Zondag 5 april: Ullapool - Thurso; 254 km gereden

We hebben vanochtend een heerlijk ontbijtje voorgeschoteld gekregen (er was zelfs verse zoete meloen) in de woonkamer van de B&B... Dit was een B&B waar in het woonhuis zelf een aantal kamers omgebouwd zijn voor betalende gasten, vaak heel creatief qua voorzieningen en super netjes, en de “eetzaal” en zitkamer gebruikt wordt door de familie als er geen gasten zijn, zodat je echt het gevoel krijgt dat je bij de mensen zelf te gast bent! We hebben inmiddels al een aantal van dit soort B&B’s gehad en eigenlijk waren ze allemaal uitstekend.


Na het afrekenen zijn we op ons gemak vertrokken richting het noorden; vandaag stond op het programma een geologisch natuurreservaat, de provincie Sutherland in het noordwesten is namelijk zo ruig, en van zo’n groot geologisch belang en interesse, dat het in zijn geheel tot “geopark” uitgeroepen is! Ik had dan ook op internet van te voren de “Rock Route” gevonden en gedownload; een route door het landschap waar op strategische punten uitleg te vinden is over wat daar gebeurd is in het geologisch verleden en nu nog te zien – van heuvels bestaand uit de oudste rotsen op aarde, duizenden miljoenen jaar oud, tot de effecten die de laatste ijstijd 20-10 duizend jaar geleden hadden op het landschap. Met een geoloog als vader waardoor iedere autorit en vakantie wel geologische lesjes bevatte heb ik ook een tik voor geologie ontwikkeld, en probeer ik mijn hele beperkte en versnipperde kennis met Hans te delen... Die het zeker ook interessant vindt maar als ik te lang en uitgebreid doorklep wijselijk mij mezelf moe laat kletsen!


Ondanks het feit dat de rotsroute eerder een soort geologische vossenjacht bleek te zijn naar de beloofde informatieborden langs de weg (daar zijn ze hier niet zo goed in, in dingen duidelijk aangeven) – en als we ze vonden inhoudelijk niet zo heel veel bij te dragen hadden – was het landschap waar we doorreden echt heel erg mooi! Ongelofelijk ruig, wild en onherbergzaam, soms zelfs als maanlandschappen zo kaal. Eigenlijk niet goed te beschrijven, een prachtig beeld van het ruigste wat Schotland te bieden heeft, ruiger nog dan we zelf verwacht hadden, met allerlei kleuren hei en mos in de valleien, en overal riviertjes, stroompjes, stroomversnellingen en watervallen...


De rotsroute begon gelijk in Ullapool zelf dus toen wij amper 10 minuten buiten de stad stopte zodat ik een foto kon maken van het landschap snapte ik niet direct waarom Hans opeens zat te gebaren in de auto... bleek het dat er twee herten bij een hekje een eindje weg in de vallei stonden; we hadden ze niet gezien! En ondanks dat ik uit de auto gestapt was bleven ze heel rustig staan, de ene aan de ene kant van het hek te grazen en de andere aan de andere kant, duidelijk van plan erover heen te springen. We hebben een tijdlang daar gestaan, genietend van het gezicht van deze mooie statige dieren, terwijl de tweede uiteindelijk het hek oversprong en ze samen het open veld voor ons introkken ...

Op een gegeven moment kwamen we bij de toegang tot de Bone Caves... grotten waar botten tot 6000 jaar voor Christus teruggevonden waren, van diersoorten zoals lynx en wolf die al lang uitgestorven zijn in Schotland. Er bleek echter een wandeling van ongeveer 10 kilometer heen en terug nodig te zijn om erbij te komen, en ik wilde dit op zich wel doen om te kijken of er wat te zien viel, maar Hans had erg last van zijn voet. Uiteindelijk is hij meegelopen tot aan de voet van de berg waar de grotten zelf in zaten, en ben ik “even” naar boven gelopen. Het viel in die zin tegen, dat de grotten zelf waren helemaal leeggehaald en alle botten naar Edinburgh gebracht; er was geeneens een bord of iets dergelijks om aan te duiden wat er ooit te zien was geweest, dus niets meer te zien! Nou ja, behalve een geweldig uitzicht over de vallei en daarin een piepklein stipje dat Hans moest voorstellen... Wel was de wandeling in zijn geheel en de klim heel erg mooi, de vallei en met name alle stroompjes en bronnen die zo uit het zand en mos omhoog kwamen borrelen waren prachtig...

We hebben onderweg gezocht naar de grootste waterval van Engeland, zo’n 200 meter hoog volgens de beschrijvingen... Maar deze konden we niet vinden, want er gingen (na wat heen en weer rijden op zoek naar de plek waar we moesten zijn) alleen vanuit een klein gehuchtje boottochten naartoe – en die gingen nou niet. Plus we vermoeden eigenlijk stiekem dat het niet echt een vrije val is van 200 meter. Wel jammer dat we het niet konden vinden, dingen worden echt zo slecht aangegeven, zelfs als je weet wat je zoekt zoals wij kan je het vaak maar met moeite vinden!

We hebben genoten van de rit, en kwamen rond 2 uur aan in Durness, het einde van de rotsroute. Omdat het nog een beetje te vroeg was om te stoppen zijn we in Durness naar de Smoo Caves gegaan – een “gewone” grot in de klifwand vanuit het strand te bereiken dachten we, eentje die vanuit de zee door golven, en vanuit binnenuit door watererosie is gevormd... de baai die door de zee uitgesleten was was erg mooi, maar de eerste “kamer” van de grot zelf was op het eerste gezicht niet zo spannend, en toen we binnenstapte bleek dat de boottocht dieper de grot in vandaag niet ging vanwege overstromingsgevaar. En vanuit een gat in de wand naar een andere grot kwam een bulderend geraas en dichte mist van waterdruppels, dus wij even kijken natuurlijk – nou alsof je onder de kraan stond, we stonden 5 meter van een waterval vandaan die zo uit het dak leek te komen, en we waren binnen een paar tellen drijfnat! Geweldig dus, echt onverwacht indrukwekkend...

We hadden ons voorgenomen om na Durness iets te zoeken om te overnachten, maar zo veel B&B’s als we tot nu toe steeds vonden in dorpjes, zo weinig als we nou tegenkwamen! Dus uiteindelijk hebben we een hele mooie rit gemaakt tot in Thurso, de enigste enigszins grote stad op deze hoogte, en vlakbij John O’Groats, het meest noordelijkste punt van het Schotse vasteland (en dus het Engelse continent). De kust was af en toe echt prachtig, stoere kliffen en lichte zandstranden in diepe baaien, en het binnenland was ongelofelijk ruig, soms zo wild dat er zelfs geen duurzame begroeiing zoals mos of hei groeide.


Onderweg op dit laatste stuk zagen we een roofvogel, een fazant, een haas, ontelbare schapen natuurlijk, en opeens 10 herten, waarvan 5 redelijk dichtbij de weg! We waren er al voorbij gereden voordat we ze zagen, ze waren bijna perfect dezelfde kleur als het landschap waar ze in stonden... Helaas waren ze schichtig en zodra ze zagen dat we terugkwamen verdwenen ze verder het veld in – maar we hebben er toch een hele tijd van zitten genieten, het zijn zulke mooie beesten! Tegen 5 uur kwamen we eindelijk Thurso binnenrijden, en na wat zoeken ben ik een B&B ingestapt die er op het eerste gezicht niet zo uitnodigend uitzag; het bleek weer een privé B&B te zijn, een vrouw die 2 kamers van haar huis opgeofferd heeft om wat bij te verdienen... keurig netjes en heerlijk om in onze kamer met creatieve en-suite badkamer (op zolder, te bereiken via een klein trappetje in onze kamer) op bed te ploffen. We hebben vanavond in de Chinees gegeten, daar hadden we best trek in! Morgen rijden we via wat binnendoorwegen naar John O’Groats, en dan begint de tocht naar beneden...

free counters