Januari 2017: winters wandelen in Oostenrijk

Zaterdag 14 januari: thuis – Abersee, 895 km

Vanochtend ging de wekker om 4:55, en rond 5:15 zaten we in de auto. We hadden zoals meestal op deze winter-wandel-weekjes gelijk bij het opstaan de koffie aangezet en heet water in de thermos gegoten, en toen we verder klaar waren voor vertrek pas als laatste de koffie in de opgewarmde thermosfles gieten, zodat de koffie tijd heeft om een beetje door te warmen na het zetten en zo heet mogelijk de thermos ingaat. Hans was bijna (maar gelukkig net niet) vergeten de verwarming op standje vakantie te zetten, en toen konden we vertrekken. Er was vannacht een beetje sneeuw gevallen, maar het was aan het dooien dus die kon zo van de autoruit geveegd worden, en toen was het op naar Asten!


De rit ging voorspoedig, we zette de garmin pas aan toen we al zo’n drie kwartier onderweg waren maar ruim op tijd om ons door het knoppunt te leiden waar we altijd de mist in gaan sinds het een paar jaar geleden op de schop is gegaan. Eigenlijk is het daar heus bloedsimpel, als je het maar weet, maar de steden die je zou verwachten staan niet opgegeven op de borden, en daar gingen we dus steeds de mist in want voor ons was het in ieder geval niet gelijk duidelijk welke kant we op moesten. Gelukkig dat de garmin dat wel weet! We kunnen haar niet gemakkelijk meer aan de stroom houden in de auto, maar opladen thuis gaat prima, zolang ze maar steunt op het kabeltje (met extra druk door een elastiekje) zodat er voldoende contact gemaakt wordt. Het is ook al een oud beestje, op zich, we hebben dr in 2009 gekocht voor Mozambique, dus er mogen onderhand wel wat mankementen zijn maar liever niet natuurlijk… Onderweg naar Asten reden we in, en een paar minuten later weer uit, een stilhangende sneeuwbui; apart!

Bij Asten aangekomen, keurig op tijd rond 6:30, reden we naar de langparkeerplaats en er stond maar één bus; we waren een tweede gepasseerd onderweg, en het bleek dat het vandaag ook bij twee bussen zou blijven; eentje richting Voralberg, en de ander richting Abersee. Lekker rustig dus! Dat bekende dat we lekker vooraan een plekje konden vinden voor de auto, in de luwte van het gebouw want het zou komende week ook in Nederland guur kunnen gaan worden. We brachten de koffer en bruine tas naar het administratiegebouwtje, deden ons registreren, en toen liep Hans naar de balie om een langparkeermunt te halen (20 euro, dat is een leuke verdienste voor het hotel!) en ik naar het zaaltje waar er koffie en cake was.


De bus vertrok dit keer pas om 7:35, erg laat wat ons betreft, dat is weleens eerder geweest! Het sneeuwde af en toe een beetje, het was 1 graad boven nul, heerlijk! We hebben al gauw de eerste krentenbol genomen, die Hans gisteravond allemaal had staan smeren. En onze nieuwe winterjassen lijken vooralsnog meer dan warm genoeg te zijn. Om 9:30 kwamen we bij het wisselpunt in Duitsland waar de chauffeurs wisselde en er even een korte benenstrek- en plaspauze gehouden werd van 20 min.

Bijna overal heb je in Duitsland tegenwoordig van die Sanifair toiletten bij de stopplaatsen, waarbij je 70 cent betaalt en een kaartje krijgt. Vroeger was het zo dat er dan op het kaartje stond dat je 50 cent korting kreeg als je een kopje koffie nam (en dat deden we nooit want we nemen nooit koffie, zeker niet zo onderweg waar ie 3,50 kost), maar tegenwoordig wordt er veel en duidelijk geadverteerd dat je met het kaartje 50 cent korting op allerlei aankopen kunt krijgen, en je kaartjes kunt opsparen. Dat is natuurlijk opeens veel aantrekkelijker! Dus we deden dit keer de kaartjes maar zorgvuldig bewaren (en ik zag een kaartje die iemand anders vergeten was mee te nemen dus die heb ik ook maar gepakt), kijken wat we er mee kunnen doen… Hans had dagenlang 20-cent en 50-cent stukken gespaard van de boodschappen, en die hadden we apart in een kauwgompotje meegenomen, dat was nu ideaal want je had gelijk gepast geld om door de poortjes te kunnen.


Toen we met de nieuwe chauffeur vertrokken, deed hij een veiligheidsfilmpje afspelen; waar de nooduitgangen zijn, wat wel en niet mag aan boord, en waaraan je een keurmerk bus kunt herkennen, enz. Dat hebben we nog nooit meegemaakt maar is schijnbaar verplicht tegenwoordig! Hij slingert een beetje op de weg wat ik niet zo heel prettig rijden vind want ik voelde de voortekens van wagenziekte opkomen erdoor, hopelijk is dat alleen maar dat hij moet wennen aan de nieuwe bus en wordt dat gauw minder.

Er was af en toe een beetje sneeuw, op de meeste plekken onderweg was het een beetje of soms zelfs best wel wit, en we reden langs afslagen naar steden die we vorig jaar op ons Rijnreisje bezocht hadden, zoals Koblenzen Mainz. Leuk! Verder zaten de stoelen van de zo te zien nieuwe en luxe bus op de een of andere manier niet echt lekker, en deed mijn knie een beetje zeurderig. Wij hadden gisteravond wat eitjes gekookt die over waren, en gepeld meegenomen in een saladebakje (ideaal, saladebakjes van de Aldi, stevig plastic en je kunt er van alles in meenemen), en dat was nu een lekker 11-uurtje.


De chauffeur was een spraakwaterval en zat aan een stuk door te kletsen tegen onze reisbegeleidster en langlaufinstructrice Trees, we waren stiekem al lang blij dat zij de pineut was en hij niet tegen ons over de microfoon aan het kletsen was. Om 12:40 hielden we drie kwartier pauze bij hetzelfde wegrestaurant als een eerdere keer, dus Hans en ik zochten een rustig plekje op op de eerste verdieping waar er, net als de vorige keer, wat comfortabele kuipstoeltjes stonden. Toen we de trap af liepen naar beneden schoot mijn knie opeens op slot, en buiten nog een keer zodat ik bijna niet kon lopen van de pijn. Het heeft een tijdje geduurd voor hij normaal deed en ik heb er de rest van de dag last van gehad. Terug in de bus hebben we later geluncht met een krentenbol en een runderslaatje, erg lekker! En de koffie, ondanks dat hij een beetje te slap gezet was, smaakte nog altijd prima. Misschien juist omdat hij een beetje slap was, ik vind oude koffie namelijk altijd zo sterk worden.

Om 15:45 hadden we weer een plaspauze van 20 minuten bij een wegrestaurant (de tweede waar we inreden, de eerste bleek het parkeerterrein en het gebouw volledig op de schop te liggen en aan deze werd ook verbouwd aan het parkeerterrein); de chauffeur vertelde dat als hij ook maar 1 minuut te vroeg vertrekt, of zelfs de bus stationair laat draaien, de pauze niet meegeteld wordt en hij afgerekend kan worden op zijn rijtijden met forse boetes tot gevolg.


Om 17:45 volgde de laatste pauze, een half uur. We hadden eigenlijk tot nu toe steeds vlot door kunnen rijden ondanks dat het verkeersnieuws steeds van flinke vertragingen, files en zelfs sneeuwkettingen in Oostenrijk sprak. Wij hadden nergens last van, gelukkig maar!

Om 19:35 kwamen we aan bij ons hotel Zinkenbachmuhle in Abersee, Salzkammergut. Het weggetje er naar toe was wit, overal lag sneeuw, en toen we aankwamen sneeuwde het ook heel zachtjes zonder een zuchtje wind. Heerlijk, dat beloofde wat! Maar we hadden er dus 12 uur over gedaan om hier te komen, met vlot doorrijden. Laten we hopen dat de terugweg ook zo voorspoedig gaat want het is een hele lange zit en viel ons eigenlijk best zwaar dit keer. Maar met veel dutjes, veel spelletjes (in mijn geval, lang leven de powerpack om mijn mobiel tussendoor weer op te laden) en een paar series (in Hans zijn geval op de tablet), zijn we de dag wel doorgekomen.


We kregen onze sleutels, liepen naar onze kamer op de 2e verdieping, en moesten lachen toen we het licht aandeden; we hebben een ROND bed en de kamer lijkt wel een soort love-nest met een meterslange spiegelwand! Apart… Verder een keurige en comfortabele kamer met een meer dan keurige kleine badkamer. We hebben onze spullen gedumpt en zijn naar beneden gegaan naar de eetzaal, waar we na een welkomstdrankje bijna gelijk konden beginnen met eten; een prima driegangen diner, snel en efficiënt geserveerd.

Om 21:30 waren we klaar, werd er nog even aangekondigd hoe laat het ontbijt en zo zou zijn morgenochtend en konden we naar bed. We zijn even gaan kijken bij het zwembad, dat op een paar meter lopen van onze kamer lag (op de tweede verdieping!!!) en verrassend groot en diep was. Dat kan best eens lekker zijn! Daarna zijn we eigenlijk gelijk in bed gedoken, te moe om op te ruimen of uit te pakken, en moesten weer lachen toen we het licht uitdeden (nadat Hans 5 minuten had zitten puzzelen op de regelaars, de lichten deden van alles namelijk afhankelijk van hoe en hoe lang je ze indrukte)… We hadden een sterrenhemel op ons plafond! De Melkweg was in fluorescerende verf op het plafond geschilderd, geweldig! Het was dus zoals Enku in Ethiopiëgraag zei “a million star hotel”… Wel een stuk comfortabeler dan de rand van de vulkaan in de Danakil Woestijn overigens…

free counters