MAART 2017: GROENLAND HONDENSLEDETOCHT

We hebben diep geslapen tot 3 uur toen we allebei wakker werden. Het is hier vier uur eerder dus we hadden een beetje jetlag, thuis is het nu 7 uur, en toen hebben we nog een beetje gedoezeld tot 6:30. Toen zijn we maar opgestaan om ons aan te kleden en alles wat nog niet ingepakt was in te pakken; ik trok twee paar dikke skisokken, lang thermo ondergoed, een T-shirt, een coltrui, een fleecetrui, en spijkerbroek allemaal aan als “binnenkleding”. Hans had ongeveer hetzelfde aan hoewel hij wel de coltrui uitstelde tot we naar buiten gingen want het was binnen nog altijd lekker warm.


Om naar het rode huisje te lopen waar de rest van de groep was, en waar het ontbijt zou zijn omdat hun woonkamer groter was, 100 m verderop, deden we nu verder “alleen” even de warme laarzen met vilten binnenschoen, onze eigen winterjassen, sjaal en muts aan met thermohandschoenen. En buiten had ik eigenlijk gelijk spijt dat ik niet de bontwanten aangetrokken had… Het ochtendlicht was prachtig en de ijsberg voor de kust was mooi roze in de opkomende zon. In het rode huisje hebben we onszelf zo nuttig mogelijk gemaakt om te helpen met het ontbijt klaar te zetten. Anders was bezig met zijn apparatuur en Frank was ondertussen broodjes aan het afbakken. Toen het ontbijt klaarstond en iedereen er was konden we ontbijten, het viel me op dat alle Denen naast de broodjes ook een groot bord havermoutvlokken met koude melk namen. Dat leek me niet te eten, maar ik heb het ook geprobeerd om wat vulling in mijn maag te hebben en de havermoutvlokken bleken veel zachter te zijn dan thuis en gelijk zacht te worden als er vocht aan toegevoegd werd. Best lekker dus!

Toen de warme broodjes al bijna op waren bleek dat ze zowel voor ontbijt als voor onze lunchpakketjes bedoeld waren, en verder was er alleen nog een klein gesneden roggebrood over. Oeps, dat was duidelijk een inkoopfoutje! Want de zak afbakbroodjes was amper genoeg voor iedereen’s ontbijt, laat staan ook nog als lunch, en het roggenbroodje was zelfs te weinig om iedereen twee boterhammen te kunnen geven. Hans en ik boden aan samen twee boterhammen te delen – zeker Hans is niet zo gek op dat vaste zware donkere brood – en de rest van het brood werd onder de rest verdeeld, gemiddeld anderhalf klein plakje per persoon… Daarnaast hadden de meeste al wel een broodje gesmeerd voor de lunch, maar sommigen hadden dus bijna niets. Hans en ik hadden in ieder geval nog een kaneelkoek bij mochten we sterven van de honger vanmiddag!

Na het ontbijt zijn we terug gewandeld naar ons eigen huisje, waar Hans en ik in het keukentje water gekookt hebben en in een maatbeker thee gemaakt hebben, voor we die overgoten in onze aluminium waterflessen. Die stopte we ieder in een thermowant voor isolatie (we hadden die tenslotte niet nodig want de zeehondenbont-wanten waren warmer), en stopte het geheel in ons dag-rugzakje. Zo zou de thee hopelijk een beetje warm blijven op de slee en gelijk hopelijk de rest van de tas ook een beetje warm houden, met name de apparatuur waar we ons toch een beetje zorgen over maken of die tegen de kou kan!

De bagage die achter zou blijven brachten we naar het woonkamertje waar het zou blijven tot we hier aan het einde weer terugkwamen, en de rest van onze bagage (de "Rij-Uit" tas met slaapzakken en dergelijke, en een waterdicht afsluitbare rode tas voor alle andere spullen) die meegaat brachten we ook naar beneden want de kachel brandde flink, de pijp liep door ons kamertje op zolder en we smolten dus weg! In het woonkamertje was het een stuk koeler, die lag een eindje van de kachel vandaan… Toen het tijd was om te vertrekken trokken we onze zeehondenbroek aan, in het geval van Hans zijn fleecetrui, allebei onze eigen winterjassen weer aan, daarover de zeehondenanorak, we wurmde onze voeten weer in de gigantische laarzen-met-binnenschoen, en deden sjaal, muts, zonnebril en dunne thermohandschoenen aan met de zeehondenwanten aan of los in de grote kangoeroe-buidel voorop de anorak. Het aankleden gaf wel wat hilariteit in de groep, want je was letterlijk 10 minuten bezig, iedereen raakte zwaar oververhit met al die kleren in de tropische warmte van het huisje, en een vrouw moest zelfs geholpen worden met haar rugzak op haar rug hijsen want ze kon zich nauwelijks meer bewegen door alle kleding!


Eenmaal buiten bleek de kleding toch niet zo overdreven als het binnen geleken had, we waren nu comfortabel warm gekleed en niet meer aan het smelten. Bij een geel huisje vlakbij moesten we om 9 uur verzamelen voor de sledes zodat we op tijd om 9:30 zouden kunnen vertrekken, dus bepakt en bezakt zijn we daarnaartoe gehobbeld met onze tassen en vele lagen kleding. Straatnamen zijn hier niet, alleen huisnummers gebaseerd op wanneer het huis gebouwd is – er is dus een zekere status verbonden aan een laag huisnummer want die zijn ouder. Daarnaast hebben de huizen een tweede nummer dat veel hoger is, omdat Ilimanaq administratief onder Ilulissat valt en dat nummer in feite de postcode is voor post en zo. Verdwalen doe je niet, want als Frank of iemand anders je uitlegt waar je heen moet hoef je alleen de kleuren in de juiste volgorde te onthouden, aangezien zo’n uitleg zoiets als dit wordt: vanuit het grijze huis naar het blauwe huis lopen, daar linksaf richting het rode huis en daar voorbij lopen tot aan het zwarte huis dan zie je rechts het groene huis liggen…!

Het was maar een korte wandeling naar het gele huisje waar we nu naar toe moesten (deze was gemakkelijk te vinden, we konden hem zien liggen vanuit ons grijze huisje), maar met de zware kleding, de zachte sneeuw waar we doorheen liepen en onze bagage waren we weer behoorlijk oververhit toen we aankwamen. Bij het gele huisje was een grote vlakte, waar zes hondenspannen aan kettingen lagen; iedere hond had voldoende bewegingsruimte, maar het viel Hans en mij op dat ieder span zo ver van een ander span lag dat ze nooit bij elkaar in de buurt zouden kunnen komen. De honden lagen rustig en ontspannen in de sneeuw, het was duidelijk dat de kou ze helemaal niets deed, ze lagen erbij zoals een “stadshond” thuis in de woonkamer zou liggen!

Maar zodra een hondenmenner uit weer een ander huisje kwam en met zijn slede naar zijn ploeg honden liep, keken die honden verwachtingsvol op, en hoe dichterbij hij kwam hoe harder en wilder ze begonnen te janken, joelen, piepen en springen van blijdschap. Als ze de tuigjes aanhadden stonden ze bij elkaar te kwispelen en te rollen in de sneeuw; blij dat ze weer mochten gaan rennen! Ondertussen lagen de andere hondenspannen nog altijd volledig ontspannen in de sneeuw – totdat hun menner eraan kwam natuurlijk! Wat een leuk en gek gezicht!

Een Groenlands hondenspan is anders dan hondenspannen in andere landen: in Groenland heeft iedere hond een directe lijn naar de slee en waaieren ze tijdens het rennen uit, terwijl ze in andere gebieden meestal twee aan twee achter elkaar rennen. Die laatste opzet hadden we ook in Finlandgehad, en dat was natuurlijk een leuke ervaring, maar dit lijkt ons veel leuker. De honden zijn ook een heel puur ras, vroeger vanwege het isolement van Groenland, tegenwoordig vanwege zorgvuldige bescherming van de familielijnen. We hadden zelfs ooit begrepen dat als een Groenlandse sledehond ooit het land verlaat, hij nooit meer in aanmerking kan komen om te fokken met andere Groenlandse sledehonden. Of dat waar is weet ik niet zeker, maar in het inflight blad stond een heel artikel dat er onderzoek gedaan wordt of de genenpoel van de Groenlandse sledehond nog gezond genoeg is om op zichzelf voort te blijven bestaan, of dat ze gecontroleerde invoer van nieuwe genen van buiten moeten gaan toelaten, omdat de populatie sledehonden langzaamaan aan het krimpen is. Je kunt een sledehond namelijk ook niet zomaar in je achtertuin houden, je moet hem constant vele kilometers beweging laten hebben anders kwijnt hij weg. Dus gemakkelijk zijn ze niet echt om te houden en met de opkomst van modernere vervoersmiddelen neemt hun nut ook af. Hoewel het ook een feit is dat zelfs met moderne vervoersmiddelen zoals sneeuwscooters er nog altijd afgelegen delen van Groenland zijn waar je alleen met hondenspan kunt komen!


Frank verwees iedereen naar een slee – er waren een paar koppels, en drie individuele vrouwen die (reis)vriendinnen waren. Een van de vrouwen werd aan Anders gekoppeld en zou op de slee van Frank gaan, de rest van ons werden over de andere sledes verdeeld. Wij kregen een vriendelijke stille jongen als menner toegewezen die een beetje verlegen leek en duidelijk geen woord Engels sprak. De slee werd eerst even ingericht; onze bagage werd achterop gebonden, ons dagrugzakje erover heen gehangen aan de handsvaten van de slee, ik zou tegen de bagage aan gaan zitten, Hans tussen mijn benen tegen mij aan omdat hij zwaarder is en dus verder naar voren moet zitten, en onze menner voorop bovenop de gezinszak Royal Canin hondenbrokken. Normaal krijgen de honden rauw vis en vlees, maar de avond van tevoren en tijdens een tocht krijgen ze meestal alleen hondenbrokken, om een hele praktische reden; ze zijn dan (iets) minder winderig en de ontlasting vliegt je niet om de oren… Desondanks deden ze regelmatig nog indrukwekkende winden laten… Pffff!

Toen onze menner naar zijn span liep met de slee, liepen wij er achteraan. Zijn honden bleven heel rustig en haast nonchalant zitten of liggen totdat hij echt de tuigjes om deden, pas toen werden ze opgewonden, en zodra het tuigje om was waren ze weer rustig en blij en liepen naar elkaar toe om te snuffelen, kroelen en de onderlinge pikorde weer even vast te leggen. Toen alle honden een tuigje om hadden deed hij de touwen verzamelen en bij elkaar bundelen in een stevige haak die aan de stenen ondergrond onder de sneeuw vastgemaakt leek. Dat leek een soort rem want de honden stonden al verwachtingsvol te kwispelen en te piepen dat ze wilde starten, en zo kon hij op zijn gemak de touwen aan de slee verbinden door middel van een hele simpele lus. Hij grinnikte en wees dat we moesten gaan zitten, en we waren nog maar amper in positie of hij maakte de slee los, sprong voorop en de honden schoten er enthousiast vandoor!

Eenmaal op de slee waren we best blij met alle kleding; het was nu toch allemaal geen overbodige luxe, al die laagjes kleding, jassen en bont. De wanten waren echt fantastisch, winddicht en warm, en hard nodig want je kon eigenlijk maar een paar minuten je handen bloot houden. Je had met de wanten echter geen kou en eigenlijk zelfs geen thermohandschoenen nodig, hoewel ik ze wel aanhad omdat ik regelmatig foto’s maakte en sowieso gauw koude handen krijg, en het zo net een minuutje langer uithield om de wanten uit te doen!

Het gevoel om op zo’n slee te zitten was gelijk heerlijk, we gleden bijna geruisloos door het prachtige witte landschap met zwarte stenen: je hoorde alleen het knarsen van de slee-ijzers in de sneeuw (de slee is van hout, de “ijzers” zijn een dikke reep superglad plastic, en wij zitten op een rendierenvel om de ergste kou weg te houden) en het geren en gehijg van de honden, die grote blije grijnzen hebben op hun snuiten. De honden kiezen zelf de weg, onze menner doet alleen soms zijn zweep aan de linkerkant of de rechterkant van de slee in de lucht knallen om ze een beetje bij te sturen. Na iets van een uur, anderhalf, hielden we een korte theepauze bij een grote rots, wat ook een fijne gelegenheid was om even de benen te strekken want je wordt best stijf op zo’n slee! Bij die rots had een soort van boodschapper of postbode schijnbaar ooit moeten schuilen tijdens een zware sneeuwstorm en het niet overleefd; hij werd in de zomer teruggevonden en de rots was dan ook naar hem genoemd.

Hans en ik pakte onze flessen met thee om wat te drinken (alle Denen nemen alleen koffie, dus we hebben echt speciaal om theezakjes moeten vragen) en ze waren nog wel lekker heet, maar zeker niet meer kokendheet. Nu zijn het natuurlijk ook geen thermossen, alleen aluminium waterflessen, maar de truc in de thermoswant werkt dus redelijk goed en het is ook flink koud buiten dus het is al heel wat dat ze nog heet zijn en niet al volledig afgekoeld. Het rugzakje was ook lauwwarm van binnen, mooi zo! Beter voor de camera’s en accu’s! Frank deelde blokjes chocola en Chocoprins koekjes uit, kletste even met de menners (hij spreekt goed Engels, Deens natuurlijk en is duidelijk ook vloeiend in Inuit) en na zo’n 10-15 minuten vertrokken we weer. De honden hadden in de tussentijd zichzelf lekker ontspannen in de sneeuw, hoewel ze wel gelijk weer enthousiast opsprongen toen de menners naar de sledes terugliepen. De honden zijn heel braaf en zullen netjes bij de slee blijven liggen en niet gaan lopen als hun menner ze geen opdracht ervoor geeft, en ze zien er zo vreselijk mooi en knuffelig uit zeker als ze allemaal bij elkaar op een hoopje gaan liggen, maar Frank waarschuwt dat je ze nooit zonder toestemming en aanwezigheid van hun menner mag aaien, want het zijn werkhonden en zeker niet zo mak en lief als ze eruitzien!

Het landschap is prachtig; de foto’s doen er geen recht aan want het is witter dan wit, overal sneeuw met mooie bergen en rotsen. Waar mogelijk gaan we over bevroren meren, maar soms moeten we even een heuveltje beklimmen met de slee – dan moeten de honden wel even flink werken, stoomt hun vacht in de koude lucht en hangen hun tongen uit hun grijnzende bekken, het lijkt allemaal wel een spel voor ze, ze hebben heldere alerte blikken en een onuitputtelijke energie – en bij de afdaling moet je jezelf goed vasthouden want dan rennen de honden zo snel dat de slee achter ze aan vliegt! Het leek binnen een half uurtje na vertrek uit Ilimanaq al alsof we alleen op de wereld waren, maar zo heel af en toe in het begin van de ochtend kwamen we nog een tegenligger tegen, ook op de slee.

Onze menner heeft niet alleen een ijsberenbroek aan, maar ook draagt hij soms ijsberenwanten als het heel koud is, alsof hij de klauwen er nog aan heeft zitten! Zeehondenbont is waterdicht en winddicht en lekker warm, maar ijsberenbont is NOG warmer, en heeft natuurlijk ook een zekere status omdat het minder gemeengoed is dan zeehondenbont, waar ze hier op Groenland van stikken – meestal, als je als Inuit een ijsberenbroek hebt, heb je de ijsbeer schijnbaar zelf gejaagd. Maar als hij broek en wanten aanheeft is het toch best een gek gezicht! Voor de rest hebben de menners zelf zo te zien veel minder kleding aan dan wij; hun jassen lijken wel dunne, amper gevoerde windjacks in vergelijking met onze winterjassen, en de zeehondenbontanoraks dragen ze al helemaal niet, hoewel ze die wel allemaal bij hebben op de slee want het weer kan schijnbaar zo omslaan.

Een tijdlang heeft onze slede naast een ander gelopen, en Anders was alles druk aan het filmen, hij had zelfs Frank een Gopro op zijn hoofd laten zetten. Op gegeven moment raakte de honden al rennend verward in de touwen (de menners zijn constant, bij iedere stop en zelfs tijdens het rennen zelf, de touwen aan het ontwarren), en keken hulpeloos naar hun menner om ze uit elkaar te halen! Sukkels, hihihi het zag er niet uit. Schijnbaar was bij een hondenspan een hond tijdens het rennen onder de slee geraakt, wat ons erg pijnlijk leek hoewel hij er zonder al te veel kleerscheuren vanaf leek te komen en gewoon vrolijk verder rende toen hij weer zijn plekje gevonden had, alsof er niets gebeurd was!

Rond 15:30 uur kwamen we bij de jagershut aan, aan de rand van een bevroren meer, en konden we helemaal stijf van de sledes stappen. Je wordt tijdens de tocht hoogstens een beetje koud aan je tenen – zelfs de gigantische laarzen en drie paar skisokken kunnen dat niet vermijden, en je voelt de kou soms een beetje op je benen hoewel ik het verder niet koud gehad heb. Ook het hobbelen op de slee viel enorm mee; het was niet zo’n aanslag op onze rug als we gedacht hadden, het zwaarste is vooral het stilzitten en (letterlijk en figuurlijk) Hans die tegen mij aanleunt. Maar je wordt wel erg stijf van het stilzitten dus, en ik van het constant wijdbeens moeten zitten zodat Hans tussen mijn benen kan zitten en er genoeg ruimte overblijft voor onze menner voorop, want de sledes zijn niet zo heel erg groot. We hadden volgens Frank vandaag 36 km afgelegd, en de honden leken geeneens echt moe; gewoon lekker voldaan, alsof ze een lekkere wandeling op het strand of in het bos hadden gedaan!

De menners maakte de bagage los van de sledes en gingen hun honden verzorgen, voeren en vastmaken voor de nacht. Ondertussen strompelde wij met onze bagage door de diepe sneeuw die tot onze knieën kwam naar de ingang van de hut; het was bijna niet te doen met al die kleren, de diepe zachte sneeuw en een zware tas op je arm – ik kwam heel veel op mijn knieën terecht in de sneeuw omdat ik gewoon mijn balans niet kon vinden! Totdat we op een iets harder stuk sneeuw kwamen dat het pad vormde naar de hut, en het lopen gemakkelijker ging.

De hut had een gang, een plastic-zakken-wc, en drie kamers: een grote woon/slaapruimte, een keuken en een garderode – dat laatste was geen overbodige luxe, want we waren met dertien man in deze hut en al die buitenkleding moest ergens gelaten worden! In de woonruimte en de garderode waren oliekachels, de keuken werd verwarmd door alle primussen die er stonden maar had ook een eigen kachel. Maar toen we binnenstapte was alles natuurlijk nog letterlijk ijskoud want buiten was het -15 en binnen zal het niet veel warmer geweest zijn. Terwijl iedereen een paar lagen kleding afpelden en zijn zeehondenbroek, anorak, winterjas, laarzen, binnenlaarzen (uit de laarzen halen anders drogen ze niet), handschoenen, sjaals, mutsen en wanten ophing om te drogen, was Frank druk bezig de kachels in het ijzige huisje op te stoken zodat er wat warmte zou komen. De menners hadden een apart hutje vlakbij de honden en zouden daar dus slapen.

Het duurde lang voordat er warmte kwam in het huisje, dat van dikke platen triplex gemaakt is en nauwelijks geïsoleerd. Het ijs stond op de ruiten! De hut heeft in de woonruimte lange britsen langs de muren op poten tegen de kou, waar dunne matrassen op liggen en we naast elkaar met z’n dertienen slapen. Tussen de uiteindes van de britsen staan aan iedere kant van de ruimte een grote tafel, en de kachel staat in het midden van de ruimte. Omdat de kachel heel laag stond bleef het nog uren koud in de hut, maar het was in ieder geval al wel gauw niet meer vrieskou. Hans is in zijn slaapzak gekropen om zijn koude tenen een beetje op te warmen, en stak mijn mobiel en het fototoestel die aan de powerpack aan het opladen was ook bij zich in de slaapzak, want met name mijn mobiel had nog net genoeg batterij gehad om op te starten (hij was vanochtend vol geweest en vandaag niet gebruikt) en ging gelijk weer uit vanwege de kou! Maar na een tijdje herstelde hij zich weer en kon weer aan.

In het keukentje was het gauw lekker warm, want Frank had gelijk nadat hij de kachels aangekregen had een paar grote brokken ijs van buiten gepakt en in grote pannen op de brandende primussen gezet zodat we water zouden hebben. Iedereen moet een beetje helpen bij de huishoudelijke taken hier in de jagershut, hoewel je met een groep van 13 man per persoon uiteindelijk niet zo veel hoeft te doen; maar Frank drong er wel bij iedereen op aan om op te letten dat er altijd ijs bezig is te smelten, zelfs als het lijkt alsof we genoeg water hebben, want er is geen stromend water dus we zijn in alles afhankelijk van het gesmolten ijswater. Als je het ijs opzet dan knettert en kraakt het tijdens het smelten, een heel apart geluid!

Het bleef ’s middags koud in de hut, en werd pas echt behaaglijk tegen de tijd dat we gingen eten. Hans en ik hadden op gegeven moment ’s middags dropjes getrakteerd; het is de bedoeling dat het ZACHTE zoete drop was, maar dat zachte kon je wel vergeten na een dagje op de slee, ze waren keihard! We hebben iedereen dus gewaarschuwd voor zijn tanden maar ze smaakte desalniettemin best goed en iedereen smulde ervan. Frank had ook gezorgd voor zoute pinda’s en wat koekjes, en zo weinig trek als we vandaag buiten hadden gehad (ik had verwacht dat je door die kou juist veel trek zou hebben), zo hongerig leek iedereen nu we weer lekker “warm” binnen waren! Met name de lekker zoute pinda’s waren bij iedereen populair, alsof we behoefte hadden aan zout en energie.

Een aantal van de Deense dames wierpen zich op het regelen van het avondeten, dat een stoofpotje was van worst en verschillende vleessoorten (“jagersschotel”) dat op een eerder moment gemaakt was en ingevroren in dikke plastic zakken meegenomen was op de sleeën, waardoor het alleen maar ontdooid hoefde te worden en wat instant aardappelpuree erbij gemaakt. Het zag er totaal niet smakelijk uit – ik had de bevroren zakken eerder gezien en zelfs gedacht dat het een soort hondenvoer was – maar het was in deze omgeving heerlijk en we hebben gesmuld! De Inuit menners aten met ons mee en hadden duidelijk honger want ze schepte grote borden op, maar er was zo veel, dat het restant na het eten door elkaar gegooid in een grote stevige plastic zak werd gedaan en buitengezet om te bevriezen. Deze restjes zouden inderdaad als hondenvoer dienen, net als alle andere eetbare restjes die we deze dagen hier zouden produceren. Het afval wordt namelijk gescheiden in brandbaar (papier, plastic, etc), metaal, glas en eetbaar, en alles wat eetbaar is gaat naar de honden.

Hans vroeg of er een toetje was na het eten, waar Frank een beetje vreemd over opkeek. Nee, niets. Dus trakteerde wij iedereen op stroopwafels! Ze waren natuurlijk lekker, maar waren van de kou keihard en knapperig geworden! Niemand heeft zijn tanden gelukkig gebroken en het toetje werd gewaardeerd, al keken sommige Groenlanders een beetje vreemd ernaar en gluurde naar elkaar wat de ander ervan vond. Toen iedereen klaar was met eten hielpen de meesten die niet gekookt hadden met afruimen en afwassen, en het zetten van koffie – ondertussen werden ook steeds de pannen met smeltend ijs in de gaten gehouden. Toen ik buiten een vers blok ijs ging halen (in een theedoek gewikkeld anders vries ik eraan vast) ontstond er een hoop stoom bij het openen van de voordeur omdat er zo’n groot verschil in temperatuur was tussen binnen en buiten! Ondertussen was het lekker behaaglijk in de jagershut geworden.

Om 20:30 werd er opeens geroepen dat er noorderlicht te zien was, dus iedereen trok gauw wat buitenkleding aan om te gaan kijken. Ik had mijn zeehondenanorak aangeschoten en mijn laarzen, maar Hans had veel minder aangetrokken dus moest binnen een paar minuten terug naar binnen vanwege de kou, maar het was erg mooi om te zien! Het noorderlicht hing boven de bergen aan de andere kant van het bevroren meer en bewoog heen en weer op spookachtige wijze. De foto is bewijs maar het is niet vast te leggen wat je ziet in de lucht, het is heel onwerkelijk; het was vluchtiger dan toen in Noorwegenmaar nog altijd mooi om te zien. Na een paar pogingen tot lange belichtingsfoto’s met het toestel op een lege drum gesteund trilde mijn handen te veel en ben ik ook weer naar binnen geschoten om op te warmen.

Er lagen toen we ’s middags aankwamen in de jagershut wat dode vliegen op de vensterbanken, maar het bleek nu dat die enkel in winterslaap en/of bevroren waren, want naarmate de temperatuur in de hut hoger werd, werden zij ook actiever. Een paar van de lastigste kregen we naar buiten, de rest hielden zich gedeisd. Om 21 uur was bijna iedereen uitgeteld en kroop in zijn slaapzakken – binnen een kwartier waren de meeste al diep in slaap, en de ruimte was inmiddels haast te warm geworden terwijl ik een paar uur geleden nog verlangde naar de hitte van Ethiopië! We hadden speciale winter-slaapzakken geleend van een neef van Hans en ik was eerst met mijn onderkleren aan in bed gekropen, en mijn skisokken ook nog aan, maar binnen een half uur heb ik alles uitgetrokken, pffffff veels te warm! Die slaapzakken deden hun werk goed, alleen het bleek nu dus helemaal niet nodig te zijn want met alle warme lichamen, het koken en de kachels was het onderhand goed warm geworden! Er was natuurlijk geen elektriciteit in de hut, licht kwam van gaslampen en wat LED-lampjes die in het midden van de leefruimte opgehangen werd en zijn stroom kreeg van een grote zonneaccu die volgens Frank zo sterk was, dat het praktische als generator dienst kon doen; en hij had eigenlijk zijn oog op een nog sterker model. Nu dat iedereen ging slapen deed Frank de LED-lampjes uit, we hadden tenslotte onze eigen koplampjes bij mocht het nodig zijn vannacht.

free counters