APRIL 2019: RONDREIS WEIDS KAZACHSTAN

Vannacht hebben we een hele slechte en ook wel emotionele nacht gehad. Om 2 uur riep Hans me zelfs bij hem omdat hij zo’n verdriet had. Ik was wel blij om wakker te worden want ik zat zelf net verwikkeld in een lange, vervelende nachtmerrie. We hebben een beetje bij elkaar gelegen tot 2:45 en zijn toen weer gaan proberen te slapen, we voelde ons gelukkig inmiddels iets rustiger. Maar ja, om 6:45 toen we net weer een beetje goed sliepen waren er een aantal andere gasten (niet van onze groep denk ik) op de gang die heel luidruchtig waren… Heel fijn maar niet heus!


Om 8:20 liepen Hans en ik naar het ontbijt – de afspraak was 8:30 maar het valt ons op dat de oudere Nederlandse dame en het ouder Belgisch echtpaar vaak al een half uur aan tafel zitten als wij en de Belgische dames komen eten op de afgesproken tijd. De ontbijttafel stond weer vol met mandjes met snoepjes en koekjes en de baursak van gisteren (die nog steeds erg lekker was…) plus broodmandjes, boter, beleg en jam, en we kregen een lekker versgebakken eitje. Ik had ook pap besteld, maar die is ergens onderweg verdwaald geraakt, maakt niet uit de eitjes waren lekker!

Omdat we hier nog een nacht sliepen hoefde we niets in te pakken en waren snel uit de startblokken vanochtend. Ik vroeg op gegeven moment aan Zadra wat de naam van deze accommodatie was, en inderdaad, Taushelek stond niet op ons programma. Vreemd. Fish Hotel was tenslotte ook een andere accommodatie geweest, maar daar konden we nog een verklaring voor verzinnen – overigens zegt Zadra er niets over dat het een ander accommodatie is of zo, gisteren niet en vandaag ook niet. We moeten het wel in de gaten houden denken we, want Fish Hotel was duidelijk een upgrade geweest maar dit is niet zo duidelijk, dit kan eventueel een onderhandse afspraak zijn met vrienden of familie. En krijgen we aan het einde een rekening gepresenteerd? Afwachten dus maar.

We vertrokken om 9 uur naar het “Lager Kolsai meer”. Er was ook een hoger Kolsai meer, maar die lag schijnbaar moeilijk bereikbaar en veel hoger in de bergen. Deze die wij bezochten was net een mooi Zwitsers plaatje: een blauw meer met groene coniferen eromheen en in de verte mooie besneeuwde pieken.

De auto’s parkeerde bij een pergolaatje en wat bankjes, en we liepen naar beneden. Ik had niets bij van water of zo omdat ik eigenlijk gedacht had om alleen een beetje langs deze rand van het meer te wandelen, maar Hans begon te lopen, hij wilde, bleek al gauw, helemaal rond het meer lopen. Tja daar waren we niet op voorzien maar goed, we maken er maar het beste van en lopen maar. Zadra had ons wel honderd keer gewaarschuwd voor teken, het is nu namelijk tekenseizoen en duidelijk gruwt ze er zelf enorm van!

De wandeling begon op zich gemakkelijk, via vlakke paden en loopbruggetjes. In het bos zelf was het af en toe wat steil maar nog prima te doen. En inderdaad, al gauw liep er een teek op Hans zijn hand, brrrrr!

Op gegeven moment liepen we op een smal bospaadje over een steile helling, en na ongeveer één derde rondom het meer (afstanden zijn bij zoiets altijd moeilijk te schatten) gelopen te hebben, stuitte we op twee rots lawines waar we overheen moesten klauteren. Het waren kleine rotsen en stenen, maar een hele steile grindhelling, dus als je het niet erg vond om een beetje naar beneden te slippen tijdens het lopen en niet te veel keek naar het meer onder je waar de door je voeten losgekomen stenen in vielen, kon je er wel overheen komen.

Ik heb als kind niet anders gedaan dan in de bergen lopen en ben niet bang, weet redelijk goed wat ik moet doen en hoe ik bepaalde dingen veilig moet benaderen, maar voelde nu om de een of andere reden een steeds verder oplopende stress, bijna paniek. Hans bleef maar doorstappen en ik vond dat ik bij hem moest blijven want wat als er wat gebeurde, enzovoorts. Het besef kwam ook dat dit geen Zwitserland was met goed onderhouden paden, goede mobiele ontvangst, Alpenreddingsdiensten en goede gezondheidszorg, maar ergens in Kazachstan… En ik werd heel erg emotioneel en vond het moeilijk verder te gaan en kreeg midden op de tweede rotslawine een huilbui en lichte paniekaanval. Het verlies van ons kleinkind grijpt ons beiden af en toe aan hier op reis, maar midden op zo’n rots lawine is niet echt handig.

Hans keek nog even om de hoek maar daar bleken het echt hele grote rotsen te zijn waar we overheen zouden moeten klimmen, en geen zichtbaar pad, dus we besloten even op een boomwortel te zitten om te rusten, maar daarna te stoppen en terug te keren. Je weet tenslotte niet wat je verder nog tegenkomt en zo’n meer is altijd groter dan het lijkt. Gelijk op dat moment werden we ingehaald door een groep jongeren uit Astana (zoals ze ons blij lieten weten) met tassen vol drinken en eten bij – die leken, volgens een of twee die een paar woordjes Engels spraken, naar het hoger Kolsai meer te gaan lopen. Oef, dat wordt een flinke reis!

Kort na hun kwamen de Belgische dames en het ouder Belgische echtpaar ons achterop. De Belgische dames waren het al gelijk met ons eens dat het niet de moeite was om verder te gaan, het Belgische echtpaar, duidelijk fanatieke wandelaars, wilde daar niet aan geloven en gingen door. Wij liepen terug, nu achter de Belgische dames aan. Op de rotslawines kreeg ik weer een huilaanval, pfffff. En Hans voelde opeens iets in zijn nek kruipen, weer een teek, bah! In een alpenweide met mooi uitzicht op het meer waren een paar bankjes waar we met de Belgische dames gezeten hebben en hun verteld over ons kleinkind, want ze hadden wel door dat er iets aan de hand was. Ze troostte ons en we hebben nog wat gekletst en genoten van het uitzicht en een eekhoorn die bezig was zijn winterkleed te wisselen – hij was rossig wit, met rode pootjes en een rode punt op zijn staart!

Terwijl we daar zaten vond ik een teek die op mijn petje liep, Zadra had niet overdreven dus! Na zo’n 20-30 minuten kwam het ouder Belgische echtpaar terug – het was ze gelukt om over de grote rotsen te klauteren maar daarna was het de ene hindernis na de andere dus ook zij besloten uiteindelijk eieren voor hun geld te kiezen en terug te keren. We hebben nog even gekeken bij een visser die aan de waterkant stond en ons wenkte – je zag de vissen gewoon zo zwemmen in het heldere water!

Rond 11 uur waren we terug boven bij de auto’s, waar Zadra de chauffeurs opdracht gaf thee te zetten. Er werd op een primusbrander water opgezet voor thee en koffie, maar door de wind wilde dat niet echt vlotten dus een van de chauffeurs sprong op gegeven moment maar in de auto en reed even 20 km op en neer naar ons guesthouse om daar kokend water te halen! Er was een zak snoepjes, baursak en koekjes van het ontbijt, en nog twee zakken met verse koeken, en een van de chauffeurs probeerde iedereen een Kazachse specialiteit te laten proeven: witte bolletjes harde zoutige gedroogde zure room… Brrr gelukkig waren er genoeg zoete koekjes en snoepjes om die smaak weg te krijgen! Er wordt al af en toe gefantaseerd over frietjes met mayonaise…

We reden rond 12 uur terug naar het guesthouse, langs een bergflank die duidelijk recent helemaal ingestort was.

Om 12:20 waren we terug in de accommodatie, waar we om 13 uur lunch zouden krijgen, dus Hans heeft eerst nog een beetje op bed gelegen en spelletjes gedaan, en daarna een kort dutje want hij was doodmoe. De lunch bestond uit een bordje met “manti”, typisch voor deze regio, we kennen ze ook van Oezbekistanen Kirgizstan(en zelfs Rusland), in feite een soort hele grote gekookte “ravioli” gevuld met vlees, in dit geval schapengehakt. De chauffeurs vroegen weer om mayonaise, en omdat de manti verder niets erbij hadden, besloten wij dat ook te proberen – manti met mayonaise, dus, ging best. Tijdens het eten kroop er een teek uit Hans zijn borstzak, ongelofelijk je wordt er haast paranoïde van!

We zijn om 13:50 nog even terug naar onze kamer gegaan, en om 14 uur vertrokken we richting een ander bergmeer, volgens Zadra honderd jaar geleden gevormd door een aardbeving. Na vijf kwartier rijden door de heuvels en bergen, kwamen we bij een mooi meertje aan. Nee, helaas, dat was hem niet, we moesten lopen.

We liepen eerst over een bosweg naar een uitzichtspunt boven het meer, erg mooi. Het was een blauw sikkelvormig meer in een smalle steile vallei, waarbij een deel van het oorspronkelijke bos dat hier stond voor de aardbeving sindsdien onder water stond in het meer. Dat gaf een spookachtig effect, want de coniferen waren boven water kale zilverkleurige boom-skeletten geworden, maar onder water in het blauwe meer zag je nog de groene takken. Heel zuurstofarm water, misschien, waardoor die takken nooit weggerot zijn, zelfs niet na honderd jaar? Ook leken de bomen tegen de omringende bergflanken op sommige plekken deels bedolven te zijn door rotslawines, en gewoon verder omhoog te groeien. (later hebben we dit meer nog op tv gezien als een bijzondere plek)

Zadra leidde ons weer verder; nu moesten we naar beneden, over een steil bospad, waar we na een tijdje uitkwamen bij de rand van het meer. Ook heel mooi, en apart met de zilverkleurige bomen in het water, maar we vonden dat het uitzicht vanuit boven mooier was. Plus, dat steile stuk dat we naar beneden waren gelopen moesten we nu weer terug naar boven open, oeps…

Nadat we uitgekeken waren op het meer en allemaal hijgend en met korte pauzes onderweg het steile stuk terug omhooggelopen zijn, kwamen we weer bij de auto’s uit. We zouden het weleens fijn vinden als Zadra iets communicatiever was over de zwaarte van wandelingen en tijden die nodig waren, want een aantal mensen in de groep hadden het nu best taai zo even terug naar boven lopend. Maar goed, iedereen heeft het gered en kon eenmaal terug bij de auto’s uitpuffen en een eekhoorn bekijken (ook weer grotendeels wit nog) die bij de prullenbakken aan het rondscharrelen was.

We hebben een mooie rit terug naar de accommodatie gehad, deels dóór een ondiepe rivier vol kiezels. Altijd leuk zoiets!

Op een heuveltje boven het dorp waar we sliepen stopte we voor een fotoshoot zo einde van de middag: de schapen, geiten, koeien en paarden waren onderweg terug van de bergen naar de stal, wat een mooi gezicht was in de laaghangende zon en tegen de grasgroene glooiende heuvels met in de achtergrond hoge witte pieken. Onderweg aten de schapen en geiten nog wat mineraalrijke klei van een kleine klif langs de weg, moeiteloos balancerend op de bijna verticale rotswand, en denderden de paarden op gegeven moment gezamenlijk de heuvel af in een indrukwekkende galop. Prachtige plaatjes!

De herder op zijn paard kwam met onze chauffeur een praatje maken en zijn indrukwekkend grote hond (een Anatolische herder? Een joekel van een beest, gespierd en duidelijk gemaakt voor ruw weer) wachte eerst nog lijdzaam naast het paard. Maar op gegeven moment gaf de hond het duidelijk op, zijn baas bleef maar kletsen, en haast zuchtend stond hij lui op en sjokte maar alvast naar huis, misschien dat zijn baas de hint zou krijgen! Toen ook eindelijk de herder zelf in beweging kwam en met een groet naar ons achter zijn vee en hond aan ging, reden wij ook naar beneden naar het dorp.

We kwamen de hond in het dorp nog tegen, rustig naar huis wandelend! De twee auto’s werden stilgezet bij de moskee van het dorp en iedereen moest eruit en kon even rondlopen terwijl Zadra en de twee mannen in een van de auto’s wegreden – misschien om boodschappen te doen, was niet helemaal duidelijk. Hans en ik hadden eerder op de dag al een oorlogsmonumentgespot, vlakbij de moskee, dus zijn er even naar toe gewandeld om te kijken. De Sovjetster was al lang geleden eraf gevallen of gehaald, je zag nog vaag de afdruk in het stucwerk, en de eeuwige vlam brandde al lang niet meer. Ook was een van de nummers van 1941-1945 zo te zien al vele keren gevallen; de 1 lag er nu onder, maar je zag zelfs nog sporen van plakband waarmee ze het hadden geprobeerd te repareren! Maar ook hier, zoals altijd eigenlijk, stonden er een indrukwekkende aantal namen op voor zo’n klein plaatsje…

We waren rond 18 uur terug in de accommodatie, waar ik Hans zijn bloes heb gerepareerd; hij had namelijk een indrukwekkende winkelhaak erin gekregen, misschien tijdens de wandeling in het bos? Het was in ieder geval goed balen, want het was een hele fijne Afrika-bloes van dikke stevige luchtige stof. Ik had stom toevallig precies de juiste kleur bij en kon de scheur van zo’n 4 en 3 cm netjes dicht stikken, gelukkig! De Belgische dames waren later tijdens het eten onder de indruk van de reparatie! Hans lag tijdens het repareren ondertussen even een klein dutje te doen, we zijn steeds zo moe!

Om 19 uur was het etenstijd, wat helaas niet zo veel voorstelde. Er waren geen baursak broodjes meer, en het eten was heel eenvoudig. Maar we hebben dankzij de koekjes en jam en snoepjes geen hongergeleden, verre van! Als het voor je neus staat blijf je er toch vaak van eten. En het was erg gezellig, we hebben tot een uur of 21 zitten kletsen met de Belgische dames.

Terug op de kamer is Hans gelijk gaan douchen en heb ik koffiegezet met een marsje erbij. Toen hij klaar was ben ik om 21:30 gaan douchen, en ondertussen speelde hij lekker een spelletje op de laptop. We voelde het al heel de dag overal jeuken en kriebelen, zelfs nu nog na het douchen. Je wist wel dat er echt geen teken meer rondliepen, maar toch, je voelde ze overal. Brrr! En tijdens de maaltijden hadden onze groepsgenoten bevestigd dat zij ook last hadden van het idee dat er teken kropen op hun lijf.


Ik heb alles zo veel mogelijk opgeruimd en ingepakt, en rond 22:30 is Hans gaan slapen; hij had het weer een beetje koud dus we hebben weer de jassen over zijn benen en voeten gelegd, wat gelukkig wel scheelde. Ik heb het blog afgetikt en ben rond 23 uur gaan slapen.

free counters