Mei 2017: Trans-Siberische Spoorlijn

Vannacht voelde het net alsof we op hoge snelheid aan het slalommen waren – we zijn wel een paar keer wakker geworden maar beginnen geloof ik te wennen aan de trein want op zich hebben we redelijk geslapen. We werden alleen in de vroege ochtend wakker van de warmte in de coupé, en inderdaad de verwarming stond aan op 25 graden (standaard temperatuur in Rusland).

We hadden gemerkt dat de Russen in de wagon hun beddengoed aan de provodnik gaven als ze die dag uit zouden stappen, dus wij deden dat vanochtend ook toen we om 9 uur opstonden. En toen gingen we onderzoeken waarom het zo bloedheet was in onze coupe. Het bleek in heel de wagon te zijn, en de enigste raampjes in de wc en gang die open konden waren dicht en op slot! Het was namelijk een heel klein beetje fris geweest vannacht dus de provodniks hadden vannacht de ramen die open konden in de gang op slot gedaan, want die lastige buitenlanders deden ze steeds open, en de verwarming flink opengedraaid. Geen wonder dat de Russen soms in hun boxershorts rondlopen in de trein! Pffff…

We hebben na het opstaan gelijk alvast een beetje ingepakt, en de Zwitser die naast ons zit zag ons verlengsnoer – hij was onder de indruk, daar had hij nog nooit aan gedacht om zoiets mee te nemen op reis. Wij zweren erbij, Hans heeft nog de avond voor we op onze eerste grote reis, naar Australië in 2006, even gauw een wat betere stekker aan het verlengsnoertje bevestigd, en sindsdien gaat hij altijd met ons mee op reis! Als ontbijt hebben we thee gezet en wat sultana-koekjes genomen.

Na lang gesmeek van een aantal van de buitenlandse reizigers in onze wagon streek de provodnik in de loop van de ochtend over haar hart en deed één raampje in de gang van het slot halen! Gelukkig voor Hans was dat net het raampje tegenover onze coupe, waardoor er een heel licht briesje ontstond bij ons. Pfff!

Het is verboden om te roken in de trein, maar soms ruiken we een sterke rooklucht, en we hebben het vermoeden dat mensen dan op het kleine platformpje tussen de twee wagons stiekem gaan staan roken. Net als bij een vliegtuig kun je aan de lichtjes aan het einde van de gang zien of de wc bezet is, en hoef je alleen maar je hoofd uit je coupe te steken om te kijken.

Om 11:31 kwamen we aan in Irkoetsk, het was 10 graden, winderig en regenachtig – 2 dagen geleden was het 33 graden geweest: we waren blij met de kou. Onze stadsgids sprak goed Engels en bracht ons in een minibusje naar Listvjanka, aan het Baikal meer. Het Baikal meer is toch een iconische plek in Rusland en aan de Trans-Siberische Spoorlijn, en al zijn meren over het algemeen niet direct iets waar Hans en ik erg wild van worden, we hadden wel het gevoel dat we dit meer moesten zien. Het Baikal meer is 636 km lang, en 1600 meter diep, en ligt op een breuklijn in de aardkorst dus er kunnen aardbevingen voorkomen.

We werden gebracht naar Nicolai’s guesthouse, een van de echt vele guesthouses oftewel pensionnetjes hier aan het meer, waar we onszelf konden installeren. Het is duidelijk big business om een pensionnetje te hebben en iedereen heeft of zijn huis verbouwd, of op zijn erf een extra gebouw gemaakt om in kamers te verdelen. De eigenaar had zijn eigen huis in kamers verdeeld, wat best een grappig effect was. We denken dat het hier in de zomer zwart ziet van de Russen en, in mindere mate, buitenlanders! We moesten onze schoenen bij aankomst in de serre uitdoen, en de kamers waren groot met ouderwetse meubels – en hadden zelfs een heel klein beetje uitzicht op het meer, aan het einde van de vallei waarin we nu zaten.

De kamers moesten verdeeld worden, aangezien er eentje op de begane grond was en de rest op de eerste verdieping, en Hans en ik moesten wel lachen want er is in onze “groep” (je hebt niets met elkaar te maken maar maakt delen van de reis samen en wordt dus samen opgehaald en naar overnachtingen gebracht en zo) een Engelsman met een Mexicaanse vrouw is. Normaal gezien moet hij alles voor haar vertalen, maar toen onze lokale gids hier nu in het Engels vertelde dat er een kamer op de begane grond was, was hij nog niet uitgesproken of ze was al naar voren aan het duwen om de kamer te claimen. Jaja…

Toen Hans en ik onze spullen gedumpt hadden in onze kamer hebben we een korte wandeling naar en langs het meer gemaakt. Op de hoek van de hoofdstraat was er een mooi monument voor de Tweede Wereldoorlog en de burgeroorlog, maar in het plaatsje was weinig open vanwege het laagseizoen – wij weten nu al dat we hier in het hoogseizoen niet willen zijn! We hebben in een minimarket (goed herkenbaar, het Russische woord ervoor is MNHNMAPKET met de “N”en in spiegelbeeld, supermarkt is ongeveer CynEPMAPKET) op goed geluk cake gekocht als lunch, want ik had behoorlijke honger en Hans lustte ook wel wat.

Toen we terug waren in het pensionnetje hebben we wat thee gezet. We hadden geen waterkoker op onze kamer dus we hebben beneden in het kleine gemeenschappelijke keukentje water gekookt en in onze veldflessen (met theedoek eromheen) naar onze kamer gebracht. De cake bleek Russische honingcake te zijn, “medovik” (schijnbaar volgens google kan dat ook “mediator” betekenen), en hij was echt heerlijk, zeker in combinatie met een lekker kopje thee!

We hebben even gerust en Hans heeft een klein dutje gedaan; we hadden eigenlijk afgesproken om met de Duitser en Zwitser die we op de trein hebben leren kennen en met dezelfde reisorganisatie als wij reizen op pad te gaan, maar vermoedelijk sliepen zij ook nog! In de loop van de middag verscheen een waterig zonnetje en werd het lekker weer buiten, en min of meer tegelijk met de Duitser en Zwitser werden we weer een beetje actief en spraken we af om inderdaad zo direct op pad te gaan met elkaar.

Rond 16 uur zijn we met zijn vieren in een kleine taxi gepropt die de pensioneigenaar ons aangeraden had en die naar het pension kwam rijden. We hadden besloten om naar het Baikal museum vlakbij te gaan, en vroegen de taxichauffeur ons daarnaartoe te brengen. De taxichauffeur dacht schijnbaar dat hij Grand Theft Auto aan het spelen was, en scheurde, met 90 km waar hij 40 mocht, kriskras door het verkeer op de hoofdweg langs het meer. Hij had ondertussen een lekker vlot dreunend muziekje opstaan als achtergrondgeluid. Pffff we waren blij toen we aankwamen!

Bij de entree naar het museum waar we kaartjes moesten kopen bleek de wat stille Duitser prima Russisch te kunnen – dat was handig! Dat had hij vroeger op schoon in Oost-Duitsland geleerd. Het museum was wel grappig om door te lopen, het ging over het ontstaan, verkenning en biologie van het Baikalmeer, en had mooie uitzichten over het meer tussen de coniferen om het gebouw heen door. In een zaal waren prachtige foto’s van het Baikalmeer in de winter – dat moet heel erg mooi zijn! Inmiddels was de regen gestopt en de zon gaan schijnen dus ondanks de koude wind was het heerlijk weer geworden. Schijnbaar is het meer zo helder dat als je er in een bootje op vaart, je tot ongekende dieptes nog de bodem kunt zien. Vanuit de kant van het meer natuurlijk niet, helaas.

Naast het museum was een klein plantenpark tegen een steile helling aangelegd, een soort botanische tuin vol enkel lokale Siberische planten en bomen waar je tussendoor kon lopen op (soms onmogelijk steile) houten looppaden. Het was een erg mooie wildernis van planten, bomen en verrassend veel bloemetjes (bijvoorbeeld de wilde voorvader van de rododendron), met, tussen de bomen door, mooie uitzichten op het meer.

We zijn langs de hoofdweg terug gewandeld naar het dorp – dankzij Grand Theft Auto waren we erachter gekomen dat het best te wandelen was, als je maar wilde, en niemand had direct behoefte om nog met een taxi te gaan!

Onze gids had ons vanochtend in de rit hiernaartoe aangeraden om de lokale omol vis te eten, een familielid van de zalm die alleen in het Baikalmeer voorkomt, en aangezien het alweer tegen het einde van de dag aan het raken was en we wel trek hadden, zijn we onderweg met zijn vieren in het “Listvyanka club restaurant” gaan eten. Ze hadden wat gerechten met omol erin, en die was best lekker, maar de vis heeft niet zo’n bijzonder uitgesproken smaak wat ons betreft. Het tentje was leuk ingericht maar qua eten niet zo geweldig en je moest alles apart bestellen – een vleesgerecht in Rusland schijnt namelijk bijna altijd alleen maar uit vlees te bestaan. Wil je groente dan moet je die apart bestellen, en meestal kun je dan alleen salade krijgen. De Duitser en Zwitser klaagde er ook over.

Het was in ieder geval erg gezellig en we hebben nog een eindje langs het meer gewandeld en, net toen we het een beetje zat begonnen te worden, kwamen we uit bij de vismarkt. Men was aan het afsluiten maar er lag nog genoeg gerookte vis om erg leuk te zijn. Ook werden er pijnboompitten verkocht, allebei producten typisch voor het meer. We waren op ons hart gedrukt door de lokale gids om erg voorzichtig te zijn met de lokale gerookte vis, en nu zagen we waarom – de vis was weliswaar gerookt, maar niet door en door, en vandaar waarschijnlijk niet altijd even goed te vertrouwen als je het niet gewend was. We hebben in ieder geval niets gekocht, en de Duitser en Zwitser alleen wat kleine souvenirs.

Rond 21 uur waren we terug in het pension en hebben Hans en ik lekker gedoucht en koffie met een stroopwafel genomen. Omdat het inmiddels al donker geworden was, moest het licht in de gemeenschappelijke keuken aangedaan worden zodat ik kon zien wat ik deed met de waterkoker, maar ik kon het lichtknopje niet vinden. De eigenaresse hoorde iets rondscharrelen in de keuken en kwam kijken, en wees me waar ik moest zijn – een hele onlogische plek waar ik hem nooit gevonden zou hebben! Om 23 uur lagen we in bed, moe maar voldaan!

free counters