MEI 2016: RONDREIS INDRUKWEKKEND IRAN

Vandaag hebben we Yazd verkend. Het begon met een lekker uitgebreid ontbijtbuffet in de mooie binnenplaats van ons hotel, en toen liepen we terug door de bazaar naar de weg waar de bus ons stond op te wachten. We kregen uiteraard weer een gedichtje van onze reisbegeleidster Anna voorgedragen, terwijl we als eerste naar de Vuurtempel van de Zoroasters reden. Hans en ik hadden het idee dat dit een eeuwenoude tempel zou zijn, maar het bleek een moderne tempel uit 1934 te zijn. Het bijzondere eraan was dat het een brandend houtvuur had dat al minstens 1500 jaar onophoudelijk brandt. Iedere dag worden de opgebrande kolen weg geschept en het vuur gevoed met nieuw hout, en het is dus schijnbaar nog nooit uitgegaan. Yazd is het centrum van de Zoroasters, een religie die hier belangrijk was tijdens het Perzische rijk, voor de Islam de hoofdreligie werd. Er was voor Hans en mij niet heel erg veel te zien of beleven hier, het houtvuur kon dan wel 1500 jaar aan het branden zijn, tja, dat zag je er verder natuurlijk niet aan af!

Buiten de stad bezochten we de “torens van de stilte”, waar tot 200 jaar geleden nog Zoroasters hun luchtbegrafenissen hielden – het lichaam van de overledene wordt aan de gieren gevoerd zodat het niet de grond of lucht vervuilde en nog een laatst keer een ander wezen kon helpen door als voedsel te dienen. Tegenwoordig worden de luchtbegrafenissen niet meer gedaan, omdat de bebouwing in Yazd te dichtbij het complex van de stiltetorens is gekomen, en er dus een te grote kans is dat een gier een stukje overledene in iemands achtertuin laat vallen… Brrrrr! En waarschijnlijk speelt de opmars van de Islam over de eeuwen ook mee aan het stoppen, hoewel er schijnbaar nog best een grote minderheid Zorastische achtergrond heeft in Iran. Sowieso merk je wel dat de strenge Islam meer een relatief jong laagje over een andere, oudere beschaving is die nog leeft in het hart van de mensen.

We wandelde over het terrein waar nog een paar ruïnes van gebouwen stonden; sommige nog in vervallen oorspronkelijke staat, en sommige al weer netjes opgeknapt met de lemen bakstenen en mooie lemen tegels. Daardoor werden ze in sommige gevallen wel een beetje erg steriel en saai. Er was een ondergronds waterreservoir, met ontluchtingsschoorstenen voor de frisse lucht, en een mooi gebouwtje met een rond gat in de koepel, waar we even in de schaduw (het was al goed warm) naar de uitleg van de lokale gids konden luisteren.

We zijn daarna een van de twee torens van stilte opgeklomen; steile heuvels waar bovenop een lage ronde stenen toren stond. Hans en ik kozen natuurlijk de laagste heuvel! De toren bleek een grote ronde muur te zijn met in het midden van de ruimte een gat met stenen erin. Hier werden de lijken natuurlijk gelegd voor de gieren. Nu was er eigenlijk weinig te zien of te verbeelden, dus na even in de schaduw van de muur gestaan te hebben om bij te komen van de klim zijn we weer naar beneden gegaan.

Na nog even wat gebouwtjes bekeken te hebben zijn Hans en ik op ons gemak terug naar de bus gelopen, waar een man uit de achterbak van zijn auto pistachenoten verkocht. De lokale gids kocht een paar kilo om in de bus uit te delen, en Hans en ik besloten voor onszelf daarnaast nog een eigen kilo te kopen. Iran is tenslotte het land van de pistachenoten, dus het minste wat we kunnen doen is er dan ook flink van genieten! Schijnbaar mag je “maar” 5 kilo per persoon het land uit exporteren… Dat gaan we niet redden; deze kilo hebben we de rest van de reis lekker van gesnoept – echt, je proeft het verschil tussen deze verse pistachenoten en de daarbij vergeleken enigszins muffe noten van thuis – en omdat ze ongezouten waren, heb ik eenmaal weer thuis van het restant de meest heerlijke baklava gemaakt!

We werden weer terug de stad ingebracht, en zijn op gegeven moment uitgestapt om verder wat door de stad te wandelen. We zouden naar een moskee lopen, dat deden we via een kleine bazaar, en op gegeven moment stonden we op een groot plein met de façade van een moskee. We hadden een klein beetje gedacht dat we de moskee echt zouden bezoeken, maar het leek nu alsof het alleen nog maar een façade was, en dus hebben we alleen een tijdje naar de façade zelf gekeken.

Op het plein voor de façade was een grote lage betegelde verhoging gemaakt. Dat bleek een monument te zijn voor enkele onbekende soldaten uit de Iran-Iraq oorlog, zoals onze lokale gids uitlegde. Er lagen verse bloemen op de graven, en Hans en ik vertelde aan de lokale gids dat we altijd “blij” waren om dit soort monumenten te vinden vanwege onze “hobby”, en vertelde hem daarover. Hij vond het wel indrukwekkend, en kon het wel waarderen dat wij over heel de wereld graven en monumenten bezoeken van slachtoffers van oorlogen.

Hij bracht ons toen naar een keurige maar hele drukke banketbakker vlakbij: hij riep bij het binnenlopen wat naar de mensen achter de toonbanken en binnen een mum van tijd stond er een gratis proefbordje met verschillende proefmonsters van honing en pistache gebakjes… Dat zul je niet gauw zien in Nederland denk ik! Er werd wat gediscussieerd tussen de reisbegeleidster Anna en de lokale gids, want de een wilde dat we nu de tijd kregen om te bestellen als we wilde, en de andere beargumenteerde dat we daar helemaal geen tijd voor hadden gezien het verdere programma en de drukte in de bakker. Uiteindelijk was er volgens mij niemand die de gebakjes wilde kopen dus we konden verder.

We liepen naar het vlakbij geleden “watermuseum”, in een oude koopmanshuis, het Kolahdooz-ha House, dat uitlegde hoe de Iraanse steden door ondergrondse waterkanalen bevoorraad werden. De lokale gids gaf in de binnenplaats een kleine demonstratie hoe de kanalen gegraven werden, bracht ons toen naar een van de kelderniveaus (huizen worden hier traditioneel niet in de hoogte gebouwd, maar de grond in) en liet een maquette van de omgeving met de kanalen die uit de bergen kwamen, de luchtgaten onderweg en de verdeling binnen de steden zien, en gaf ons toen de mogelijkheid om zelf verder rond te kijken.

Het was een mooi huis om in rond te lopen, en het was erg interessant om over de geschiedenis van de ondergrondse waterkanalen te leren. Zo werd er naar iedere stad een of meerdere kanalen aangelegd, en die werden dan op strategische punten gesplitst en liepen door de kelders van de huizen van de rijken, en door openbare waterbronnen, zodat ieder gezin al dan niet direct kon beschikken over vers stromend water. Dit huis was duidelijk erg rijk en belangrijk want het had zelfs twee of drie kanalen die er onderdoor liepen. Ook leuk was het de oude foto's te zien van het maken en onderhouden van de oude kanalen - dit principe wordt namelijk nog altijd gebruikt. Vroeger droegen de werkers in de ondergrondse kanalen witte katoenen kleding - zoals op een van de foto's stond, als de tunnel instortte hadden ze daarmee gelijk hun lijkwade aan.

Na het watermuseum reden we weg en haalde de lokale gids onderweg bij een winkel de door hem van tevoren telefonisch bestelde falafelbroodjes op, en reden we nog een paar minuten met de heerlijke geuren in onze neus, voor we stopte en met broodjes en flesjes drinken liepen naar de Dolatabaad historische tuin. Daar hebben we gepicknickt op dagbedden in de schaduw van bomen met heerlijke verse broodjes falafel vlakbij een 73 meter hoge windtoren, de hoogste in het Midden Oosten. Na de lunch liepen we even de windtoren in en als je in de ruimte onder de “schoorsteen” zelf ging staan voelde je de frissere wind zelfs op een redelijk windstille dag zoals vandaag, heerlijk! Als je naar boven keek zag je de bijzondere constructie van de stenen vinnen in de schoorsteen die de lucht naar beneden dwongen.

Het was bloedheet vandaag, dus na een beetje gediscussieer tussen de lokale gids en Anna en op dringend advies van de lokale gids, besloten ze om terug naar het hotel te gaan zodat we een beetje konden rusten in de koelte van de kamer en een siësta houden op het heetst van de dag: het was ruim 35 graden, dus dat was meer dan welkom wat ons betreft!

Om 16:30 zijn we weer de smalle steegjes en bazaars van Yazd ingedoken om een hele mooie betegelde Vrijdagsmoskee te bezoeken. We hebben er uitgebreid rondgekeken en genoten van de mooie betegelde muren en ruimtes. Maar Hans en ik hebben het idee dat het ons, na de ongelofelijk mooie originele en oogverblindende tegelpracht van Oezbekistan, niet meer zo heel erg overweldigt… Het is prachtig mooi, maar we hebben de indruk dat we – qua architectuur – Iran en Oezbekistanin de verkeerde volgorde gedaan hebben; we hadden misschien eigenlijk eerst Iran en pas daarna Oezbekistanmoeten doen. Nu zijn we door Oezbekistanzo overvoerd geraakt door blauwe tegelpracht, dat Iran haast “gewoontjes” overkomt. Want Iran had de naam voor mooie betegelde moskeeën, maar wat ons betreft is Oezbekistaneen geduchte rivaal of zelfs wel mooier – en gemakkelijker te bereizen natuurlijk. Niettemin genieten we in Iran met volle teugen van al het andere moois van deze reis, zoals de ontzettend leuke contacten met de mensen onderweg!

Na de moskee liepen we door mooie kronkelende steegjes langs lemen huisjes in de buurt richting “Alexander’s gevangenis”, een gebouw dat weinig met Alexander de Grote te maken had en ook waarschijnlijk niet echt een gevangenis was. Onderweg kwamen we langs een theehuis en Hans en ik kregen de indruk dat er een beetje gemopperd werd tussen de lokale gids en Anna de reisbegeleidster over wel of niet daar nu al thee gaan drinken: Anna wilde daar graag met de groep theedrinken, maar de lokale gids zei dat het daar te duur en te toeristisch was, en men wel even in de binnentuin kon kijken, maar hij een beter theehuis wist dat ook authentiek was en een stuk goedkoper, en we pas net op pad waren dus beter straks theedrinken. We moesten als groep al even ingrijpen dat niemand nog echt behoefte had aan thee en later alsnog mensen zelf daarnaartoe konden gaan als ze wilde.

De gemoederen leken gesust, maar opeens in Alexander’s prison explodeerde de boel; de lokale gids werd kwaad omdat Anna hem niet geïnformeerd had over het feit dat er een persoon minder meeging vanmiddag, waardoor hij nu voor niets een extra kaartje gekocht had uit de gezamenlijke pot (we merken al dat hij erg goed op de kas let), en Anna leek vooral boos omdat ze geen controle kon uitoefenen op hem. Natuurlijk ging het niet om dat kaartje, er speelde al veel meer in de achtergrond en dat was duidelijk, en het kaartje was de druppel geweest. Anna begon in het Nederlands tegen ons uit te leggen hoe we over de gids moesten denken en wat het probleem was met de gids (met name dat hij dus zijn eigen mening leek te hebben over hoe zaken gedaan moesten worden en dat niet haar idee was hoe het moest gaan), en de gids kon dat natuurlijk niet verstaan maar hoefde geen Nederlands te begrijpen om te snappen dat het over hem ging.

Het was duidelijk dat er vanaf dag één al een ernstige machtsstrijd gaande was tussen de twee die zich tot nu toe grotendeels in de achtergrond had afgespeeld, maar die we wel al af en toe een beetje hadden gevoeld, en Hans en ik en een groot gedeelte van de rest van de groep hadden er toch echt geen zin in dat Anna haar wil ging drukken op de lokale gids en hem daarbij zo zou irriteren dat hij niet meer al die leuke extra’s en zo zouden doen; want het was ons wel duidelijk dat de mooie reis voorlopig vooral bijzonder gemaakt werd door zijn toewijding en werk. En sowieso, hoe het verhaal ook zat, het was absoluut niet netjes om in je eigen taal over iemand te praten die er bij staat, dus Hans stelde diplomatisch voor in het Engels dat we gewoon allemaal netjes in het Engels zouden blijven praten zodat de lokale gids ook zijn zegje kon doen en kon verstaan wat er over hem gezegd werd door Anna, en we het allemaal netjes zoals volwassenen uit zouden kunnen praten.


Dat wilde en durfde Anna natuurlijk niet, een en al frustratie en onmacht dat ze haar wil niet kon opleggen op deze lokale gids die zijn eigen professionele maar enigszins drukke weg ging en duidelijk af en toe vond dat zij niet de juiste aanpak had (waar wij het overigens mee eens waren, tenslotte weet hij waar wat te doen is en wat de moeite waard is, en vaart zij op verouderde informatie). Maar ja, wij als klanten zaten ook in een spagaat. Je hebt de lokale gids nodig om er een goede reis van te maken, want de lokale gids heeft de contacten en oliet de radartjes, en zorgt voor de extraatjes in een reis, zeker in een toch wel beperkend land als Iran, maar de reisleidster heeft een zekere macht om te zeggen wat wel en niet door mag gaan met de reisorganisatie achter zich. En wij zitten er tussenin en hebben een hoop geld betaald voor een reis die toch echt wel wat ons betreft niet beïnvloed moet gaan worden door een pure karakter-botsing tussen twee personen die daar toch echt zelf en onderling uit moeten komen. Dus Hans en een paar anderen probeerde de boel te sussen en de twee weer naar elkaar toe te brengen. Zij klaagde dat er met hem niet te werken viel; tja, zij was duidelijk een persoon die niet kon delegeren omdat ze vindt dat ze zelf alles het beste weet, maar zoals bleek met het verdelen van de sleutels was dat zeker niet altijd het geval. En hij was een professionele gids die veel ervaring had, aanvoelde dat zijn klanten behoefte hadden aan authentieke ervaringen en niet aan toeristische gelegenheden, en duidelijk geen zin had om vertraagd te worden door de warrige controledrang van Anne, en dat botste dus. Pfffff wat een ellende, Hans en ik zagen heel onze verdere reis in duigen vallen.


Het leek even de goede kant op te gaan maar toen werd Anna weer star, zette haar hakken in het zand en had de lokale gids zoiets van, als je het zo goed weet zoek het dan ook maar uit, en hij liep boos weg, succes ermee. We hebben daarna nog even ingepraat op Anna, en toen die een beetje gesust was een heel erg ongemakkelijk rondje gemaakt door Alexander’s Prison, waarbij Anna probeerde te tonen dat ze inderdaad alles onder controle had, maar het was duidelijk dat ze in het diepe zat en absoluut niets onder controle had, en zo comfortabel als we ons tot nu toe gevoeld hadden in Iran, nu werd het een beetje ongemakkelijk. Want het moet wel toeval zijn geweest, of anders hadden we het tot nu nooit gemerkt dankzij alle goede zorgen van de lokale gids om dit soort gevallen in de achtergrond op te lossen, maar we kregen in Alexander’s Prison een kaartjescontrole van een beambte en die deed nogal moeilijk voor hij ons liet gaan.

We liepen terug door de steegjes, een deel van de groep ging op eigen kosten theedrinken in het theehuis, en Hans en ik hadden daar geen zin in, dus wij zijn nog naar een tapijtenwinkel gewandeld om op het dak van het uitzicht van de stad te genieten. Natuurlijk waren de gemoederen in de groep redelijk verhit; we hadden geen zin in dit soort gedoe, Anna moest maar over haar trots heenstappen, zich professioneel opstellen en het goedmaken met de lokale gids en gaan samenwerken, zodat wij weer van onze reis konden gaan genieten zonder die machtsstrijd in de achtergrond.

De afspraken waren wat onduidelijk nu, maar in principe zou iedereen bij de moskee weer ontmoeten om van daaruit terug naar het hotel te gaan. Wij waren met een paar mensen naar de moskee gelopen, oorspronkelijk met Anna erbij maar die ging terug op zoek naar de rest van de groep. Het duurde erg lang voordat heel de groep bij elkaar was, zo lang dat we ons afvroegen of wij het toch wel goed begrepen hadden (of zij). Gelukkig hadden we af en toe afleiding omdat we een groepsfoto met Iraniërs maakte, en korte praatjes met ze konden maken. Erg leuk, iedereen is zo hartelijk!

We hebben nog een tijdje met Anna gepraat toen ze er weer was en we haar even een beetje voor onszelf hadden. Ze is erg star en kan duidelijk niet omgaan met spontaniteit, ook lijkt ze weinig echte ervaring met niet-westerse landen te hebben. En je moet juist in zo’n land als dit erg flexibel zijn. Hans en ik hebben er een hard hoofd in dat onze vakantie nog te redden is, maar Anna leek na wat inpraten op dr wel weer bereid om te proberen met de lokale gids te gaan samenwerken. Laten we het hopen! We zijn als groep terug gewandeld naar het hotel via weer een andere bazaar, altijd leuk!

Na een korte stop in het hotel om 20 uur gingen we weer op pad naar een nabijgelegen restaurant in een oude hammam, lopend door weer een stukje bazaar. De lokale gids was er gelukkig weer, hij leek redelijk vrolijk en Hans heeft er even een beetje mee gekletst over koetjes en kalfjes om de boel luchtig te houden. Later bevestigde Anna dat de lokale gids er netjes om 20 uur had gestaan, zoals hij eerder had gezegd dat hij zou doen, en dat ze even gepraat hadden en verder samen zouden doorgaan. Oef gelukkig, laten we het hopen! Het eten was dit keer op ons verzoek geen buffet maar een paar gerechtjes die de lokale gids voor ons besteld had omdat ze volgens hem een goede indruk gaven van de Iraanse keuken; onder andere een lekker kipgerecht in een zurige granaatappelsaus, en een lekker bonenprutje. Erg lekker! Toe een bolletje ijs dat niet direct een herkenbare smaak had, volgens de lokale gids was het gele bolletje saffraanijs. Apart!

Wij lieten tijdens het eten foto’s van Antarcticaen Oezbekistanzien aan onze tafelgenoten en de lokale gids, die het prachtig vond; ook erg leuk dat we dus ook al Oezbekistan bezocht hadden! De lokale gids nam vroeg afscheid van ons, want hij moest nog de boodschappen voor morgen doen – hij had in de bazaar een bakker gezien die nog open was. Toen iedereen klaar was, zijn we met Anna terug naar het hotel gelopen. Maar in het halfdonker en met veel winkels die inmiddels gesloten waren en dus donker en onherkenbaar, zijn we als groep even verkeerd gelopen want iedereen was aan het kletsen en achter Anna aan het aanlopen, maar die bleek toch niet zo’n goed richtinggevoel te hebben! Gelukkig vonden we de goede afslag in de bazaar al gauw en stonden we uiteindelijk weer voor het vertrouwde neon-bordje van ons hotel!

free counters