Zaterdag 28 maart: Newcastle-upon-Tyne - Scotton; 234 km gereden

De oversteek was weliswaar een beetje ruw, maar op een hele prettige in-slaap-wiegende manier... We hebben redelijk rustig kunnen slapen, want de ferry is zo groot en zwaar, dat de regen en golven van 2-3 meter hoog nauwelijks effect hadden qua deining en heen en weer gaan. Om 9 uur ’s-ochtends voeren we de haven van Newcastle-upon-Tyne binnen, met buiten wat natte sneeuw en regenbuien om ons alvast in de stemming te brengen voor het Engelse weer... Toen we het haventerrein afreden waren we nogmaals heel blij met de routeplanner, die ons heel rustig en kalm langs alle rotondes leidde en na een aantal ongelofelijk ingewikkelde omleidingen vanwege wegwerkzaamheden al heel gauw weer op de goede weg bracht.


Ik wilde heel graag naar Port Mulgrave, een ruw en onherbergzaam leistenen “strandje” langs de oostkust van Yorkshire waar je tussen de leisteen platen ontelbare fossielen ammonieten kunt vinden. Zo dun als papier, helemaal goudkleurig van het pyriet. En op het strand zelf stenen ammonieten in ronde kiezels. Ik was daar zo’n 13 jaar geleden geweest met mijn ouders, en wilde daar graag met Hans nog eens een keertje naar toe. De bereikbaarheid was nooit al zo goed maar was in die 13 jaar alleen maar minder geworden; we moesten na een lange steile afdaling over een pad van gladde stenen de laatste 2.5 meter naar het strand afdalen met behulp van een geïmproviseerde ladder van plastic en stalen buizen... De grond was gewoon helemaal weggespoeld, vroeger kon je zo naar het strand lopen!

Het was leuk om er rond te kijken, we hebben bij de kliffen tussen de lagen leisteen veel papierdunne gouden (pyriet) ammonieten en schelpen gevonden, zo fijn dat ze in je vingers kapot vielen als je ze tevoorschijn toverde door de leistenenplaten voorzichtig uit elkaar pelde. De leisteen zelf was zo zacht en fijn gelaagd dat je complete keien met je blote handen tot gruis kon laten vallen. Maar het strandje was al lang niet meer “off the beaten track”, zelfs met regen en wind en kou in het laagseizoen was het er druk met wandelaars met hamers en beitels. We konden dan ook geen een mooie losliggende stenen ammoniet vinden, zoals ik me herinnerde – die waren allemaal al lang weggekaapt door anderen! En het is ook erg afhankelijk van het weer, als het stormt dan wil er nog wel wat aanspoelen en losbreken maar dat was nu dus ook niet.

Nadat het echt te nat, koud en winderig werd om er nog rond te hangen zijn we aan de zware klim terug omhoog naar de auto begonnen om daarna richting Scotton te rijden, maar wel via een aantal mooie wegen. Om een uur of 3 ’s-middags kwamen we aan en stond mijn oom ons al op te wachten; wat later kwam mijn nicht en nog wat later mijn tante binnendruppelen.Alleen mijn neef kwam pas op het laatst, vlak voor het eten binnenvallen, die was met een vriend sinds die ochtend vroeg bezig geweest bergen op en af te rennen (letterlijk), om te trainen voor een of andere zware tocht die volgende week plaats zou vinden... En al tijdens het eten verdween hij stilletjes doodmoe naar boven om niet meer tevoorschijn te komen. We hebben tot diep in de avond zitten praten, ook gewoon overleggen over de mooie dingen die we echt niet mochten missen in Schotland, en het was heel erg leuk en gezellig om iedereen weer te zien – en zelfs de hond die altijd behoorlijk achterlijk doet tegenover gasten (ze raakt helemaal gestressed en verstopt zich steeds) kwam al binnen een meter afstand van ons deze keer!

free counters