Zaterdag 24 juli: Smeerenburg – Raudfjorden – Moffen Island

Vandaag was een lange maar mooie dag, met een prachtig wit licht, laaghangende wolken en af en toe een flard zonneschijn. We schrokken vanochtend wakker van de wekker nadat we gisteren om elf uur ‘s avonds doodop naar bed waren gegaan... Ik heb nog moeite gedaan om de gordijnen zo dicht te doen zodat er zo weinig mogelijk zonnestralen naar binnen zouden schijnen; het is vreemd licht. Zelfs als de zon schijnt lijkt het licht witter te zijn dan we gewend zijn, niet zo sterk maar wel erg schel, en zeker met de lage bewolking wordt alles met een egaal wit licht beschenen. Dag en nacht!


Voor het ontbijt zijn we nog even aan dek gegaan om van het uitzicht te genieten: we waren gisteravond gevaren tot het schip in de buurt van Amsterdamoya (Amsterdam Eiland) voor anker ging, en vanochtend vroeg nog voordat we opgestaan waren was het schip gevaren tot de uiteindelijke locatie vlak voor Amsterdamoya. Toen we opstonden lagen we dus in een luwte tussen allerlei eilandjes en het vasteland, in een spiegelgladde zee en zonder een zuchtje wind. Een prachtig uitzicht, en net als in Antarcticazag je overal witte gletsjers tussen de zwarte bergen liggen. De temperatuur is ook heerlijk, het was zo’n 7 graden vanochtend en voelde net als een mooie wintersport dag. Na ontbijt konden we onszelf al gelijk gaan klaarmaken voor de eerste landing van de dag, bij “Smeerenburg”...



Al was Smeerenburg in zijn tijd (begin 1600) een actieve walvisvaarderslocatie, er was nu niets meer van over dan wat aarden heuveltjes, een troosteloos strand vol wrakhout aangespoeld helemaal uit de bossen van Siberië vandaan, en een naam op de kaart. Er zijn zo’n 15 nederzettingen en een soort van fort opgegraven, en natuurlijk de resten van de blubberketels – er woonde in de zomer soms een paar honderd mannen. Niet alleen Nederlanders, maar ook Basken, Engelsen, Denen en andere nationaliteiten hadden in de zomer nederzettingen in Spitsbergen – en stalen dan ook geregeld elkaars gereedschap en materiaal. Niemand wilde er echter overwinteren, zelfs de ter dood veroordeelde criminelen die speciaal hiernaartoe gestuurd werden om te overwinteren en de spullen te bewaken, met de belofte dat hun doodstraf kwijtgescholden zou worden... Zij smeekten zelfs aan het einde van de zomer om terug naar Europa genomen te worden: liever een mogelijke doodstraf in Europa dan hier een winter proberen te overleven! Wat betreft de walvisjacht zelf was dit blijkbaar in het begin een plek waar de mannen enkel een eindje de baai tussen de eilanden in hoefde te roeien om walvissen te kunnen vangen, en men vertelde dat de walvissen tegen, voor, achter en onder de schepen zwommen. Voor ons nu onvoorstelbaar dat er toen zoveel walvissen waren, wij zullen al dolgelukkig zijn als we er eentje te zien krijgen!



Dus, al was het nauwelijks zichtbaar, een plek vol geschiedenis – en aangezien wij de enigste Nederlanders aan boord zijn mochten wij uitleggen hoe “Smeerenburg” echt vertaald moet worden naar Engels (ze hadden er “Blubbertown” van gemaakt). En op het strand lag een bijzondere bewoner: een niet zo heel erg grote walrus, in zijn eentje, te dutten... Leuk!! We hebben er een tijdje naar staan kijken, van een veilige afstand want de gidsen waren er niet zo gerust op dat hij alleen lag; normaal liggen ze het allerliefst in groepen (ze proppen zelfs allemaal op dezelfde ijsschots als het kan, tot die van ellende zinkt of breekt), en een individuele walrus kan daarom heel erg op zijn hoede en onvoorspelbaar zijn. Deze walrus leek echter redelijk ontspannen, deed alleen maar slapen, en draaide op een gegeven moment zelfs op zijn rug om uitgebreid te gaan krabben voordat hij verder ging slapen.



We hebben een tijdlang op Amsterdamoya doorgebracht, genietend van de Arctische omgeving (en de plakkerige blubbermodder en muggen...), voordat we weer terug naar het schip gebracht werden en we een paar uur lang gevaren hebben tussen de eilanden voor de kust en uiteindelijk tot diep in Raudfjorden, een lange fjord omringd door steile bergen met letterlijk in iedere vallei en holte tussen en in de bergen gletsjers. De naam “Raudfjorden” komt van de rode rotsen die je op sommige plekken kunt zien, inderdaad opvallend tussen de verder overwegend granieten rotswanden: volgens de beschrijvingen is dit “Old Red”, dus oude rode rotsen nog oorspronkelijk van het oercontinent Panagea, die ook onder andere terug te vinden is in Australië... hoe dan ook, een prachtige fjord! Dit zou mogelijk ijsberenland kunnen zijn dus de bemanning en de gidsen hielden constant wacht in de brug op zoek naar de beesten; wij hebben ook een tijdlang buiten gestaan, genietend van het uitzicht, de gletsjers, en het lekkere winterse weer. Toen we het eind van de fjord bereikt hadden besloten de gidsen dat het een goed idee zou zijn om een van de gletsjers van dichter bij te bekijken, en mochten we dus weer een keer aan land gaan...



Vanuit het schip, dat toch niet zo heel ver van de kust lag, leek de gletsjer waar we naar toe zouden gaan een kleine, makkelijke ijsvlakte. En de morenen of puinheuvels aan beide kanten leken van grind te zijn en klein genoeg om even overheen te wandelen om bij de gletsjer zelf te komen. We werden per zodiac naar een strandje vlak bij de linkermorene gebracht, en konden als we wilde de morene beklimmen om de gletsjer aan de andere kant te bekijken. De morene leek zelfs vanaf het strandje nog altijd niet zo formidabel – pas toen we er vlak naast stonden zagen we hoe hoog en vreselijk steil de morene wel niet was, en hoe dat “grind” dat we gezien hadden vanuit het schip niet alleen grind was, maar ook rotsblokken van wel 2-3 meter hoog... oeps! Maar de gidsen hadden zich uitgespreid om op te letten voor ijsberen, we hadden de tijd, en we wilde eigenlijk wel “even” naar de top van de morene om de gletsjer te bekijken, dus Hans en ik zijn toch maar aan de klim begonnen.



Het was een behoorlijk pittige klim waar je vaak letterlijk op handen en voeten naar boven moest kruipen en je aan alles vastklampen wat los of vast zat (vaker LOS dan VAST!), en soms voetje voor voetje schuin naar boven moest schuifelen – en niet schrikken als de grond onder je opeens verdween, want het was tenslotte voornamelijk los grind en stenen! Toen we eenmaal bovenop de kam van de morene stonden (toch een klim van zo’n 25-35 meter steil omhoog op los grind) zagen we dat de gletsjer zelf nog een heel eind verderop was. Omdat we allebei al eens eerder op een gletsjer gestaan hebben, zagen dat het doorlopen over de kam niet bijzonder veel extra zou toevoegen aan de ervaring, en vonden dat in skikleding en laarzen tegen zo'n steile morene opklimmen al inspannend genoeg was geweest voor een dag, hebben we nog een tijdje genoten van het uitzicht en zijn toen op ons gemak aan de nog veel moeilijkere afdaling begonnen. Nadat we veilig beneden kwamen hebben we een tijd op een grote rots op het strand gezeten en genoten van het uitzicht, en van de vele mensen die enthousiast waren begonnen aan de klim tegen de morene zonder zich te realiseren dat niet het klimmen zelf het zwaarste is, maar juist de afdaling, en nu dus worstelde met het zoeken van een manier om weer beneden te komen...



Al hebben we nog geen ijsberen gezien, dit was een hele mooie en leuke dag! We kregen tijdens het lezingenuurtje voor het avondeten nog een paar interessante lezingen over walrussen, geologie en korstmossen... de gidsen vertellen allemaal zo enthousiast over hun interessegebieden! Nu zitten we weer in onze hut, te lezen, te rusten en Hans staat zijn sexy wit lang thermisch ondergoed te showen... Vanavond varen we rond half elf over de 80e breedtegraad, en vlak langs Moffen Eiland dat op deze breedtegraad ligt en waar er schijnbaar walrussen te zien zouden moeten zijn – met verrekijker, want we mogen niet aan land omdat het eiland beschermd gebied is.


Het varen over de 80e breedtegraad werd ruim van te voren aangekondigd zodat we in de receptie op het grote scherm, dat de positie van het schip weergeeft, mee konden kijken. Het wachten tot de GPS positiebepaler van 79º59’999” naar 80º00’00” sprong voelde een beetje als wachten tot het middernacht is op oudejaarsdag... Het is eigenlijk maar een nummer maar toch wel stoer vinden wij, we zijn tenslotte nog nooit zo noordelijk geweest en er zullen niet veel plekken op aarde zijn, waar wij met onze middelen kunnen komen, die veel noordelijker zijn! Nadat we over de 80e breedtegraad gevaren waren ging iedereen naar het dek om te kijken terwijl we op Moffen Island aanvoeren: een raar eiland, niet meer dan een onregelmatige ring-vormige zandbank leek het. Maar op een hoek lag een groep walrussen, goed te zien door verrekijkers maar zelfs met het blote oog duidelijk te herkennen. Het schip dreef heel langzaam dichterbij totdat we duidelijk de uiterlijke afstand hadden bereikt dat we van deze beschermde plek mochten komen; na nog een tijdje stilliggen ging het schip weer heel voorzichtig en langzaam terug naar het vaste land varen en richting de Hinlopen Strait. Toen zijn wij snel naar onze hut gegaan om naar bed te gaan, het was namelijk inmiddels al elf uur ‘s avonds (met een waterig zonnetje) en we moesten er morgen vroeg uit! Dan gaan we namelijk al voor het ontbijt, om half zeven, een rondvaart maken in de zodiacs langs bijzondere vogelkliffen in de Hinlopen Strait!

free counters