Donderdag 29 juli: Festningen – Alkhornett

Vandaag hebben we twee stevige wandelingen gemaakt in gebieden in de Istfjorden, het grote fjordsysteem waar ook Longyearbyan en twee “dorpjes” liggen. De eerste wandeling was bij Festningen – een piepklein leistenen strandje met lage kliffen van leisteen bedekt met een dikke (zompige) laag mos en toendra, en in de achtergrond prachtige bergen, gletsjers en heuvels. We klommen op de kliffen en hebben een hele mooie wandeling over de toendra gemaakt langs de kust. Af en toe moesten we een riviertje of een bijzonder soppend stuk oversteken, want het glooiende terrein was het afwatergebied van de gletsjers in de verte – waarschijnlijk kon je hier in de lente niet eens lopen vanwege al het smeltwater!



We eindigden deze wandeling bij een indrukwekkende “muur” van rots die zo de zee in liep met aan het einde een vuurtoren – een laag zandsteen die echt verticaal uit de ondergrond stak. Het leek echt een muur, en was in die zin een leuk geologisch fenomeen omdat zandsteen ontstaat uit versteende zeebodem – die is dus ooit miljoenen jaren geleden als horizontale laag ontwikkeld. Op plekken kon je zelfs de zeebodemribbels nog terugzien in de versteende rots. Ook zagen we op plekken grote oranje zandstenen “bollen” in de overwegend bleke zandsteenmuur; hier zijn tijdens het bezinken en verstenen onzuiverheden geweest die op de omgeving gewerkt hebben net als een zandkorreltje in een oester: de onzuiverheden trokken weer andere onzuiverheden en mineralen uit het omliggende zand aan, om uiteindelijk oranje roestkleurige bollen van zand te vormen. Nadat de laag zandsteen in horizontale vorm ontstaan is en versteend, is er later in dat deel van de wereld zo’n grote tectonische verschuiving of rimpeling ontstaan dat de horizontale lagen opgevouwen zijn en vertikaal zijn komen te staan. En omdat deze laag zandsteen waarschijnlijk relatief harder was dan de leisteenlagen erboven en eronder is deze minder snel verweerd toen ze bloot kwamen te liggen en daardoor in de loop van de tijd boven het landschap uit komen te steken.



Een van de gidsen aan boord is een man waarvan wij schatten dat hij zeker in de 70 moet zijn als hij niet al naar de 80 neigt. Hij heeft gestudeerd en een tijdje gewerkt in de universiteit van Leiden, en weet wat dingen over geologie te vertellen, dus we hebben hem natuurlijk uitgehoord over deze muur – leuk! Geologie is in feite een soort van CSI of detective-werk op het landschap: aan de hand van aanwijzingen in de bodem en de vorm van het landschap uitvinden hoe het landschap vele miljoenen jaren geleden is ontstaan... na de zandstenen muur uitgebreid te hebben bestudeerd en sowieso van het prachtige uitzicht over de fjorden te hebben genoten zijn we weer terug naar de zodiacs gegaan en naar het schip. Totdat het lunchtijd was hebben we zitten kletsen in de lounge met anderen en na de lunch was het al gauw weer tijd voor de volgende wandeling.



De wandeling in de middag was bij Alkhornett aan de overkant van het fjord en was zwaar, de zwaarste van de hele reis. Op zich niet zo erg maar de expeditieleider had aangegeven dat het een redelijk lichte wandeling zou zijn, en er zijn aan boord best veel mensen die wat ouder zijn en/of slechter ter been dan anderen – een behoorlijke miscommunicatie dus! Plus er was miscommunicatie over waar we opgehaald zouden worden – en moesten uiteindelijk dus helemaal teruglopen naar het begin terwijl eerst aangegeven was dat we op een andere plek opgehaald zouden worden, waardoor de wandeling al gauw twee keer zo lang werd als verwacht... Ach ja, het was een mooie wandeling, dat wel!



We werden in de zodiacs gebracht naar een klein kiezelstrandje dat gevormd was door de morenen van een kleine gletsjer die een amfitheater in de bergwand had uitgesleten – een mooie beschutte kom dus langs het fjord; aan de ene kant veranderde de berg in een steile rotswand vol vogels. Hier in de beschutte kom stond een klein hutje, waarschijnlijk weer een jagershutje. Vanuit het kiezelstrandje moesten we de helling oplopen naar de bovenkant van grillige maar niet zo hoge kliffen, waar we een eind langs de kust tussen de rotswand en de kliffen konden lopen. Het is weer allemaal toendra ondergrond, zompige soppend mosvelden met piepkleine bloemtjes, taai gras, zacht turf, plakkerige kleimodder en nog meer mos. Hier en daar was de ondergrond zichtbaar geworden, en vond je stenen – die door het constante vriezen en dooien inmiddels in duizenden stukjes gebroken waren en alleen nog overeind stonden omdat niemand ze uit elkaar geduwd hadden. De moslaag bovenop de turflaag eronder is zo dik en zacht dat je er met je volledige voet in wegzinkt en gelijk een plas water om je voet heen ontstaat – maar zodra je je voet optilt is het mos zo veerkrachtig dat het terugspringt en je diepe voetstap gelijk weer verdwijnt.



De kliffen waren erg mooi, ze vormde vele piepkleine baaitjes waar we vanuit de bovenkant op neer konden kijken – je kon niet echt dichtbij de rand van de klif komen want de dikke mos- en turflaag spoelde letterlijk over de klifrand heen en de ondergrond was allemaal kiezel en gravel dat door de turflaag bijeen gehouden werd... hierdoor was de scheidslijn tussen ondergrond en lucht niet altijd zo duidelijk! We liepen dus over de zachte turflaag, felgroen mos, onregelmatige stenen ondergrond, puinhellingen, door riviertjes, door kleiachtige modder en plakkerig moeras. Een hele mooie wandeling maar behoorlijk zwaar terrein!



Uiteindelijk hadden we met een wijde boog om de rotswand gelopen langs de kust. Ons doel was een steil weitje tegen de puinhelling van de rotswand aan – daar stonden een aantal rendieren te grazen. We moesten alleen helemaal om het open terrein lopen, omdat de rotswand instabiel was (vorige week was nog een groot gedeelte omlaag gekomen), maar ook omdat midden op het glooiende terrein bepaalde vogels aan het broeden waren - we vermoeden Skua's of roofmeeuwen, die we ook in IJsland gezien hadden – en ze erg fel waren tegen alles wat in de buurt kwam! We hadden een paar dagen terug gezien hoe een poolvosje aangevallen werd door 2-3 van deze vogels, die constant duikvluchten maakte en probeerde hem op zijn kop te pikken met hun snavels. Vandaag waren er een paar mensen die niet opgelet hadden en de open vlakte rechtstreeks wilde oversteken de pineut – de vogels vlogen agressief op ze af, pikte op hun hoofden en armen en deden zo te zien angstaanjagende duikvluchten!



Wij klommen ondertussen achter de gids aan tegen de steile helling op richting het weitje en de rendieren. Ook weer zwaar, want de ondergrond was onregelmatig en onze rubber laarzen die we nodig hadden om over de toendra te lopen waren niet ideaal voor rotsachtige hellingen – zeker niet voor een aantal mensen in de groep die niet echt ervaren waren met wandelen en stijgen in de bergen! Een hoop mensen deden dit deel van de wandeling dan ook niet en bleven op het lage terrein. Wij wel, en hebben echter een tijdje kunnen genieten van de rendieren die best dichtbij ons groepje kwam; iedereen installeerde zich op de stenen en het mos om te kijken en te fotograferen. Het was een mooi gezicht, er waren uiteindelijk zeker 13 rendieren – zo goed gecamoufleerd dat je ze van ver nauwelijks zou herkennen. Er liepen een paar kalfjes in de groep, maar ook mannetjes met imposante geweien – en ze waren niet bang van ons – genieten dus!



Toen mensen onderhand klaar waren met kijken moesten we beginnen aan de afdaling; hier was helaas wat verwarring tussen de gidsen onderling over wat de bedoeling was. Wij werden dus verteld dat we ergens langs de kust vlakbij waar we nu stonden opgehaald zouden worden, en we dus alleen maar het steile stuk van de helling hoefde af te dalen. Het werd ons echter al gauw duidelijk dat de zodiacs helemaal niet aanwezig waren in dat stuk van de kust, en nog heen en weer pendelde tussen de oorspronkelijke landingsplaats en het schip, die niet voor anker kon gaan in deze fjord en dus moest blijven bewegen. Dat betekende echter dat we onverwachts en terwijl we al aardig moe begonnen te worden alsnog de stevige wandeling terug naar het beginpunt moesten maken. Hans had onderhand pijn in zijn rug en ik kreeg last van mijn voeten, dus we hebben ons verstand maar op nul gezet en zijn teruggelopen. Gelukkig is teruglopen altijd sneller dan heen!



We waren rond vier uur ’s-middags terug op het schip en hebben de middag besteed aan warme chocomel drinken in de lounge en rusten in onze hut. We hadden er tenslotte een stevige dag in de buitenlucht opzitten! ‘S-avonds was het tijd voor het afscheid, dus kregen we voor het avondeten nog een praatje van de kapitein en hebben alle hotel en keukenpersoneel een afscheidslied gezongen... Ook kregen we nog een mooie presentatie te zien van foto’s van onze reis en werden er certificaten gegeven aan alle mensen die de Arctische duik gemaakt hadden! We krijgen blijkbaar na afloop een link naar een website waar alle informatie, foto’s, kaarten en het scheepslogboek van de trip op terug te vinden zullen zijn. Leuk! Ik ben benieuwd... Het “captain’s dinner” was wat uitgebreider dan anders en weer erg lekker (al was de kapitein zelf er niet bij), en na het eten moesten we onze spullen gaan pakken en voorbereiden voor morgenochtend – dan verlaten we om acht uur ’s-ochtends het schip. We hebben ’s-avonds nog even gedoucht ondanks dat we er eigenlijk te moe voor waren, en rond een uur of elf kon het schip aanmeren op zijn plaats in de haven en gingen de motoren uit – af en toe onderweg als we voor anker gingen gebeurde dat ook, en dan merk je pas hoe veel lawaai er steeds is aan boord van zo’n schip!

free counters