Januari 2017: winters wandelen in Oostenrijk

Woensdag 18 januari: Abtenau en Au, 137 km

We vertrokken vandaag weer om 9 uur want het zou een dik uur rijden zijn naar Abtenau, dus Hans en ik zijn weer om 8 uur opgestaan en met onze spullen bij naar het ontbijt gegaan om daar te blijven rondhangen tot we in de bus konden stappen. 7 mensen van de 29 gingen niet mee, die gingen naar Salzburg of bleven in het hotel. We wisten dat we al eens eerder in Abtenau geweest waren, en hadden het daarom gisteravond eens opgezocht; in 2014, inderdaad, zijn we eigenlijk niet echt in Abtenau geweest maar in het vlakbij gelegen gehuchtje Au in een mooie beschutte en weggestopte vallei. Het was ons alleen niet helemaal duidelijk van de beschrijving van Trees en de chauffeur of we nu naar precies dezelfde plek en naar hetzelfde restaurantje als standplaats zouden gaan.


De rit er naartoe was weer heel mooi, het zonnetje begon te schijnen en het was ijskoud, de thermometer in de bus was bij vertrek -10, en dook toen we in de buurt van Abtenau kwamen al naar -15 en zelfs af en toe nog verder tot maximaal -19. Ongelofelijk! Hans en ik hadden gisteren onze spijkerbroeken aangedaan met thermobroek eronder omdat we grotendeels tussen de huizen zouden lopen, maar hadden vandaag gelukkig onze skibroeken over onze thermobroeken aangetrokken. Onze spiksplinternieuwe dikke winterjassen (echte Boerenbond) doen tot nu toe goede dienst en zijn heerlijk warm. We zijn ze aan het proefdraaien voor Groenland in maart, vooralsnog zijn ze heerlijk warm terwijl we er onder nog geeneens dikke truien of zo hoeven dragen.

We reden weer door Gosau en zagen dat er hetelucht ballonnen net bezig waren op te stijgen; schijnbaar voor een wedstrijd of iets dergelijks. Mooi hoor! Toen we door Abtenau reden herkende ik het, en Hans ook wel: in 2014reden we door het stadje en stopte we niet maar reden door naar Au. Nu zette de bus eerst alle wandelaars behalve ons af bij het busstation, zodat ze daar in de omgeving konden rondwandelen. Wij hadden aangegeven dat we door wilde gaan naar de standplaats van de langlaufers, omdat we hoopte dat het hetzelfde mooie gebied zou zijn als een paar jaar geleden. De weg naar Au herkende we niet, maar opeens kwamen we in de kleine verscholen kom tussen steile bergen waar Au in lag en toen herkende we het gelijk. Mooi! We hadden dus ook de goede keuze gemaakt, om niet in het stadje al uit te stappen.

Enigszins tot onze verrassing kon Trees opeens de chauffeur vertellen welke kant hij op moest door de besneeuwde weggetjes van Au om bij het restaurantje dat onze standplaats zou zijn te komen; dus zij is hier ook eens geweest. Wij hebben namelijk steeds de indruk dat dit de eerste keer is dat ze deze reis maakt want ze lijkt niets te weten van de plekken waar we iedere dag heengaan. Zelfs het riviertje bij het hotel kent ze niet. Ze vraagt schijnbaar ook steeds aan de langlaufers hoe de loipes zijn en of ze moeilijk of gemakkelijk zijn en zo. Heel apart; die reisbegeleiders zijn vaker zo slecht voorbereid – zoals we op een eerder winterreisje begrepen zijn ze vaak afhankelijk van wat hun collega’s opgeschreven hebben en online gezet, en deelt niet iedereen zijn pareltjes met elkaar.

Wat lag er ongelofelijk veel sneeuw overal; alsof er een enorme bus scheerschuim geëxplodeerd was en alles had bedekt… Echt heel erg mooi allemaal! We reden over de smalle weg in Au en tot onze opluchting gingen we duidelijk niet alleen naar dezelfde plek, maar ook naar hetzelfde restaurantje als 3 jaar terug, Wandalm; daar was het toen heel goed lekker en gezellig vertoeven geweest! Trees had het restaurantje gebeld of ze open waren en ze waren speciaal voor onze groep open gegaan, dus was het min of meer beleefd om er gelijk ook bij aankomst in Au iets te drinken. Omdat de helft van de groep al eerder uitgestapt was als wandelaar, zijn we uiteindelijk met zo’n 12 man na aankomst om 10:30 naar het restaurantje gelopen en hebben Hans en ik een kopje warme chocolademelk genomen. Ik moest bestellen omdat Hans naar de wc was, en toen ik twei heische choco bestelde (mijn Duits is niet bestaand) vroeg ze “mit raume”? Dus ik zei ja. Maar raume is rum en room is sahne… Gelukkig hebben we het gauw ontdekt en rechtgetrokken, iedereen lachen natuurlijk! Het was hier in deze beschutte kom tussen de hoge steile rotswanden behoorlijk koud, zeker -15, en waarschijnlijk meer, dus de hete chocolademelk met ROOM smaakte goed zo aan het begin van de dag!

Rond 11:15 zijn Hans en ik weer op pad gegaan, op zoek naar een waterval die volgens de vrolijke Hongaarse serveerster vlakbij was. Ze had grofweg beschreven hoe we er moesten komen, en dus liepen we terug naar de bus waar het beginpunt zou zijn. Daar stond inderdaad op een zomerbordje waterval aangegeven, zo te zien over de langlaufeloipe die daar richting de hoge steile bergwand liep, dus zijn we richting de berg gelopen langs een mooi stroompje. Maar de loipe boog af naar links en er leek geen pad naar de bergwand te gaan, plus er was ook niets te zien op de bergwand zelf; goed kans dat de waterval volledig bevroren was nu, natuurlijk. We zijn een eindje meegelopen met de loipe op zoek naar een pad naar de bergwand toe, en toen maar omgedraaid en terug naar de bus gelopen.

Daar was namelijk ook een bruggetje over het water en daarachter een pad dat ook in dezelfde richting leek te lopen als waar het water vandaan kwam. Maar dat pad was niet geveegd en er was enkel een paar dagen geleden en een paar sneeuwbuien geleden iets of iemand overheen gelopen, dus dat was zwaar lopen; we liepen, zeker na de eerste paar meters toen andere voetsporen het opgegeven hadden en omgedraaid waren, letterlijk tot onze knieën in de sneeuw. En de sneeuw zelf was veel dieper dus als je uit het oude spoor stapte of pech had zakte je gemakkelijk tot je dijen weg! Heel vermoeiend lopen…

Wel was het een mooi pad, de bomen om ons heen waren zwaar van de vele sneeuw, en door de extreme kou was er ook nog eens rijp op de takken gaan groeien. Sommige takken hingen over het pad heen, vol sneeuw, en moesten we voorzichtig afkloppen, en dan zag je pas goed wat een zware last die sneeuw wel niet moet zijn, want eenmaal sneeuwvrij zwiepte ze omhoog en stonden opeens weer bijna rechtop!

Het was bergopwaarts lopen, door de diepe sneeuw, dus erg snel ging het niet. Gelukkig doet mijn heup met de dag minder pijn; ik moet die spier op de een of andere manier gewoon vreselijk verzwikt hebben of zo toen ik een beetje glibberde (niet eens echt uitgleed) op de ijzige weg op zondag! Op gegeven moment kwamen we bij een splitsing en toen werd het nog zwaarder om te lopen; maar veel verder hoefde we ook niet, want we kwamen al gauw bij het riviertje, twee stenen bakken die water konden aftappen van het riviertje en in de zomer gebruikt worden om forellen te kweken, en in de verte tegen de bergwand wat duidelijk in de zomer een waterval is, maar nu flink bevroren was. Mooi, maar we hoefde dus ook niet meer verder te wandelen!

De terugtocht was nog steeds wel zwaar maar iets gemakkelijker omdat we al een spoor hadden gemaakt – maar je stapte nog geregeld mis en zakte dan weer met een been helemaal weg. Hans had op gegeven moment bij een gevaarlijk overhangende tak vol sneeuw wel zin om te kijken hoe het zou zijn om die over zich heen te krijgen, en ging er onder staan; het viel eigenlijk best mee, hij werd niet zo bedekt als we verwacht hadden! Een beetje moe maar heel voldaan na een mooie wandeling kwamen we rond 12:45 terug bij het restaurantje.

We wisten dat het hier bij Wandalm lekker eten was en hadden wel zin in een lekkere lunch, plus we moeten iedere ochtend aankruisen wat we willen eten ‘s avonds en dat had er vanochtend niet zo inspirerend uit gezien, dus we besloten het er lekker van te nemen! We bestelde romige zachte bärlochsoep (er was tegenwoordig gratis wifi en daar kon ik opzoeken dat bärloch ook wel dassenlook, berenlook of woudlook heet, een wilde knoflookachtige plant die ook heel erg veel lijkt op bepaalde giftige planten… Gaat weleens mis dus) en friet met cordon bleu in mijn geval en mixed grill in Hans zijn geval. We kregen er een bordje heerlijke gemengde salade bij en hebben dus lekker zitten smullen! De serveerster vroeg nog vrolijk of we een toetje wilde toen we klaar waren maar er kon niets meer bij!

Ze vertelde trouwens ook in haar zangerige Duits met Hongaars accent meerdere keren dat vorig jaar hier een chauffeur van Kras overleden was, zo te horen in het restaurant zelf; nota bene eentje die wij kennen, de chauffeur die we in 2014voor de winter hadden naar St. Koloman. Aan een hartaanval, heel plotseling schijnbaar; hij moet in de 50 geweest zijn. Het had duidelijk diepe indruk gemaakt op haar, begrijpelijk!


Tegen de tijd dat wij aan ons hoofdgerecht begonnen waren begon de rest van de langlaufers binnen te druppelen, verkleumd maar tevreden; het is ook een prachtig gebied hier. Iedereen had behoefte om op te warmen en er kwamen allerlei goed uitziende gerechten op de tafels. Hans en ik zijn rond 14:15 weer op ons gemak gaan lopen; het was moeilijk om jezelf weer op gang te krijgen, uit die lekkere warmte en dat gezellige tentje en terug de kou in! En toen we buitenstonden leek het nog veel kouder dan het heel de ochtend gevoeld had – de zon was vanochtend begonnen over de bergen te klimmen maar was duidelijk niet verder de vallei in gekomen, dus we liepen nog altijd in de schaduw van de bergen.

We besloten nu over het bruggetje waar we vanochtend naar links het bospad ingeslagen waren, naar rechts te gaan. Daar leek namelijk een geveegd pad de andere kant op te leiden, maar die liep dood bij een oud huisje en wat schuren; dat was de vorige keer ook, herinnerde ik me op dat moment: toen hadden we er sneeuwengelsin een grote berg driftsneeuw gemaakt. Dit keer hebben we dat maar niet gedaan, want dan waren we niet meer uit de sneeuw gekomen vermoed ik, wat een hoop sneeuw ligt er overal! Helaas, dus maar omdraaien en teruglopen.

Bij het volgende bruggetje zagen we de langlaufloipe het bos in gaan, dus besloten we die maar een tijdje te volgen, mooi door het bos. Maar die ging al gauw met hoogteverschillen richting een andere vallei, en we liepen al weer een half uurtje, dus we besloten maar om terug naar de weg te buigen en terug naar het restaurant te gaan.

Toen we rond 15 uur bij de bus kwamen wenkte de chauffeur ons, schijnbaar had de groep het koud en wilde een half uurtje eerder vertrekken, dus om 15:30 en niet om 16 uur, wat geen probleem zou zijn want de wandelaars waren schijnbaar zelfs hier naar toe gelopen. Ze waren dus alleen nog op ons aan het wachten! Wij hadden geen moeite met stoppen dus zijn gelijk maar in de warme bus gedoken om te wachten op de rest van de groep. De chauffeur had vanochtend vanwege de hoge sneeuw overal moeite gehad met draaien op de smalle weggetjes, en is uiteindelijk een stukje achteruit teruggereden om bij een splitsing te keren, maar Trees wist dat niet en had de serveerster de burgemeester laten bellen van het dorpje, dus vanmiddag was er een sneeuwruimer druk bezig om de wegen breder te maken! Dat gaat zo gemakkelijk in die kleine dorpjes!

Het was een mooie lange rit terug naar het hotel, en iedereen begon een beetje te doezelen in de warme bus na de kou van Au, maar dit is wel een prachtige dag geweest, en het mooiste wandelen deze reis – samen met vlakbij het hotel, het pad langs de ijspegels. We waren rond 16:30 terug bij het hotel en zouden pas om 19 uur eten dus we zijn nog even gauw in het zwembad gedoken; we waren niet de enigste die dat bedacht hadden en hebben het zwembad deels van de tijd met twee vrouwen moeten delen – gaat net, mits iedereen oppast bij het langs elkaar zwemmen. Ook de sauna was populair. Daarna douchen en nog even rusten voor het eten; Hans kon zijn ogen niet openhouden en moest even een dutje doen!

Trees de reisbegeleidster had gelijk op de eerste dag al voorgesteld dat het misschien leuk zou zijn om een half uurtje voor het avondeten te borrelen met elkaar. Dat lijkt aangeslagen bij ongeveer de helft van de groep, en er zit altijd als wij naar beneden komen een grote gezellige kluwen van mensen. Maar dat betekent dat als je niet meedoet en naar de eetzaal komt vlak voor etenstijd er eigenlijk weinig opties zijn om bij mensen te gaan zitten aan tafel; je kunt het beste nog gewoon ergens gaan zitten en hopen dat iemand bij je wilt komen zitten. Ook merken we dat er niet echt veel aansluiting is met andere mensen, om de een of andere reden. Zo is er een hoog gehalte aparte tot zelfs onaangename mannen tussen de stelletjes, en weinig alleenreizenden die meestal wel goed aansluiten bij ons – of mensen zijn wel aardig maar deel van de borrelclub geworden en gaan daar dus ook bij zitten bij het avondeten na het borrelen – het is apart en we hebben het op eerdere winterwandelreizen nog niet zo meegemaakt. Sowieso natuurlijk is het hotel qua sfeer ook redelijk onpersoonlijk.


Het avondeten was vandaag inderdaad zoals we verwacht hadden niet zo heel bijzonder; het hoofdgerecht was goulash met plakken knoedeln, een beetje smakeloos en het deed mij teveel denken aan Ramil’s kookkunsten aan boord van de Rickmers Seoul… Ik kon de vieze zenen, pezen en vetkwabben van het slechte vlees dat we wekenlang gegeten hebben op de Stille Oceaan al haast weer proeven, terwijl dit gewoon best mals normaal vlees was. Het lag me niet! Na het eten hebben we dus lekker gauw ons kopje koffie gezet, met een halve roze koek dit keer want in de bus en tijdens het avondeten waren Trees en de chauffeur aan het lobbyen voor “een gezellige uitgebreide gezamenlijke lunch” onderweg terug naar Nederland. Dat kennen we, dat was in 2014ook; toen nog een 10tje, nu al weer 12 euro de man, voor wat toen een kom waterige lauwe tomatensoep was, en een bord met wat plakjes brood, plakjes kaas en plakjes ham met thee en koffie uit thermoskannen. Dus als wij niet meededen maar de groep ging zoiets nu ook weer doen, zouden we zelf in het midden van niets zitten en konden we maar beter wat te eten bij hebben zoals die roze koeken…

free counters