APRIL 2019: RONDREIS WEIDS KAZACHSTAN

Hans was vanochtend vroeg wakker, en heeft een beetje liggen soezen en internetten tot het tijd was. Ik ben rond 8:15 opgestaan en gelijk gaan douchen, en om 8:30 zijn we gaan ontbijten. Vandaag zagen we nog duidelijker dan gisteren dat echt alles te voet uit de keuken in de kelder gehaald moet worden – maar dan nog, is er niet goed over nagedacht, want zo zijn er maar twee thermoskannen, eentje voor thee en eentje voor koffie. Zijn ze leeg dan worden ze niet gelijk vervangen met volle, maar worden de lege kannen meegenomen, ongetwijfeld in de keuken opnieuw gevuld en dan weer teruggebracht… Je zit dus, als je thee wilt en de kan is net weg, soms letterlijk een kwartier te wachten tot je thee kunt pakken!

Hans had vandaag geen zin in een eitje, zeker ook niet gezien hoe lang het gisteren geduurd had, en om 9 uur waren we uitgegeten en zijn we nog even naar onze kamer gegaan om te internetten voor we naar beneden gingen naar de lobby.


Vandaag vertrokken we om 9:30 richting Aksu Canyon. Het gedeelte dat op ons programma staat was volgens Zadra te gevaarlijk door de regen en modder van de laatste dagen (het regent hier nu schijnbaar onnatuurlijk veel), maar Zadra had, zo zei ze zelf, een mooi alternatief bedacht en bracht ons naar een bocht in de weg over een rivier. Zo leek het, maar toen we uitstapten en naar de brug liepen zagen we diep onder ons een razende kolkende rivier met smalle grillige canyonmuren. We keken vanaf de brug zó een hele diepe smalle kloof in. In het grasveld naast de weg staken hier en daar lage karst-achtige muurtjes van rotsen uit, maar vooral was het een mooi groen grasveld.

Iets verderop in het grasveld was echter de “Duivelsbrug”, een plekje in het waar de canyon zo smal was, maar zo’n 30 cm, dat je hem met één stap kon oversteken, als je dat aandurfde tenminste want tientallen meters onder je raasde de rivier… Het was ongetwijfeld een peulenschil om te doen maar het zag er doodeng uit en niemand deed het, behalve misschien wat schapen verderop op een heuvel die dat waarschijnlijk twee keer per dag doen!

We liepen een eindje over het gras langs de rand van de canyon, genietend van het dramatisch landschap. Er is hier vast een heel geologisch verhaal te lezen, en wij vonden het erg mooi om er rond te lopen en te kijken. Het gesteente van de canyon was een dikke laag van tientallen meters diep, van een soort natuurlijk cement, helemaal volgepropt met ronde rivierkiezels. Dat lag dus in een dikke horizontale plak tussen twee heuvels, we denken misschien over miljoenen jaren neergeslagen door een rustig stromende rivier. Miljoenen jaren later is misschien de koers of graad van die rivier veranderd, waardoor hij harder is gaan stromen en het gesteente is gaan eroderen, en nu is er dus een diepe kronkelende rivier doorheen gesneden. Zoiets denken we, en het levert nu voor ons een hele mooie wandeling over een mooi groen grasveldje dat eindigt in een korte afgrond, met diep daaronder een blauwwitte rivier die woest kolkt en de randen van het “kiezelcement” steeds verder afkalft.

Toen we alles aan de ene kant hadden opgenomen, zijn Hans en ik nog even de weg overgestoken om naar het vervolg van de rivier te kijken aan de andere kant – ook heel erg mooi, maar nu na wat we zonet gezien hadden iets minder imposant. Hoe dan ook heel erg indrukwekkende natuur! Ondertussen was de regen en miezer gestopt en werd het droog.

Toen iedereen uitgekeken was zijn we verder gereden. We maakte onderweg een korte stop bij een orthodoxe kerk, waar Zadra weer in de auto bleef zitten, een boekje lezen terwijl wij even alleen om de kerk en erin keken.

Toen kwamen we op gegeven moment bij een begraafplaats aan, ons busje sloeg af een boerenveld in, en we hebben enkele kilometers bergafwaarts over een modderig pad tussen de velden gereden. De wielen van de bus slipte af en toe in de modder, en de chauffeur leek er niet al te blij om maar Zadra had hem duidelijk overtuigd en/of gedwongen dat het wel kon.

Het boerenpad eindigde in een grasveldje waar we moesten uitstappen en op zoek naar een trap. We gingen namelijk een waterval bezoeken, schijnbaar. Tussen het lange gras (oppassen dat je niet per ongeluk van de rand van het veld afstapte!) vonden we wat betonblokken in de vorm van een steile trap die de helling af gingen naar de rivier, en heel voorzichtig, elkaar naar beneden helpende waar de blokken weggespoeld of verschoven waren door regen, schuifelde we naar beneden.

Beneden liepen we een klein stukje langs de rivier voordat we, elkaar weer helpende, via de glibberige kletsnatte rotsen van een zijstroompje, iets omhoog konden klimmen naar het hoogtepunt van deze wandeling, de “huilende” moswand. Er was boven ons een moswand waar allerlei stroompjes water afliepen, best een mooi gezicht maar we weten nog niet echt zeker of het nu al die inspanning waard was!

Iedereen is toen ze uitgekeken waren weer de betontreden opgeklauterd, gelukkig ging omhoog iets gemakkelijker, elkaar helpend waar nodig, en toen we weer in het grasveldje stonden konden we vertrekken met ons busje. Als die tenminste 4WD had gehad, of banden met enig diep profiel… In de zachte plakkerige modder en het gladde gras kreeg de zware bus namelijk geen grip en kwam niet eens het eerste heuveltje op vlak na het grasveldje! Het busje had, aan de sporen te zien, al ijverig staan draaien en modderen toen we weg waren. Nu dat we het pad terug omhoog moesten rijden gingen de wielen spinnen en raakte de motor haast oververhit. We zaten vast in de modder ergens in het midden van niets…

Hans zei gelijk dat we takken moesten gaan zoeken om in het spoor te leggen zodat de wielen wat grip zouden hebben. De chauffeur leek niet echt overtuigd dat dat zou helpen, maar wij wisten dat dat waarschijnlijk de enigste manier was, en Hans en ik en de Belgische dames en oudere Nederlandse dame gingen aan de slag. Het ouder Belgisch echtpaar leek niet goed te weten wat ze moesten doen. De modder was dikke, plakkerige kleiachtige modder die de banden vastzoog, en het was pas na een tijdje dat de chauffeur iemand belde over de situatie.

Iemand uit onze groep vond een lokaal nummer op een bord in de buurt, met het woord “tractor” erbij, dus we wezen Zadra daarop maar zij weigerde wie dan ook te bellen met allerlei smoesjes, zoals dat het nummer van een imam is (lijkt me iemand die wel iemand in de buurt met een tractor kent…) of een lokaal nummer (nogmaals, lijkt me uitermate geschikt om te bellen), of dat ze geen bereik had (en ze weigerde mijn telefoon die wel bereik had). In plaats van bellen om hulp, stelde ze dat we maar terug naar de weg moesten lopen en daar een taxi proberen te wenken. Dat vond iedereen een onzinnig idee, het was een paar kilometer lopen terug naar asfalt, en dan had je nog niets, dat was een bocht in de weg in het midden van niets (bij een begraafplaats, niet bepaald een plek waar veel taxi’s staan te wachten!)

De chauffeur was een Afghanistan veteraan en kon duidelijk niet hebben dat het hem niet lukte om de bus uit de modder te krijgen, dus die was ondertussen verbeten en koppig aan het proberen. Takken onder de wielen, aanloopje nemen, vol gas, spinnende en rokende wielen, en weer terug de heuvel afzakken… Pfffff het lukte maar niet en Hans zijn tips om het langzaam te proberen in plaats van met volle charge gingen verloren in de vertaling! Dus Hans en wij bleven maar takken verzamelen en in het spoor gooien – zelfs die modder moest toch op gegeven moment verzadigd genoeg zijn van de takken om een beetje grip te geven?


Het heeft uiteindelijk anderhalf uur van verbeten en koppig blijven proberen door de chauffeur en vooral van Hans blijven zoeken naar takken om in het spoor te leggen, en toen lukte het de chauffeur eindelijk om met loeiende motor, grof geweld en spinnende banden over het heuveltje te komen en een plat stuk daarboven te bereiken! Oef, we moesten allemaal achterin gaan zitten om door het gewicht wat extra tractie te bieden voor de achterbanden, en de chauffeur heeft ons met een woeste verbeten blik en brullende V8 motor op hoge snelheid naar boven gereden, slippend en glijdend en spinnend in de bochten!

Maar het lukte, en om 15 uur stonden we eindelijk weer langs de asfaltweg, waar de motor van het arme busje even moest afkoelen na dit avontuur (en wij ook). Gezien dat de heilige berg Kazygurt, waar de ark van Noah even aangespoeld zou zijn geweest, en die nog op ons programma stond, waarschijnlijk net zo modderig was als dit, en dat we nog moesten lunchen, stelde Zadra voor om maar Kazygurt over te slaan en terug naar de stad te gaan. JA GRAAG! Was het unanieme antwoord!

Om 16:15 waren we terug in de stad waar we eerst nog door Zadra naar een overdekte markt gebracht werden. Een beetje tot onze verrassing, iedereen had onderhand namelijk wel honger, maar het is altijd leuk om in dat soort plekken rond te lopen, dus Hans en ik hebben even Zadra laten zeggen hoe laat we waar terug moesten zijn voor iedereen op eigen houtje de markt in trok.

We vonden een mooie rode dikke leren riem voor Hans die maar 6 euro kostte, en genoten van alle kleuren, geuren en geluiden van de markt. Toen ik een paar grote vissen aan het fotograferen was stapte opeens twee dienstkloppers streng op ons af, dat mocht niet, geen foto’s. Ze hebben ons wel zo’n 20 meter gevolgd dus ik heb maar braaf even geen foto’s gemaakt tot ze het opgaven en iemand anders gingen vervelen!

Om 17 uur was iedereen klaar en gingen we naar een restaurant voor lunch/diner – we dachten eerst weer het doner restaurant, maar we gingen nu naar de buurman. En of dit nu lunch of diner werd was aan ons volgens Zadra, wat we er inmiddels van wilde maken. Omdat het eten pas om 17:30 kwam besloot iedereen het maar als diner te beschouwen, en de lunch maar te vergeten!

Na het eten zijn wij en de twee Belgische dames rond 19 uur nog even naar Madlen, de eetgelegenheid van gisteren gewandeld, vlakbij, om nog wat te drinken. Wij namen een pot thee en de dames wijn en we keken alle vier onze ogen uit in het restaurant – het is duidelijk een hele populaire keten!

Om 20:15 rekende we af en namen we vieren samen een taxi voor de laatste paar kilometers terug naar het hotel, en moesten totaal 1,20 euro afrekenen, geen geld toch! De sleutelkaart van onze kamer deed het weer niet dus we moesten weer eerst even naar beneden terug voor we onze kamer in konden, maar toen we dan eenmaal zover waren is Hans gelijk gaan douchen terwijl ik mijn broek een kattenwasje gaf, en daarna ben ik ook gaan douchen. We hebben spelletjes gespeeld en gerust tot 23 uur, toen we het hoog tijd vonden om te gaan slapen. Het was om 23:30 even heel erg rumoerig op de gang met veel herrie en lachen, maar dat duurde gelukkig niet al te lang en daarna konden we dan eindelijk echt slapen, pfffff!

free counters