17 oktober 2013: Volgograd, Rossoshky Military Cemetary

Vandaag is de reden waarom we specifiek déze tocht met dít schip geboekt hebben. De Maxim Litvinov is namelijk het enigste schip dat (één keer per jaar) een tweede keer in Volgograd komt en dus de kans geeft om de Duitse en Russische oorlogsbegraafplaats te bezoeken, een eindje buiten de stad, waardoor je dus de tijd hebt om én de stad met al zijn monumenten te bekijken, én deze begraafplaats. Het is (uiteraard) een optionele excursie om er naar toe te gaan, maar dat geeft niet, in Volgograd proberen we gewoon alles te zien en te doen wat we kunnen en wat er geboden wordt!


We stonden in ieder geval dus al vroeg te trappelen... ontbijt was om 8 uur, de excursie begon om 9 uur, dus we hadden de wekker al (een beetje erg fanatiek) op 7:30 gezet waardoor we een kwartier moesten wachten voor we konden ontbijten, en om 8:40 stonden we al buiten en gingen we maar richting de bussen. Ach, we hadden in ieder geval het beste plekje van de dubbeldekker bus, voorin en bovenin! We hebben trouwens zo enorm veel geluk gehad met het weer, want vandaag was het heiig en stonden de torenflats zelfs met de toppen in de mist, terwijl toen we twee dagen geleden in Volgograd waren was het stralend weer met een mooie blauwe, enigszins bewolkte hemel. Het was dus perfect weer om Mamajev Kurgan te bezoeken! Als je daar nu naar toe zou moeten in dit heiige weer dan baal je wel...



We vertrokken met de dubbeldekker bus voor de Engels sprekers, met een stadsgids, en twee mini busjes voor de Duitsers en Denen, ook ieder met een stadsgids erbij. Totaal hadden zo’n 31 passagiers zich opgegeven. Marina kwam ons uitzwaaien maar ging niet mee, en misschien was dat ook wel beter, want ze zag er een beetje uit alsof het een zware nacht was geweest. Dat klopte ook wel, dat kwam volgens haar omdat ze met de bemanning gisteravond een feestje had gehad met gerookte vis en bier... Goed kans dat ze dus nog even een uurtje in bed ging duiken om bij te komen van al die gerookte vis!



Onze stadsgids gaf aan dat Duitsers en Russen vaak bloemen kopen om bij de begraafplaatsen te leggen, en wilde duidelijk graag dat wij dat ook zouden doen, want ze bleef er maar over praten. We stopten bij een bloemenzaak in Volgograd en er gingen toch een handjevol mensen mee om bloemen te kopen; rode anjers, de traditionele Russische bloem voor oorlogsslachtoffers. Het duurde een tijdje en we reden pas rond 9:30 uur weg bij het bloemenwinkeltje. Daar krijg je de zenuwen van, het is zo’n 35 km rijden enkele reis, we moeten om 12 uur al weer terug zijn, en dan een half uurtje treuzelen bij zo’n bloemenwinkel, dat geeft steeds minder tijd om effectief rond te kijken! Maar Hans en ik verbeten ons, het zou wel meevallen...



Ons geduld werd in ieder geval flink op de proef gesteld, want de chauffeur (een jonge man, nog ergens begin twintig) reed extreem voorzichtig en onzeker, en in het Russische verkeer sta je dan (zelfs als bus) onderaan de voedselketen en word je aan alle kanten voorbij gereden en achter gelaten. Af en toe moet je gewoon doordouwen, en als je een groot voertuig bent heb je je grootte mee natuurlijk om door te kunnen douwen... Maar goed, dat had onze chauffeur duidelijk nog niet geleerd, en tijdens wegwerkzaamheden die door de ochtendspits files veroorzaakte werd hij dan ook aan alle kanten voorbij gereden. De Russische automobilist is ongeduldig en creatief, en dat merkte we hier goed; de wegwerkzaamheden zorgde voor vertraging omdat de weg versmald werd en dat files veroorzaakte, dus gingen een hoop automobilisten maar off-road de versmalde bocht afsnijden, dwars over het veld!



De stadsgids vertelde wel interessante dingen over de slag bij Stalingrad tijdens het rijden. Toen we langs het treinstation reden, bijvoorbeeld, noemde zij het beeld dat wij eerder al gezien hadden, van de zes dansende kinderen en de krokodil. Blijkbaar was het beeld dat wij gezien hadden een natuurgetrouwe kopie van het oorspronkelijke beeld, wat we al dachten; maar de kopie is pas dit jaar geplaatst, vanwege het jubileum. Het oorspronkelijke beeld stond voor de oorlog voor het treinstation, en is zelfs de oorlog zelf redelijk intact doorgekomen, wat natuurlijk een wonder is, zo dicht bij zo’n strategisch belangrijk doelwit. Het is echter vlak na de oorlog opeens verdwenen, en niemand wist waarheen of heeft het ooit teruggevonden.


We hebben uiteindelijk vijf kwartier gedaan over 35 km, en kwamen dus pas om 10:15 aan bij de begraafplaatsen in Rossoshky. Zucht! En toen suggereerde de stadsgids ook nog eens dat 40 minuten wel voldoende zou zijn om alles hier te bekijken, zeker... Gelukkig waren de meeste het daar niet mee eens en hebben we (in een hoog tempo, dat wel) er uiteindelijk iets meer dan een uur over gedaan.


Rossoshky bestaat uit twee Duitse begraafplaatsen, en een Sovjet begraafplaats. Voor de oorlog waren er hier twee kleine dorpjes, Hoger en Lager Rossoshky. Tijdens de oorlog zijn deze dorpjes met de grond gelijk gemaakt en de Duitsers hadden hier tijdens de veldslag al een begraafplaats voor hun doden. Die is na de oorlog waarschijnlijk met de grond gelijk gemaakt, maar daarom waren er nu dus twee Duitse begraafplaatsen, een oorspronkelijke en een nieuwe er vlak naast. Aan de overkant van de weg lag de Sovjet begraafplaats. Er lagen de restanten van 59.000 geïdentificeerde Duitsers in de twee Duitse begraafplaatsen, en 16.000 Russen in de Sovjet begraafplaats. Daarnaast werd er ons verteld dat er in totaal in de regio 118.000 Duitsers begraven liggen waarvan de naam bekend is. Dit is los van de slachtoffers die nooit geïdentificeerd zijn geweest of kunnen worden. De hoeveelheden Russen werd ons niet verteld.


We bezochten als eerste de Sovjet begraafplaats, en Hans en ik waren behoorlijk verrast door de kleine schaal en enigszins achteloosheid ervan. Er waren van de 16.000 Sovjet soldaten die daar begraven lagen nog maar zo’n 150-200 soldaten geïdentificeerd en met een eigen graf begraven, de rest lag in een onopvallend massagraf ertussen. Nergens zag je een overzicht van namen van de overledenen, zoals je eigenlijk in ieder oorlogsbegraafplaats vindt als er wel namen bekend zijn. En na alle heldhaftige monumenten en eeuwige vlammen die we door het hele land gezien hebben, was dit een heel vreemd contrast. Het is alsof men wel de overwinning wil vieren en belauweren, en zelfs ook wel op abstracte manier de gevallenen, maar dat ze het niet persoonlijk willen laten worden, en er is natuurlijk niets persoonlijkers als een oorlogsbegraafplaats met 16000 graven en/of namen van gevallenen...



We liepen toen naar de overkant van het weggetje naar de “oude” Duitse begraafplaats; dit bestond uit een vierkante stenen muur op de plek van de oude begraafplaats die de Duitsers in de oorlog gebruikte. Waarschijnlijk zijn de oorspronkelijke graven na de oorlog door de Russen weggevaagd en vernietigd, nu was het in ieder geval nog enkel maar een massagraf zonder individuele graven. Er stonden her en der in het veld de karakteristieke groepjes van drie stenen kruisen die je altijd ziet bij Duitse oorlogsgraven.



Tussen de oude en nieuwe begraafplaats stond een groot kruis ter nagedachtenis aan de doden, en enkele kleinere monumenten zoals bijvoorbeeld een stenen pilaar met namen van de mensen die nooit meer teruggevonden zijn nadat de twee dorpjes vernietigd waren. Bij het grote kruis lag een krans met “poppies”, rode papaverbloemen van stof of papier die in Engeland gebruikt worden om de Eerste en Tweede Wereldoorlog te herdenken. Het was inderdaad ook een krans gegeven door een Engelse divisie: “In Memory of the fallen soldiers at Stalingrad from the officers of 1st Armoured Division”



De “nieuwe” begraafplaats was indrukwekkend vanwege zijn formaat; het was een enorm rond massagraf, misschien wel 100 meter in doorsnede, met een grote granieten muur omheen. Hier mocht je, in tegenstelling tot het veel kleinere oude massagraf, niet in, maar er stonden ook weer de groepjes van drie stenen kruizen her en der in de cirkel. De cirkelvorm symboliseerde het feit dat de Duitsers omsingeld waren in Stalingrad, wat ze zelf “der Kessel” noemde, oftewel de ketel.



De grote van dit graf was nog niet het meest indrukwekkend; dat was de grote, brede stenen band op de omheining met alle namen van alle Duitsers die hier begraven lagen, gesorteerd op datum dat ze gevonden en herbegraven waren. Ik begon eerst nog met alle stenen plaquettes met namen te fotograferen, drie tegelijk, tot ik besefte dat ik na tientallen foto’s nog geeneens op een tiende van de omtrek was, zo groot was het geheel. Ik ben er wel helemaal omheen gelopen; Hans was de andere kant opgegaan en we kwamen elkaar op een gegeven moment weer tegen, vlak bij de grote granieten kubussen naast de ring.



Deze kubussen waren ongeveer anderhalve meter bij anderhalve meter, want ik kon er net bovenop kijken en ik ben 1,65 meter, en bijna allemaal waren ze helemaal bedekt met namen en data: de namen van Duitse soldaten die nooit meer teruggevonden zijn maar waarvan bekend is dat ze bij Stalingrad gevallen zijn. Er stonden tientallen van deze kubussen kriskras in het veld, wat ook een heel krachtig monument was!



Ook stonden er bomen; deze waren in de kelders geplant van de huizen die hier gestaan hadden voordat de twee dorpjes op deze locatie door de oorlog weggevaagd waren. Op deze manier markeerde ze dus nog de oorspronkelijke ligging van de huizen in het dorp.



Toen Hans en ik daarna samen nog het restant van de ring afgelopen zijn, kwamen we bij de huidige tijd wat betreft de namen op de band. Daar waren een aantal mannen net bezig de stenen plaquettes met namen op te hangen voor de periode 2010-2013; we telden 19 grote stenen plaquettes, vol gegraveerd met nieuwe namen van soldaten die gevonden en geïdentificeerd waren zodat ze hier begraven konden wordende.



We stapten nog even een klein expositiegebouwtje in dat over deze begraafplaats en de Volkesbund ging (de Duitse versie van de Commonwealth commissie, voor het opzoeken, herbegraven en verzorgen van de graven van soldaten in binnen- en buitenland). Daar stond, en dat wisten we al, dat iedere zomer de afgelopen twintig jaar schoolkinderen en studenten uit Duitsland kunnen komen meehelpen met het zoeken naar restanten en attributen van de soldaten die (onder andere) bij Stalingrad gevallen zijn, en ze helpen deze alsnog een fatsoenlijke begraafplaats te geven. De Duitsers mogen namelijk pas sinds de val van de Sovjetunie, begin jaren negentig, in Rusland naar hun soldaten zoeken, en werden (en worden) daarbij vaak ook nog eens flink tegengewerkt. Het valt ons trouwens op dat de gidsen aan boord, en de stadsgidsen, altijd het woord Nazi gebruiken als ze over de Duitsers praten, nooit “Duitsers”; eigenlijk is dat wel netjes, zo vermijd je allerlei mogelijke problemen, zeker als je Duitse gasten hebt.



We hebben nog even rondgerend voor wat laatste foto’s, en toen was het tijd om terug naar de bus te komen en terug te gaan; het was inmiddels bijna 11:30 dus we hebben er toch nog zo’n vijf kwartier doorgebracht.



De terugrit naar de stad ging een stuk vlotter, niet dankzij de rijstijl van onze chauffeur die als het kon haast nog voorzichtiger reed, maar omdat er geen files meer waren. Dus iets na 12 uur kwamen we aan in het centrum van Volgograd, waar de stadsgids aanbood om diegene af te zetten die eerst nog even de stad in wilde. We hadden nog een uur de tijd voor de boot vertrok, en zijn dus ook uitgestapt.



Er was een standbeelden groep over de oorlog die twee blokken van onze stopplaats vandaan was, en daar wilde we nog wel even een paar foto’s van hebben, dus we zijn er terug naar toe gelopen. Het bleek wat lastig te zijn om er te komen, omdat het in een soort stadspark (de heldengallerij of zoiets) lag tussen de twee weghelften, en er geen zebra’s waren. En al stoppen Russische auto’s braaf voor een zebra, zonder zebra ben je als voetganger redelijk kansloos. Uiteindelijk vonden we een plekje om veilig over te steken, konden we er wat foto’s van maken, en liepen we weer terug via de autovrije heldengallerij richting het centrum.



Onderweg zag Hans opeens een woord dat we ontcijferde als “superma...” en omdat dat ongeveer was waar we wisten dat een grote supermarkt zou zijn, zijn we er (illegaal overstekend) naar toe gelopen. Ervoor was een straatje vol mannen en vrouwen die groente, fruit, planten en zelfs wollen producten verkochten die ze zelf van de zomer gekweekt of gemaakt hadden. Dichterbij bleek het woord “superman” te zijn in plaats van “supermarkt”, maar het leek wel op een winkelcentrum of iets dergelijks, dus we zijn er toch even binnen gaan neuzen.



Het bestond uit een groot winkelcentrum, met allerlei kleine stalletjes: onder andere eentje waar je je lege frisdrank fles kon laten vullen met de bier van je keuze... Ja, het is pas zeer kort geleden dat bier hier niet meer ook daadwerkelijk als frisdrank gezien wordt, maar je kunt dus nog altijd een 2-liter fles laten vullen met bier, en we hebben er ook wel eens jongens mee zien lopen... in het winkelcentrum was inderdaad ook een supermarkt, dus we zijn eens gaan kijken en wilde nog wat water en een zak chips kopen voor de vaardag morgen. De fles die we op aanraden van die Russische jongen gekocht hadden was heel vies bruisend mineraalwater geweest, dus dit keer wilde ik proberen een fles gewoon water te kopen, maar dat was lastig want alle flessen leken even veel of weinig op elkaar – dus we hebben er maar op goed geluk eentje gepakt (helaas ook dit keer weer bruisend, al was het minder vies gelukkig).



Toen we na de supermarkt nog een beetje rondliepen zagen we opeens in een aparte hal een groente- en fruitmarkt, en toen we daar rondliepen in weer een andere hal een vleesmarkt (die laatste zijn we niet meer in geweest).



Na hier nog een tijdje naar de stalletjes gekeken te hebben zijn we weer terug richting de boot gelopen, want het was onderhand tijd en binnenkort zouden we alweer wegvaren. Om 13:15 was het lunchtijd, en om 13:30 voeren we weg uit Volgograd.



We waren al een tijdje onderweg toen ons schip opeens af leek te remmen, en ging draaien; tot onze verbazing maakte we om 15:15 een u-bocht en begonnen we, zoals het leek, weer terug te varen! Terwijl Hans en ik regelmatig naar buiten keken om te proberen te snappen wat hier aan de hand was, voeren we opeens langs een metershoog standbeeld van Lenin! Echt enorm, zeker zo’n 20 meter hoog...



En terwijl we daar nog naar aan het kijken waren (dat vinden we wel jammer, dat dit soort bezienswaardigheden nooit omgeroepen worden) zagen we in de verte opeens een triomfboog... en toen besefte we ons dat we toch op de een of andere manier een zijkanaal of zo ingegaan waren na die draai, en nu aan het begin van het Volgo-Don kanaal lagen. Die triomfboog stond boven de eerste sluis van dit kanaal, en de laatste sluis van het kanaal heeft ook zo’n triomfboog. In totaal gaan we vandaag en morgen door 18 sluizen, waarbij we eerst 88 meter stijgen op de Volga rivier, en dan weer 44 meter dalen op de Don-rivier, als ik het tenminste goed begrepen heb!



We voeren om 15:45 onder de triomfboog van de eerste sluis, en omdat dat ook de tijd was dat het laatste deel van de documentaire over de slag bij Stalingrad zou beginnen, is Hans alvast naar binnen gegaan om te kijken en heb ik nog even gewacht tot we echt onder de boog door gevaren waren. Het laatste deel van de documentaire ging natuurlijk over het einde, over de steeds grotere ellende van de Duitse soldaten, over de megalomane blindheid van Hitler (en Stalin), en over hoe de soldaten die zich uiteindelijk overgegeven hebben, nog jarenlange ellende moesten doorstaan in de strafkampen waar ze naar toe gestuurd werden. Uiteindelijk zijn er 300.000 Duitse soldaten Stalingrad binnengevallen, en zijn er, los van de paar gelukkige gewonden die eerder nog uitgevlogen konden worden, maar 6000 soldaten die de slag zelf overleefd hebben, en niet gestorven zijn van de kou, ziektes en honger in de stad en later in de strafkampen... Ongelofelijk. “Leuk” aan de film was dat we veel shots te zien kregen van plekken die we zelf in de stad gezien hebben; het treinstation, het beeld van de dansende kinderen, het winkelgebouw waar Paulus zat, Mamajev Kurgan, zelfs de triomfboog van het Volga-Don kanaal waar we net onderdoor gevaren waren!



We hadden gelijk een hoop sluizen vandaag; vanaf het moment dat we door de eerste gingen, vanmiddag om een uur of 16, tot middennacht, voeren we door 10 stuks. Steeds stijgend. Het viel ons op hoe iedere sluis, zelfs nadat we voorbij de eerste, schitterende, waren, nog altijd mooi versierd was en bijvoorbeeld prachtige lantarenpalen had (zelfs nog met hamer en sikkel)...



Na de documentaire gaf Marina nog een praatje over tradities, vakanties en bijgeloof. Ze heeft het gehad over de traditionele Russische bruiloft (belangrijkste onderdeel; veel en lekker eten), over feesten zoals Pasen en het dopen van een baby, en vooral over hoe bijgelovig de Russen zijn; je geeft alleen even aantallen bloemen aan doden, nooit aan levenden, precies zoals Jelle Brandt Cortstius ook al had ervaren, toen hij zijn schoonmoeder in feite dood wenste door haar een even aantal rozen te geven... En Marina vertelde wat we zelf al ervaren hadden, Russen glimlachen niet vaak. Zeker niet op straat naar vreemden. En dat zit er diep in, dankzij de Stalinistische tijd, want je wist nooit zeker of diegene een vriend of vijand was en wat voor gevolgen het misschien voor jou zou hebben om daarmee geassocieerd te worden... Dus voor je uit kijken en je bij je eigen zaken houden was het beste devies.



Na het eten zijn we nog even buiten gaan staan, want we gingen net weer een sluis in, en het was heerlijk zacht weer; we liepen in korte mouwen maar hadden het nauwelijks koud. Het regende heel zachtjes, maar het was echt lekker mild weer. Over het algemeen hebben we denk ik enorm geluk gehad met het weer; in het begin was het een beetje koud, maar het was bijna altijd droog als we aan land gingen. Eigenlijk regende het maar een keertje toen we aan land gingen, en toen stopte het bijna gelijk toen we de bussen in stapte, en werd het alsnog mooi weer die dag. Voor de rest hebben we een hoop zonnige of in ieder geval heldere dagen gehad, en naar mate we verder zuidwaarts voeren is het van 5-10 graden boven nul naar 10-15 graden boven nul gegaan, dus lekker herfstig zacht weer.


free counters