemen huisjes tegen de berg gebouwd met kronkelende smalle weggetjes, boogjes, gangetjes en de oude adobe-bouwstijl met leem en hout overal, en oude mensjes op muurtjes of bankjes rustend, of een man die op een ezel langskwam. Maar toch ook wel een modern levend dorpje, met een man met pickup die duidelijk de vuilnis aan het ophalen was, af en toe een motor die de steile smalle weggetjes opworstelde, en de bewoners van het dorpje die net zoveel naar de bezoekers keken als de bezoekers naar de bewoners!

De huisjes waren leuk, maar de vele Iraniërs die zelf een dagje op pad waren (al dan niet met Volendam-achtige verkleedpartijen in traditionele kleding) en een praatje wilde maken waren pas echt leuk! En iedereen wilde met iedereen op de foto, en zelfs als je maar een woord of twee kon wisselen was het toch erg leuk en gezellig! In dit dorp is de traditionele kleding voor vrouwen schijnbaar een vrolijke hoofddoek vol kleurrijke bloemetjes, een bloemetjesschort en kleurrijke jurken; en er liepen naast de Iraanse toeristen in kostuum toch ook wel wat oude vrouwtjes zelf rond in deze kleding. Sommige vonden het leuk om op de foto te gaan, anderen mopperde een beetje en verstopte zich achter hun doeken als teken dat ze geen foto wilde; de jongere toeristen, daarentegen, wilde dolgraag met ons op de foto! Een hartstikke gezellige boel dus, en af en toe konden Hans en ik kleine gesprekjes voeren met mensen die Engels spraken, erg leuk! Zo was er een lieve Engels juf, die wel niet geweldig Engels sprak, maar genoeg om voor haar twee vriendinnen te tolken die haar af en toe opdroegen iets te zeggen in het gesprek met ons!

Aan de bovenkant van het dorp stond onze trouwe chauffeur met de bus te wachten, en hadden hij en de lokale gids weer met heet water gevulde thermossen klaarstaan voor een kopje thee of koffie te nemen. Er stond een jong Iraans koppel te kletsen met de lokale gids, en dat bleek zijn broer en diens vrouw te zijn, dus Hans en ik hebben even kennis gemaakt en een paar minuutjes gekletst en gegrapt met ze, tot het weer tijd was om te vertrekken. Terwijl we het dorp uitreden wees de lokale gids ons nog even op de dierenverblijven die in de bergwand gemaakt waren, om ze met name ‘s winters te beschermen tegen de kou. Wij hadden tijdens onze rondwandeling in het dorp geprobeerd om te ontdekken wat het Farsi woord voor “dank je” is, maar kwamen tijdens onze fotocontacten niet verder dan “mérci”, met de klemtoon op de é. Iedereen zei “mérci”! Dat vonden we typisch, en toen we met de Engels juf spraken kregen we eindelijk, na wat heen en weer, het Farsi woord te horen: “hamnu”. Onze lokale gids bevestigde dat mensen graag mérci zeggen omdat dat cooler klinkt dan hamnu, en dat het regionaal anders uitgesproken wordt, "mamnu" kan ook namelijk.

Onderweg gaf onze lokale gids op gegeven moment aan dat we geen foto’s mochten maken naar buiten, want we reden langs een kerncentrale. Niet dat er iets te zien was, los van een afweergeschut op gegeven moment. Verder was het een mooie rit door mooie heuvels, en op gegeven moment langs een oud lemen kasteel op een heuvel. We kregen van onze reisbegeleidster Anna weer een Perzisch gedicht voorgedragen, weer twee keer voorgelezen om het extra goed te kunnen waarderen…Wel opvallend hoe de gedichten over wijn, eten en de dood gaan. Verder denk ik dat ze in het Farsi toch mooier klinken dan in de Nederlandse vertaling, maar gedichten zijn sowieso over het algemeen niet besteed aan mij en Hans.

In een dorpje stopte de bus even zodat de lokale gids inkopen voor de lunch kon doen (het is de bedoeling dat we met de lunch picknicken, twee keer warm eten is een beetje te veel van het goede!), en Hans en ik hebben al door dat we hem moeten volgen bij zo’n boodschappen tripje, want bij de kruidenier vroeg hij aan Hans wat hij graag wilde drinken voor sap (citroenlimonade, natuurlijk), en iets later dook hij een sjieke banketbakker, Ghasre Shirin, in om lekkers voor de thee te halen en vroeg aan de bakker om wat cakejes voor ons en een paar anderen die ons gevolgd waren. Gewoon zo, om te proeven! En ze waren ontzettend lekker en heerlijk vers, heerlijk! Wat een lekkers was daar uitgestald in die winkel, ongelofelijk; wel 30 verschillende soorten gebakjes, als het niet zelfs meer waren, mooie versierde taarten en allerlei snoepjes en noten, waaronder wel 5 verschillende bakken met pistachenoten. De lokale gids zei dat hij graag hier gebak haalde, dit was de beste bakker in de omgeving, en gaf een korte uitleg over welke pistachenoten het lekkerst waren; dat wisten wij niet maar er zijn allerlei soorten, lang en dun, kort en dik, en allerlei gradaties van kwaliteit… Hij zou nog weleens zeggen waar we ze moesten halen, niet hier hier waren ze te duur volgens hem.

Met een bus vol lekker vers platbrood en een grote taartdoos gebakjes reden we verder door een prachtig bergachtig woestijnlandschap met heuvels in allerlei kleuren geel, grijs rood en paars. Hans en ik genieten met volle teugen van het mooie landschap onderweg. We hadden een binnendoor route genomen omdat de lokale gids ons niet over de snelweg maar over de mooiste weg naar Nain wilde brengen, maar bij een lage spoorweg onderdoorgang twijfelde de chauffeur heel erg of het ging lukken om de bus er veilig doorheen te krijgen. Dus ging de lokale gids kijken of de bus eronder door paste terwijl de chauffeur stapvoets vooruitreed, maar ze durfden het niet aan, er was op het smalste stukje maar 2 cm speling, dus we moesten een klein stukje terugrijden en een andere route nemen… Daardoor moesten we helaas een eindje terugrijden en kwamen we weer een keertje door het dorp met de goede banketbakker.

Om 14 uur kwamen we aan in Nain, waar we gepicknickt hebben in het parkje voor de Jame of Vrijdagsmoskee (dat is eigenlijk gewoon zoiets als de belangrijkste moskee in een omgeving, zoals wij dorpskerkjes en stadskathedralen hebben), en af en toe een praatje maakte met nieuwsgierige Iraniërs die langs liepen. We worden nieuwsgierig en vriendelijk bekeken en vaak verwelkomd en begroet, soms ook stiekem op de foto gezet. Ik had zelfs een heel gesprek met een vriendelijke Iraniër die aerospace ingenieur was en heel erg geïnteresseerd in wat voor werk ik in Nederland deed, al bleef ik er een beetje vaag over; het voelde toch een beetje raar ondanks dat de man echt heel erg vriendelijk was. De gebakjes bleven met de lunch helaas in de bus, die waren voor de theepauze volgens de lokale gids. Damn, jammer, moeten we nog even wachten!

Na de lunch hebben we de moskee bezocht: deze is de eerste en oudste moskee die ooit in Iran is gebouwd, en in zijn eenvoud daardoor erg mooi. Omdat ze nog niet zo vertrouwd waren met de stijl van de bogen maken tijdens de bouw, heeft deze moskee teveel en te dikke kolommen naar verhouding van de verdere constructie, voor de zekerheid waarschijnlijk – grappig om te zien, de lokale gids wees er een paar van de overbodig kolommen aan. De moskee was bijna volledig van leem en baksteen, en dat vinden Hans en ik toch minstens even mooi, of misschien zelfs wel mooier, als wanneer ieder oppervlak met kleurrijke tegels bedekt was geweest. Het heeft nu wat ons betreft een bepaalde bijzondere uitstraling.

Er was in de binnenplaats aan beide kanten een trapje naar een soort kelder, en nadat de lokale gids zijn uitleg had gegeven konden we vrij rondlopen en zijn Hans en ik op gegeven moment een van die trappen afgegaan. Het was boven heet en benauwd weer, maar ondergronds was het echt merkbaar een stuk koeler, en er leek nog een complete eenvoudige tweede moskee te zijn, verlicht door een paar platen alabaster in de binnenplaats! De lokale gids bevestigde later dat deze ondergrondse ruimte in de hete Iraanse zomers waarschijnlijk als moskee gebruikt is; het deed ons aan het concept van de winter- en zomerkerk denken in Yaroslavl, Rusland.

Toen we uitgekeken waren in de vrijdagmoskee zijn we gaan rondwandelen in Nain, de oude lemen huizen en gebouwen bekijkend, waarvan sommige gekocht waren door rijke Iraniërs die ze nu bezig waren in hun vorige lemen glorie te restaureren. Leuk, want voor de rest was het dorp aan het leeglopen volgens de lokale gids, omdat de jongeren naar de steden trokken; en op deze manier zou toerisme (binnen- en buitenlands) het dorpje weer een impuls kunnen geven en geld, ondernemers en leven teruglokken naar Nain. Na een mooie wandeling kwamen we terug in het parkje voor de vrijdagsmoskee, en was het dan eindelijk tijd voor theepauze, mét gebakjes! Heerlijk… In het parkje was overigens een openbare drinkwatervoorziening; zelfs met gekoeld en normaal water. Sommige van onze groepsgenoten durfde het niet aan maar de lokale gids verzekerde ons dat het gewoon drinkwater was, en dat dat normaal was in Iran, en inderdaad het was prima water.

Na een mooie rit van een paar uurtjes waarbij we af en toe de ruïne van een caravanserai zagen (en nog een gedeeld gebakje namen om de doos leeg te maken) kwamen we rond 18:45 uur aan in Yazd, waar we langs de stoep stopte, uit moesten stappen, de bagage op een laadkarretje geladen werd, en wij door een donkere onderhand sluitende bazaar liepen tot we bij een neon-bordje kwamen in de gangen van de Bazaar zelf met "Malek-o-Tojjar Hotel" in Farsi en Engels erop; hmmm wat zal DAT wel niet voor hotel zijn… Hans en ik hielde onze hart vast, dit zag er goedkoop en slecht uit, we waren benieuwd… Onder het neon-bordje was een klein deurtje, dat leidde naar een lange gang met een paar bochten erin, dat leidde naar een andere deur, en dat bleek een hele mooie binnenplaats te verbergen, een van de vele historische huizen hier in de stad!

We werden in de kleine hotellobby begroet door een jongen van het hotel die voor ons uit liep met een blad met de kamersleutels erop en een kleine standaard met Nederlandse vlag erop. Als een soort processie liepen we door een gangetje naar de binnenplaats van het historische huis, terwijl ondertussen via de speakers het Wilhelmus afgespeeld werd! In de binnenplaats stonden serveersters klaar met bladen limonade voor ons! Lachen, wat een geweldig ontvangst; zo zijn we echt nog nooit ontvangen in een hotel!

We moesten een tijdje wachten tot iedereen de sleutel kreeg en naar zijn kamer kon, want Anna de reisbegeleidster wilde de reservering checken en de sleutels verdelen op haar manier, maar liep daarbij natuurlijk in problemen want de serveersters verstonden nauwelijks Engels en zij geen woord Farsi dus er waren flinke spraakverwarringen. De lokale gids had aangeboden om het voor haar te regelen maar we hoorde haar zeggen dat zij zelf alles wilde checken, dus hij rolde komisch zijn ogen naar Hans toe van we laten haar maar haar gang gaan… Enigszins chaotisch kwam de sleutelverdeling op gang en werden we door een medewerker van het hotel naar onze kamer gebracht omdat er schijnbaar geen logica in de kamernummers zat.

Ons kamertje grensde aan de binnenplaats en is misschien wel het kleinste kamertje waar we ooit in geslapen hebben; je moet over de koffer stappen om bij de badkamer te komen en het dubbele bed staat in de hoek dus je moet over elkaar klimmen om in bed te komen. De badkamer was daarentegen best smal en diep; tja, als je zo’n oud huis verdeelt in hotelkamers krijg je natuurlijk rare constructies. Iemand anders had schijnbaar een balzaal, en een man alleen dan weer zo’n klein kamertje zoals wij hadden. Hij was daar nogal verbolgen over leek het, en had geklaagd tegen Anna, dus is uiteindelijk in een kamer geïnstalleerd in het hotel waar we om 20 uur naar toe gewandeld zijn voor het avondeten. We kregen maar een deel van het verhaal mee natuurlijk, maar het was schijnbaar nogal lastig allemaal want Anna was duidelijk gestrest en de lokale gids moest van alles regelen.

Het nabijgelegen hotel was van dezelfde keten als waar wij sliepen, ook een historisch gebouw met mooie binnenplaats, en we kregen er een buffet van allerlei Iraanse en minder Iraanse dingen om te eten, met toe niet heel erg traditionele smurfenblauwe-jelly en thee uit een samovar. De thee in het theepotje bovenop de samovar was gitzwart en extreem sterk, daar goot je zoveel van in je kopje als je wilde en dan verdunde je het tot de gewenste sterkte met heet water uit het reservoir van de samovar. We waren om 21:30 weer op de kamer, en hebben nog even geïnternet – en twee kleine stroomuitvallen gehad – voor het tijd was om te slapen in onze mini-kamer. Omdat de enigste plek waar de koffer opengelegd kon worden in de hoek van de kamer in de badkamerdeur was (maar dan ook alleen met het deksel tegen de muur gesteund en niet verder), heb ik ’s avonds de koffer maar een beetje dichtgedaan om te voorkomen dat we in het donker onze tenen zouden stoten als we naar de wc gingen. Pffff!

free counters