Januari 2017: winters wandelen in Oostenrijk

Dinsdag 17 januari: Gosau en Hallstat, 93 km

Vannacht was een wat betere nacht en we hebben allebei beter kunnen slapen. Met het raam open krijgt Hans het niet zo warm meer, en het lijkt er sowieso op alsof ze het nu iets minder warm stoken dan de eerste dag! De sterrenhemel op het plafond iedere avond als het licht uitgaat is wel erg leuk, al zijn we nog altijd niet echt gewend aan het ronde bed… Je moet zo’n eind kruipen voor je bij de rand bent, bijvoorbeeld, en je raakt echt een beetje je oriëntatiegevoel binnen het bed kwijt. Zo lag Hans vannacht ruim op mijn helft en thuis weten we precies waar het midden van het bed is en hoe ver je op de ander zijn kant ligt.


We zouden vandaag om 9 uur vertrekken omdat het zo’n drie kwartier rijden was, dus ontbijt was vanaf 7:45, maar Hans en ik hadden zoiets van we kunnen wel gewoon om 8 uur opstaan zoals steeds en dan met onze spullen mee naar het ontbijt zodat we niet meer naar boven hoeven. Het ontbijt is nog steeds prima, best uitgebreid, maar exact hetzelfde als iedere ochtend. Hans zegt dan, leg niet alle 8 soorten vleeswaar in een keer neer, maar leg er maar 5 of 6 vast neer en rouleer met de andere 3-2 soorten voor wat variatie. Maar ach, we mogen niet klagen want volgens ons houden ze heel weinig over aan zo’n groep als dit. We kijken af en toe naar de eigenaresse en verbazen ons over hoe onwennig ze het allemaal lijkt te vinden; als je zou zeggen dat ze een nieuwe serveerster is die het nog niet geleerd heeft zouden we het ook geloven. Ze loopt ook haast een beetje als een bang muisje rond in de eetzaal, het is geen geboren en getogen horecapersoon in ieder geval!


We reden langs een prachtige weg door een smalle kloof richting Gosau, waar er zo enorm veel sneeuw lag (er was weer vers gevallen vannacht) dat we op gegeven moment zelfs een wagen tegenkwamen die bezig was de dikke zware pakken sneeuw van de takken het dichtst bij de weg af te slaan, zodat ze niet op de auto’s konden vallen! De route zelf was echt heel erg mooi, overal enorm veel sneeuw, een stroompje, steile rotswanden en een zwak zonnetje die af en toe door de grijze sneeuwwolken prikte. In het stroompje had iedere steen een grote hoed van een dikke laag sneeuw, heel apart om te zien. Het sneeuwde af en toe nog heel zachtjes, zo licht dat je het amper merkt. Op gegeven moment kwamen we bij een meer waar de sneeuwwolken, witte bomen, bergwanden en gouden zonlicht prachtig in weerspiegelde.

We kwamen iets voor 10 uur aan in Gosau, waar de bus geparkeerd werd op het parkeerplaatsje van het lokale sportpark. Iets verderop in de straat was het Vital hotel, een hotel waar we dan konden lunchen, koffie drinken en zo. Hans en ik zijn even gaan plassen in de openbare toiletten van de sportvereniging en toen gaan kijken wat we wilde gaan doen. Er was volgens het kaartje eigenlijk maar één winterwandelpad en die leek langs de grote weg te gaan, maar we besloten toch maar eens het begin ervan op te zoeken.

Inderdaad, dat pad was helemaal niets. Het liep door een kale weide pal naast de grote weg, én bergafwaarts dus de oninspirerende terugweg zou ook nog eens bergopwaarts zijn. Daar hadden we echt geen zin in. Ik had bij het binnenrijden van Gosau een monument gezien in de portiek van het gemeentehuis, en dat leek me maar een paar honderd meter verderop de andere kant op, dus we besloten daar eerst heen te lopen. Het was inderdaad een monument voor de Eerste en Tweede Wereldoorlog voor soldaten uit de regio, waarvan de Tweede Wereldoorlog slachtoffers bijna allemaal in Rusland gesneuveld waren. Hèhè, eindelijk weer iets aan onze hobby kunnen doen, interessant en leuk! (Hans heeft deze week een boek bij, “Scherpschutter aan het Oostfront”, toevallig blijkt het dat veel scherpschutters in de Tweede Wereldoorlog uit deze regio van Oostenrijk kwamen).

Vanuit het stadhuis zijn we terug gelopen, want verder leek er niets meer te zijn, en op gegeven moment rechtsaf geslagen de zijstraatjes en heuvels in; tussen de huizen lopen was dan nog leuker dan zo’n kale wei naast de grote weg. We zagen een paar mensen die bezig waren de enorme pakken sneeuw van hun schuurtjes en garage af te halen; dat is natuurlijk een enorm gewicht en gevaar op instorten als het blijft liggen.

De eerste loop kwam weer op de grote weg uit, toen zijn we een volgende ingeslagen en kwamen langs het cultureel centrum na een steile klim, en zagen dat we nu redelijk dicht bij de twee kerkjes en het kapelletje leken te zijn – in ieder geval op dezelfde heuvel!

Dus liepen we nog wat verder omhoog tot we bij de eerste kerk uitkwamen, de Evangelistische kerk. Daar lag een begraafplaats naast, en was vanochtend duidelijk iemand geweest om het hoofdpad naar het kruis vrij te maken, maar voor de rest lag er letterlijk ruim een meter sneeuw; de meeste graven waren volledig onder de sneeuw verdwenen, alleen de grootste grafzerken staken er nog net boven uit! Veel te zien behalve wat hobbels en een enkel uitstekend deel in een dikke witte deken sneeuw was er dus niet, dus we zijn maar doorgelopen naar de volgende kerk.

Dat was de katholieke kerk, met de enigszins luguber uitziende kerststal er nog naast staand. Er lag op het terrein van deze kerk een heel klein begraafplaatsje, en tegen de muur van de kerk hingen twee herdenkingsplaquettes voor gevallen soldaten uit de omgeving, en een algemene herdenkingsplaat voor de beide wereldoorlogen. We komen weer goed weg vandaag! Ook stonden er twee graven van zo te zien jonge mannen, het was alleen onmogelijk te zien wat er op de grafzerken stonden vanwege de sneeuw, al hadden we de indruk dat in ieder geval een van de twee een ongeluk in de bergen had gehad. We zijn ook nog even in deze kerk gestapt, maar het was er zo koud dat het buiten haast warmer leek dus we zijn gauw weer naar buiten gegaan!

We liepen na de tweede kerk nog een klein eindje door maar die weg begon naar beneden te gaan, waardoor we straks waarschijnlijk op het winterwandelpad uit zouden komen als we terug wilde, dus we draaide om en namen een pad dat naar beneden ging in de richting van de bus. We kwamen rond 11:45 uit in het grote, onpersoonlijke, en waarschijnlijk dure Vital hotel uit, maar zagen geen hond; zowel geen personeel als medereizigers. Dus we zijn terug naar de hoofdstraat gelopen en besloten het een stuk authentieker uitziende Gamsjager Café in te schieten.

Het Gamsjager café was inderdaad erg authentiek… De geur van oudemensenhuis sloeg je tegemoet bij het openen van de deur, en het was er koud en we waren duidelijk de eerste gasten van de dag. Maar de antieke eigenaar kwam ons achterna – hij had buiten het pad door de sneeuw schoon staan maken – en samen met zijn antieke vrouw deden ze ons thee met lekkere cake serveren. De verwarming begon heel zachtjes te tikken terwijl we er zaten maar het bleef steenkoud binnen en we waren natuurlijk een beetje bezweet van het wandelen, dus we kregen het steeds kouder. Een paar klanten kwamen na ons binnen en voelde ook aan de verwarmingen! We vermoeden dat het antieke stel dit als een soort dagbesteding en aanvulling op hun oude dag deden, en alles wat binnenkomt is meegenomen. Maar veel uitgeven aan stookkosten doen ze niet! Hoewel, toen ik uit de steenkoude eetzaal naar de Arctisch koude wc liep, leek de eetzaal bij terugkomst opeens even een stuk warmer te zijn! We overwogen nog wat soep te nemen hier (de kleine kaart was piepklein, al hadden ze wel een aantal keuzes qua gebak) maar waren bang dat ie al koud zou zijn voor hij op ons bord kwam, dus besloten maar af te rekenen zodat we buiten weer een beetje konden opwarmen. Niet helemaal overdreven!

Het was nog vroeg, iets na 13 uur, en we moesten pas om 15 uur bij de bus zijn, dus na wat wikken en wegen besloten we een mooi aangestampt pad door de sneeuw naast een hardstromende rivier te volgen. Dat was een heel mooi pad; het water stroomde wild, de bomen waren zwaar van de sneeuw, de landschappen waren sowieso al mooi en af en toe nog eens extra mooi belicht door de zon die door de grijze sneeuwwolken brak, en vaak hingen er aan de onderste takken vlak boven het water ijspegels van het opspattend water.

Om 14 uur kwamen we bij een van de vele bruggetjes over het wilde riviertje en besloten we om te draaien en terug te lopen. Rond 14:30 waren we bij de bus en het was duidelijk dat de meeste mensen onderhand wel klaar waren want er stonden al een aantal te wachten tot ze de bus in konden. Dat kon ook gelukkig niet al te lang daarna, maar uiteindelijk zijn we toch pas rond 15 uur vertrokken want er waren natuurlijk nog wat mensen die wel de tijd helemaal vol gekregen hadden.

De rit terug door de smalle kloof was weer erg mooi, terugrijdend zie je weer andere dingen dan heengaand, en rond 15:30 kwamen we aan bij de tunnel die achter het plaatsje Hallstatt door gaat; dat plaatsje ligt tegen de steile helling geplakt aan het water van een prachtig meer (lijkt net Noorwegen), en je rijdt door de tunnel helemaal tot het einde, waar je uitstapt en dan te voet het dorpje verkent. Een heel mooi dorpje hoor, heel mooi gelegen aan een mooi meer met mooie berglandschappen, maar desalniettemin een grote touristtrap! En daar moesten we bijna anderhalf uur door zien te brengen. Zeker nu in het laagseizoen was er niets te beleven en de helft van de winkels en restaurants gesloten.

Hans en ik zijn maar gaan lopen, wat moet je anders? We werden door geïrriteerde locals die de toeristen duidelijk spuugzat zijn af en toe bijna van onze sokken gereden (zij mogen daar wel rijden), en om ons heen zagen we alleen Japanners, Koreanen en/of Chinezen, en zelfs Japanse Amerikanen, vreselijk… Het waren er gelukkig niet zo heel veel, maar in de zomer moet het hier vreselijk zijn! Gelukkig kwamen we al gauw een groots opgezet monument voor de gevallenen van de Eerste en Tweede Wereldoorlog tegen, dat maakte deze touristtrap weer een beetje goed!

Voor de rest slenterde we over de hoofdweg langs het water, het was wel mooi maar om er nou anderhalf uur te moeten blijven, pffff… We roken op gegeven moment lekker eten maar de meeste restaurants en koffietentjes waren gesloten en de geur leek uit een duur hotel te komen; een kom soep was wel lekker geweest maar laat dan maar zitten, het is niet vanwege de honger maar nu ook meer vanwege de verveling. Grappig (en ERG) was dat er overal posters hingen die adverteerde met dirndl-kleding te huur, met een Aziatische vrouw als model. Ongelofelijk!

Toen we aan het einde van de hoofdstraat kwamen vonden we na een beetje rondslenteren een straat omhoog, en kwamen toen terecht op een soort parallelle weg aan de hoofdstraat, maar boven de eerste rij huizen. En het was een wandelpad dus er reden geen overstresste bewoners botsautootje met de toeristen, en de Chinezen leken het ook niet ontdekt te hebben. Heerlijk wandelen dus!

We hebben dit looppad helemaal teruggelopen tussen de huizenrijen door, lekker rustig (we waren de enigste los van een vader met zijn klein kind op een slee, die gierde van het lachen toen ze samen de helling aan het einde afstoven), en kwamen helemaal terug aan het begin uit.

Het was nog veels te vroeg dus we liepen maar terug naar de bus, naar de supermarkt vlakbij, terug naar het begin van het dorp, en weer terug naar de bus. Inmiddels stonden er ook wat andere mensen bij de bus en in de supermarkt hadden we ook mensen van de groep gezien – iedereen was het wel zat inmiddels en er gierde een ijzige wind door de onderste straat plus alle horeca en bijna alle winkels waren gesloten dus de langlaufers met name hadden het koud. Die zijn dunner gekleed dan wij vanwege het zware werken tijdens het langlaufen, en ze hadden op aanraden van Trees wel dikke jassen meegenomen, maar ja, toch koud natuurlijk… Schijnbaar is er overigens in China een kopie van dit dorpje gemaakt als woningcomplex voor de nieuwe rijken! En daarom vinden de Chinezen het wel leuk om het origineel te bezoeken. De Japanners zijn ook dol op dit soort dingen.

Om 16:45 vertrokken we dan eindelijk richting Abersee terug; een mooie rit, maar men was moe en de bus was dus lekker rustig. We waren rond 17:30 terug op de kamer, en Hans is gelijk als eerste onder de douche gedoken, daarna ik, en toen hebben we nog eventjes kunnen rusten voor we onszelf weer aankleedde en om 18:45 naar beneden gingen voor het “boerenbuffet”.


Het was lekker, maar niet heel erg bijzonder, gewoon goed; en qua vlees maar net genoeg voor de hele groep om een keer te nemen. Tenminste, ik neem aan dat niet iedereen zijn bord volgeladen had met vlees maar net zoals wij van alles eentje gepakt hadden om te proeven, om dan eventueel later een tweede keer terug te kunnen gaan voor het lekker. Dat was dus voor de ham en dergelijke al amper meer mogelijk. Het boerenbuffet was duidelijk “oma” dr ding; de oude oma van de familie die iedere avond even kwam vragen of het smaakte (behalve zondag!) en vanavond als een trotse pauw bij haar buffet stond en eten opschepte of je iets aanraadde. Los van oma (en later op de avond opa die van stal was gehaald met zijn accordeon voor wat sfeervolle muziek) valt het ons op dat de eigenaar en zijn vrouw totaal niet proberen contact te leggen met de gasten. Niet net zoals in Brandenberg waar de eigenaresse je opwachtte en de terugkerende gasten bij naam kende en de nieuwe gasten hartelijk welkom heette, en waar er bijna iedere avond wel een kleine activiteit geregeld was vanuit het hotel. Maar dus ook opvallend dat er maar een terugkerende gast in de groep zat. Dit is gewoon een net hotel met goede kamers en prima eten, maar er is helemaal geen persoonlijke sfeer, waarschijnlijk omdat de eigenaars daar gewoon niet de mensen naar zijn.

Hans en ik hebben later op de kamer lekker nog een kopje koffie met een roze koek genomen. Het valt ons trouwens ook op hoe duur het hier allemaal is in dit deel van Oostenrijk. De horecaprijzen naderen die van Nederland, met 2,50 (lijkt wel vaste prijs) voor een kop thee, 3-3,5 euro voor een kop hete chocomel en 2,70-3 euro voor een kop koffie. We kunnen ons niet herinneren dat we in 2013 of 2014 zo veel moesten betalen in Oostenrijk, of dat het in Beieren Duitsland in 2016 zo duur was.

free counters