MAART 2017: GROENLAND HONDENSLEDETOCHT

Vanochtend ging de wekker om 3:30, pffff… We kregen om 3:32 een appje van Hans zijn zus, die ons een goede reis wenste; ze lag wakker en kon niet slapen. Wij moesten er echter uit helaas! Hans had ook niet erg veel geslapen vannacht, en had een hele ernstige maagzuuraanval gehad; zelfs na een paar maagzuurremmers wilde het nog niet minder worden, en hij kon eigenlijk alleen maar op zijn linkerzij liggen en het uit proberen te houden. We vermoeden een combinatie van de zenuwen en de stress met misschien avondeten van gisteren dat verkeerd gevallen is; we maken ons toch de laatste tijd wel een beetje zorgen of we wel goed genoeg voorbereid zijn. We denken van wel, maar zo’n extreme kou hebben we nog nooit meegemaakt dus zeker weten doen we het pas als we er zijn en er niets tot weinig meer aan kunnen doen! Heel erg veel kunnen we ook niet meenemen, en alles wat we meenemen is zwaar en bulky zoals dikke winterjassen, truien en winterlaarzen – plus we nemen in onze bagage relatief veel snoepgoed (mocht het eten slecht zijn), wc-papier en ook nog eens een waterdichte reistas mee in de blauwe tas, zodat we in Ilimanaq wat bagage kunnen achterlaten en ompakken. We hebben onszelf snel aangekleed en voorbereid, de tassen had ik gisteravond al ingepakt, en de laatste dingen in huis gedaan.


Onze vaste taxichauffeur was in ieder geval op tijd, en de rit naar Schiphol (mede omdat het zo vroeg was) snel en redelijk rustig. Toch blijft het ons iedere keer verbazen hoe er altijd, dag en nacht, verkeer op de weg is tegenwoordig. Onze taxichauffeur was in een vrolijke en wakkere stemming (meer dan wij!) want hij had er al weer een ritje opzitten op en neer naar Schiphol vanochtend, en zat lekker te kletsen en te vragen wat we nu weer precies gingen doen; hij vindt het altijd wel apart waar we allemaal naar toe gaan! Wij hadden het op zich niet echt erg gevonden om wat stiller wakker te worden maar hij is altijd wel vriendelijk dus we deden ons best om mee te kletsen!


Om 5:15 stonden we op Schiphol, en vroegen bij het inchecken voor onze zelfgeregelde vlucht met SAS naar Kopenhagen of het misschien mogelijk was de bagage door te checken naar Ilulissat in Groenland? Want de vlucht van Schiphol naar Kopenhagen hadden we op eigen gelegenheid moeten regelen, omdat de georganiseerde (Deense) reis pas begon vanuit Kopenhagen. En van daaruit hadden we nog twee vluchten te gaan met Air Greenland, alleen dat was dus geregeld door het reisbureau waarmee we deze tocht gaan doen…


De reactie van de vriendelijke, wat oudere mannelijke baliemedewerker was “Euh ja, ik denk wel dat dat kan, maar WAAR vloog u naartoe zei u?” Ik liet het blaadje zien met de vluchten van Kopenhagen naar Kangarlussuaq en van Kangarlussuaq naar Ilulissat, hij bestudeerde het, zei dat hij even moest bellen om de 3-letter vliegveldcode te checken met iemand, en de persoon aan de lijn had duidelijk ook nog nooit van deze plaatsen gehoord, want hij moest de plaatsnamen spellen voor die persoon… Maar uiteindelijk wist hij een bagagelabel te printen waarop de hele rit stond tot aan Ilulissat, en hij zei dat hij hier toch al heel wat jaartjes werkte maar nog nooit deze bestemmingen was tegengekomen! We vertelde nog even wat we er gingen doen, en over de te verwachten kou en ontberingen, en zijn collega die alles gehoord had wilde ook het blaadje met de namen even zien! Ze vonden het heel bijzonder allemaal…


De bagage-check ging heel gemoedelijk, en een van de beveiligingsbeambtes sprak ook even met Hans over wat we gingen doen (we hebben onder andere onze winterlaarzen in onze handbagage zodat we, mochten we de ruimbagage kwijtraken, in ieder geval niet ook onze tenen kwijtraken aan de kou!) en was wel onder de indruk. Zoiets horen ze niet vaak! Ze vroegen zelfs aan Hans of hij er voor zijn werk heenging of zo, ze dachten misschien dat hij een of ander stoer beroep had! Ik had voor de veiligheidscheck wel 4 bakken nodig voor al mijn spullen want mijn wandelschoenen moesten uit, mijn zware jas natuurlijk (we hebben onlangs bij de Boerenbond twee lekkere warme zware winterjassen gekocht, speciaal voor deze reis omdat onze gewone winterjassen te oud en versleten waren), het vest dat ik eronder droeg ook, de rugzak moest in een bak, en ons stoffen tasje met kabels/powerpacks/accu’s/SD-kaartjes/opladers/enz moest ook apart. Pfffff en aan de andere kant weer een heel gedoe om alles weer aan, op en in elkaar te stoppen! We gaan deze reis, net als voor Ethiopië, weer proberen om helemaal “stroomloos” te zijn; extra camera-accu’s, powerpacks en voldoende SD-kaarten zodat we voor dagen aan een stuk niet afhankelijk zullen zijn stroom om op te laden, en de gehele reis niet afhankelijk van laptop of tablet om foto’s te downloaden. Dat zijn onhandige kilo’s die na een beetje kou waarschijnlijk toch onbruikbaar worden!


Om 5:40 waren we overal doorheen en stonden we in het beveiligde gedeelte van het vliegveld. 10 minuten later waren we bij onze gate, die behoorlijk aan een uiteinde van het vliegveld lag, en konden we ons ontbijt eten; ieder een halve kaneelkoek van de Lidl, want een hele was een beetje te veel van het goede. We hebben onze lege flesjes gevuld met water, nadat we een waterfonteintje gevonden hadden, en toen was het wachten op de vlucht. We hadden het bloedheet, we hebben ons namelijk al moeten kleden voor aankomst in een koud Groenland, waar het nu naar verwachting -15 graden is. Dus we hebben onder onze spijkerbroeken al onze thermo ondergoed aan, en onze zware winterjassen met warme kleren daaronder natuurlijk. En ik al skisokken aan in mijn wandelschoenen. Pfffffff dat is nu wel dus even afzien!

Om 6:30 konden we boarden, en om 7 uur vertrokken we; wonderlijk genoeg was het aan boord juist weer erg koud, de verwarming leek pas vlak voor vertrek aan te gaan. Hans was er blij mee, die heeft het liever koud dan warm… De vlucht was kort en prima, en om 8:15 deden we landen in Kopenhagen. Tot een tel voor het landen zelf was de landingsbaan praktisch onzichtbaar door de lage bewolking, oef!


In het transfer gedeelte van het vliegveld van Kopenhagen zijn we naar de “transfer ticket centre” gewandeld, en na even puzzelen bij welke balie we moesten zijn (en als eerste de verkeerde kiezen omdat we niet wisten tot welke overkoepelende club Air Greenland hoorde) werden we vriendelijk geholpen aan de juiste balie en kregen we onze tickets voor de komende twee Air Greenland vluchten. We hebben daar nog even wat gegeten en gedronken omdat het een lekkere rustige lichte ruimte was met een paar bomen in pot en tafeltjes en stoelen, en zijn toen naar onze gate gewandeld waar we, na een lange irritante slingertocht links-rechts door de duty-free winkels, rond 9:15 kwamen. Eigenlijk ging alles rustig, voorspoedig en goed; om 10:30 konden we boarden, en om 11 uur vertrekken richting Groenland! Wel waren de stoelen in het vliegtuig naar Ilulissat op de een of andere manier best vervelend, we konden niet precies onze vinger erop leggen maar echt lekker zaten we niet.


Ik vroeg om water en tomatensap zoals ik meestal doe, en moest even slikken na mijn eerste slok want deze tomatensap was behoorlijk pittig! Wel lekker, maar even wennen als je er niet op bedacht bent! Omdat we met Air Greenland vliegen (dat klinkt stoer en de rood/witte vliegtuigen zien er ook heel stoer uit, hoewel we wel zoiets hebben van een rood vliegtuig is gemakkelijker terug te vinden als het neerstort in de sneeuw), was het inflight blad ook natuurlijk grotendeels in het Groenlands geschreven; daar kun je echt geen touw aan vastknopen en ieder woord lijkt wel minimaal 30 tekens te bevatten! De lunch was redelijk, hoewel het vlees ons flashbacks gaf naar Ramil’s kookkunsten aan boord de Rickmers Seoul tijdens de oversteek van de Stille Oceaan; vol zenen en gul bedekt met paddenstoelen. Brrrrr, ik heb het de komende 5 jaar wel een beetje gehad met paddenstoelen uit blik! De tijd ging langzaam en de zon scheen fel dus ik heb de tijd doorgebracht met dutjes doen. De stoelschermen deden het niet, maar Hans kon lekker een film kijken op zijn mobiel met zijn koptelefoon.

Toen we bij de rand van Groenland aankwamen aan de oostkust zagen we prachtige ijsbergen, gletsjers en sneeuw-bedekte bergen, en na een tijdje verder vliegen alleen nog maar wit: dat zou de permanente ijskap moeten zijn, het was zo wit alsof we boven de wolken vlogen, er was geen structuur of referentie om aan te geven waar je naar keek, alleen nog maar wit. Om 11:45 landde we in Kangarlussuaq; dit plaatsje is eigenlijk een gehucht van niets, maar vanwege de enigszins centrale ligging in het westen en, het allerbelangrijkste, de ruimte voor een grote internationale landingsbaan, is Kangarlussuaq een van de weinige internationale “hubs” in Groenland (de enige andere is volgens mij bij Nuuk, de hoofdstad). Van hieruit worden vluchten in kleinere vliegtuigen naar andere gedeeltes van het land gedaan, zoals naar onze volgende bestemming, het veel grotere Ilulissat.

De Groenlanders aan boord hadden in Kopenhagen veel drank gekocht bij de dutyfree, dat is daar ongetwijfeld goedkoper dan hier in Groenland. Ook chocola en sigaretten waren duidelijk populair, en in het inflight blad had gestaan dat er een maximum gold van 5 kilo snoep importeren per persoon. Zo’n gekke soort limiet heb ik nog nooit gezien (los van de exportmaximum van 10 kilo!!! pistachenoten per persoon in Iran)! Het vliegveld zelf was klein, dus we liepen over het asfalt naar het gebouw; bij de ingang stonden wel drie politieagenten, ieder met een hond (misschien om te snuffelen voor illegaal grote hoeveelheden snoep…).

Het was Hans en mij niet direct duidelijk waar we heen moesten toen we boven kwamen in het vliegveldgebouw, dus we vroegen het even aan een voorbijganger, maar het vliegveldje bleek zo klein te zijn dat we alleen door de draaideur hoefde te gaan om weer uit te komen bij de volgende gate. En er waren eigenlijk zelfs geeneens gate nummers want er was er maar één – je keek gewoon op het bord wanneer je vliegtuig gepland was en er werd in het Groenlands en onverstaanbaar Engels omgeroepen als je kon instappen. Het was een kleine wachtruimte die gedeeld werd door de vertrekkende mensen die naar Kopenhagen zouden gaan; zij moesten door de veiligheidscontroles, wij niet.

Toen het tijd was om in te stappen voor onze volgende vlucht, moesten we de trap af naar een hele kleine gate, waar we in een bus konden stappen die ons naar de Dash-8 bracht, een propellervliegtuig, met maar plek voor zo’n 37 passagiers. Voor deze vlucht kon je geen stoelnummer reserveren bij het boeken of inchecken, maar Hans had gelezen dat we links moesten proberen te gaan zitten op de heenvlucht naar boven, dus we spraken af dat we ons daarop zouden richten. Inderdaad, het was duidelijk dat er meer mensen zoiets gelezen hadden maar we hebben zonder moeite een prima plekje aan het raam weten te bemachtigen. Ondanks dat het zo’n klein vliegtuig was, was er toch ook een stewardess aan boord, die toen we opgestegen waren koffie en thee ging zetten en met een mandje koekjes rondging. Hans had een beetje contact met haar en lachte zo lief dat we allebei nog een tweede koekje kregen, chocolate chip, hmmmm!

Vlak voor de landing vlogen we over Disko Bay en zagen de monding van het fjord, het water lag vol gebroken ijs en ijsschotsen, maar het was helemaal dicht met zee-ijs en ijsschotsen. We hadden vlak voor vertrek thuis per mail van het reisbureau te horen kregen, dat we waarschijnlijk met een helikopter over het fjord van Ilulissat naar Ilimanaq zouden vliegen, in plaats van 2 uur met de reguliere ferry te gaan, vanwege de ijssituatie in het fjord. Dat zou echter ter plekke in Ilulissat bepaald worden want omstandigheden konden per dag en uur veranderen. Inderdaad kregen we toen we geland waren bevestigd dat we per helikopter verder zouden vliegen, want Ilulissat Fjord oftewel Isfjord (letterlijk IJs-fjord), waar Ilulissat aan ligt en een van de actiefste gletsjers in het noordelijk halfrond in uitmondt, was praktisch dichtgevroren en de ferry naar onze eindbestemming Ilimanaq voer dus niet omdat het te gevaarlijk was. Helemaal niet erg, een helikopter tochtje is ook hartstikke leuk!

Het vliegveld van Ilulissat was nog kleiner dan van Kangarlussuaq, en zonder enige vorm van controle konden we uitstappen en het vliegveld in lopen. De bagage werd even midden op het asfalt gestald in de stuifsneeuw voor hij met de hand naar binnen gedragen werd en op de band gelegd, en gelukkig was alles ook meegekomen. We werden hier opgewacht door een lokale vertegenwoordigster van het Deens reisbureau waar we deze reis mee geboekt hebben, en hebben kennis gemaakt met de rest van de groep, die ook allemaal Denen zijn natuurlijk. Toen iedereen zijn bagage had kregen we een korte uitleg over wat we de komende week gaan doen en over de helikoptervlucht; de groep van 11 man moest opsplitsen in een groepje van 6 en van 5, en Hans en ik waren om de een of andere reden opgesplitst; hij in de eerste groep ik in de tweede. De Deense vertegenwoordiger bood daar al zijn excuses voor aan en wilde al kijken of we misschien samen konden vliegen maar wij vonden het niet erg; Hans nam een van de fototoestellen mee en ik een andere, je weet nooit wat je ziet onderweg!

Al gauw kon Hans naar de helikopter die al klaarstond, en ik moest wachten tot hij naar Ilimanaq en teruggevlogen was dus ik kon een half uurtje later instappen. Als de helikopter opsteeg of landde stoof de sneeuw alle kanten op en verdween hij gewoon even in een wolk van rondwervelende sneeuw! We kregen keurig een bagage-kaartje voor onze bagage die “net echt” ingecheckt werd, en in de helikopter voor de zitplaatsen in een net tussen ons en de piloten vastgebonden werd. De helikopter vloog 99 knopen, ongeveer 160km/uur, dus de vlucht zelf duurde met opstijgen en landen nog geen 10 minuten, maar was heel erg mooi over het fjord vol ijs en ijsbergen, en we zagen bij het aanvliegen het kleine plaatsje Ilimanaq met de mooie kleurrijke huisjes al liggen; het voelt als het einde van de wereld (zeker als je bedenkt dat we drie vluchten en een helikopter nodig hadden om hier te komen…)!

We landde aan de rand van het piepkleine maar uitgestrekte gehuchtje met mooi rood kerkje, op een plat stukje sneeuw dat afgezet was en een windzak had staan; de helikopter landingsplaats. Alles was wit van de sneeuw, er waren geen zichtbare wegen, op wat winderige plekken en op de heuveltjes vlakbij waren er wat kaalgewaaide zwarte stenen, de houten huisjes waren in alle kleuren van de regenboog geschilderd, en stonden prachtig in de sneeuw en met het fjord met een grote ijsberg erin als achtergrond! Een mooi plaatje dus. Een sneeuwmobiel met aanhanger haalde de bagage op en wij mochten er achteraanlopen; we werden verteld dat we naar het “grijze huis" aan de rand van het dorp met uitzicht op het fjord moesten lopen.

Hans stond al buiten te fotograferen toen ik eraan kwam, en we hebben even onze spullen gedumpt in een van de kamers, de bedden opgemaakt (het schone beddengoed lag klaar maar de bedden waren niet opgemaakt) en onze laarzen aangetrokken; onze wandelschoenen zijn toch een klein beetje te koud! Onze accommodatie voor vannacht was gewoon een leeg woonhuis waarbij de slaapkamers met bed en nachtkastje ingericht waren voor. Hans had al een kamertje op zolder uitgekozen, er waren daarnaast nog een paar kleine 1 of 2 persoons kamertjes, een keukentje, een woonkamer, gang en een wc. Douches hebben ze hier niet in het dorp. Dit huis had geen stromend water in de winter (je zag ook dat de buis van het fonteintje in de wc bevroren was), maar sommige andere huizen hebben schijnbaar helemaal geen stromend water. Er was nog een tweede huis voor onze groep beschikbaar, een rood huis wat verder op in het dorp, dus de helft van de groep vertrok die kant op om zich te installeren. Onze gids was er nog niet en zou er over een uurtje of zo zijn, dus we hadden even vrij.

Hans en ik zijn dus weer naar buiten gegaan, en een beetje rondgekeken in het plaatsje dat zo’n 65 inwoners heeft. Vlak buiten ons grijze huisje was een sneeuwveldje met twee Groenlandse sledehonden aan de ketting, lekker opgekruld in een pluizig bolletje bont. Iedereen was daar natuurlijk al gelijk tientallen foto’s van aan het maken, het zijn ook zulke mooie beesten. Maar echte buitenhonden en werkhonden, ze worden schijnbaar doodongelukkig als ze niet tientallen kilometers per dag kunnen rennen en binnengehouden worden. Het sneeuwveldje leek iemand’s “achtertuin” te zijn, want er stonden nog wat houten constructies en een stellage waar vis op gedroogd en/of bevroren werd. We zijn nog even naar het kerkje gewandeld vlakbij de landingsplaats, en konden er naar binnen dus hebben binnen ook even rondgekeken; het was bloedheet binnen, het kleine houten gebouwtje had een serieuze kachel en die stond te loeien (in ons grijze huisje was het overigens ook niet echt koud!). Buiten is het stevig koud, als je lang rondloopt voel je de kou door je kleren kruipen – nu zijn we er natuurlijk ook nog niet echt op gekleed op dit moment!

We zijn terug gewandeld door de sneeuw naar ons huisje, en hebben in het woonkamertje een beetje geprobeerd te kletsen met de rest van onze groep en alvast een beetje rondgekeken naar de bergen zeehondenkleding die we straks moeten gaan passen, maar dat zou pas gebeuren als onze gids erbij was. Het zijn allemaal Denen, een jong echtpaar van in de 40 sprak goed Engels en een enkeling kon zich verder verstaanbaar maken maar we waren eigenlijk een klein beetje verbaasd over hoe slecht men over het algemeen Engels sprak. Onze gids stapte al gauw binnen, Frank, een Deen die in het nabijgelegen stadje woont; hij zal tevens een van de hondenmenners zijn en heeft zijn eigen span en slee. Hij vertelde ons dat we zouden verzamelen in het andere, rode, wat groter huisje voor een kopje koffie, een koekje en een welkomstpraatje voor deze tocht.

Dus het deel van de groep die in ons huisje zat liep achter hem aan naar het andere huisje, dat een behoorlijk eind van ons huisje vandaan lag; Ilimanaq is wel erg klein, maar heel erg uitgespreid dus het huisje was zeker 100 meter verderop, en er zijn geen wegen dus je loopt over de samengepakte sneeuw. Dat was even lastig want het terrein was niet plat, dus toen we een steil afdalingkje moesten nemen, hadden sommige van de groep wel even een handje nodig en de rest glibberde zelf naar beneden. Bij de volgende helling was er een trapje uit de sneeuw gesneden, dat liep een stuk gemakkelijker! In het andere huisje dat van buiten piepklein leek maar van binnen verrassend groot met wel vier slaapkamers, een redelijke woonkamer en een keukentje (met stromend water, dit huisje was iets luxer en had een eigen reservoir en pomp dus zelfs in de winter stromend water) zat de rest van de groep al te relaxen. Er werd heet water gezet, theezakjes, nescafe en koekjes tevoorschijn gehaald en Frank hield een welkomstpraatje en legde wat van de logistiek van de komende dagen uit. Allemaal in het Deens met een samenvatting in het Engels voor ons; onder andere dat we vanavond walvissteak gaan eten in het huiskamerrestaurant naast ons grijs huisje!

Toen iedereen genoeg thee en koffie gedronken had leidde Frank ons rond het dorp, dat een kleine kliniek heeft waar om de andere maand de dokter komt, en een keer per jaar de tandarts. Daarnaast is het servicegebouw, waar er wasmachines en douches zijn, want maar een enkel huis heeft überhaupt stromend water, en geen één een douche. Water van het nabijgelegen meer wordt eind van de herfst in een grote geïsoleerde watertank gepompt, en als de toevoer vanuit het meer in de winter bevriest, hebben ze in ieder geval daarin nog vloeibaar water tot de lente, mits ze een beetje zuinig doen natuurlijk. Bevroren water is er in ieder geval zat! Wc’s zijn hier plastic zittingen met een stevige zwarte plastic zak eronder waar alles in gedaan wordt, en in ieder geval in de winter worden ze daarna gewoon buiten gelegd waar ze binnen een paar uur bevroren zijn en regelmatig opgehaald worden. Sowieso wordt alles buiten gelegd: de was hangt bevroren buiten, vissen en vlees ligt buiten de huizen, en spullen die alleen in de zomer gebruikt worden liggen ’s winters onder de sneeuw buiten!

We zijn weer even het kerkje ingegaan, dat een lekkere warme onderbreking was want het was best fris stiekemweg, zeker als je steeds stilstond terwijl Frank iets uitlegde – we hebben geen skibroeken aan, alleen nog onze spijkerbroeken en thermo ondergoed. Plus er is schijnbaar een verschil tussen -15 graden in Nederland/Oostenrijk waar we onze winterlaarzen gekocht hebben (ik toen in Oostenrijktijdens de wintersport), en -15 graden in Groenland. Onze winterlaarzen zouden dus theoretisch bestand moeten zijn tegen zulke temperaturen maar toch voelen we de kou gewoon via de zolen omhoog kruipen, brrrr! We hebben trouwens een 12e reisgenoot in de groep, “Anders”, een jongen die voor het reisbureau een promotiefilmpje gaat maken van deze reis en daarvoor ook rond ons met camera en filmtoestel rondloopt. We krijgen als het goed is aan het einde van de reis een kopie van zijn filmpje, leuk! Want hij heeft ook een drone bij dus dat moeten haast wel mooie beelden worden…

Bij het water waren twee zwarte huizen, de enigste zwarte van het plaatsje. Deze waren volgens Frank de oudste, in de 18e eeuw gebouwd, en ze werden flink gerestaureerd. Dan zou er in de ene een infocentrum en souvenirwinkel komen en in de andere een cafeetje of iets dergelijks. Zonde, wat ons betreft! Ook wel een beetje zonde (maar goed begrijpelijk vanuit economisch oogpunt) was het rijtje moderne vakantiehuisjes die op een mooie plek langs het water in aanbouw waren, die zouden deze zomer klaar zijn. Ongetwijfeld een stuk comfortabeler en mooier dan ons eenvoudige grijze leegstaand woonhuisje, maar zo veel minder authentiek en leuk wat Hans en mij betreft! Blij dat we er nu zijn, in ieder geval, dat hebben we maar meegemaakt!

De rondleiding eindigde om 18 uur in het “huiskamerrestaurant” – gewoon een inwoner van Ilimanaq met een grote eetkamer die door de organisatie betaald werd, zijn eettafel voor ons allemaal gedekt had en met heel de familie in hun piepkleine keukentje voor ons aan het koken waren! En inderdaad, zoals beloofd walvissteak! Dat is echt inderdaad “vlees”-vlees, het was een lekkere steak, alleen wel met een hele lichte vissige bijsmaak eraan. We hebben lekker gegeten en kregen toe thee en koffie met een spekkoekachtige cake, erg lekker. De eigenaar had in zijn woonkamer een grote glazen kast vol trofeeën voor hondenslederaces, en het huis hing vol allerlei soorten handwerkjes – een goede bezigheid voor de donkere winternachten zeker! Het is hier overigens “normaal” licht en donker deze tijd van het jaar, dus rond 19 uur ’s avonds pas donker. En eigenlijk de perfect periode om zo’n hondenslede tocht te doen want niet TE koud, maar koud genoeg zodat er nog voldoende ijs is op het water, en lang genoeg licht om te zien wat je doet overdag. Een maandje eerder zou nog te donker en te koud zijn, en twee maanden later te warm. De thermometer buiten tegen het huis aan gaf -17 als temperatuur toen we binnenstapte. Overigens moet je ook in Groenland je schoenen uit als je een huis in gaat.

Na het eten was het tijd om in het grijze huisje onze speciale kleding te passen; broek, jas en wanten van zeehondenbont gemaakt, met daarbij warme winterlaarzen met een extra dikke zool en erin een extra binnenschoen van 1 cm dik vilt en reflecterende folie. De wanten waren eigenlijk oorspronkelijk niet onderdeel van de huurovereenkomst (deze bontkleding en laarzen moesten we apart huren), dat hadden we zelfs nog van tevoren speciaal gecheckt en daarom onze eigen thermowanten meegenomen, maar er lagen in het woonkamertje ook verschillende paren zeehondenbont-wanten dus Hans en ik hebben net als iedereen in de groep ook wanten gepakt. We hadden van tevoren al onze maten zo goed en zo kwaad als het ging doorgegeven, en wonder boven wonder konden we inderdaad redelijk goed passende pakken en laarzen vinden. Hans en ik vroegen ons af of we de “anorak” van zeehondenbont nu over onze winterjas moesten doen of niet, maar Frank raadde ons aan om dat maar wel te doen. Dus moesten we dat ook even passen voor de zekerheid natuurlijk, maar het gehele houten huis werd al tropisch heet gestookt door een kachel in de keuken, en dan nog zulke warme kleren moeten passen, pfffff! Het zweet stond op ons voorhoofd!

Maar uiteindelijk zijn Hans en ik rond 20 uur met zo’n 10 kilo ieder aan zeehondenbont-buitenkleding en gigantische loeizware laarzen naar onze kamer gegaan waar Hans, nadat hij wat water voor de nacht uit de jerrycan in de keuken gehaald had, al gauw doodop op bed ging liggen en binnen 10 minuten diep in slaap gevallen was. Ik heb nog even de bagage heringericht (wat we niet nodig hebben de komende dagen blijft hier, zoals onze wandelschoenen en winterlaarzen, we gaan de komende dagen alleen nog deze Groenlandse laarzen dragen) voor ik ook doodop in bed kroop om 21 uur.

free counters