2 juli 2007: Reykjahlķš (excursie Askja), 0 km

Vandaag hebben we een excursie gehad per 4WD bus naar de Askja vulkaan, een enorme krater ongeveer 100 kilometer zuid van Reykjahlid en midden in de ‘hooglanden’ of in andere woorden een enorme lege onherbergzame woestijn van rots, zand en bergen. Onbereikbaar voor gewone auto’s of campers, aangezien de wegen niet alleen gravel zijn maar ook mul zand kunnen zijn of door rivieren steken of onmogelijke bochten en hellingen hebben. De excursie heeft bijna 12 uur geduurd maar was geen moment vervelend of saai, we hebben er echt van genoten. Het opstaan vanochtend deed een beetje pijn, aangezien we om half acht al opgehaald werden door de bus, maar Hans had energie voor twee gelukkig!


Eigenlijk al vanaf het moment dat je de snelweg verlaat rijd je in een schitterend landschap van zwarte heuvels en bergen en woestijn. Er groeit eigenlijk alleen maar wat duingras hier en daar en de riviertjes zijn groene stroken van allerlei laaggroeiende planten en mossoorten die door het verder dorre zwarte landschap slingeren. Af en toe moesten we de rivier oversteken, en soms hing de bus behoorlijk scheef op de helling, en we kregen onderweg naar de Askja verschillende stops, inclusief een kort maar prachtige wandeling langs de ruige Jokulsa a fjollum rivier, die een aantal prachtige watervallen en steile rotswanden had die diep uitgesleten waren door hogere waterniveaus. Deze rivier zijn we de afgelopen dagen verschillende keren tegengekomen, aangezien hij van zuid naar noord stroomt vanaf de Vatnajokull gletsjer via deze woestijn en wat noordelijker de schitterende basaltcanyon, de Dettifoss en Hafragilsfoss watervallen en bereikt uiteindelijk via de hoefijzer-canyon van Asbyrgi de zee.


We zijn ook gestopt in Herdubreidarlindir bij de hut (=gat in de grond van 1 bij 1 meter) van een beroemde banneling die in de 18e eeuw 20 jaar in deze wildernis overleefd heeft voordat hij weer terug mocht komen in de maatschappij. En we hebben prachtige uitzichten over de Herdubreid berg gehad, die als een tafelberg met een punthoedje boven het landschap rijst (op de heenweg zat het punthoedje zelf in de wolken). We zijn door het grootste lavaveld van IJsland (6000 km2) gereden dat in een keer is gevormd, de Odadahraun, zo’n 2500-2000 jaar oud en een enorme vlakte van opgebroken lava, en we zijn geweest in de woestijn waar Neil Armstrong geoefend heeft voor zijn maanlanding…dit was een schitterende, bizarre omgeving van zwarte rotsen en overal overheen kleine brokjes lichtbruine puimsteen die als een dikke zachte deken over alles heen lag en terugveerde als je er op liep. Een explosie van een kleine krater in de Askja in 1875 had zo’n 2 kubieke kilometer as en vooral puimsteen de lucht ingespoten, heel IJsland bedekkend en waarvan later de puimsteen tot in Japan is gedreven. Want puimsteen is superlicht en drijft op water, wat ik uitgebreid uitgeprobeerd heb vandaag !


Uiteindelijk kwamen we in de Askja aan, een caldera die zelf een paar kilometer breed is en waarin een enorm meer een deel vult. Dit meer is meer dan 200 meter diep, dankzij een aardverzaking vanwege de explosie van de kleinere krater ernaast in 1875. Om bij dit meer en de kleinere krater te komen moesten we ruim een half uur over de bodem van de enorme caldera lopen, een mooie wandeling tussen de hoge wanden van de enorme vulkaan, over sneeuw, gitzwarte lavastromen (de laatste was in1961), brokjes puimsteen en zwart knisperend grind dat uit vulkanisch zwart glas bleek te bestaan vol belletjes en verkleuringen.


Het grote meer is bloedmooi en sereen en ligt schitterend tussen de bergen van de vulkaan. Het kleinere meer (maar zo’n 100 meter breed) lag in een enorm steile krater van lichtbruin puin, ik denk dat de afdaling wel meer dan 100 meter moet zijn geweest tegen echt hele steile wanden van los puin. Dit meer was lichtblauw, bijna wittig van kleur, en je kon de zwavel boven al ruiken. Wij hebben even overwogen om te gaan zwemmen (26 graden) maar het idee van de steile afdaling, de steile klim en drie dagen naar rotte eieren stinken deed ons besluiten om lekker boven op de rand te blijven kijken naar de paar mensen die het wel deden en ondertussen genieten van het mooie landschap in de caldera.


Op de terugweg heeft de bus ons nog een half uurtje afgezet bij Drekagil, een berghut bij een van de mooiste kloven die ik ooit gezien heb. Deze kloof sneed dwars door de wand van de Askja, waarschijnlijk gevormd door verschuivingen en verder uitgehold door een riviertje, en slingerde zo de berg in. We zijn gelopen tot het pad in de rivier verdwenen was en de rivier te diep, genieten van de prachtige kloof.


De terugweg was dezelfde route als de heenweg maar daardoor niet vervelend of saai maar gewoon ook weer mooi. We hebben weer genoten van alles wat we gezien hebben en ik heb af en toe een beetje gedoezeld terwijl Hans bleef kijken naar het vreemde landschap. We hebben zelfs het geluk gehad om de Herdubreid in zijn volle glorie in de zon te zien liggen, iets wat je niet vaak te zien krijgt aangezien de bovenkant bijna altijd in de wolken verborgen is.


free counters