MAART 2017: GROENLAND HONDENSLEDETOCHT

Het was een gesnurk, gezucht, gesteun en zwaar geadem van jewelste vannacht; Hans had heel slim een paar lichte slaappilletjes meegenomen op deze reis en er gisteravond voor het slapengaan eentje ingenomen, waardoor hij redelijke stukken heeft kunnen slapen, maar ik heb alleen hazenslaapjes gedaan naar mijn gevoel omdat mijn buurman hele bossen aan het omzagen was en ook nog eens midden in de nacht akelig apneu-achtig ging doen. Je kreeg ook gewoon last van de warmte want de kachels hebben natuurlijk geen thermostaat en stoken de boel geleidelijk aan steeds warmer!


Vanaf 6 uur vanochtend kwam er weer wat beweging in de groep en begon men langzaam maar zeker op te staan. Frank was al druk bezig water en ijs op te zetten voor koffie en thee voor bij het ontbijt en voor in de thermossen voor onderweg; dat was nog een hele operatie om ervoor te zorgen dat we genoeg kokend water hadden voor al die koffie (en thee in ons geval, wij zijn de enige theedrinkers) voor dertien man. De ramen in het keukentje stonden dan ook open om wat frisse lucht binnen te krijgen, en ook in de leefruimte was het zo warm dat ze even werden opengezet om een beetje de ruimte af te koelen! Je kreeg dan grote wolken stoom die de ruimte binnenkwamen vanwege het grote temperatuurverschil, alsof er een rookmachine of een grote bak droogijs stond! Ik heb bij het aankleden vanochtend een derde paar skisokken aangetrokken omdat mijn voeten gisteren met twee paar toch niet zo warm waren als ik zou hebben gewild.

Bij het dekken van de tafels voor het ontbijt zocht ik de boter; die bleek buiten in de sneeuw te liggen samen met wat pakken melk; tja je hebt geen koelkast nodig als je zo veel sneeuw en kou buiten hebt! De lucht was mooi roze en blauw vanwege de opkomende zon, en als je maar even buiten bleef ging het best qua temperatuur. Hans stond zelfs alleen in zijn thermohemd ijssplinters van een heel groot brok ijs af te hakken zodat ze sneller zouden smelten als we ze opzette. Frank had ervoor gezorgd dat er dit keer bij het ontbijt voldoende eten was voor iedereen; weliswaar geen warme broodjes uit de oven, maar gewone boterhammen, havermout, en van alles qua beleg van pindakaas, jam en nutella tot kaas, ham, en blikjes paté toe. We moesten vandaag niet alleen ons eigen lunchpakketje maken, maar ook een paar boterhammen voor onze menner smeren.

Omdat we hier vannacht weer slapen blijft de bagage in de hut en hoeven we alleen een dagrugzakje mee te nemen. In ons geval zaten daar dus de twee flessen thee in hun thermowanten in, onze bivakmutsen, accu’s en SD-kaartjes voor de fototoestellen, en de twee fototoestellen die we niet gebruiken, wat marsen en sultana’s (gouden regel, altijd wat te eten en te drinken meenemen!), en de lunchpakketjes en dan nog wat kleine dingetjes zoals een doosje extra aspirine. Nog altijd niet weinig, maar we hoeven het zelf niet te tillen gelukkig, het blijft gewoon op de slee hangen. Doordat de sledes lichter zijn kunnen we vandaag meer afstand afleggen.


Na het ontbijt hielpen de meeste met opruimen en water opzetten om de thermossen te vullen voor onderweg, en hadden we even wat rust tot het tijd was om te vertrekken. Anders zat met zijn drone te knutselen, hij wilde vandaag gaan proberen wat luchtbeelden te maken, maar de accu’s hadden duidelijk erge last van de kou want hij klaagde dat hij ze niet goed opgeladen kreeg. Ze hadden heel de nacht aan de zonne-energie-cel van Frank gelegen dus hopelijk zat er vandaag genoeg power in om wat mooie opnames te maken. Even na 9 uur begon iedereen zich weer aan te kleden om naar buiten te gaan en zijn spullen bij elkaar te zoeken; je bent, zonder overdrijven, echt 10-15 minuten bezig om alle laagjes weer aan te trekken! En zodra je aangekleed bent weet je niet hoe gauw je naar buiten moet om een beetje af te koelen.

Frank had gezegd dat we vandaag naar beneden moesten lopen, naar de rand van het water – het bleek geen meer te zijn maar een inham van een soort fjord. We moesten daar wachten, op het ijs, maar wel goed uit de weg want de sledes zouden de enigszins steile helling af komen en hadden wat uitloop ruimte nodig beneden! Op de oevers lagen grote stukken ijs die gebarsten en gebroken waren van het kruien, en toen we het ijs zelf opstapte moesten we over scheuren en barsten stappen waar het ijs dat vastgevroren was aan de oevers losgebroken was van het drijvende ijs, voordat alles weer aan elkaar vastgevroren was. We hebben hier een tijdje gestaan terwijl Anders zijn drone opgestart probeerde te krijgen; de drone gaf steeds de melding “warming up” – dat “opwarmen” kon ie wel vergeten, het was vanochtend behoorlijk fris en Frank vertelde later dat het zelfs -22 of zelfs kouder was vandaag!

Om 9:30 kwam de eerste slede de helling afgestoven en de rest er gauw achteraan, nadat Frank vanaf de bovenkant van de helling had gebaard dat we écht goed uit de weg moesten gaan staan; de honden waren fris en hadden zin in een uitstapje, de sledes waren leeg en licht, het was bergafwaarts, en de menners hadden dus moeite om de snelheid te reguleren en op de sledes te blijven zitten, zo hard kwamen ze naar beneden denderen! Toen alle zes sledes beneden waren en de honden vrolijk kwispelend stonden te drentelen om te gaan rennen zijn we allemaal op onze slee gestapt en probeerde Anders wat drone-opnames te maken dat we stuk voor stuk vertrokken over het ijs.

We gleden over het ijs van het fjord langs mooie witte heuvels met zwarte plekken – waar de stenen in de wind lagen waren ze bloot gewaaid, voor de rest was alles bedekt met ijs en sneeuw. Ons doel voor vandaag was de inlandse ijskap, en om er te komen was een prachtige lange rit over diepbevroren meren waar een dikke laag sneeuw op ligt en we redelijk door konden glijden omdat ze enigszins vlak zijn. Er zitten namelijk wel “golven” in delen van de ijsonderlaag, gevormd door de wind, en langs de randen liggen grote platen krui-ijs schots en scheef. We kregen het eigenlijk gelijk na vertrek al koud aan ons hoofd ondanks onze wollen mutsen, maar de bivakmutsen waren voorlopig buiten bereik in het rugzakje – want waar we van tevoren thuis dachten dat je nog van alles zou kunnen doen op de slee, is je beweegvrijheid zo beperkt door de hoeveelheden kleding dat “even” omdraaien en achter me reiken om iets uit het rugzakje te pakken echt gewoon onmogelijk is. Sowieso omdat Hans onvermijdelijk met bijna al zijn gewicht tegen me aanleunt tussen mijn benen en er aan iedere been naar mijn gevoel 5 kilo laars hangt! Maar we ontdekte al heel gauw dat de capuchon met lange zachte bontharen een fantastische windstopper is en gevoelsmatig gelijk 10-15 graden scheelt als je hem opzet; opeens heb je totaal geen last meer van de wind. En wij dachten thuis altijd dat jassen met bontkragen puur voor het mooi waren!

Omdat je zo weinig kunt bewegen blijkt de kangoeroe-buidel van de anorak een uitkomst; daar kun je ongelofelijk veel spullen in kwijt en ze blijven nog enigszins op temperatuur ook! Ik gebruik het dan ook om mijn ene rechter-want in te houden, en mijn hand en fototoestel tussen het fotograferen door; want al draag ik thermohandschoenen, het is iedere keer alsof ik mijn hand in ijswater steek als ik langer dan een paar tellen fotografeer; en ik merk dat het fototoestel er ook last van heeft. Maar tussen mijn borst en Hans zijn rug in de buidel van mijn anorak en al dat bont eromheen kunnen hand en fototoestel tussendoor goed opwarmen. Op mijn linkerhand die niets doet draag ik wel de bont-want en die heeft dus geen kou. Als ik voel dat de camera-accu op begint te raken doe ik tijdens een van de korte benen-strek-stops een nieuwe in de buidel of in mijn linker-want om alvast op temperatuur te komen.


We hielden regelmatig korte stops zodat alle sledes weer bij elkaar konden komen, want zodra we vertrekken houdt iedere ploeg honden zijn eigen tempo aan en de een rent harder dan de ander. Onze menner laat zijn honden meer nog dan andere menners vrij om hun eigen weg te zoeken, en dat gaat altijd prima, hij stuurt ze alleen af en toe wat bij of moedigt ze aan om harder te rennen. We merken dat als er een andere slede ons inhaalt onze hondenspan altijd harder gaat lopen; gekke beesten! Alsof ze niet ingehaald willen worden!

Het was vandaag een beetje bewolkt maar de zon kwam af en toe door en het was zo’n gek effect om helemaal in bont gewikkeld op die slee te zitten; je bent comfortabel qua temperatuur en hebt daardoor eigenlijk weinig erg in HOE koud het is, het is stil om je heen los van het geluid van de poten van je hondenspan in de sneeuw en hun gehijg en de slede-ijzers glijdend over de sneeuw, en opeens hoor je naast je ook gehijg. Maar omdat je een beetje wegzakt in die bontanorak en de bontmuts van heel fijn langharig bont (iets van vossenbont of zo?) je hoofd bedekt, kun je niet zo goed opzij en achter je kijken, want je ziet alleen bont! Het is een soort van tunnelvisie-in-bont… Dus als ik naast me iets hoor moet ik mijn hoofd echt draaien en de bontmuts opzij duwen en opeens zie ik vrolijk grijzende hondensnuiten op nog geen meter afstand, soms nog dichterbij, van een slee vlak achter ons! Dan tik ik Hans op zijn schouder en roep dat we buren hebben en meestal zijn ze tegen die tijd bij hem uitgekomen zodat hij ze ook kan zien – en dan krijgt onze eigen hondenspan door dat we achterliggers hebben en geven ze uit zichzelf een flinke spurt om ze voor te blijven! Te gek… En heel de ervaring van op de slee zitten is op een bepaalde manier ontzettend ontspannend; Hans zei zelfs dat het voelt alsof hij een dutje kan doen – niet dat je je ogen een moment dicht wilt doen met dat mooie landschap om ons heen en al die prachtige mooie honden!

In de vlakke delen van het meer was de sneeuw soms ondiep, maar soms ook heel diep en zacht waardoor de slee meer wegzakte en de honden moeite hadden om hun tempo aan te houden omdat ze zelf tot hun buiken in de sneeuw zakte. Opeens zakte de slee zelf ook weg en zag ik erg nat en koud-uitziend slush-ijs naast ons, oeps, dat zag er niet goed uit! Het zoog aan de slee als een soort drijfzand-ijs, waardoor de slee muurvast kwam te zitten en de honden stopten in een kluwen van hond en touw en hun menner aankeken met een hulpeloze blik van “wat moeten we nou baas?”. Eigenlijk wonderlijk dat hier überhaupt slush-ijs mogelijk is, het is vandaag namelijk -22 of misschien wel nog een paar graden kouder! Een andere slee kwam naast ons vast te zitten maar zij zaten duidelijk in wat stevigere ondergrond want zij waren gauw los. Met wat aanmoedigen en meehelpen van onze menner die zelf de slee uit het zachte stuk trok en de honden weer op gang hielp kwamen we na een paar minuten eruit en kon de menner de honden richting wat hardere ondergrond sturen; Hans en ik hoefde niet eens van de slee af. Iets verderop terug op het stevige ijs deed onze menner de touwen ontwarren die door het incident nóg erger door elkaar waren geraakt dan anders!

De sledes bleven (na het stuk zachte sneeuw) een tijdlang langs de randen van het fjord reizen, langs het kruiende ijs en over de bevroren “golven” hobbelend. Inmiddels was de lucht bijna helemaal blauw geworden met mooie wolkenflarden, wat het landschap nog mooier maakte.

Na zo’n twee uur na vertrek vanuit de jagershut hadden we onze eerste echte korte pauze (zo’n 10-15 minuten, tijd voor alle sledes om weer bij elkaar te komen, en tijd voor een dutje voor de honden, een slokje warme thee, een koekje of stukje chocola en even onze benen strekken, je wordt stram en stijf op die slee!). Kort nadat we weer vertrokken waren wees onze menner naar de heuvel aan onze rechterkant: in de verte zagen we musk-ossen! Tussen de 8-12 dieren, mooie donkere vacht tegen de witte sneeuw. Op de hobbelende bobbelde slee probeerde ik wat scherpe foto’s te maken van de dieren terwijl we langs ze schoten, maar we hebben vooral genoten van het zicht en zo lang mogelijk als onze bontkragen dat toestonden gekeken!

Hans en ik genoten van het landschap, de honden en het op de slee zitten, heerlijk. Tijdens deze rit vandaag raakte de sledes onderling steeds heel ver uit elkaar, waardoor we vaak even een minuutje of wat stopte om te wachten op een achterligger, of een voorligger stopte om te wachten op ons. En natuurlijk als een slee ons probeerde in te halen gingen onze honden harder lopen, tenzij de andere slee zo hard ging dat het voor de honden duidelijk niet meer de moeite was om de energie erin te steken (met name de grote Noord-Groenlandse honden van Frank liepen ons zo voorbij als hij dat wilde!).

Langzaam maar zeker begonnen we in de verte steeds duidelijker voor ons een muur van blauw ijs te zien: de ijskap! Het was een behoorlijke afstand, over een mooi bevroren fjord met af en toe een stukje blauw ijs uit de witte sneeuw stekend; waarschijnlijk stukjes van het eeuwige ijs dat in de zomer in het water terecht gekomen waren, en met de winter ingevroren voor ze naar de zee hadden kunnen drijven. Want dit water staat in verbinding met de zee, en er staat schijnbaar best een sterke stroming waardoor het ijs waar we op reizen niet metersdik is maar eerder een paar tientallen centimeters, en ook is er een beetje getij – dat verklaart het kruiende ijs, dat met hoog- en laagtij dus beweegt en scheurt.

Het was te ver om in een keer naar de ijskap te gaan, dus we hielden onderweg met de ijskap al in het zicht nog een minipauze om heel de groep weer bij elkaar te laten komen en de touwen van de honden te ontwarren terwijl zij zich ondertussen lekker comfortabel opkrulde. Tijdens deze korte pauze wilde ik uit de rugzak, die over de handsvaten van de slee hing, een nieuwe accu pakken en alvast een mars in mijn buidel steken om op een iets eetbaardere temperatuur te komen, en ik schrok een beetje want de rits was opengegaan door het gehobbel. Blijkbaar gaat de rugzak op de achterkant van de slee vanzelf open als er iets zwaars in zit en de rits bovenin zit en niet aan een kant. Ik was bang dat we iets verloren waren maar gelukkig leek het erop dat er niets uitgevallen was. Ik heb de rits dus goed dicht gedaan, aan de zijkant, zodat hij niet meer uit zichzelf door zijn eigen gewicht open kon zakken.

Toen was het op naar de ijskap, over een mooi stuk glad gewaaid ijs met net genoeg sneeuw erop om grip te geven voor de honden, mooie ijssculpturen ingevroren om ons heen en mooie heuvels aan beide kanten en de grote blauwe gescheurde muur van ijs voor ons steeds groter worden. We vlogen over de bevroren golven wat een hele apart en hobbelige ervaring is!

Om 13 uur waren we er dan eindelijk, ons doel voor vandaag: we kwamen in een baai met in de verte een muur van blauw en wit ijs, omlijst door donkergrijze heuveltjes. Prachtig! De honden wisten duidelijk dat ze hier een lange pauze zouden krijgen dus gingen gelijk languit liggen dutten – of juist lekker in een kluwen pluizig bont; iedere ploeg lijkt daarin zijn eigen voorkeur te hebben, de ene groep gaat altijd op een kluitje liggen en de andere juist uit elkaar zodat iedere hond de ruimte heeft… We deden hier onze lunchpauze houden, dus ik deed onze boterhammen en die van onze menner uit de rugzak halen, en we besloten hem ook een van onze marsen te geven (een koude, niet diegene in mijn buidel!). Hij stak de mars gelijk weg voor later en leek het zeker te waarderen, maar omdat onze onderlinge communicatie beperkt is tot glimlachen en knikken kon hij ook geen dankjewel zeggen!

Nadat iedereen genoeg gegeten hadden (Hans en ik hebben lekker de mars gedeeld) en wat gedronken zei Frank tegen de menners dat we even gingen wandelen, en gaf zijn eigen hondenspan die al enthousiast opstond om achter hem aan te gaan stevig opdracht te blijven. Toen zijn we met hem naar zo’n donkergrijs heuveltje gelopen, en opeens zag je dat dat ook ijs was! Een muur van doorzichtig ijs vol belletjes en met een laagje sneeuw op de top zodat het van een afstand op grijs gesteente leek. Het was volgens Frank geen eeuwig ijs maar “nep-ijs” – regenwater dat van de ijskap afspoelt en bevriest, waardoor het zo doorzichtig en vol vuil is. IJs van de echte ijskap is altijd wit tot blauw want dat is eigenlijk geen ijs om te beginnen, maar samengeperst sneeuw.

Na onderaan de “nep” ijsheuvel gestaan te hebben zijn we erop geklommen; naarmate je hoger kwam werd de laag sneeuw dunner en bovenop het heuveltje liepen we op zwart ijs zelf, met een dun laagje sneeuw van maar een paar millimeter erop dat je zo eraf kon vegen – erg glad dus, zo’n heuvel van puur ijs! Bovenop hadden we een prachtig uitzicht over de baai, onze hondensledes, en de ijskap, vol grillige gaten, spleten en kieren. Frank leidde ons zo ver als hij durfde voor een mooi uitzicht, maar zei dat we niet verder konden lopen want je weet niet wat vaste (ijs)ondergrond is, en wat een diepe spleet is met een dunne korst sneeuw erover gewaaid… Het landschap was overweldigend mooi en het idee dat je bij zo’n massa ijs staat in zo’n afgelegen plek is bijzonder – deze ijsmassa strekt nog zo’n 650 km het binnenland in en is volgens Frank wel 1000 meter dik! Plus, volgens hem is er ook nog nooit wetenschappelijk onderzoek naar deze ijskap of in ieder geval dit stuk waar we nu staan gedaan. Best wel bijzonder! We voelen ons bevoorrecht dat we dit mogen en kunnen zien, en zeker op zo’n mooie manier als er met een hondenslee naar toe te gaan!

Toen we terugkwamen van onze wandeling keken de honden al rusteloos op; wat hun betreft had de pauze al meer dan lang genoeg geduurd en wilde ze weer rennen. Ongelofelijk wat een energie hebben die beesten! We zijn, nadat iedereen weer op zijn slee zat, al gauw weer vertrokken op de terugweg naar de jagershut. Eerst hebben we nog een uurtje op het fjord-ijs gereisd, dezelfde weg terug als we gekomen waren.

Toen namen we een andere route; de menners stuurde hun honden van het ijs af en richting een steile heuvel. Hans en ik konden ons niet voorstellen dat we daar omhoog zouden gaan, en dat de honden het zouden redden, maar het leek er toch wel degelijk op! We waren bang dat we op gegeven moment af zouden moeten stappen en zelf lopen, maar we konden heel de rit blijven zitten.

Het was een hele mooie en bijzondere rit, een stijging van zo’n 200 m waarbij de honden hard gewerkt hebben en we het gewicht op de slee moesten spreiden. Dus Hans moest voorop gaan zitten, zodat hij naar voren kon leunen als het even erg steil werd om de honden te helpen. Door zijn gewicht had de slee vooraan meer grip en was het gevaar van achterover slaan geweken – je merkte ook echt dat dat hielp. De menner moedigde zijn honden aan en sprong op vlakkere stukken tussen ons in, maar liep meestal vooral naast de slee de honden aan te moedigen en de slee te begeleiden, dus hij moest boven aan de helling ook even uitblazen! Maar de Mars die wij hem met de lunch hadden gegeven ging er nu zichtbaar goed in. Het was erg koud en heiig bovenop de helling met lichte miezersneeuw, dus Hans en ik hebben onze bivakmutsen aangetrokken; bijzonder eigenlijk dat zo’n dun stukje stof zo veel kan schelen voor de kou op je gezicht! Frank vertelde dat ze deze klim een tijdje terug met een sneeuwmobiel hadden geprobeerd te doen, maar die kwam niet de helling op, kwam vast te zitten, kreeg panne en moest uiteindelijk met een span honden omhoog getrokken worden! De honden lagen ondertussen tevreden op de sneeuw voor een welverdiend dutje, waar ze uitgebreid de tijd voor kregen, en nadat ze voldoende gerust hadden vertrokken we weer voor de lange afdaling terug naar de hut.

De afdaling was ook heel erg mooi om te doen, we gleden op een hoog tempo door een prachtig dal. We voelen ons bevoorrecht dat we zulke mooie reizen kunnen doen en zulke mooie dingen zien, en we vinden het erg leuk en bijzonder om in Groenland te zijn, dat is tenslotte zo’n Timboektoe-bestemming! De honden roken op gegeven moment duidelijk de stal en zette nog een sprintje bij, en we vlogen over de sneeuw – op gegeven moment zagen we in de verte de jagershut verschijnen.

Rond 17:30 kwamen we terug bij de hut, waar de menners hun honden gingen voeren en wij naar de hut liepen. De kachels hadden heel de dag gebrand dus het was lekker warm toen we binnenkwamen. Iedereen heeft al zijn laagjes warme buitenkleding uitgepeld, en deed nog even checken of ie nog al zijn tenen en vingers had (hoeveel kleding je ook draagt, je wordt altijd wel ergens op enig moment koud), en toen was het tijd om voor de kachel te relaxen tot etenstijd. Ik heb het fototoestel weer opgeladen – ik heb ongeveer anderhalve batterij, soms 2, nodig per dag vanwege de kou – en ik heb gekeken of de musk-os foto’s gelukt waren. Redelijk goed, zo te zien, dat valt mee gezien hoe moeilijk het was om het toestel stil te houden! Frank zorgde weer dat er pinda’s en koekjes stonden, en iedereen maakte daar dankbaar gebruik van want zodra je terug in de warmte bent krijg je echt trek.

Om 19:30 was het eten klaar, volgens hetzelfde principe als gisteren; bevroren zak eten ontdooien en opwarmen. Vandaag stond er boeuf stroganoff op het menu, met rijst erbij; de stroganoff smaakte op zich wel maar er zaten grote hompen champignons uit blik door en daar ben ik, sinds we zo’n beetje een pallet vol van dat spul gevoerd zijn tijdens onze wereldreis, nog altijd behoorlijk allergisch voor, brrrrrr. De helft van de Inuit menners lieten ze ook liggen, dat was niet aan hun besteed! De saus en de rijst was verder lekker. Om 20 uur was iedereen uitgegeten en bleef een beetje hangen, want we waren allemaal wat rozig; de menners lagen lekker wat te kletsen onderling, en omdat sommige mensen het wat warm vonden binnen na het eten werd hier en daar even een raampje opengezet om de temperatuur wat te laten zakken. Rond 21 uur was iedereen klaar, alles opgeruimd en sliepen sommigen al: de rest volgde binnen een kwartier. Je bent echt uitgeteld na zo’n dag in de kou!

free counters