APRIL 2019: RONDREIS WEIDS KAZACHSTAN

Na een redelijke nacht werden we rond 6 uur wakker – Hans zijn matras was beter gebleken dan die van mij, ik was dus een beetje stijf bij het opstaan! We waren vanzelf wakker geworden, en doezelde weer weg, maar rond 7 uur was er veel herrie op de gang – gepraat en geroep van meerdere mensen – en werden we dus weer wakker, pffff. Om 8 uur zijn we zelf maar opgestaan en toen we om de afgesproken tijd van 8:30 in het eetzaaltje stapte was iedereen al aan het ontbijt – waarschijnlijk maar van ellende eerder opgestaan. Het was zoals overal weer een warm ontbijtje met gebakken eitjes en als je dat wilde ook havermoutpap. Verder natuurlijk nog de gebruikelijke brood, jam, hartig beleg (de plakjes kaas en zo afgepast per tafel) en snoepjes en koekjes. Ik wilde ook wel wat havermoutpap, en kreeg een bordje lekkere pap die wel erg zout was; er stond geen suiker op tafel maar suikerklontjes werkte ook wel redelijk…

Het heeft vannacht geregend en miezerde nog een beetje toen we om 9 uur naar het kantoor van het Altyn Emel Nationaal Park liepen vlakbij voor kaartjes. Zadra zou de kaartjes regelen – tenminste, daar leek het op, het is nooit zo heel duidelijk wat ze gaat doen want ze communiceert nauwelijks of heeft alles al tijdens het rijden in de andere auto verteld aan die drie mensen, maar neemt dan niet meer de moeite om het aan ons vieren te vertellen. Maar door een beetje rond te vragen onderling weten we in ieder geval meestal wel ongeveer wanneer we waar verwacht worden. Nu moesten we allemaal een beetje rondhangen in het gebouwtje en de twee tentoonstellingszaaltjes bekijken tot Zadra klaar was – er werd met bordjes vriendelijk verzocht om niet in de diorama’s te klimmen!

Om 9:30 leek Zadra klaar – ze had ook nog ondertussen een folder geprobeerd te regelen voor de oudere Nederlandse dame, die folders verzamelde van alle plekken die ze bezocht – en konden we in de auto’s stappen. We reden nu richting het nationaal park Altyn Emel, wat een lange, grotendeels onverharde stuiterrit was en waarbij met name onze chauffeur ERG hard reed. Onverantwoord hard vonden wij vaak: je kunt op zich op onverharde wegen best tempo maken, maar je hebt ook minder controle over het voertuig als op een asfaltweg natuurlijk.

Rond 10:45 kwamen we aan bij het begin van de Aktau Vallei en waren blij om uit de auto te kunnen stappen. Het weer was ondertussen opgeklaard en we kregen zelfs af en toe zon, lekker voor de wandeling! We werden door Zadra gewaarschuwd voor een mooie bloeiende staak die we onderweg misschien tegen zouden kunnen komen, die was schijnbaar erg giftig en mocht absoluut niet aangeraakt worden. Er kwam al gauw een lokale gids ons tegemoet, een jongen van ongeveer 20 jaar oud in “bos” camouflagekleding, en na een korte kennismaking stapte hij er vandoor en wij er achteraan. Hij zette een stevig marstempo in over de voetheuvels van de prachtige rotsen boven ons, en wij genoten onderweg van het landschap.

De kleuren in dit landschap waren namelijk echt ongelofelijk. Aktau Vallei was een vallei vol heuvels en een grillig kronkelende rivierbedding, met alles gemaakt van lagen rots in allerlei kleuren: wit, grijs, geel, oranje, rood, bruin, paars en zelfs een lichtblauwe kleur hier en daar. De foto’s brengen eigenlijk nog geen fractie van de werkelijke kleuren over! De “rotsen” van deze vallei waren zachte zandsteensoorten of misschien wel moddersteen, en sleten daarom met iedere regenbui verder af in mooie stroompjes kleur. Het geel met name was zo mooi, soms zo fel als kerriepoeder, prachtig!

Onderweg kwamen we op de grond in de hard geworden kleimodder allerlei meegespoelde steentjes tegen, waaronder stukjes witte semi-transparante stenen, die volgens de lokale gids kwarts waren. Mij leek het eerder gips of kwartsiet of zo, want het leek me zo zacht en schilferig om kwarts te kunnen zijn, maar wie weet! Je kon door sommige stukjes in ieder geval bijna kijken zo helder waren ze.

We hebben genoten van het landschap en op het middelpunt van de vallei waar deze een soort van T-splitsing maakte stopte de lokale gids en konden we een tijdje zitten en het landschap in ons opnemen. Prachtig al die kleuren! De grijswitte grond waar we hier op liepen was vol met kleine ronde gaten, die door zowel grijswitte hagedissen gebruikt werden, als door een knaagdier dat leek op een dikke grijswitte hamster met een lange staart met zwarte toef aan het einde. Waarschijnlijk waren de gaten ondergronds met elkaar verbonden want beide diersoorten konden het ene gat induiken en er bij de volgende weer uitkomen.

We zijn op een rustiger tempo individueel teruggelopen, deels door de kronkelende droge rivierbedding zelf, die ook heel mooi was met felle kerrie-gele en grijswitte wanden. Je kwam gewoon ogen te kort om alles in je op te kunnen nemen, wat een kleuren en vormen, prachtig!

Toen we terug bij de auto’s waren kregen we goed gevulde lunchpakketjes die ’s ochtends door de guesthouse eigenaresse vers voor ons bereid waren – ze waren nog best lekker ook, een prutje van geplette gerst met groente en kip. En natuurlijk thee en koffie van kokend water op de primusjes bereid, en zo veel koekjes en snoepjes als je wilde. Geen maaltijd hier zonder snoepjes en koekjes lijkt het wel! Ook hier in de woestijn waren teken – bij mij liep er eentje over mijn broek en de chauffeurs vonden er ook een. Brrrrr enge beesten.

We namen tegen het einde een groepsfoto en onze chauffeur wilde met een vette grijns naast mij gaan staan – hij zag het duidelijk al helemaal zitten om mij in een stevige omhelsing vast te pakken – gelukkig dat Hans zo alert was en ertussen ging staan, wat even een tel of twee een geschuifel opleverde waarop de chauffeur moest lachen dat Hans hem te vlug af was. Bah bah bah ik voel me er niet fijn onder ik heb dit soort gedrag nog nooit ZO erg meegemaakt. Wat een onprofessionele chauffeur!

We reden na de lunch weer door mooi landschap naar een andere vallei, de Katutau Vallei. Hier was het gesteente donkerder, meer bruin en zwart dan de lichtere fellere kleuren van Aktau, en deed het ons meer aan de oude bruinrode verweerde graniet koppies van Afrika denken. Onderweg zat onze chauffeur overduidelijk schunnige opmerkingen te maken naar Hans en naar zijn eigen kruis te wijzen, die maar hulpeloos toekeek en hem probeerde te negeren voorin, en stopte op gegeven moment bij een rotswand. Hij deed even zoeken en was toen helemaal blij dat hij gevonden had wat hij zocht… Je had weinig fantasie nodig om in een van de rotsen een erect lid te zien, hier stopte hij dus ook voor en nam er een foto van en toonde die trots aan arme Hans die maar hulpeloos zijn schouders ophaalde, wat moet je anders.

We stopte in deze vallei vlakbij een grote steen vol ronde erosiegaten – door regen en wind gemaakt? Het leek net een modern sculptuur! Het was even onduidelijk of we weer zouden gaan lopen maar Zadra bleef in de auto dus waarschijnlijk was het alleen een fotostop, en dus hebben we de grote steen bewonderd en diegene die dat nodig hadden een rots of bosje opgezocht voor een plaspauze. Met het gedrag van onze chauffeur ging ik echt niet plassen in zo’n half beschutte omgeving, want ongetwijfeld dat hij zou proberen om mij te begluren als hij er erg in had, brrrrr.

Toen reden we naar de “Zingende Duinen”, twee toch wel aanzienlijke duinen van zo’n 150 meter hoog tussen twee heuvels bij een riviervallei. Er doen allerlei legendes de ronde over deze duinen, onder andere dat Djengis Kahn er begraven is, of dat het twee vervloekte geliefden waren. De bedoeling is dat je “even” over de kam naar boven loopt en dan over de flank naar beneden rent zodat je het zingende zand hoort, een soort trommelen volgens Zadra. Maar die duinen waren hoog en Zadra had al gezegd dat het zand echt kurkdroog moest zijn anders hoorde je niets.

Hans en ik hadden al niet zo’n behoefte om zo’n hoge duin te beklimmen, en al helemaal niet nu het een beetje vochtig weer was – dan zou je helemaal niets horen. De oudere Nederlandse dame van in de 70 bleef bij de auto’s, en Hans, ik en de jongste van de twee Belgische dames (de “jongeren” van de groep!) bleven lekker onderaan het duin staan kijken en wachten terwijl de rest alledrie naar boven ploeterde, Zadra in hun kielzog nadat ze andere schoenen aangetrokken had. Ze zetten allemaal dapper door maar strandde iets boven de top omdat er schijnbaar mensen zo in de weg stonden op de kam dat ze er niet langs konden. Zadra was al maar halverwege de duin weer naar beneden gekomen over de flank. Niemand heeft het zand horen zingen dus we waren blij dat we beneden gebleven waren!

Via een lange, hobbelige, nogal ruige rit (onze chauffeur rijdt niet zo heel prettig, in onze ogen best onvoorzichtig) reden we terug door het mooie landschap naar onze accommodatie waar we om 18 uur aankwamen. Onderweg zette onze chauffeur de muziek iedere keer keihard aan tijdens het rijden of als we stilstonden – Hans deed hem even vaak weer uitzetten als hij de kans had. Het is inmiddels wel duidelijk dat onze chauffeur het expres doet of het niet interesseert wat wij ervan vinden, want ondanks de taalbarričre is het nu toch onderhand wel heel duidelijk dat we niet gediend zijn van zijn muziek.

Het avondeten was om 19 uur, dus we hadden nog even tijd om wat thee te drinken en te rusten. Ik had eerst water gepakt van de samovaar in de eetzaal, maar het bleek dat die uitgezet was – de eigenaresse is wel HEEL zuinig. Dus hebben we maar weer ons reiswaterkokertje tevoorschijn gehaald! Omdat iedereen altijd zo vroeg is, ging ik al om 18:50 kijken of er al mensen van onze groep in de eetzaal zaten – ik had geen zin om weer naast die hork te moeten zitten. De Belgische dames gingen net zitten dus ik maande Hans om op te schieten, maar ondertussen kwam de rest ook al aanzetten.


De man van het ouder Belgische stel bracht het onderwerp van fooien op, omdat we morgen voor het laatst deze chauffeurs hebben. Hij stelde het astronomische bedrag van omgerekend 58 euro per persoon per chauffeur voor, waarop wij en de Belgische dames protesteerde dat we dat veels te veel vonden. Hij leek daar verbolgen over, dus we legde uit dat we dat ten eerste gewoon te hoog vonden, dat zijn Nederlandse hoeveelheden, niet Kazachse, en je moet altijd een beetje naar de economische maatstaf van het land fooi geven, bovendien we waren ook totaal niet tevreden over onze chauffeur. Hij was van mening dat we een kleine groep t.o.v. een grote groep (en dus meer fooi) moesten compenseren door middel van een hogere fooi, wij vonden dat het werk (rijden dus) al door het salaris gedekt is en een fooi ALTIJD voor de extra’s is, dus bij een kleine groep er ook veel minder extra werk is voor de chauffeur.


We werden het duidelijk niet eens, dus we besloten per auto fooi te geven; zij waren van mening dat je veel fooi moest geven en waren ook heel tevreden over hun chauffeur, een vriendelijke rustige beleefde jongen die als dag en nacht verschilde van die van ons, dus zij zouden hem een hoge fooi geven, en wij waren bijzonder ontevreden over onze chauffeur en zouden hem een wat realistischere fooi geven. En die fooi zou dan ook alleen maar zijn voor het ons heelhuids afleveren, want onze chauffeur reed gewoon gevaarlijk.


We kregen als avondeten de trots van Kazachstan, het gerecht beshbarmak, een nationaal gerecht van een berg lappen dunne lasagne vellen, daaroverheen gekookte uien, aardappelen en wortels als versiering, en bovenop stukjes gekookt vlees, in dit geval paardenvlees. Alles in een laagje kookvocht van de pan waarin alles (soms uren) had staan koken. Het was niet verkeerd, maar wel (heel) eenvoudig qua smaak. En ik denk dat de smaak ons ook gewoon meeviel omdat we bang waren geweest dat het niet lekker zou zijn, plus pasta smaakt altijd wel normaal gezien. Helaas waren er vandaag geen verse baursak broodjes!

De chauffeurs waren gelukkig niet komen eten, Zadra legde uit dat ze naar een neef die in dit dorp waren voor een feestje. We zouden volgens haar morgen in onze ogen onbegrijpelijk laat vertrekken, om 9:30 pas, en we vermoeden dat dat is zodat zo veel mogelijk alcohol uit het systeem van de beide chauffeurs is bij vertrek, want ongetwijfeld ging het vanavond en vannacht gezellig worden bij die neef!


Rond 20 uur waren we uitgegeten en gingen terug naar onze kamer, waar we nog geprobeerd hebben een beetje te internetten, en koffie hebben gezet. Hans ging rond 21:30 douchen, ik wat later om 22:30 om de boiler de kans te geven weer te vullen, en we merkte dat, naarmate de avond vorderde, het internet beter werd. Rond 23:30 lagen we in bed. Hans en ik vragen ons trouwens al sinds we in Kazachstan af waarom alle wc-brillen behalve die in het hotel in Almaty altijd los zitten (als het geen hurktoilet is natuurlijk)!

free counters