MAART 2017: GROENLAND HONDENSLEDETOCHT

Hans had gisteren best wel koude voeten gehad, dus ik bood aan dat hij vandaag mijn dikste skisokken kon proberen; die zijn heel dik gebreid en lekker warm. De thermo-skisokken die we gekocht hebben zijn weinig echt warm; ik draag al sinds de eerste dag 3 paar over elkaar. We hebben vannacht het raam op een kier moeten zetten en de verwarming uit omdat de temperatuur in de kamer niet te regelen viel (bloedheet!), en hebben daardoor een onrustige en slechte nacht gehad.


We zijn om 7:30 opgestaan en hebben lekker ontbeten in het ontbijtzaaltje dat uitkijkt op de ijsbergen in de baai voor het hotel. Het ontbijt was erg goed, met veel keuze, lekker hardgebakken spek, en lekkere verse “Danish” gebakjes en roombotercroissantjes. De ijsbergen verzamelen zich in de monding van de fjord omdat ze daar vastlopen in het relatief ondiepe water – de fjord is 75 km lang vanaf de gletsjer tot de zee en de brokken ijs die afbreken zijn soms wel tot 1 km hoog, maar de monding is maar 250 m diep in plaatsen, dus de grotere ijsbergen lopen op bepaalde plekken vast en houden alles tegen tot het waterniveau hoog genoeg is of ze in de zomer genoeg gesmolten zijn om door te kunnen stromen de baai in en de zee op. Dat levert voor het heuvelachtig stadje Ilulissat een prachtige achtergrond op natuurlijk, al die witte en blauwe kolossen in het water! Het is dan ook een “hele” toeristische plaats in Groenland met zo’n 25.000 toeristen per jaar, het overgrote merendeel daarvan in de zomer.

Het was ’s ochtends al weer lekker koud, -20 graden tegen het hotel aan. Om 9 uur zijn we allemaal (behalve een wat oudere man die een dagje rust nam) in het oude busje door Simone naar de heliport aan de rand van het stadje gebracht. Onderweg reden we langs een Inuit begraafplaats en verschillende van de vele honden-locaties rondom de stad. Vroeger was het zo dat de honden vrij door de stad rondliepen, maar tegenwoordig worden ze beperkt tot bepaalde gebieden voor ieders veiligheid, van hond en mens. Simone vertelde dat je in Ilulissat toch wel een beetje een patser was als je als privépersoon een auto had, want wat kon je nu effectief erin rijden? Buiten de stad zijn geen wegen, zoals in veel delen van Groenland, en het langste stuk weg in de stad was maar zo’n 5 km, van de ene kant van de stad naar het vliegveld aan de andere kant! Er was dan ook maar één tankstation in het stadje, en er reden wel wat taxi’s en bedrijfswagentjes (en een paar patsers). Je verplaatste jezelf in de stad door te lopen, liften, fietsen (ook in de winter, met superdikke banden), bus, taxi of hondenslee (in de winter) en er zijn dan ook verkeersborden met pas op, hondenslee voorrang…

Begraafplaatsen van de Inuit zijn in principe altijd voor eeuwig, omdat de lichamen langzaam verteren in het permafrost. Daarom zijn de graven zelf ook vaak op de grond gemaakt en met stenen bedekt, maar schijnbaar breken mensen de stenen hopen open waardoor lichamen vergaan, of nemen lichamen mee naar musea als ze gemummificeerd zijn. Er stond in het stadsgidsje in het hotel zelfs expliciet dat je alsjeblieft de graven en de lichamen met rust moest laten. Ongelofelijk eigenlijk! Simone liet de motor van het busje draaien en nam ons mee naar een paar mooie uitzichtspunten te wandelen die uitkeken over het fjord en de ijsbergen. Dit gebied is UNESCO werelderfgoed, en dit is een stukje over het fjord van hun website:

“IJsfjord Ilulissat omvat 40.240 hectare en ligt aan de westkust van Groenland, 250 kilometer ten noorden van de poolcirkel. De fjord vormt de zeemond van Semeq Kujalleq, een van de weinige gletsjers waardoor de Groenlandse ijskap de zee bereikt. Sermeq Kujalleq is een van de snelste (19 meter per dag) en actiefste gletsjers ter wereld.”

Semeq Kujalleq is de Inuit naam, de oude Deense naam van de gletsjer is “Jakobshavn Isbræ gletsjer”. Cairns, oftewel hoopjes stenen zoals je ook in Schotlanden Ireland kunt vinden, markeren de grenzen van het UNESCO erfgoed gebied, maar diende vroeger ook als wegwijzers of plaatsen waar reizigers briefjes, pakjes en eten veilig van wilde dieren achter konden laten voor zichzelf of andere reizigers. Tijdens het wandelen kraakte de sneeuw zo heerlijk, en het landschap was mooi, dus ondanks de inspanning was het een hele mooie wandeling. Omdat het in de zomer moerassig kan worden liepen we op gegeven moment op een houten planken brug iets boven de ondergrond, deze was op sommige plekken kaal gewaaid door de wind.

We zijn als eerste gewandeld naar een flauw schuin aflopende vallei, met een prachtig uitzicht op het isfjord en de ijsbergen. Dit was volgens de stadsgids de belangrijkste nederzetting in Groenland 5000 jaar geleden, met wel 30 hutten (maximaal bestond zo’n nederzetting uit 10 hutten), waarin naar schatting 250 mensen geleefd hebben. Het was zo’n geliefde plek want het was beschut in de winter, met een goed overzicht op de baai en de walvissen die daar zwommen. De hutten hadden een ondergrondse entree en waren half verzonken in de grond. In de winter leefde men in dit soort hutten van grond, steen en turf, zomers in tenten elders in de regio. Als men hier vertrok haalde ze de daken van de turf hutten af zodat zomers de hut kon luchten en schoon worden.

Toen zijn we wat dichter langs het water gewandeld (overal stonden bordjes die waarschuwde voor tsunami-golven als een ijsberg omkiepte), en terug omhoog naar een prachtig uitzichtspunt tussen de granieten rotsen, uitkijkend op het fjord met de ijsbergen. Simone bood ons een kopje koffie of thee aan, en eerst dacht ik nog dat het een grapje was, maar uit haar tas kwamen twee thermossen tevoorschijn, plastic bekers, theelepels, en creamer en suiker in kleine plastic potjes! Geweldig… Dus wij hebben nog lekker een heet kopje thee kunnen drinken met een prachtig uitzicht.

We zijn toen we uitgekeken waren terug naar de bus gewandeld; de wind was nu koud want in ons gezicht, je kon jezelf ertegen beschermen met de capuchon van je jas (ook onze nep-bont capuchons deden wel redelijk beschermen tegen de wind), maar die woeien steeds af en Hans kon met zijn wanten de capuchon nauwelijks te pakken krijgen om weer over zijn hoofd te trekken, dus ik deed hem steeds terug wippen want ik liep vlak achter hem! Maar op zich merken we dat onze eigen kleren redelijk goed zijn voor gewoon rondwandelen; alleen onze "winterlaarzen" zijn dus echt niet zo bestand tegen kou als de fabrikanten beweren. Simone bevestigde dat zelfs Scandinavische merken niet goed genoeg was, en je eigenlijk alleen op Groenland zelf kleding en laarzen kon kopen die écht goed warm waren; zij zelf kocht altijd industriële kleding in de visafslag van de haven van Ilulissat, om zeker te weten dat het warm genoeg zou zijn. Op de slee heb je echt of dure professionele kleding of bontkleding nodig, anders is het gewoon niet te doen.

Om 11 uur waren we terug in het stadje en hebben we nota bene de Jysk bezocht omdat sommige mensen zeehondenbont wilde kopen! Maar niemand kon echt iets van zijn gading vinden, omdat het bont donkerblauw geverfd was. Ook in het kantoor/souvenirwinkel van “World of Greenland”, de lokale organisator van de reis, was alles zo duur. Een los bontvel kostte ongeveer 100 euro. Ik zag een ketting die wel wat had, maar niet voor de prijs waar ze hem voor verkochten. Jammer, dan maar alleen een foto ervan! Bij het kantoor werd het busje achtergelaten en begonnen we aan de stadswandeling.

We hebben een uurtje rond het stadje gewandeld dat in 1741 gevestigd is, als eerste bezochten we een werkplaats voor botbewerkers die souvenirs maakte en daar ter plekke verkochten; er was niet veel te zien behalve een slee met honden die net ijsberen leken en in onze ogen erg lelijk en ruw waren, maar een vrouw in de groep wilde ze graag hebben en probeerde halfslachtig te onderhandelen – ze durfde niet lager dan 1000 kronen te gaan, want in onze ogen een godsvermogen was voor het lelijke ding. Het was nog niet af dus ze sprak af het later op te komen halen. Toen liepen we langs de haven en de visfabriek. Tegenwoordig is het water in de haven ook in de winter open dus kan er het jaar rond gevist worden op zee; anders moesten de vissers in de winter met hondenspan het binnenland in en het ijs op, en dit is veel economischer voor ze. Het was mooi om de deels dichtgevroren haven te zien vol bedrijvigheid van vissersbootjes in het open water kanaal, en de enorme en zeer goed doorvoede meeuwen en kraaien die vochten om weggegooide vissenkoppen op het ijs.

We liepen langs een paar omheinde speeltuintjes; die waren niet zozeer om de kinderen binnen te houden als wel om vroeger de loslopende honden buiten te houden; vaak hebben oudere Inuit littekens in het gezicht van toen ze als kind aangevallen zijn door sledehonden. Tegenwoordig lopen de kinderen los en zitten de honden vast!

Zoals de andere plaatsjes die we in Groenland bezocht hebben zijn ook hier de huizen alle kleuren van de regenboog. Schijnbaar werden vroeger belangrijke gebouwen volgens een vast kleurenschema geschilderd. De kliniek bijvoorbeeld geel omdat het een openbare voorziening is; en dat is met name voor de lokale bevolking die vaak niet kon lezen. De meeste nutsgebouwen waren van oudsher geel. Zo konden ze toch nog eenvoudig zien waar ze terecht moesten voor belangrijke zaken. Tegenwoordig is het kleurenschema minder streng. Ook in Ilulissat waren er waterpomp-plaatsen, waar het water gratis was, al hadden steeds meer huizen in de stad zelf stromend water of een watertank. En Ilulissat had ook zijn eigen "chocoladefabriek" waar alle uitwerpselen in de baai gegooid werden… Er was pas een extra hydro-elektrische plant geopend buiten de stad, want elektriciteit is essentieel in de winter: echt álles moet verwarmd worden, bijvoorbeeld water om überhaupt vloeibaar te blijven. Er wordt hier gestookt met olie, die goedkoper is dan in Denemarken, want de helft wordt door de Deense staat betaald. En echt overal in het stadje had je uitzicht op de ijsbergen in de baai en het fjord.

Rond 13 uur streek ons groepje van 12 man neer in een piepklein cafeetje dat volgens onze gids de beste sandwiches maakte van alle vier de cafeetjes in Ilulissat, en deden we gelijk bijna alle plaatsen bezetten! We bestelde een bagel met BBQ chicken en moesten zelf de toppings aangeven, wat erg chaotisch verliep want 12 mensen uit onze groep wilde tegelijk hun eten, plus er kwamen terwijl wij daar zaten ook nog eens 5 vreemden binnen, waaronder een Amerikaanse vrouw die dacht dat men aan het voorkruipen was totdat het systeem uitgelegd werd aan haar; eerst bestellen, dan wachten tot ze aan je broodje beginnen en dan terugkomen om ter plekke de extra toppings aan te wijzen. Onhandig, maar het was wel een heerlijk broodje! We beseffen ons dat we eigenlijk ver de enigste buitenlanders zijn; 99% van wat we tegenkomen is Deens of Groenlands. Alleen in het restaurant gisteravond zagen we twee Amerikanen en nu dus in het cafeetje nog eentje. Er komen zo'n 25.000 toeristen per jaar naar Ilulissat, waarvan het overgrote meerderheid in de zomer. Ze willen eigenlijk graag een groter vliegveld maken zodat ook internationale vluchten kunnen landen, want nu zijn ze alleen ontsloten via Kangarlussuaq en vanuit Kopenhagen en IJsland in de zomer.

De twee broodjes en twee koppen thee waren behoorlijk prijzig, 21,50 euro, maar echt alles is hier zo duur. We hadden nu vrij, en Hans en ik zijn om 13:40 naar het hotel teruggelopen dat redelijk gemakkelijk te vinden was, waar we om 14 uur al weer op de kamer waren. De kou is gelukkig niet zo’n probleem gebleken; we hebben geluk met het weer, waren redelijk goed voorbereid en zelfs onze eigen kleding is voldoende voor gewone uitstapjes (op de slee red je het niet zonder het bontpak en de speciale laarzen), maar alles lijkt zo enorm inspannend in die kou, en continu al die laagjes aan en uit moeten trekken word je haast gek van. Maar wat een fantastische ervaring! Toen was het tijd om te rusten, douchen, en koffie en een stroopwafel te nemen. We hebben ook alvast zo veel mogelijk ingepakt voor morgen, zodat we de rest van de middag vrij zouden hebben.

Om 18:15 werden we opgehaald door Anders, die het busje bestuurde en ons naar Mamartut restaurant bracht; Simone zou ons terug ophalen, zij at vanavond niet mee; dat komt ook omdat het eten vanavond niet inclusief is in de prijs van de reis. We moesten aan het begin van de week aangeven of we dit wilde gaan doen want dit restaurantje is heel erg populair, en aangezien heel de groep het graag wilde, heeft Frank voor ons vanavond gereserveerd. Mamartut restaurant zou dus weer een culinaire beleving moeten worden omdat dit restaurantje gespecialiseerd is in de “moderne Groenlandse keuken”. Hmm, we hadden gisteravond al zo’n “fantastische” maar niet heus culinaire beleving gehad, en bij de Groenlandse keuken denk ik aan gefermenteerde vogeltjes in zeehondenvel, bevroren plakjes walvis en HEEL VEEL blubber…

Het was gelukkig niets van dat alles, het kleine restaurantje (20 plaatsen in de winter, iets meer in de zomer dankzij een serre die nu vanwege de kou gesloten was) was huiselijk en gezellig ingericht met tientallen oubollige “Deens-blauwe” borden van alle stadjes en gehuchtjes van Groenland, grappige en mooie beeldjes, en gezellige lampen van stof. De porties waren eerlijk en goed en mooi opgemaakt, en we hebben erg lekker gegeten! Een heerlijke walviscarpaccio vooraf met versuikerde angelica-wortel, en als hoofdgerecht een lekkere musk-os-steak. De huisgemaakte chocoladecake was helaas op maar gelukkig waren we in tegenstelling tot gisteren zonder toetje ook al lekker voldaan. En eigenlijk kwam het wel goed uit, want zo bleven we binnen budget en konden we het hotel in Kopenhagen morgen ook nog van onze cash betalen zonder extra te hoeven pinnen. Rond 21:30 waren we terug op de kamer, waar ik nog de laatste dingen inpakte en we rond 22:15 moe en voldaan in bed kropen.

free counters