APRIL 2019: RONDREIS WEIDS KAZACHSTAN

We hebben vannacht een onrustige nacht gehad en het erg zachte bed hielp daar niet aan. Om 8:30 zijn we redelijk brak opgestaan en gaan ontbijten. Het ontbijtzaaltje had verschillende “eilanden” met eten, alleen er was in onze ogen totaal geen logische indeling, dus je zocht je een bult om je ontbijt bij elkaar te scharrelen. Ook leek er op het eerste gezicht veel keuze, maar eigenlijk was dat in de praktijk niet het geval en was het een beetje een allegaartje, en zowel Hans als ik kon niets echt bevredigends vinden. We hadden een eitje laten bakken maar gek genoeg had die helemaal geen smaak, heel apart. Ach ja! Rond 9:20 waren we terug op onze kamer om te rusten. We hadden een late start vandaag, pas vanaf 10 uur vertrek, omdat de musea en zo niet eerder opengingen. We krijgen namelijk vandaag een stadstour.

Als eerste reden we naar een enorme en nieuwe moskee (schijnbaar de grootste in centraal Azië) waar wel 10.000 mensen in kunnen. De vrouwen moesten er zo’n lichaams-bedekkende jas dragen, een beetje apart om dat weer te moeten – in Iran is dat normaal, hier voelt het toch onwennig.

Na er een tijdje binnen rondgelopen te hebben (Hans en ik zijn onder andere ook even op het vrouwen-en-kinderen balkon geweest) was het tijd om weer onze schoenen aan te trekken. Net toen Hans en ik ons afvroegen hoe dat nu eigenlijk zou zijn met kinderwagens – want het schoenen uittrekken is uiteindelijk vooral om straatvuil buiten te houden en de tapijten te sparen – zagen we een kinderwagen staan in het voorportaal. Inderdaad, die mochten dus ook niet naar binnen, zoals we al dachten!

We zijn te voet naar het nabijgelegen Nationaal Museum gelopen, onderweg liepen we langs een paar prestige-gebouwen van wereldberoemde architecten. En waren een paar platsoenwerkers in het parkje de grote selfie-letters “I love Astana” letters aan het veranderen in “I love Nur-Sultan”, de nieuwe officiële naam van de stad sinds de president een paar maanden terug plotseling met pensioen is gegaan en de stad als eerbetoon naar hem vernoemd is – wat een operatie moet zo’n naamsverandering wel niet zijn!

We moesten lang wachten op de tickets, maar kregen daarbij ook allemaal een audiogids. Ook moest er, als mensen foto’s wilde maken, een foto-permit gekocht worden die niet inbegrepen was. Het bleek echter maar 500 tenge te kosten voor de hele groep (1.20 euro), dus ik legde 100 bij voor een van de Belgische dames die besloot het hele bedrag maar te betalen. En moest een beetje lachen toen ik de vrouw van het oudere Belgische echtpaar aan haar Hollandse man hoorde vragen of dat toch wel mocht in haar geval – ze hadden zeker geen idee van hoe weinig geld het wel niet was!

Rond 11:15 konden we eindelijk het museum in, en splitste iedereen al gauw op, niemand had zin om een begeleide toer te krijgen door dit museum! Het museum is pas 5 jaar oud en een prachtig staaltje megalomanie, WAT een prestigeobject! Wel 7 verdiepingen hoog, bekleed met marmer en blinkende goudkleur, een gigantische hoge centrale zaal, overal digitale techniek zoals audiogidsen die je bij iedere vitrine kunt activeren, roltrappen, en vele afbeeldingen van de president, waaronder een goudkleurig groot beeld van de president in een zetel in de centrale hal, zijn paradepaardje overziend.

Helaas lijkt het erop dat ze een prachtig museum hebben maar niet echt een collectie om erin te doen, want de bovenste twee verdiepingen waren niet toegankelijk, en we denken zalen op andere verdiepingen ook niet. De zalen die wel in gebruik waren, waren soms nauwelijks gevuld, en eerlijk gezegd was de collectie zelf (alles van de steentijd tot de ruimte) van een kwaliteit die prima in een goed provinciaals museum zou passen, maar niet echt hoofdstad-waardig is.

Plus, hier werd schijnbaar de goudschat van de Gouden Man tentoongesteld, maar gezien de normale ruimte waarin deze tentoongesteld werd (geen kluisdeuren, geen sluizen, geen extra bewaking), vermoeden we dat het enkel replica’s zijn. Het was overigens nog lastig om die ruimte in te komen, want we wilde er eerst in via de tweede verdieping (de Goudhallen waren over twee verdiepingen verdeeld). Dat mocht niet, we moesten via de eerste verdieping erin.

Prima, dus toen we later bij de ingang op de eerste verdieping kwamen, wilde we naar binnen, maar raakte we in discussie met een suppoost die geen Engels sprak (en wij geen Kazachs). Ze wilde ons ticket zien; hebben we niet, we horen bij een groep. Welke groep? Ja groep ja. Ticket. Nee geen ticket, horen bij groep, gids heeft ticket. Enz… We haalde er op gegeven moment uit dat ze waarschijnlijk wilde dat we een apart ticket hadden, misschien moest je bijbetalen voor deze hal – maar tegen deze tijd gaf ze het op, loop maar door. Via een aparte maar nogal uit de toon vallende lichtjes-kamer konden we dan de goudhallen in. Wat die lichtjes-kamer er nou deed?!! De goudhallen stelde niet zo veel voor, er was gewoon nauwelijks iets te zien, en we liepen er al gauw weer uit.

Het valt ons ook steeds meer op dat wat we gezien hebben van Kazachstan, zelfs de zijderoute-steden zoals Shymkent en Taraz, weinig écht te bieden hebben qua oude cultuur. Er zijn geen eeuwenoude souks of bazaars die nog altijd in gebruik zijn, geen echt oude gebouwen of huizen, mausolea zijn relatief eenvoudig en altijd in de laatste 10-20 jaar vanaf de fundering gerestaureerd, enzovoort. Zoals Hans zegt, dit is altijd een volk van nomaden geweest, en die laten nu eenmaal weinig tastbaars achter, behalve kleine dingen zoals de eenvoudig gebeeldhouwde balbal-figuren in de steppes om overledenen te herdenken.

Die nomadencultuur is ook nog altijd aanwezig (de eerste week zagen we bijvoorbeeld een truck van een nomadengezin, met de herkenbare onderdelen van de jurt-tent in de laadbak!) en die cultuur wordt ook actief overal gepropageerd – zo heeft iedere stad wel een paar standbeelden van vroegere krijgsheren te paard, en vind je overal, van gebouwen tot moderne kleding tot putdeksels, de karakteristieke Kazach-krullen en andere decoratie-elementen – om nationale trots te kweken en zich indirect los te weken van de eeuwenoude Russische invloeden (we merken dat ze redelijk anti-Sovjet zijn, en wel Russisch verstaan als Hans wat zegt maar daar niet enthousiast op reageren, enkel erkennend zo van “ik versta je”). “Helaas” voor ons betekent dit dus dat er aan cultuur weinig echt te zien is en de steden geen echt bloeiend eeuwenoud hart hebben – maar “gelukkig” zijn de landschappen en de eindeloze vlaktes schitterend! Een land dat we heel leuk vinden om bezocht te hebben, maar niet verliefd op worden en niet naar terug hoeven, dus.


Nog vóór 12:30 waren we al helemaal klaar met het museum – letterlijk, we hadden iedere hal bezocht die open was! Dus zijn we de rest van de tijd (we hadden nog ruim een uur te gaan) maar in de centrale hal tegenover een enorm portret van de voormalige president gaan uitzitten. Daar was gratis wifi en mensen kijken is altijd leuk, dus we kwamen de tijd wel door. Ook hebben we even in het winkeltje gekeken.

Na het museum vertrokken we om 13 uur weer lopend, richting het Paleis voor Vrede en Verzoening, een glazen en stalen piramide ontworpen door Norman Foster, waar we een kwartiertje later binnenstapte en eerst nog even moesten wachten tot onze museumgids zover was.

We kregen er een rondleiding van het concertzaaltje in de kelder tot de conferentietafel rondom het open midden helemaal in de (bloedhete) glazen top van een gids in een net mantelpakje die haar baan bloedserieus nam. Bijzonder aan het gebouw was dat de liften schuin in plaats van recht omhoog gingen, heel apart, je voelde het ook echt als je in de lift stond!

Er stonden in de conferentiezaal extra airconditioners want Astana mag dan wel de koudste hoofdstad ter wereld zijn (temperaturen van -50 in de winter), zelfs op een koude lentedag als vandaag scheen de zon bloedheet de glazen top van de piramide in! In de verticale “wintertuin” in de verdiepingen eronder was het al 27 graden, in de conferentiezaal bovenin stond gelijk het zweet op je voorhoofd!

Toen we het architectonisch hoogstandje uitgebreid bewonderd hadden reden we naar de Baitarek observatietoren, een gouden bol op een standaard van net geen 100 meter hoog. Zadra en de oudere Nederlandse vrouw die hoogtevrees had bleven beneden, de rest ging naar boven waar je vanuit het spiegelend gouden glas van de bol over de stad kon uitkijken. Indrukwekkend wat een hoop grote en spiegelend glazen en/of marmeren gebouwen er overal stonden en nog druk gebouwd werden!

Het verdere plan was nu even een beetje onduidelijk. Zadra wilde om 18 uur afspreken, maar het leek erop dat ze bedoeld had dat we zelf nu naar een nabijgelegen mall liepen, en daar misschien om 18 uur afspraken, of zo. In ieder geval zagen we toen we de toren weer uitkwamen net het busje staan, klaar om te vertrekken, en sprongen erin – de andere drie zaten er al in, het leek er inderdaad op dat Zadra van plan was geweest om ons pas later weer te ontmoeten. De Belgische dames waren ook nog net op tijd – Zadra leek zichtbaar geen zin te hebben om uit te zoeken of ze de boodschap begrepen hadden en wisten waar ze heen moesten, maar ze stapte dus zelf nog net op tijd in. Nu gingen we dus uiteindelijk toch allemaal als groep verder.

We reden als eerste naar een postkantoor op de rand van de stad – wel grappig, hier waren nog een paar wijkjes van “oude” lage huizen te vinden, hier waren nog geen staal-en-glazen torens overheen gedenderd! De oudere Nederlandse man van het Belgische echtpaar was schijnbaar namelijk postzegelverzamelaar, en wilde heel graag een velletje Kazachse postzegels. Maar het postkantoor had schijnbaar geen postzegels, gek genoeg!

Dus zijn we maar door gegaan naar het laatste punt op het programma, het Kahn Satyr winkel- en entertainmentcomplex, waar we om 16:45 aankwamen. Qua gebouw misschien nog het beste te omschrijven als een 150 meter hoge en beetje schuine glazen wigwam die uit een heuveltje komt! Hier kregen we tot 18 uur: Zadra vroeg in het algemeen of tot 18 uur genoeg tijd is, en Hans en ik riepen vrolijk ja, waarop zij zei “dat weet ik, ik vraag het aan de anderen”; ze had zeker al door dat je ons met zoiets niet echt een plezier doet!

Een winkelcomplex is een winkelcomplex: in Dubai, Astana, Londen en Shanghai vind je ver dezelfde internationale winkelmerken, maar leuk aan deze “tent” was dat er helemaal bovenin een halve ring (het midden was helemaal open om licht tot in de kelder toe te laten) een klein strandje met zwembad was, en daaronder een hele ring rondom de tent met een soort kinderparadijs, alles van een monorail helemaal rondom tot allerlei grote en kleine kermisattracties tot een ballenbak, overal beelden van populaire kinderfiguren zoals Sneeuwwitje of de Hulk, ijs- en friettentjes, en een klein Jurassic park compleet met Tyrannosaurus Rex die je al vanaf helemaal beneden kon zien staan!

De ring daaronder bestond uit een hele reeks eettentjes die uitkeken over het open midden van de tent, en dan waren er nog drie steeds groter wordende ringen met winkels en in de kelder nog dingen zoals een supermarkt (allemaal dure Europese importproducten) en zo. We overwogen een ijsje te kopen, maar het viel ons op dat er nergens citroenijs te koop was – en dat sowieso de ijs-smaken heel vlak waren. Zo heeft ieder land zijn eigen smaak natuurlijk!

Om 18 uur was iedereen klaar en zijn we terug naar het hotel gebracht, en hebben we even in het restaurant van het hotel gekeken naar het menu, om een idee te krijgen wat daar geboden werd. Zag er prima uit in principe, maar later toen we op onze kamer aan het rusten waren kwam de oudste van de twee Belgische dames informeren of we zin hadden om met hen uit eten te gaan, zeker, daar zeggen we geen nee tegen!

Dus om 19:15 verzamelde we met de Belgische dames beneden in de lobby en gingen per taxi (die we door de receptie hadden laten regelen) naar een luxe Italiaan die goed aangeschreven stond en zij ontdekt hadden. We hebben er inderdaad erg lekker gegeten (ze hadden 5-kazen pizza hmmmmm) en het was ontzettend gezellig! We hebben gekletst en gegeten tot het al na 22:30 uur was, en we besloten dat we onderhand terug moesten.

We vroegen het restaurant of zij een taxi voor ons konden regelen – we waren inmiddels iets wijzer dan gisteren – en niet al te lang daarna kwam een ober met een velletje papier aanzetten met een briefje “481 white reno” – slim, cijfers van de nummerplaat, de kleur en merk (“Renault”), zo wisten we welke taxi voor ons geregeld was! De chauffeur reed voor het eerst op de meter (meestal tot nu toe is het gewoon een vooraf afgesproken prijs) en bracht ons duidelijk via een omweg terug naar het hotel, we reden namelijk via wegen die we nog nooit gezien hadden en anderhalf keer zo ver als nodig was, maar uiteindelijk scheelde de prijs niets met een vaste-prijs taxi. En minder dan 3 euro voor 4 mensen voor een ritje van dus uiteindelijk 8 km is nog altijd geen geld moeten we maar denken!


We waren om 23 uur terug in het hotel, hebben nog wat thee gezet en ontspannen en lagen om middernacht te slapen.

free counters