11 okt: Hunmanby – Scotton, 220 km

Na een enorm ontbijt (de porties zijn hier in Yorkshire zo groot!) zijn we op ons gemak op pad gegaan richting de Yorkshire Wolds, waar er een bijzonder stukje Romeinse weg zou moeten zijn, Wheeldale Roman Road.


Het was een prachtige rit over hele kleine weggetjes door de hei en heuvels – mede dankzij het feit dat het centrum van Pickering (een centraal punt in de lokale wegen in dat gebied) afgezet was voor een groots jaren 40/oorlogs verkleedpartij. We moesten daardoor om het stadje rijden en kwamen op leuke kleine landweggetjes vol fazanten terecht!


Uiteindelijk kwamen we bij de Romeinse weg, netjes aangegeven met een bordje met wat informatie, en verwijzend naar een schapenveld. We liepen er al een paar meters lang voor we er erg in hadden, de stenen waren namelijk al een beetje met mos en turf bedekt geraakt en zo druk was het hier nu ook weer niet… Maar het was wel leuk om te zien, je kon de vorm van de weg (als je er eenmaal erg in had) duidelijk in het landschap zien liggen, en de ligging bovenop een heuvel midden in de Wolds was prachtig.


Na een nog mooiere rondrit in de Wolds door piepkleine en gelukkig rustige weggetjes zijn we naar Rivaulx Abbey gereden, dat samen met Fountains Abbeyeen van de bekendste en mooiste abdijruďnes is in dit deel van Engeland (of misschien wel heel Engeland). Het rijden vandaag was echt heel erg mooi, we hebben heel veel kleine landwegen kunnen nemen en hebben heel veel fazanten gezien, wat kleine marterachtigen, en zelfs een uil: op nog geen 2 meter afstand zo in de hei langs de weg! Hij keek ons heel rustig aan en we hebben wel 5-10 minuten kunnen kijken voor hij wegvloog.


Rivaulx Abbey was zoals gezegd een abdijruďne, een prachtig geheel van witte stenen muren in een perfect groen grasveld in een kleine vallei. Het zonnetje scheen ook nog eens lekker en vooral ook mooi overal doorheen, en de kerkmuren waren nog heel gedetailleerd ondanks de eeuwen van erosie. Het was er echt heel erg mooi.


We hebben er een tijdje rondgelopen en zijn toen naar Jervaulx Abbey gereden, ook een abdijruďne. Er waren vroeger zo veel abdijen en kloosters dat er weleens eentje een andere locatie op moest zoeken omdat de kerkklokken van een ander abdij door het eigen gebedsrooster heen luidde en de monniken in de war brachten wanneer ze nu wat moesten gaan doen…


Jervaulx Abbey bevond zich in de “achtertuin” van een landgoedje, die niet onder het Engelse erfgoed viel maar particulier uitgebaat werd (met een honesty box, en een cafeetje ernaast), en slecht onderhouden was. Waarschijnlijk vonden de eigenaren van het landgoed het vroeger leuk om een verwilderde ruďne als picknickplek in de achtertuin te hebben, nu valt er dus weinig meer aan te redden. Toch was ook deze zeker leuk om rond te lopen, de afbrokkelende, met wildbloemen begroeide, muurtjes hadden hun eigen charme…


Het was onderhand al aan het einde van de dag en Hans was moe van het geconcentreerd rijden, dus we hebben het adres van mijn oom en tante ingepland en kwamen rond 16:45 aan. Die avond kwamen mijn oom en nichtje terug van een weekje fietsen in Spanje, en hebben we nog lang gezellig gekletst, voor iedereen moe naar bed ging.


free counters