APRIL 2019: RONDREIS WEIDS KAZACHSTAN

Vandaag hebben we een verplaatsing, en een kort programma dus we vertrokken laat, pas om 10 uur. We stonden om 8:30 op maar waren brak van het vele dromen en onrustig slapen. We hebben de laatste dingen ingepakt en ontbeten, en toen nog even tot 9:50 op de kamer gerust voor we naar beneden gingen, waar we als groep (iedereen is gelukkig netjes van de tijd) nog een tijdje in de lobby hebben moeten wachten op Zadra zelf.

Om 10:05 vertrokken we dan, weer in dezelfde twee kleine 4WD busjes met dezelfde indeling die ons vieren in ieder geval prima beviel. Onze chauffeur kletste nog steeds regelmatig vrolijk tegen Hans in het Russisch en Kazachs, en zijn muziek-playlist was (helaas) nog hetzelfde als gisteren, maar het was allemaal heel gezellig hoor!

Eerst bezochten we een supermarkt, want volgens Zadra was er waar we heengingen helemaal niets, en zo hadden we de kans om "snacks" en drank en zo te kopen. Hans en ik hadden niets nodig maar vinden het altijd wel leuk om door supermarkten in andere landen te lopen!

Toen iedereen klaar was reden we naar het “Golden Man” museum, gewijd aan een bijzondere opgraving. Het eeuwenoude volk de Scythen begroeven hun overleden edelen in het midden van grote grafheuvels die soms een doorsnede van tientallen meters hadden, maar die zijn allemaal al eeuwen geleden geplunderd. Tot ze in de jaren 70 de (lege) grafheuvel van een belangrijke koning gingen afgraven om er een gebouw weg te zetten en stuitte op een tweede graf aan de zijkant van de heuvel – omdat het op een ongewone plek lag en er normaal gezien nooit meer dan één graf in een grafheuvel was, was het nooit ontdekt en nog intact, en het bleek de rond zijn 18e levensjaar overleden zoon van de koning te zijn, gehuld in leren kleren met vele honderden gouden ornamenten erop. De “gouden man”, dus!

Het grote museum bleek maar voor één kwart, welgeteld tweeënhalve kamer, gewijd te zijn aan de gouden man, met name omdat alle echt bijzondere vondsten in het museum in Astana lagen, en er dus gewoon bijna niets te tonen was behalve wat maquettes, replica’s, foto’s en (dan wel originele) aardewerken potten. De rest van het grote gebouw bleek uit kantoren te bestaan – de Sovjettijd mag dan wel voorbij zijn, men houdt in deze landen nog altijd erg van administratie!

We moesten hier veel tijd doorbrengen, dus op gegeven moment liepen we maar een beetje te hangen. Zadra had een beter humeur vandaag maar was nog altijd duidelijk totaal niet betrokken bij ons als groep – een beetje lastig als gids dat je geen interesse hebt in je klanten! Maar logistiek regelt ze alles op de achtergrond prima; alleen ze is erg onduidelijk altijd over tijden en hoe lang je ergens bent, waardoor de bezoeken erg langgerekt worden omdat iedereen maar een beetje zit te wachten op elkaar. We zagen haar nu opeens naar de achterkant van het museum lopen dus we besloten erachteraan te lopen, en ze bracht ons naar een van de grafheuvels vlakbij. Een ronde heuvel van keien en zand, bedekt met gras, met bovenop een deuk erin van eerdere opgravingen/plunderingen, veel meer was er niet te zien maar het idee is leuk!

Na het museum reden we naar de oorspronkelijke vindplaats van de gouden man. Je hebt dan toch een bepaald beeld van zoiets voor ogen, en dat was in ons geval niet direct een lelijk goud geverfd betonnen beeld naast een karaoke bar… Maar ja, ze hadden hem gevonden omdat ze er gingen bouwen en tja, dat moest duidelijk ook doorgaan, dus nadat alles opgegraven was zijn ze gewoon doorgegaan met de bouw! Iedereen heeft braaf zijn foto’s gemaakt van het lelijke beeld en toen konden we weer verder.

We reden verder het Yssik gebied in, een mooie groene vallei met in de verte nog net zichtbaar onder de lage bewolking, de besneeuwde flanken van de Yssik bergketen. We waren dan wel de stad uit maar het verkeer was nog altijd even onvoorspelbaar, zoals auto’s die midden op de weg en zonder waarschuwing stoppen om af te slaan, of een vrouwelijke voetganger die opeens voor de auto verscheen toen we voorbij een stilstaande vrachtwagen links van ons reden (men rijdt rechts maar rechts inhalen is duidelijk geen enkel probleem, sowieso lijken er weinig verkeersregels te zijn behalve het zebrapad, dat duidelijk heilig is!), en kwaad naar haar voorhoofd gebaarde dat onze chauffeur haar had laten schrikken toen ze levend de stoep bereikte. Euh, tja dat krijg je mevrouw als je je blind in het verkeer werpt op een drukke straat waar er geen zebrapad is… Gelukkig was onze chauffeur de chaos duidelijk wel gewend en had de auto goede remmen en een goed gaspedaal – die ook regelmatig getest werden!

Onderweg hebben we getankt bij een tankstation; voordat we een kilometer verder gereden hadden kwamen we er nog 5 tegen. Dat is iets wat Hans en ik nooit zullen snappen; hoe kunnen alle zes die tankstations toch een goede boterham verdienen als ze zo dicht op elkaar liggen! We reden de bergen in naar het mooi blauwe Yssik meer, dat vroeger wel anderhalve kilometer lang was geweest en een populaire bestemming, tot een zware modderstroom het meer jaren geleden had gehalveerd. Het diende nog altijd wel als watervoorraad voor het lagergelegen dorp, en de lokale mensen kwamen er nog altijd wel graag bij mooi weer picknicken.

De rit ernaar toe was mooi, door steile bergen omhoogklimmend, de wanden vol bloeiende appelbomen, een heel mooi zicht! Er lang op gegeven moment zelfs nog een restje oude sneeuw langs de weg. En op een van de rotswanden langs de weg was een groot portret van Lenin geschilderd, helaas reden we er zo snel langs dat ik geen tijd had om er een foto van te maken.

We stopte bij de rand van het meer, dat mooi helderblauw lag te glimmen. Er was inderdaad een grote zandplaat ontstaan waar de rivier het meer in stroomde vanuit de bergen, maar het was nog altijd een mooie omgeving, omringd door steile bergen, nog met plakken sneeuw op de flanken waar de zon nauwelijks kwam, en mooie witte pieken.

We zijn om het meer heengelopen naar de kronkelende stroompjes bergwater in de zandplaat, die helemaal bestond uit zand van graniet en vol lag met keien en kiezels graniet in alle kleuren van de regenboog. Op de zandplaat aangekomen werd het steeds moeilijker om vooruit te komen omdat je steeds riviertjes moest oversteken, vaak snelstromend en breed. Dus na een tijdje draaide we weer om voor de terugwandeling.

Toen iedereen uitgekeken was reden we hier weer weg, terug naar beneden naar het nabijgelegen dorpje. In het dorp, in een karaoke bar/restaurant die qua kleurkeuze ook dienst kon doen als een hip mortuarium (paars en zilver/grijs kleurschema, zilveren ornamenten op de muren met paarse verlichting erachter, zilveren gevouwen gordijnen, gouden kroonluchters, paarse krullerige banken…) hebben we gebakken forel gegeten, een plaatselijke specialiteit en spartelvers. Helaas bleek de mijne nog rauw van binnen te zijn, waardoor Zadra regelde dat ik een nieuwe kreeg – toen die 10 minuten later kwam was die ook nog een beetje rauw vanbinnen, maar ach, we zullen maar denken dat het sushi is, en de korst was sowieso heel erg lekker.

Bij het wegrijden boden we iedereen in ons busje (dus ook de chauffeur) een pepermuntkussentje aan. Onze chauffeur was gelijk heel enthousiast, hij vond ze duidelijk erg lekker! En Zadra, in de andere auto, zag het dus Hans gebaarde naar die andere chauffeur en onze chauffeur riep duidelijk dat hij naast ons moest komen. Zo werd het bakje overgereikt naar de andere auto en ging daarbinnen ook nog even een rondje!


We reden nu naar de dorpsmarkt omdat Zadra nog inkopen voor de lunch van morgen wilde doen. Hans en ik liepen ondertussen lekker rond te kijken, af en toe Galandia antwoordend als iemand nieuwsgierig en vragend Americano? riep. Als we dat antwoordde kreeg je van de mannen vaak “ahhh Ajax!” terug, en hoorde je sowieso nog een tijdje achter je onderling enthousiast Russisch/Kazachs gemompel met regelmaat terugkomend “Galandia”. We merken dat mensen over het algemeen vriendelijk zijn, niemand heeft problemen met het feit dat we foto’s maken en sommige kunnen er hartelijk om lachen – die gekke buitenlanders, wat valt er hier nu toch te fotograferen!

Eén man had wel zin om zijn Engels op ons te oefenen en verscheen, na het eerste contact, met enige regelmaat opeens voor ons om nog wat zinnetjes uit te proberen. En ondertussen aan iedereen die dat wilde horen uitleggen dat zijn nieuwe vrienden uit Galandia kwamen… Tenminste, dat vul ik dan voor hem in want echt verstaan deden we elkaar niet! We hebben hem op gegeven moment maar op de foto gezet, wat hij prachtig vond.

Een vrouw moest giechelen toen ik een foto maakte van de opstelling van haar buurman, hij had zijn waren namelijk mooi uitgestald in zijn achterbak. Ze vroeg Americano? Nee Galandia antwoordde we, en toen moest ze lachen. De man die zijn Engels wilde oefenen verscheen opeens weer: hij kwam uit Almaty, maakte we op, of we er al eens geweest waren? Ja daar komen we vandaan! En we hebben nog even benadrukt wat een mooi land Kazachstan is. We stapte op gegeven moment het supermarktje in aan het begin van de marktstraat, en ja hoor, daar verscheen onze vriend weer, en vertelde tegen de dames achter de toonbanken dat zijn nieuwe vrienden uit Galandia kwamen. Ze leken er niet echt van onder de indruk!

Terug bij de auto heeft Hans nog een tijdje met de twee gidsen “gekletst”; een paar woorden Russisch, een paar woorden Engels, en handen en voeten werk. Ze hebben op gegeven moment zelfs leeftijden en lichaamsgewichten zitten uitwisselen met vingers om de aantallen aan te geven. Hij moest zijn paspoort laten zien om ze te overtuigen dat hij 60 was en niet 40, wat natuurlijk wel een leuk compliment was, en ze wilde toen wel eens weten hoe oud ik wel niet was!


Toen Zadra klaar en iedereen terug bij de auto’s was vertrokken we weer, de Yssik Vallei in. Rond 16:30 reden we het terrein op van het grootst opgezette en enigszins vervallen “Royal Fish” hotel, wat iedereen best verwarde. We zouden namelijk vanavond officieel in niet al te grote tentjes moeten overnachten! We vermoeden echter dat onze toch wel modieuze gids geen zin had met haar valse wimpers en lange roze nagels in een veldbedje te moeten slapen, en/of de tenten gewoon nog niet opgezet zijn vanwege het begin van het seizoen en/of misschien weggespoeld door de modderstromen. Tenslotte vroor het hier twee weken geleden ‘s nachts nog. En met de regen van de laatste dagen zal zo’n tent aan de rivier ook geen pretje zijn in de modder. Iedereen sprak dus ook (heel eensgezind) niet meer over in een tent overnachten, toen we ons allemaal realiseerde dat we geüpgraded waren van een veldbedje en slaapzak naar een bed!

Bij aankomst stapte ik uit en onze chauffeur zei grijnzend tegen Hans dat ik “charov” was; we kende het woord niet direct maar het leek op een Russisch woord voor lekker; dat zou goed kunnen, want zijn vette grijns sprak al boekdelen. Hij lijkt duidelijk sowieso te vinden dat Hans het goed voor elkaar heeft en we hebben de indruk (er is weliswaar een taalbarrière maar lichaamstaal spreekt boekdelen) dat hij dat ook weleens meer tegen Hans zegt, in wat voor vorm dan ook. Hmmm, tja maar als complimentje opvatten en Hans stevig omarmen om aan te geven dat je absoluut niet beschikbaar bent voor een boerse dikke Kazach? We werden naar onze grote, aparte kamers gebracht op de eerste verdieping: twee grote aaneengesloten kamers met nauwelijks meubels en een badkamer met whirlpool met sfeerverlichting erin…

Hans en ik zijn even het terrein van het hotel gaan verkennen met een flinke handvol druiven om onderweg te snoepen en verbaasde ons over alles: het terrein is erg groots opgezet, er was van alles. Zo was er een grote barbecue hal waar feesten gegeven kunnen worden, een groot zwembad, een sportveldje, verschillende klimrekken en speeltuigen, een grote fontein en oprit, een paar blokhut-bungalows (met grote stalen kluisdeuren leek het wel, wel drie sloten per deur met ieder wel zes cilinders), een karaoke hal, een muziekkapel en misschien zelfs wel een sauna gezien de grote rookwolken die kort na onze aankomst uit de schoorsteen begonnen te komen. En alles was behoorlijk vervallen… Grote waakhonden zaten in een kennel te wachten tot ‘s avonds het hek van het terrein dicht ging en ze er ongetwijfeld uit mochten om het terrein te bewaken, maar het hotel ligt dan ook wel verlaten en afgelegen in de vallei.

We waren de enigste klanten in het hotel en waren allemaal op de eerste verdieping gezet. Dat bleek omdat, toen Hans en ik het hotel zelf gingen verkennen op zoek naar het restaurant, de tweede verdieping verbouwd werd en het mooie ronde torentje op de derde verdieping van binnen volledig vervallen was! Onze verdieping zag er opeens een stuk beter uit! We besloten een beetje te rusten tot etenstijd en moesten lachen toen we de sprei terugsloegen van het bed; we hadden zwart beddengoed met grote rode rozen erop! De kamer is misschien wel schoon, maar met een krakende plankenvloer die schots en scheef is, onbestemde meubels met onbestemde vlekken en dode vliegen in de ramen, komt het toch een beetje groezelig over. Omdat we geen nachtkastjes hadden hebben we een groezelige (nep)leren poef aan weerszijden van het bed gezet, met daarop de handdoeken uit de badkamer omdat ze toch een beetje groezelig en plakkerig overkwamen. Brrrrrrr. Maar het bed lijkt in ieder geval schoon. En het is nog altijd beter dan een modderige tent…

We hebben op bed liggen rusten tot een uur of 19, en zijn toen maar naar beneden gegaan, waar nu een deur openstond: een keurig zaaltje op de begane grond bleek de eetzaal te zijn, met alle tafels netjes gedekt met tafellinnen en al. We kregen allerlei lekkere salades en een eenvoudig maar lekker hoofdgerecht, en Hans en ik denken dat het hotel, ondanks de in onze ogen enigszins vervallen staat, in de zomer waarschijnlijk nog altijd erg druk kan zijn met families en nu opgeknapt wordt voor het nieuwe seizoen. We konden onbeperkt thee krijgen bij het eten, een jonge ober kwam iedere keer als iemand meer wilde, netjes bijschenken.

Er was wat discussie over de vertrektijd morgenochtend uit dit hotel, mede ook omdat Zadra niet helemaal duidelijk was en het aan de groep wilde overlaten, en de groep dus allerlei verschillende dingen begon voor te stellen, maar uiteindelijk waren we eraan uit. We hebben gezellig gekletst over reisverhalen tot Hans en ik moe waren en rond 20:45 naar onze kamer teruggingen.


Terug op onze kamer hebben we nog wat thee gemaakt en een minimarsje genomen als toetje, voor we rond 22:30 tussen onze zwarte lakens met grote rode rozen erop(!) kropen. De badkamer was ook een beetje groezelig, de wc stond los en het bubbelbad gaf nauwelijks water, dus vandaag maar niet douchen. Ach dat was toch al ingecalculeerd want we zouden normaal gezien in een tent gezeten hebben vannacht! Het was een redelijk rustige dag geweest maar we waren toch moe!

free counters