10 oktober 2013: Ulyanovsk

Vandaag kwamen we ’s ochtends aan in Ulyanovsk, een stadje wiens grootste (enigste?) claim to fame is dat Lenin er vandaan komt... er zijn zo goed als geen oude gebouwen meer, zeker geen kerken, want die zijn allemaal vernietigd geweest. Ook de Kremlin moest wijken voor de vooruitgang. Het is dus een beetje een “lelijke” stad, met veel sovjet architectuur, veel industrie, en weinig zichtbare geschiedenis. Lenin heet eigenlijk Vladimir Ilyich Ulyanov, maar is zich Lenin gaan noemen omdat hij een bijnaam wilde om uit de handen van de politie te blijven, en hij zou zich dus naar de Lena rivier genoemd hebben, in Siberië waar hij een tijd in ballingschap geleefd heeft. De stad Ulyanovsk heette eigenlijk Simbirsk, maar is hernoemd naar Lenin’s familienaam toen Lenin overleed. Inmiddels zouden de inwoners wel weer terug willen naar Simbirsk, maar dat houdt de gemeenteraad af omdat het te duur zou zijn.


We meerde vroeg aan in Ulyanovsk, en zouden daar tot 19 uur blijven. ’s Ochtends was er een stadstour, en ’s middags vrije tijd om zelf rond te kijken als je dat zou willen. De stadstour duurde drie uur en was eigenlijk niet zozeer een tour van de stad, als wel een drie uur durende monoloog over Lenin, waar hij opgegroeid is, waar hij naar school is gegaan, waar hij van school is afgeschopt, waar hij gewoond heeft, welke huizen zijn ouders huurde en welke ze kochten, enz enz enz... de stadsgids had heel veel kennis die ze heel graag met ons wilde delen!


We reden weg uit het haventerrein en de heuvel op richting de stad, die je niet kon zien vanuit het water. Bovenaan de heuvel, en wel zichtbaar vanuit de boot, was een grote sovjet-ster op een hoog voetstuk; ongetwijfeld een belangrijk monument, en hoogstwaarschijnlijk eentje voor de tweede wereldoorlog, aangezien we een eenvoudig stadskaartje gekregen hadden waar dat op genoemd werd. We reden er alleen straal voorbij, dan maar hopen dat we het op de terugweg nog zouden kunnen bekijken....



De Lenin-dag begon met een bezoek aan een klein parkje, dat tegenover de basisschool lag waar Lenin naar toe ging. Het parkje was allesbehalve bijzonder maar er stond een beeld van een of andere muze die volgens de stadsgids even kenmerkend was voor Ulyanovsk als de Eiffeltoren voor Parijs... jaja, ok! Wat wel bijzonder was aan het parkje, was dat er op een Russisch boordje bij een bankje geadverteerd werd met gratis wifi – en inderdaad, er was een internetverbinding beschikbaar! Dus al gauw was het dringen geblazen bij het bankje terwijl men hun smartphone, tablet of notebook tevoorschijn trok... Nee hoor we zijn niet verslaafd; er zijn grijze besjes aan boord die echt elke dag zoeken naar internet. Wij zullen het gebruiken als het aangeboden wordt maar hoeven er echt niet elke dag naar zoeken, en vinden het ook prima om op reis af en toe een paar dagen zonder te doen. InNoord Koreastond je noodgedwongen 11 dagen droog, en dan is het fijn om weer online te kunnen, maar echt missen doe je het nu ook weer niet.



Vanuit het parkje zouden we een wandeling over het Lenin-complex maken, en het was helaas al duidelijk dat deze stadsgids veel en graag stopte en vertelde. Ze sprak alleen geen Engels, dus moest Marina voor haar tolken. Een van de receptiemeisjes was mee op de excursie, en we raakte aan de praat want we hadden haar al meer mee zien gaan; dit was haar eerste keer van St. Pietersburg naar Rostov-aan-Don (waar zij vandaan kwam), dus ze vond het leuk om de steden onderweg te bezoeken. Ze moest lachen om de stadsgids en vertelde ons dat Marina sowieso al een zeer verkorte versie vertelde van wat zij in het Russisch vertelde, plus de stadsgids regelmatig smeekte om vooral haar verhalen in te korten!


Vanuit het parkje en de Lenin-basisschool liepen we, via een standbeeld van Karl Marx, naar het Lenin-plein, wat vroeger het Kremlin was geweest en een mooie kerk had gehad. Het heette dan ook vroeger “kerkplein”. Maar de kerk en het Kremlin waren in de sovjet-tijd vernietigd geweest, en nu stond er dan ook een stereotype standbeeld van Lenin. In een hoekje van het plein was een gedenkplaat gemaakt (het leek meer op een putdeksel) waar vroeger het centrum van de stad was geweest. De stadsgids vertelde zo uitvoerig en bewoog zo traag voorwaarts dat we regelmatig wegliepen, uitgebreid foto’s ergens van namen, en als we terugkwamen stond ze nog op dezelfde plek te vertellen...



Vanuit het Lenin-plein liepen we naar een uitzicht over de rivier, een promenade met mooie bomen en een klein, bescheiden monument voor de Burgeroorlog in 1918. De tweede wereldoorlog heet in Rusland overigens de “Grote Patriottische Oorlog”. Vanuit de promenade liepen we naar een huis dat als museum gebouwd was ter ere van een belangrijke kunstenaar, na zijn dood, en dat zou de reden zijn dat de ornamenten op de gevel zwartgeverfd waren. Daar in de buurt stond een monument met een knipoog; een beeld ter nagedachtenis aan een vergeten letter die tegenwoordig nauwelijks meer gebruikt wordt.



Na een paar muurplaquettes gepasseerd te hebben die onze stadsgids helaas niet oversloeg kwamen we uiteindelijk uit bij het Lenin-museum. Aan de rand daarvan was nog een monument gemaakt ter nagedachtenis aan een militair uit Ulyanovsk die geholpen had om kinderen te redden van de aanslag op de Beslan school. Hij heeft met gevaar voor eigen leven een paar kinderen weten te redden, is daarbij gewond geraakt en uiteindelijk overleden aan zijn verwondingen.



Het Lenin-museum was een groot gebouw waar, in een binnenplaats die van buiten zichtbaar was, twee oude huisjes stonden; het huisje waar Lenin geboren is, en het huisje waar ze daarna naar toe verhuisd zijn. Het was een beetje een vreemd gezicht, die twee houten en stenen huisjes met wat bomen, geklemd tussen de marmeren kolommen en muren van een sovjet-stijl gebouw dat zo lelijk is, dat het haast iets moois krijgt... we waren onderhand al twee uur bezig en hoopte denk ik dus stiekem allemaal dat we alleen even gewezen zouden worden op het museum en dan door konden, maar niks hoor, we gingen het Lenin-museum in!



Het Lenin-museum was eigenlijk best een mooi museum. De eerste verdieping ging over Lenin’s achtergrond en jeugd, voor zover ik kon uitmaken aangezien het allemaal in het Russisch was natuurlijk. Ook de tweede verdieping werden we doorheen geleid, en hier zagen we wat meer van de Lenin-verering; cadeaus aan Rusland uit heel de wereld, ter nagedachtenis van Lenin, grote beelden van hem, een ceremoniezaaltje, Hans en ik kregen flashbacks naar een nog veel ergere vereringscult inNoord Korea! Ook was er een expositie over de oorlog en de verdere ontwikkeling van de sovjet-republieken en de USSR in het algemeen. En gek genoeg ook een klein zaaltje (waar we niet in mochten) met oude wapens. Wat dat er nu tussen deed konden we niet herleiden!



Via een deurtje konden we naar buiten stappen en over het dak van delen van de eerste verdieping naar een breed balkon lopen, en naar de binnenplaats waar we neer konden kijken op de twee huisjes. Het bleef een vreemd gezicht, twee typisch Russische geverfde huisjes midden in zo’n marmeren moderne monster. Onderhand hadden we al weer bijna drie kwartier doorgebracht in het museum en begon iedereen het een beetje zat te worden, maar het hoogtepunt van de stadstour, voor zover dat nog mogelijk was na dit museum (wat echt best een mooi museum was, maar niet met zo’n tergend langzame gids), moest nog komen; een bezoek aan het woonhuis van de Ulyanov’s, dat ze zelf gekocht hadden en niet gehuurd, waar Lenin zo’n 7-9 jaar van zijn jeugd gewoond heeft.



Dit woonhuis bevond zich in de Lenin-straat, een straat vol houten huisjes die allemaal wel als een of ander museum diende, vaak over of met betrekking tot Lenin... om het woonhuis te mogen bekijken moesten we plastic sokjes over onze schoenen aantrekken, en Hans en ik moesten lachen toen we alle museumdames zagen, iedere ruimte had er wel eentje! Normaal gezien gaat iedereen een beetje min of meer rondlopen, zeker in zoiets als dit dat uit kleine ruimtes bestaat; de fotofreaks die graag geen mensen op hun foto’s hebben, zoals ik, voorop, waarbij je allemaal een ander ruimte pakte zodat je elkaar niet in de weg loopt. Hier werden we echter tot onze verrassing door opgewonden Russisch roepende museumdames terug naar de eerste ruimte gejaagd. Ok ok ok, dus je moet het in een bepaalde volgorde doorlopen zeker? Dus wij begonnen weer opnieuw rond te zwerven, ditmaal braaf vanuit de eerste ruimte waar de desbetreffende museumdame al een muziekje opgezet had (Lenin’s favoriet)... Maar we werden weer teruggedreven naar de eerste ruimte, we moesten en zouden naar de muziek luisteren.



En ondertussen wreef een van de strengere museumdames met haar wijsvinger en duim tegen elkaar terwijl ze op mijn fototoestel wees. Ahhhh, nu snapte ik een deel van de opwinding! Je moest een fotopermit hebben! Ik had al wat foto’s gemaakt, maar ik had er geen 100 roebels voor over om zonder ruzie te maken verder foto’s te kunnen maken, dus ik stak mijn toestel maar in mijn zak. Even overwoog ik nog om stiekem door te gaan met fotograferen, maar de dames hielden ons als haviken in de gaten, en toen een man in onze groep zich iets te onaangenaam opstelde naar de dames toe en erop stond vrij rond te mogen zwerven werd hij haast aan zijn haren naar de kassa gesleurd. Nope, laat maar zitten, ik hoef niet per se foto’s van Lenin’s jeugdhuis...



Dus werden wij als een kudde schapen vakkundig ruimte voor ruimte doorgewerkt en te allen tijde scherp in de gaten gehouden voor illegale foto’s, aanraken van meubilair of gewoon überhaupt uit de pas lopen. Pas als het verhaal van de stadsgids in een ruimte ten einde kwam, stapte de museumdame in kwestie opzij en mochten we naar de volgende ruimte. Achter ons aan sloten de museumdames weer de gelederen zodat de groep te allen tijde dicht bij elkaar bleef. In de wat kleinere ruimtes werd, duidelijk met tegenzin, bij uitzondering toegestaan dat de voorhoede alvast de volgende ruimte begon op te vullen. En je kunt je voorstellen hoe fijn het is om met 30 man, allemaal jassen aan, zo in formatie van ruimte naar ruimte te moeten schuifelen... Pffff we waren blij toen we onze plastic sokjes weer uit konden doen en naar buiten stappen!


De stadstour was hiermee ten einde gekomen, en onderweg in de bus terug naar het schip vertelde de stadsgids nog dat 25% van alle russen in het Volga riviergebied woonde. Ongelofelijk zeg, daar hadden we echt geen idee van! Omdat het duidelijk was dat we niet nog langs het monument voor de tweede wereldoorlog zouden komen (waarschijnlijk omdat het niet over Lenin ging), had Hans gevraagd of hij en ik er dan bij afgezet zouden kunnen worden op de terugweg. Dat was onmogelijk, volgens de stadsgids, want er was geen parkeerplek en we kwamen er toch niet meer langs want we gingen via een hele andere route terug... Hmm, ok, we konden het duidelijk zien liggen toen we terugreden via die andere weg, en er was wel degelijk parkeerruimte, maar prima, het was duidelijk – we zouden er vanmiddag wel zelf naar toe lopen.



Na de lunch zijn we dan dus ook maar gelijk vertrokken richting het monument. De buschauffeur had, dankzij Marina die tolkte, uitgelegd dat er vlak buiten het haventerrein een trap naar boven naar de stad was. We hadden die trap niet gezien tijdens het rijden, omdat hij helemaal verstopt tussen de bomen en struiken bleek te zijn. De trap bestond uit een serie betonnen traptreden die op dwarsbalken bevestigd waren, en zo boven de grond zweefde. Af en toe liep er een stuk pad tussen, en af en toe leek er geen einde aan de trappen te komen – omdat het pad en de trappen in een soort C-vorm gebouwd waren kon je niet zien hoe ver je nog te gaan had. En omdat de helling steil was en we ook op een gegeven moment over het spoor staken, was de trap af en toe behoorlijk hoog van de grond gebouwd. Dat is niet zo erg, maar de betonnen treden waren soms zo beschadigd dat er alleen nog maar het betonijzer over was, en er dus gapende gaten zaten in de trap! We liepen af en toe dus voor de veiligheid maar boven de dwarsliggers; met het idee dat, mocht je plotseling dóór een tree heen stappen, je dan toch nog iets stevigs onder je voeten zou vinden...



Het duurde 30 minuten voordat we boven waren, en we hebben toch zeker 150 traptreden moeten lopen in totaal. Bovenaan het pad kwamen we uit op een klein laantje met hele oude, hele kapotte maar nog wel bewoonde houten huisjes, en van daaruit was het nog een eindje lopen naar het monument – maar het was gelukkig zo hoog dat je het altijd wel in het oog kon blijven houden.



Het monument was best de moeite waard, en we waren blij dat we er toch nog heen zijn gegaan. Op een groot plein stond een grote sovjet-ster op een enorm hoog voetstuk, met daarnaast een standbeeld van allerlei soldaten rondom een vlag. Het plein had uitzicht over de rivier, en op een lager niveau was een eeuwige vlam. Om daar te komen moesten we langs een ander monument lopen dat bestond uit twee stenen muren bedekt met jaartallen en namen. Dit betrof soldaten die overleden waren in andere oorlogen, met name de Afghanistan oorlog in de 80’er jaren.



Op het lager niveau was dus de vlam, en tegen de muur die grensde aan het plein stonden de namen van soldaten die in de tweede wereldoorlof waren gesneuveld. De vlam en de ster waren netjes opgelijnd met elkaar, de bronzen krans op de muur stond uit het lood... in een klein bosje stond ook nog een kring standbeelden die ook met de gruwelijkheden van oorlog te maken hadden. Al met al was het dus best een uitgebreid complex en zeker even de moeite waard om te bezoeken. Plus nou hoefden we ons niet meer schuldig te voelen als we vanmiddag aan de chips zouden gaan... het had ons 30 minuten gekost om naar boven te komen, we hebben er een kwartier rondgekeken, en het kostte 25 minuten om weer naar beneden te lopen; al met al toch best een redelijke wandeling!



Bij de receptie stond hetzelfde meisje als vanochtend op de stadstour, dus we hebben nog even met haar gekletst; ze wilde wat Nederlandse woordjes leren, maar alle woordjes die ze wilde weten bevatte de harde “g” klank en daar kun je buitenlanders altijd mee wegjagen, dan trekken ze een gezicht alsof ze gedwongen worden hun keel binnenstebuiten te keren! Alleen het woordje “hoi” vond ze wel acceptabel. “Hoi” in Russisch is “paka”; daar vertelde Marina een leuke anekdote over: toen de russen, en zij dus ook, voor het eerst het Engelse “bye bye” hoorde in plaats van, zoals ze in hun (onder het ijzeren gordijn enigszins gedateerde) Engelse les geleerd hadden, “good bye”, vonden ze dat zo leuk, dat ze “paka paka” zijn gaan zeggen in plaats van enkel “paka”.


We waren om 15:30 terug in onze hut, en hebben lekker nog een kopje koffie gezet voor onszelf en een beetje gelezen en spelletjes gespeeld, tot het 16:30 was. Toen was het namelijk tijd voor de rondleiding op de brug en in de machinekamer. Er is geen open brug beleid aan boord, wat wel een beetje jammer is, maar gelukkig konden we zo op deze manier toch een blik naar binnen werpen. Ze hadden duidelijk opgeruimd (er stonden geen koffiespullen meer in de hoekramen, wat je als je voorop dek stond goed kon zien), en de eerste officier deed uitleggen wat alle instrumenten waren en deden. Naast de technologische ondersteuning zoals twee verschillende GPS-systemen, een “zee”- en “rivier”radar (breed zichtsveld, smal zichtsveld), was er ook veel spirituele ondersteuning... iedere kant die je opkeek zag je meerdere icoontjes staan. Ik neem aan dat ze alle hulp kunnen gebruiken die ze kunnen krijgen bij het navigeren op zo’n rivier!



Hierna werden we naar de machinekamer gebracht achterin het schip op de laagste verdiepingen. Dat was ook leuk om te zien en te horen; er zijn drie dieselmotoren die het schip voortdrijven, en de dieseltank heeft een maximale capaciteit van 300 ton. Dat is voldoende voor drie keer van Moskou naar st. Petersburg en terug... het schip kan ook 200 ton drinkwater tanken, los van wat ze zelf nog maken uit vuil water. Maar aangezien er per dag 50 ton drinkwater verbruikt wordt (75% hiervan door de keuken), wordt er dus in iedere haven bijgetankt. Er zijn 4 generatoren die voor alle stroom aan boord zorgen, en ieder jaar aan het einde van het seizoen, als onderdeel van de algehele opknapbeurt, worden de motoren uit elkaar gehaald, schoongemaakt, gereviseerd en weer in elkaar gezet.



Na deze uitleg bij het bedieningspaneel werden we langs de motoren en generatoren zelf geleid, in rap tempo, want het was daar zelfs nu we nog stillagen zo lawaaiig dat je elkaar gewoon NIET kon verstaan. Maar wel erg leuk om doorheen te lopen, ik kan me niet voorstellen hoe het moet klinken als we onderweg zijn en ze op volle toeren draaien! De optimale vaarsnelheid is zo’n 22,5 km per uur, wat neerkomt op ongeveer 12 knopen (een knoop is een nautische mijl per uur – 1,852 km per uur, iets meer dan een landmijl dus).



Na deze rondleidingen zijn we weer naar onze hut gegaan, waar er een Russisch sprookje uitgezonden zou worden – deze was in de sovjet-tijd verfilmd, en was behoorlijk slecht geacteerd. Plus hij werd in het Engels nagesynchroniseerd, waarbij dwars door het Russisch gesproken werd en alles met één stem nagesynchroniseerd werd. Geen succes dus, daar hebben we niet lang naar gekeken! Tijdens het avondeten was een van onze tafelgenoten jarig, en kreeg zij na het toetje een serenade en een grote roomtaart. Wij hebben ons dus ongans gegeten aan taart, want zij lustte geen taart!


free counters