Vrijdag 10 april: Corbridge - Newcastle-upon-Tyne; 132 km gereden

Omdat we vandaag eigenlijk alleen Hadrian’s Wall, tanken en de ferry op onze planning hadden staan, wisten we dat we het vandaag rustig aan konden doen. Dus toen bleek dat we met de andere B&B gasten aan tafel zaten en het gesprek al gauw over reizen en bestemmingen ging, hebben we uitgebreid en gezellig met ze zitten babbelen totdat de B&B eigenaresse ons min of meer vriendelijk naar buiten veegde! Omdat onze benzine onderhand al weer op begon te raken – we wilde zo dicht mogelijk bij de boot alles nog voltanken – zochten we onderweg naar Greenhead, het “begin” van het mooiste stuk langs Hadrian’s Wall, met behulp van onze fantastische routeplanner een tankstation... En het mooie is, het werkt vaak ook nog! Er is altijd wel een (restant van) een tankstation op de plek die zij aangeeft...

In Greenhead aangekomen hebben we nog even gekeken of we het Roman Army Museum de moeite waard vonden, maar dat kon je van buiten al zien dat het klein en knullig opgezet was (en duur natuurlijk) dus we hebben het overgeslagen en zijn de B6318 gaan rijden, de weg die tot in Newcastle volledig langs de muur rijdt. De Muur is gebouwd in 122 na het jaar nul in opdracht van de toenmalige keizer Hadrianus die indertijd hoogstpersoonlijk in Engeland is komen overzien hoe het beste de Schotse barbaren buiten de noordelijkste grens van het Romeinse rijk te houden. Het was een ongeveer 120 kilometer lange, tot 3 meter dikke en ongeveer 5 meter hoge muur met om de Romeinse mijl (zo’n 1,6 kilometer) een “mijlfort” ter verdediging.


De muur was ter aanvulling van de oudere parrallel lopende “Stanegate”, een grensweg met fortificaties die niet meer voldeed om de barbaren buiten te houden, en strekte oorspronkelijk van kust naar kust, dus van Carlisle naar Newcastle. Deze steden zijn waarschijnlijk mede daarom zo groot geworden, en aangezien de muur al weer bijna 2000 jaar geleden is gemaakt en er heel wat geschiedenis in die tussentijd overheen is gegaan, is er met name aan de uiteindes van de muur, in de twee stedelijke gebieden, weinig meer over. De muur werd afgebroken om plaats te maken voor andere bouwwerken of om velden vrij te maken, stortte in elkaar, de stenen werden gebruikt als makkelijke bron van bouwmaterialen, en sommige van de “mijlforten” zijn zelfs deels of in hun geheel opgeslokt in middeleeuwse verdedigingsbouwwerken. Van de “Stanegate” is nog minder over, deze is zo goed als onzichtbaar geworden in het dagelijkse landschap en alleen nog door middel van opgravingen (die zowel op de Stanegate en de Muur overal nog vollop in gang zijn) te bezichtigen...


In het minder bevolke midden van het land is er in de loop van de tijd veel minder schade aan de muur gepleegd, en beginnend bij Greenhead tot aan Chollerford loopt er een strook van zo’n 40 kilometer waarbij de muur in grote stukken nog bovengronds en zichtbaar is. Dit deel van de B6318 dat langs de muur loopt is zelfs aangemerkt als bijzonder mooie route in mijn Michelin gids. Dat klopte ook wel, het eerste bordje met “Hadrian’s Wall” dat we volgde bracht ons gelijk naar een parkeerplaatsje bij een steengroeve die gebruikt is als steenvoorraad voor de muur, en daaraan vastgeplakt de resten van een mijlfort en zo´n 3,5 kilometer aaneengesloten muur, dwars door het glooiend landschap snijdend en gebruik makende van kliffen, heuvels en plateus, die in plaatsen wel 2-3 meter hoog én dik was. Een hele indrukwekkende manier om kennis te maken met de muur!

Er loopt een wandelroute langs de gehele muur, en al lijkt dit ons best een leuke en goede manier om het gevoel te krijgen van de schaal van deze muur, wij hadden daar nu geen tijd voor en het is ook niet echt ons ding... Wij hebben dus de weg gevolgd, waarvanuit ook grote delen van de muur goed te zien zijn, en we zijn bij iedere aangegeven gelegenheid afgeslagen om weer een stuk muur of een fortificatie van de muur of van de Stanegate te bekijken. Zo was er een lage strook muur (ongeveer 0,5-1 meter hoog) met gras bedekt dat een aantal kilometers over een natuurlijke klif in het landschap liep, en een eenzaam stukje muur, niet meer dan een stapel stenen van zo’n 50 meter lang, in een grasveld. De meeste van de opgravingen los van de muur zelf waren helaas enorm duur, zo’n 4-5 pond per persoon per opgraving... Je zou dus al gauw 50-60 pond kwijt zijn wilde je de Muur “goed” doen en alles bekijken (en dan moet je zelfs nog betalen om te mogen parkeren bij de muur zelf...)! En wij vinden dat zonde van ons geld als we al zo veel prachtige en veel beter bewaard gebleven Romeinse resten in andere landen gezien hebben...

We hebben genoten van onze rit langs de muur, en kwamen rond het middaguur aan het einde van de “scenic tour” langs de muur. De rest van de weg tot aan de rand van Newcastle was de muur vaak nog wel met enige fantastie zichtbaar in het landschap, in de vorm van een gracht en/of een dijkje van ongeveer 0,5-1 meter hoogte, soms zelfs alleen als een strook verhoogd onkruid langs het veld. Toen hebben we nog een laatste keer getankt, en zijn toen richting de ferry gereden. Omdat we daar om 2 uur waren en we er pas om 3 uur moesten zijn, zijn we nog een winkelcentrum vlakbij ingedoken, en hebben daar nog een tijdje rondgeslentered en onze laatste ponden zo veel mogelijk opgemaakt aan een lekker broodje “roast of the day with all the trimmings”. Dat hield in een groot zacht wit broodje dat uitpuilde van lekker vers geroosterd varkensvlees, een soort van meelachtige vulling, gebakken uien en lekkere jus... erg lekker! Met nog maar zo’n 1,14 pond over aan kleingeld konden we de vakantie met fatsoen afsluiten, en zijn we rond 3 uur teruggegaan naar de auto om te wachten tot we aan boord mochten.

Eenmaal aan boord geinstalleerd hebben we nog even gelezen, gewacht totdat iemand naar onze ventilator kwam kijken (het bleek 25 graden in de hut te zijn!) en hebben daarna onze meegenomen maaltijd van soep, noodles, yoghurt en wat chips en chocola om te snoepen klaargemaakt en opgegeten, om nog wat te lezen en niet al te laat doodvermoeid naar bed te gaan.

free counters