Woensdag 1 april: Oban - Fionnphort; 242 km gereden

De B&B was een prima overnachtingsplaats, en het ontbijt was uitstekend; we hadden niet zo’n behoefte aan een “full English breakfast” (gebakken worstjes, gebakken spek, gebakken bloedworst, gebakken eitje, gebakken tomaten en champignons en vaak ook nog witte bonen in tomatensaus erbij) maar dat was geen probleem, we kregen op verzoek twee heerlijke spiegeleitjes op toast... en alles wat je eromheen kon krijgen was ook uitstekend. Na een lekker ontbijtje hebben we de auto een beetje heringericht, om te vertrekken richting Fionnphort, op het eiland Mull. Het is nogmaals ongelofelijk hoeveel B&B’s, guesthouses en hotels je tegenkomt; in sommige dorpjes soms wel ieder gebouw! Het zal zeker een goede bijverdienste zijn om je beste kamers om te toveren tot B&B kamers... Maar het was ook duidelijk dat het nog geen seizoen is, want overal hingen de “no vacancies” bordjes uit.

Mijn bedoeling was om vandaag niet al te veel kilometers te maken, en dat is op zich wel gelukt, maar niet helemaal zoals ik bedoelde... ik wilde namelijk dat we wat rustiger en ontspannender zouden gaan rijden, maar we hebben vandaag weer bijna constant op de nauwe kronkelige eenbaanswegen gereden, wat nou niet echt ons idee van ontspannen rijden is! En dat is vreselijk jammer want het landschap is echt fabelachtig mooi en ruig... We merken ook gewoon dat dit niet echt is wat we zoeken in een reis; we zoeken echte rust en leegte, en de ruimte – het landschap is echt heel mooi en wij zijn zeikerds, dat klopt, maar het voelt alsof het nog een beetje te ‘tam’ is naar onze smaak... en het is te druk! Nu al, terwijl het seizoen nog niet is begonnen. Zelfs op een rustige weg kan je je niet ontspannen want er leeft constant de angst dat er een auto de bocht om komt scheuren – en je kan ze meestal vanwege alle bochten niet van tevoren aan zien komen! Het zijn ook niet alleen auto’s, hele vrachtwagens zijn we al als tegenliggers tegengekomen...


Niettemin is het een prachtig landschap; ruige hellingen bedekt met mos, hei, struiken en plukken bos en rotspartijen... overal stroompjes water en in de valleien glinsterende meertjes – het is zonnig met bewolking dus zon en schaduwen trekken over de hellingen en maken het landschap nog grilliger qua kleuren: lappendekens van allerlei kleuren zilver, bruin, geel, groen, paars en grijs...

Dankzij de ontelbare lochs die overal zijn worden de wegen bepaald door de vorm van hun oevers, want in dit gedeelte van Schotland zijn er geen wegen door het “binnenland”, de bergen die de lochs vormgeven. Dus rijden wij ook constant heen en weer, al is er inmiddels hier en daar wel een brug gemaakt over de loch! Een keertje kwamen we op een binnenweggetje terecht – het onderscheid is in het echt niet zo goed te zien maar op mijn kaart staan de lokale binnenwegen als wit aangegeven, en de doorgaande wegen als geel... Het deed ons weer denken aan het Romeinse weggetje in de Lake District maar dan minder steil! We hebben op deze weg een behoorlijk stuk gereden met aan de ene kant een gemeen stenen muurtje om ons waarschijnlijk van de afgrond te beschermen, en aan de andere kant een brokkelige klif (en mooi uitzicht, dat wel). Gelukkig kwamen we geen tegenliggers tegen op dit stuk! Toch gaan we voortaan proberen deze wegen te vermijden, ze zijn heel vermoeiend en zoals bijna alle niet-snelwegen hier eenbaans. Om bij het eiland Mull te komen moesten we een ferry nemen, dit had ook gelijk vanuit Oban gekund maar die kost dan bijna 3 keer zo veel, en ik had op internet gelezen dat de kortste (en dus goedkoopste) oversteek bij Lochaline was, nauwelijks 15 minuten van wal naar wal. We hadden geluk, de ferry vertrok kort nadat we aan kwamen rijden...

Mull is inderdaad zoals ons beloofd was erg mooi, iets ruiger nog dan het vasteland tot nu toe lijkt te zijn. We kwamen rond 2 uur aan in Fionnphort, de tweede grootste “stad” van Mull: een straatje met huizen (en schapen) die doodloopt bij een pier waarvandaan de ferry naar Iona vertrekt, maar ook boottochten in de omgeving. Blijkt alleen weer dat internet verraderlijk is en het toch ook een nadeel kan zijn om in het laagseizoen rond te rijden. De walvis-boottocht met bezoek aan Staffa die ik namelijk in gedachte had om morgenochtend te doen vertrekt helemaal niet zoals op internet aangegeven vanuit Fionnphort, maar vanuit Iona, en is dus ook helemaal niet in Fionnphort te boeken! Plus ze zijn pas vandaag weer begonnen met de boottochten, en het is helemaal nog geen tijd voor walvissen... maar gelukkig konden we in ieder geval terecht in een keurige B&B en waarschijnlijk kunnen we morgen wel een “gewone” mooie tocht maken naar Staffa met kans op otters en zeehonden en zee- en roofvogels...

Hans is doodmoe en heeft last van stress en een pijnlijke hiel, dus we gaan proberen de komende dagen rustiger aan te doen en meer rust te nemen. Afhankelijk van hoe het morgen gaat blijven we misschien nog een tweede nacht hier, of rijden we na de boottocht tot we van het eiland afzijn om daar iets te zoeken. En vandaar ook onze stop vandaag rond 2 uur – het was dankzij die landweggetjes al weer ruim voldoende geweest voor vandaag! Zonet is Hans lekker in bad geweest en nu liggen we op bed een beetje televisie te kijken en te luieren... Straks gaan we kijken waar we wat te eten kunnen halen.


Hans heeft nog een dutje gedaan voor het eten en ik heb nog een beetje met de computer gespeeld. We zijn gaan eten in een van de weinige (als niet enigste) eetplekjes hier in de buurt waarvoor we niet in de auto hoefde te stappen, namelijk de pub naast de B&B. Het hoofdgerecht was niet zo heel spannend maar onze voorafjes en met name het toetje waren ontzettend lekker! Op een gegeven moment kwam een van de twee mannen achter de bar opeens naar ons toe en begon Nederlands tegen ons te praten... Wat toevallig! Hij kwam uit Eindhoven en woonde en werkte al zo’n 8 jaar in Engeland, waar hij in allerlei steden gewerkt had totdat hij vorige week hier uitgekomen was. Zo zie je dat je altijd moet oppassen wat je zegt in het buitenland, je weet maar nooit wie er mee kan luisteren! Na het eten zijn we nog even naar de pier gelopen maar zitten nu al weer lekker op ons kamertje, en hebben net de post binnengehaald – het eerste mailtje van de vakantie, eentje van mijn oma. We zijn altijd zo blij als we post of smsjes ontvangen, al zijn ze nog zo kort!

free counters