12 juni 2007: Seyðisfjörður – Höfn, 289 km

Vanochtend vroeg om halfzeven werd omgeroepen dat we over een uur aan zouden komen in Seydisfjordur (als ik bij IJslandse namen een letter of twee vergeet, excuus alvast! De accenten en zo ga ik niet eens aan beginnen…). Er werd ons ook vriendelijk verzocht om over 20 minuten uit de hut te zijn. Hmpf, we waren amper wakker! Maar Hans en ik vertrokken braaf naar het achterdek en hebben genoten van de binnenkomst in het lange kronkelende fjord van Seydisfjordur – en van het frisse IJslandse weer. Brrrrrrr we weten waarom het IJSland heet! Vandaag hadden we temperaturen van 5-6 graden met vaak een lekker zonnetje en een snijdend koude wind. Gelukkig heeft de camper een goede kachel, want na een fotoshoot stond je gewoon te klappertanden!


Het duurde eeuwen om van de ferry af te komen maar al ons eten is veilig meegesmokkeld. Het havenstadje Seydisfjordur ligt aan het einde van een prachtig fjord met ruige wanden en ontelbare watervallen, en onze route zou de rivier omhoog de vallei involgen langs schitterende watervallen en kloven om dan in de volgende vallei langs de hoofdstad van Oost IJsland te rijden, Egilstadir. Onze eerste indruk van IJsland is veel fjorden, hoge ruige bergen nog bedekt met sneeuw en ijs, geen tot weinig bomen en een kale, onherbergzame natuur. Bloedmooi! We besloten om gelijk te tanken voordat we aan de rit begonnen, en dan in het volgende stadje groente en fruit te kopen.


Ik ging geld pinnen terwijl Hans stond te tanken en toen ik terugkwam keek hij verschrikt; hij besefte zich net dat hij zo’n 50 liter benzine in onze diesel tank gegooid had! Oeps… tja en Hans en ik zijn allebei super a-technisch wat auto’s betreft, de pomp was onbemand dus zonder hulp, Seydisfjordur is erg klein, niet meer als wat huizen om de ferryhaven heen, en onze reisbegeleiders waren nergens te bekennen. Eigenlijk het enige wat we konden doen was naar Egilstadir rijden, zo’n 23 kilometer, en daar een garage zoeken om ons te helpen. Gelukkig zat er nog zo’n 30 liter diesel in en is diesel zwaarder dan benzine dus we hoopte dat we het zouden redden…


De steile kronkelende rit naar de hoge pas en omlaag de volgende vallei in was ongetwijfeld schitterend en we hebben fantastische watervallen langs zien komen maar Hans en ik wisten niet wat voor effect benzine in de diesel zou hebben en wilde zolang de motor het nog deed vooral zo snel mogelijk naar Egilstadir rijden! Op de terugweg rijden we dit stuk ook en dus namen we ons voor om er dan alsnog van te genieten… stijgen ging goed maar tijdens de tweede helft van de afdaling begon de motor enorm te roken bij alles wat Hans deed, gelukkig kwam er al gauw een pompstation in zicht. Die stuurde ons naar een garage een paar meter verder en het volgende anderhalf uur hebben we koffiegedronken in de cafetaria van het pompstation terwijl onze tank geleegd werd. Uiteindelijk bleek dat het allemaal wel meeviel, vooral dankzij de 30 liter diesel die nog in de tank zat, en was de schade gelukkig vooral aan de portemonnee in de zin van 50 liter weggegooide benzine en het werk van het legen en spoelen van de tank.


Na onze inkopen gedaan te hebben in Egilstadir – een beetje lastig want we spreken niet zo goed IJslands – gingen we op pad. De route vandaag was lang, en dat kwam omdat de weg langs de kust leidde. Dus je reed steeds langs een fjord, dan om de hoek dook je weer de volgende in. Het was een bloedmooie rit, de bergen waren steil en amper begroeid en de valleien U-vormig alsof de gletsjer die ze gevormd had nog maar net gesmolten was. Overal zag je de lagen zwart gestolde lava als trappen uit de wanden steken en soms reden we langs enorme zwarte puinhellingen die zo steil waren dat de weg nooit geasfalteerd was omdat ze constant in beweging bleven. Soms stak een verticale laag dwars door de horizontale lagen lava heen – een enkele keer was de weg dwars door zo’n verticale steenmuur gemaakt. En overal liepen rivieren en watervallen, de een nog mooier en ruiger dan de andere. Vaak lag aan het begin van een fjord een rivierdelta van alle riviertjes die van de bergen afkwamen, kronkelend en glinsterend door een strand van zwart lavazand naar de zee bewegend. Ik kan het allemaal niet goed beschrijven maar het is bloedmooi en ruig en waarschijnlijk het soort landschap dat we de komende tijd veel te zien zullen krijgen!


We kwamen omstreeks 6 uur aan op onze camping in Hofn en merkte al gauw dat het behoorlijk fris kan worden savonds! Tijdens het koken hield Hans de ramen dicht voor de warmte, en tot we naar bed gingen hebben we de boel lekker warm gestookt met de kachel. Toen we naar bed gingen hebben we de extra slaapzak die we bij hadden over het dekbed gelegd wat zeker geen overbodige luxe was…


free counters