8 okt: Hull – Bainbridge, 229 km

De ferry kwam om 7 uur aan in Hull. Het duurde daarna nog tot een uur of 8:15 voordat we eindelijk van het schip, door de douane en onderweg waren. We hebben de gps ingesteld om snelwegen te vermijden (de gps-kaarten van de auto zijn inmiddels al zo’n 6 jaar oud, dus we hebben ook onze gewone gps bij met recente kaarten, en gebruiken allebei), en zijn binnendoor gereden naar Ingleborough Cave, bij het Yorkshire Dales National Park.


Om bij de grot te kunnen komen moest Hans de auto in het kleine dorpje Clapham met hele smalle straatjes in de bocht van een weg parkeren en moesten we nog 2 km omhoog lopen door een vallei naar de entree. Het was alleen 11:40 en om 12 uur ging de volgende gegidste toer door de grot (en ze gaan ieder uur)! Dat was dus even stevig doorstappen; we kwamen om 12:05 aan de entree maar mochten gelukkig nog achter de groep aan.


De grot was best mooi: een horizontale steenplaat vormde het plafond en daaronder liepen wij in een oude, lang gang, waarschijnlijk grotendeels oude rivierbedding. Soms vlakbij het “plafond” zodat je even gebukt moest lopen, soms met een paar meter ruimte. Aan weeszijde en via doorkijkjes zag je mooie rotsformaties, en overal stroomde en druppelde water. Mooi!


De gids wees ons rotsformaties aan, maar ook fossielen van sponzen en koraal in het “plafond”, en kleine garnalen die in poelen zwommen. Hij vertelde dat er dieper in de grot zelfs blinde vissen gevonden waren.


De grot was al lang geleden ontdekt, en wordt aangemerkt als een hele mooie “show cave”, oftewel tentoonstellingsgrot toegankelijk voor het publiek. Er was een kleine plas water waar mensen muntjes in gooide en een wens deden, en de gids vertelde dat ze een tijdje terug een stuk aangekoekte muntjes van de onderste laag hadden laten opduiken. Nadat de muntjes schoongemaakt waren, bleken ze terug te gaan naar de allereerste bezoekers van de grot, ergens dik 200 jaar geleden. Ongelofelijk! Bij de uitgang wees de gids nog een spinnetje aan met een eizak, dit was een of andere speciale Engelse grottenspin…


Toen zijn we weer terug naar de auto gelopen (iets rustiger dit keer) en 10 km doorgereden naar White Scar Cave, die gelukkig gewoon aan de weg lag met een parkeerterrein: we kwamen om 13:30 aan, en om 14 uur ging de toer, die 80 minuten zou duren. Redelijk goeie timing vonden we zelf!


Deze grot was wat ruiger om te zien van binnen: wat watervalletjes en stroompjes, twee lange lage delen (gelukkig moet je ook hier een helm dragen, want soms stoot je toch je hoofd), een kronkelende gang, vaak met metalen roosters over snel stromend water, en een lange steile trap met 97 treden! Het vele water kwam met name door de vele regenbuien van de laatste tijd.


Aan het einde van de gang bovenaan de trap kwamen we in een ruimte vol met lange stalactieten “rietjes” – heel apart, zeker toen de gids het licht uitdeed en ze gingen fluoresceren! De grot had een eigen klimaatsysteem, we moesten door een luchtsluis om er te komen, en het was een bijzonder erfgoed. Hij vertelde dat de rietjes op zich best bijzonder waren en vele tienduizenden jaren oud, maar deze grot was niet vanwege dat speciaal, maar vanwege een laag witte “modder”, ik geloof hetzelfde materiaal als de stalactieten, die in een craquelé patroon was opgedroogd. Wat er precies zo bijzonder aan was hebben we helaas niet meegekregen!


Het was inmiddels al 15:30 toen we terug bij de ingang waren. We zijn daarna doorgereden met een mooie rit over de Moors naar Aysgarth Falls, een rivier door het bos met allerlei stroomversnellingen en kleine watervallen. Hier zijn opnames gedaan voor het gevecht tussen Robin Hood en Friar Tuck in de film Robin Hood Prince of Thieves. Wij hebben bij een aantal van de stroomversnellingen gekeken, het was inderdaad een heel erg mooi landschap.


Het begon al aardig laat te worden, 16:30, dus zochten we een B&B, maar dat viel nog niet mee; ze waren er wel, maar erg duur, of gesloten, of niet in onze richting, of gewoon zeer onhandig… Uiteindelijk zijn we rond 17 uur maar willekeurig neergestreken in Bainsbridge, een klein dorpje, in de “Rose & Crown Hotel”; een pub met kamers die al sinds 1445 uitgebaat wordt. Niet bepaald goedkoop, maar het was echt tijd om te stoppen want het begon al grijs en donker te worden en we waren onderhand behoorlijk moe. Er was volgens mij geen rechte muur of vloer in heel dat gebouw, alles stond scheef!


We hebben savonds in de pub een erg lekkere traditionele Engelse pubmaaltijd gegeten – vooraf gebakken bloedworst met een heerlijk pepersaus, en als hoofdgerecht een mals lamsstoofpotje in een krokante zelfgemaakte Yorkshire pudding, alleen zo’n enorme portie dat we het niet opkonden, al wilde we ook niet stoppen omdat het zo lekker was! En daarna op onze kamer nog een kopje koffie, en we zijn niet al te laat gaan slapen want we waren doodmoe!


free counters