MAART 2017: GROENLAND HONDENSLEDETOCHT

We sliepen onrustig vannacht; misschien niet meer gewend om alleen te slapen, of in een lekker zacht bed? Of gewoon te warm op de kamer, want de verwarming waar we al onze spullen zoals mutsen, bivakmutsen, handschoenen, wanten, sokken, laarzen en binnenlaarzen op en tegenaan hadden gelegd was vannacht bloedheet, Hans heeft hem op gegeven moment zelfs uit moeten draaien want we werden de kamer uitgestookt! Om 4:45 kregen we een smsje van Hans zijn zus die geen erg had in het tijdsverschil van 3 uur eerder in Groenland, en net opgestaan was – heel lief maar we schrokken er wel van wakker. Toen hebben we nog wat gedoezeld en gedut tot het tijd was om op te staan.


We hebben na enig dubben besloten om vandaag de dag te beginnen zonder zeehondenbroek, maar alleen onze spijkerbroek en daaroverheen een skibroek te doen – de zeehondenbroek leek ons te zwaar, maar alleen een spijkerbroek met thermobroek eronder leek ons te weinig om mee het stadje in te gaan. Het ontbijt was best lekker maar een beetje karig voor 12 man, ook omdat er slecht bijgevuld werd door de bediening, tenzij je ze wees dat iets op was, dan gingen ze het meestal wel gelijk halen. Heel apart! Wij hebben tijdens het ontbijt Anders gek gemaakt met de foto’s die we van Afrika hebben op ons mobiel, hij vond het geweldig en wilde zelf eigenlijk ook wel naar Zuidelijk Afrikamaar durfde niet zo goed. We hebben dus flink op hem ingepraat dat het heel goed te reizen was daar!

Vandaag is een dagje rondsjouwen in Qasigiannguit en Groenlandse cultuur snuiven. Na het ontbijt zijn we om 8:30 naar het museum van Qasigiannguit gewandeld, de twee oudste gebouwtjes van heel Groenland; de oudste is in 1734 gebouwd, de andere in 1750 toen de eerste dreigde in te storten door harde wind. We moesten een tijdje staan wachten tot het 9 uur was en er een vrouw uit een huisje vlakbij kwam; zij bleek de museumgids/directrice te zijn en begon haar rondleiding buiten, met een uitleg over hoe deze nederzetting oorspronkelijk ontstaan is om de Nederlanders (nota bene, ze vond het dus leuk dat ze Nederlanders in de groep had!) buiten de baai te houden, die de bijnaam “Wier-Baai” had gekregen vanwege het zeewier dat de Nederlanders daar oogsten… Of zoiets, het was niet gemakkelijk te volgen want het verhaal werd eerst in rap Deens gedaan en toen kort samengevat in onzeker Engels met zwaar Deens accent!

We konden toen het oudste gebouwtje in om daar de expositie te bekijken van de eerste volkeren van Groenland. We hebben in totaal 2 uur in heel het museum doorgebracht (Hans en ik schrokken toen ze doodleuk zei dat ze 2 uur zou praten) terwijl ze uitgebreid vertelde van de geschiedenis van deze regio, van de eerste volkeren 4500 jaar geleden via de Inuit meer recent tot de garnalenvangst in de jaren zestig die dit stadje “groot” heeft gemaakt (alles in verhouding, geen enkel stadje in Groenland is groot…). Allemaal in het Deens, gelukkig kregen wij een boekje met de samenvatting in het Engels. We vonden het helemaal niet erg en zaten lekker op een stoel langs de muur te soezen terwijl we deden alsof we onze boekjes doorlazen terwijl zij doorratelde! Eigenlijk gek om te beseffen dat hier 4500 jaar geleden de Saqqaq bevolking jagers waren die in hutjes van modder en mos woonde, terwijl Iranen Egypte bijvoorbeeld al een uitgebreide beschaving hadden!

Toen ze klaar was in het oudste gebouwtje gingen we naar het een-na-oudste gebouwtje, waar ze in de kleine kamertjes weer uitgebreid vertelde in het Deens. Hans en ik hingen een beetje rond in het museumwinkeltje/bibliotheekje/kinderhoekje, in een poging op het zo te zien openbaar netwerk te komen – er was wifi in het hotel van Frank maar daar moest je goud geld voor betalen; wifi is erg duur op Groenland, op zich wel logisch! Maar dit netwerk leek wel geblokkeerd voor buitenlandse mobieltjes, dus we stonden een beetje doelloos te wachten. Er lag een musk-os vel over een stoel, wat een heerlijk warme zachte vacht was dat!

Toen de museumgids/directrice de Denen murw gepraat had kwam ze naar het winkeltje om wat souvenirs voor mensen af te rekenen en weer even wat aandacht aan ons te geven. Ik had net een fles glazen kralen gezien die ik uit West-Afrikaken: de Europese en met name Nederlandse “handelskralen” (trade beads) reikte dus niet alleen naar Afrika, maar ook naar Groenland, en mede daarom ook vond de museumdirectrice het zo bijzonder dat wij Nederlanders bij haar op bezoek waren. Ik raakte met haar aan de praat over de kralen en wat ik ervan wist, en heb beloofd voor haar op te zoeken welk museum in Nederland ook al weer de stalenkaarten in bezit heeft van een Nederlandse kralenfabriek (het Nederlandse Tropenmuseum). Daarmee heb ik een ongetwijfeld lange privélezing over het Groenlandse nationaal kostuum kunnen voorkomen, want daar was ze eigenlijk met Hans en mij naar onderweg omdat ze het vervelend vond dat we niets van de rondleiding konden volgen… Oef, komen we goed weg, Hans was me dankbaar!

Na het museum zijn we onderweg terug naar het hotel even binnen gestapt bij de lokale supermarkt, die van alles verkocht van eten tot kleding, huisgerei, tot scooters, sledes, keukens en zelfs wapens voor de jacht toe. Verse sinaasappels werden per stuk verkocht (ongeveer 40 eurocent) en verder kon je onder andere druiven, meloen en sinaasappels in blik kopen… Je kon er ook muskos-steak krijgen, voor ons exotisch maar voor hier niet natuurlijk. Dat was de speciale Italiaanse pasta-avond gisteren in het café van het hotel dan weer wel vermoeden we! En natuurlijk grote zakken Groenlandse garnalen…

Hans en ik zijn alleen terug naar het hotel gelopen want we hadden nu even vrij, en waren rond 11:30 uur weer op onze kamer, waar we alle buitenkleding uitgetrokken hebben en besloten een klein dutje voor de lunch om 13 uur (echt iedere beweging buiten lijkt inspannend) te gaan doen. Maar we hadden onszelf amper geïnstalleerd, of er werd rond 12 uur op de deur gebonkt: Frank stond voor de deur, en verontschuldigde zich, hij was vergeten uit het Deens te vertalen dat we niet na de lunch, maar nog even vóór de lunch naar het ijsvissen zouden gaan! En toen hij zag dat de enige die niet buiten klaar stonden om 12 uur de niet-Denen waren, snapte hij wat er gebeurd was! Oeps! Gauw terug in onze kleren schieten en 5 minuten later liepen we met Frank de bevroren baai op. De rest van de groep liep al voor ons uit. Om op het ijs te komen moesten we over wat kruiend ijs lopen aan de randen, en Frank legde uit dat dat door het getij kwam – het was nu hoogwater, maar er kon wel 2 meter verschil zijn tussen hoog en laag water!

Er waren een paar plekken op het ijs waar gevist werd of waar duidelijk vis-activiteiten geweest waren; vanuit het hotel kon je op sommige plekken grote groepen goed doorvoede meeuwen en kraaien zien eten van het visafval. Onderweg naar de visser die wij zouden bezoeken liepen we langs een echtpaar die ook net bij hun stek aankwamen. Frank ging er even mee kletsen want hij kende ze duidelijk en wij liepen door naar waar onze groep stond bij de visser.

De visser was tussen ontelbare bevroren vissenkoppen en vissengraten op het ijs net bezig zijn net op te halen nadat hij het dichtgevroren gat weer open gehakt had. Om te vissen spant hij een net tussen twee gaten in het ijs en laat dat een tijdlang (meestal een etmaal) hangen voor hij het weer ophaalt. Het duurde een hele tijd om het net op te takelen en de visser bood heel slim aan of wij het ook wilde proberen; een man in onze groep trapte erin en ging vrolijk takelen terwijl de visser even rust nam. Toen het net eindelijk boven het ijs begon te komen, zaten er in totaal zo’n 10 grote vissen in (ieder tussen de 4-5 kilo) en 4 platvissen: schijnbaar een wat magere vangst, maar het net hing er dan wel minder dan 24 uur in – meestal kijkt hij maar een keer per dag en nu was hij gisteravond ook nog even geweest.

Hij deed alle vissen gelijk op het ijs opensnijden op zoek naar kuit-zakken: hij moest daar zelf niets van hebben en gooide dat normaal weg, maar Frank had er om gevraagd en wilde ze wel heel graag hebben; er kwamen twee grote uit die Frank geschikt vond, en wat kleintjes die weggegooid werden voor de vogels. Frank betaalde verder voor twee flinke vissen, waarvan de visser gelijk op het ijs even de ingewanden eruit haalde voor hem (vermoedelijk eten we dus verse vis vanavond). . Het was wel een beetje zielig om te zien hoe de nog levende vissen gekaakt werden.

Toen het net leeg was deed de visser naar het andere gat lopen, waar hij aan het touw begon te trekken om het net weer terug het water in te trekken. Toen alles weer klaar was, deed hij het touw bij ons gat door middel van een stok in het midden van het wak positioneren; Frank legde uit, dat dat was zodat als hij morgen terugkwam en de randen van het wak weer open moest hakken, er geen risico was dat hij het touw van het net zou raken. Frank had van tevoren aangegeven dat het gebruikelijk was om de visser een kleine fooi te geven voor zijn tijd, dus toen iedereen uitgekeken was gaven we hem 60 Deense kronen en zijn we weer terug naar het hotel gewandeld. Het blijft inspannend om iets te doen in de buitenlucht, en we waren dan ook goed moe toen we terug in het hotel waren. En warm! Want ondanks de kou was onze skibroek (tijdens inspanning) dus toch een beetje te warm. De rest van de groep had allemaal hun zeehondenbont aan, die moeten haast gesmolten zijn!

Terug in het hotel hebben we rond 13:30 geluncht en Hans en ik moesten lachen, want het was een pasta-buffet… Waarschijnlijk dus de restjes van gisteren! Maar het smaakte prima allemaal.

Om 14:15 vertrokken we voor een rondleiding van het stadje vol felgekleurde houten huisjes. Hans en ik hadden nu gewoon alleen onze spijkerbroek met thermobroek eronder aan, en geen fleecetruien en alleen onze eigen winterjas – wel met de thermolaarzen overigens, want de kou trekt echt zo je voeten in. We waren nu meer dan prima gekleed, en niet te warm meer gelukkig, en zagen lokale Inuit jongeren zelfs alleen in hun joggingpak naar buiten gaan (dat was dan weer een beetje overdreven…). De huizen hier hebben weer twee huisnummers: het zwarte nummer is de bouwvolgorde (waarbij een laag nummer dus een zekere status heeft want dan is het huis ouder), en het gele nummer is een straatnummer voor de postbode.

Sommige huizen hebben helemaal geen riolering, en verzamelen hun wc-afval net als in Ilimanaq in een plastic zak die aan de straat gezet wordt. Sommige huizen hebben septic tanks die op bepaalde tijden leeggezogen worden, en sommige huizen hebben zelfs riolering. Maar uiteindelijk, op wat voor manier het ook opgevangen wordt, het wordt allemaal op een bepaalde plek in de baai gedumpt; in de volksmond heel beeldend de “chocoladefabriek” genoemd! Ook voor stromend water zijn er verschillende oplossingen; openbare pomphuisjes waar je zelf je water kunt halen, een tank aan huis die regelmatig gevuld wordt met water door een tankwagen, of zelfs “echt” stromend water in bovengrondse goed geïsoleerde buizen. Het water van de gootsteen in de keuken loopt vaak zo de tuin in, zeker bij de oudere huizen, wat nu in de winter mooie maar spiegelgladde ijspegelvlaktes oplevert.

Frank leidde ons al pratend richting een huis waar we een “kaffemit” zouden krijgen, een Groenlandse traditie. Het betekent letterlijk koffie mét, en dat was het ook! De kleine woonkamer van het totaal niet traditioneel ingericht huisje werd gevuld door de uitgetrokken eettafel die helemaal vol stond: de gastvrouw had haar hele koffieservice uitgestald en alle stoelen en krukken die ze in huis had, en verwelkomde ons enthousiast. Nadat iedereen zijn jassen, dassen, mutsen, handschoenen en laarzen uitgetrokken hadden konden we een plekje opzoeken aan tafel en ging ze koffie en thee schenken. Ze stond daarna trots toe te kijken hoe we alles proefde en moedigde ons aan om vooral nog meer te pakken, maar het was dan ook heerlijk: twee grote smeuïge chocoladetaarten met chocoladeglazuur, twee bakken met verschillende soorten heerlijk romige kwarktaarten (eentje met een laag “blauwe smurfen-gelei” en de andere zwarte besjes smaak), verschillende cakes, alles zelfgemaakt, en dan nog allerlei schaaltjes met bonbons, snoepjes en roomboterkoekjes. Daarbij kannen koffie en thee. Het was echt heerlijk!

Helaas sprak onze gastvrouw nauwelijks Engels, want we hadden best wel met haar willen kletsen; het bleek dat een van haar schoondochters half Nederlands is – er stond een stroopwafel-blikje in de keuken, en Frank bevestigde dat ze die dus kende! Frank vertelde ook dat ze aangevallen was door 13 sledehonden toen ze 7 jaar oud was, en dat sommige mensen soms honden met wolven laten paren door een vrouwtje dat klaar om te paren is in de wildernis vast te binden met veel eten erbij, zodat het een wolf lokt. Het werd gloeiend warm in het huisje – het was al niet zo koud om te beginnen en we zaten er met 12 man – dus op gegeven moment smeekte we of er even een raam open kon!

We hebben ons rond gegeten, en, nadat iedereen weer een fooitje (wij weer 60 Deense kronen) achterliet voor de gastvrouw, zijn we vol en voldaan een uurtje later weer in onze kleren gewurmd om verder te gaan met de stadsrondleiding. Eerst liet de gastvrouw echter nog even haar rekken stokvis in de achtertuin zien. De poten van een sneeuwhaas staken uit een zak; haar achtertuin was zoals bij iedereen ’s winters de vrieskist. En ze wilde graag een groepsfoto van ons maken.

Toen zijn we verder via het stadje terug naar het hotel gewandeld, waar we rond 17 uur terug waren. Het heeft wel niet veel inwoners, maar dit stadje met onuitspreekbare naam is regionaal gezien best een belangrijk centraal punt, met gezondheidsvoorzieningen, en lager, middelbaar en zelfs hoger onderwijs. Hans en ik hebben ons lekker weer even in onze kamer geïnstalleerd om te rusten, pfffff. We hebben niet echt zo’n last van de kou maar stiekemweg kost het ons toch een hoop energie op de een of andere manier.

Om 18 uur was het avondeten, met als appetizer stukjes beluga-blubber, waar de huid nog aanzit. Smaakt zoals wit vet met een heel licht spekaroma, en de huid is taai waardoor je heel goed moet kauwen (en dus heel lang met die hap wit spekvet in je mond zit) voor je het met fatsoen kunt doorslikken. Niet ons ding, dat moet je denk ik leren eten. Vooral de huid met een textuur van kraakbeen was niet geweldig… Voorgerecht was de vanmiddag gevangen vis, gebakken en met een plakje gebakken kuit geserveerd, daar was eigenlijk niets aan; de kuit voegde naar ons idee weinig toe en de vis had weinig tot geen smaak. Hoofdgerecht was zalm, maar die was helemaal kapot gebakken en droog doordat hij veels te lang had opgestaan. Gelukkig dat er veel saus was waardoor we hem wel wegkregen, maar een culinair hoogstandje was het avondeten vanavond niet, helaas. Het lijkt er steeds meer op dat, waar TIA geldt in Afrika (“This is Afrika”, oftewel zo is het, het werkt of het werkt niet, en je moet er maar mee leven), er ook zoiets is als TIG “This is Greenland”… De houding van de mensen lijkt veel op wat we ook veel in Zuidelijk Afrika zien. Er is hier ook een groot alcoholprobleem in de gemeenschappen, er lijkt weinig vooruitzicht in het leven te zijn tenzij je zelf bereid bent hard te werken. En dat is nu juist vaak het probleem, bevestigt Frank ook. De meeste mensen lijken tevreden te zijn met overleven. Op zich is daar ook niets mis mee natuurlijk, als ze daar gelukkig in zijn!

Na het hoofdgerecht moesten we om 19:30 naar de caféruimte naast het restaurant voor een dansvoorstelling: Hans en ik verwachtte eigenlijk iets traditioneels met nationale kostuums, maar het leek de lokale dansclub te zijn, voor jong en oud (alles tussen 7 en 60 volgens mij), die, meest in blauwe en groene club-shirts, allerlei energieke rondedansen deden met veel voetengestamp. Muziek kwam van een mobiel aan de speakers aangesloten, en ging weleens verkeerd als de trotse vader van een van de kinderen weer eens op het verkeerde knopje drukte, en het was best leuk om te zien hoeveel lol ze zelf hadden om zichzelf en hoe veel plezier in het dansen. Op het laatst moesten we mee dansen, dodelijk vermoeiend maar grappig om mee te stuntelen! Na het dansen is de pet rondgegaan en gaven Hans en ik 100 kronen voor de dansers.

Rond 20:45 zijn Hans en ik doodop naar onze kamer gegaan, het toetje overslaand want we hadden vanmiddag al zo veel lekkers op! We hebben gedoucht en alvast een beetje ingepakt voor morgen voor we weer redelijk vroeg zijn gaan slapen. Mijn schaambeen heeft vandaag de tijd gehad om een beetje te herstellen, maar ik voel dat het echt diep van binnen gekneusd is. Bizar eigenlijk dat zoiets kan, dat is wel de laatste blessure die ik verwacht had op te lopen bij een meerdaagse hondensledetocht!

free counters