Juli 2018: weekje Engeland

Vanochtend zijn Hans en ik om 8:30 opgestaan, hebben onze spullen opgeruimd en naar de auto gebracht, ontbeten en hebben Hans en ik na het ontbijt hartelijk afscheid van onze oom genomen voor we, na twee daagjes autovrij voor Hans, rond 9:30 weer samen op pad gingen.

Als eerste (na een paar tientallen kilometers op drukke snelwegen) doken we de plattelandsweggetjes in (óók druk) richting het piepkleine gehuchtje Flixborough, dat maar bestaat uit een paar huizen, een kerk en een failliete pub. Niks te zien hier, dus, maar Flixborough is een van de dertien "Dubbel Dankbaar Dorpjes" verspreid door Engeland, Wales en Ierland, dorpjes die zowel van de Eerste Wereldoorlog als van de Tweede Wereldoorlog alle jongens en mannen die gingen vechten levend terugkregen.

De meeste dorpjes maakte hier indertijd na de Eerste Wereldoorlog begrijpelijk niet zo veel ophef over, omdat om hen heen iedereen aan het rouwen was om de mannen die zij verloren waren. Maar sommigen zette wel een bescheiden oorlogsmonument met teksten om de levenden te eren, of om de algemene doden van de oorlog te herdenken, en anderen maakte weer een ander soort monument ter ere van hun overlevenden, of deden zelfs helemaal niets. Schijnbaar krijgen alle dubbel dankbaar dorpjes nu dit jaar, ter ere van het honderdjarig einde van de Eerste Wereldoorlog, een plaquette of monument om hun status te herdenken,


Flixborough lag genoeg op onze route om ervoor om te rijden, en zou wel interessant kunnen zijn omdat zij dus wel een wat uitgebreider monument hadden, ze hadden namelijk in de kerk een gebrandschilderde raam geplaatst. We parkeerde op het terrein van de verlaten pub, want ik had gezien op google maps dat je niet bij de kerk kon parkeren, en wandelde naar de kerk toe. Helaas bleek de kerk op slot en er was niemand om open te doen. We hebben er een rondje omheen gelopen op zoek naar een zijdeur die misschien open zou zijn, en ik zocht nog automatisch naar oorlogsgraven in het begraafplaatsje naast de kerk (logischerwijs vond ik er geen!!!), maar de kerk was hermetisch afgesloten. Helaas! Er stond alleen een herdenkingsvijvertje voor de grote chemische ramp die hier in 1974 plaatsvond, en terwijl we stonden te kijken verschenen er opeens 6 Afrikaanse guinea fowl op het muurtje; wat een gek gezicht! En hetzelfde typische geluid als we toen in de mooie kleine lodge aan de rivier in Namibiëhadden gehoord.

Dus maar weer op pad, waarna we door de "Lincolnshire Area of Outstanding Natural Beauty" reden, een landelijk erkend "bijzonder mooi" landschap dus. Ik ben bang dat wij dat er niet aan af zagen, het was wel aardig maar niet "bijzonder": gewoon mooie glooiende velden van goudgeel graan met daartussen grote groene bomen. Het was onderhand wel tijd voor een pauze, maar de hoofdweg door het AONB was druk en je mocht er 97 km/uur rijden dus er denderde constant vrachtwagens langs, en de zijweggetjes waren zo smal dat je er voor tegenliggers uit de weg moest gaan. Nergens plek om even te staan dus, maar Hans vond in een zijweggetje een toegang tot de velden waar we redelijk op konden rijden met de auto, en daar konden we even een tijdje rustig staan.

Hierna reden we het historisch stadje King's Lynn in, op zoek naar een “gewoon” oorlogsmonument op de markt, dat wel mooi moest zijn en een roll of honour erop had en zo. We zijn twee keer langs de coördinaten die ik gevonden had gereden, maar zagen op die plek alleen wat containers staan van wegenbouwers: het monument was duidelijk weggehaald, om op te knappen of omdat het in de weg stond. Grrrrr! Jammer!

Volgende punt op het programma was een hele mooie ruïne van een Noormans kasteel uit de 11e-12e eeuw, Castle Rising, die een paar honderd jaar geleden ingestort was en verlaten, maar desondanks goed bewaard gebleven: de buitenmuren van de centrale woontoren stonden er nog zo goed als, en we konden er uitgebreid in rondkijken en rondwandelen. Erg mooi en de aarden verdedigingswallen eromheen waren ook nog goed herkenbaar in het landschap.

Het kasteel lag in het gelijknamig dorpje en, hoewel het dorpje waarschijnlijk naar het kasteel genoemd is oorspronkelijk, heet het kasteel nu naar het dorpje dus het kasteel heette voluit “Castle Rising Castle”… We hebben even door het mooie, oude piepkleine dorpje eromheen gereden voor we verder reden.

Het laatste punt voor vandaag was "Grimes Graves". Naar mijn weten niets met graven te maken, maar een neolithische open mijnbouw waar men ruim 5000 jaar geleden vuursteen won. Schijnbaar was er in de oudheid een grote vraag naar de specifieke kwaliteit vuursteen die hier gevonden werd, die heel fijn van kwaliteit was en dus in allerlei vormen gehakt kon worden, tot flinterdunne naalden toe. Om die vuursteen te kunnen delven moesten ze tot een diepte van wel 9 meter graven, en er zijn in een groot veld in het bos dus ruim 400 van dit soort diepe putten te vinden, waar onderaan de toegangsschacht allerlei kleine, korte gangetjes aftakken. De schachten werden als ze uitgeput waren weer volgegooid met stenen, en nu zie je in het grote grasveld dus allemaal dipjes waar oude mijnschachten waren.


Het geheel stond vanuit de kant waarvandaan we het benaderde zo slecht aangegeven, dat we het piepkleine bordje pas zagen toen we langs de afslag zelf reden, dus Hans moest een eindje verderop een zijweggetje induiken zodat hij rustig kon keren – de hoofdweg waar we op zaten door het bos was weer zo’n drukke 97 km/uur weg. Vanuit de kant waarop we het nu benaderde konden we ook gemakkelijker afslaan, omdat de afslag eerst aan onze rechterkant was geweest (de weg oversteken) en nu aan onze linkerkant lag (gewoon afslaan). Toen we in de opening in het bos kwamen waar het moest zijn, was er eigenlijk niets te zien behalve een grote vlakte van bruin gras en een klein gebouwtje in het midden. Want dit was English Heritage dus uiteraard moest je entree betalen, zelfs al was er geen “entree”!

De twee dames in het gebouwtje (winkel/kassa) moesten zich helemaal doodvervelen, hier konden toch niet veel mensen op afkomen op een dag leek ons? We betaalde entree en wandelde het grasveld in. Je zag inderdaad wel wat dipjes in het landschap van een paar meter doorsnede, en tussendoor liepen half wilde schapen te grazen.

Ik wist dat een van de mijnen gerestaureerd was, en na eerst naar de verkeerde te lopen (er was er nog eentje namelijk die afgesloten was, misschien eentje die door archeologen voor onderzoek gebruikt werd) kwamen we bij de juiste schacht uit. Uiteraard was hier, want veiligheid gaat boven alles in Engeland, een klein hokje overheen gebouwd waar een van de dames al op ons stond te wachten. Ze zette de ventilator beneden aan, liet ons een vrijwaring tekenen en gaf ons een helm, en toen konden we een voor een naar beneden.

Via een steile 9 meter lange ladder konden we in de schacht afdalen. Beneden was er niet zo veel te zien, gewoon een put van een paar meter breed met kleine lage gangen aan alle kanten die met traliewerken waren afgesloten en verlicht met sfeerverlichting. Wel was de dikke laag witte krijtgesteente waar ze indertijd met de hand met gereedschap van steen en geweien doorheen gegraven hadden wel mooi te zien geweest tijdens het afdalen, en we konden duidelijk halverwege naar beneden de twee stroken inferieure vuursteen zien, en onderaan de put de dunne laag (misschien maar 10 cm dik) van hoge kwaliteit vuursteen. Weinig te zien maar het idee was leuk!

Toen we uitgekeken waren reden we naar Brandon, een dorpje vlakbij het stadje Thetford, waar we een overnachting geregeld hadden in een pub. De pub lag aan een drukke winkelstraat (er had wel op de boekingssite gestaan privé parkeerterrein, ook een belangrijk punt waarop we de overnachtingen selecteerden), dus we besloten een blokje om te rijden, misschien moesten we achter parkeren. We reden helemaal rondom en vonden niets, dus toen we weer langs de pub reden stapte ik uit om binnen te informeren en probeerde Hans een plekje te vinden of in ieder geval rondjes te blijven rijden rondom het blok tot duidelijk was waar hij heen moest!

De pub was enigszins groezelig en plakkerig maar de uitbater (ik dacht eerst dat het een stamgast was!) was erg aardig. Hij legde uit waar zijn parkeerterreintje was – je zou zelfs als je het wist er zo langs rijden – en leidde me naar achteren om te laten zien waar Hans moest zijn. Ik liep naar de straat en was onderweg in ieder geval al een beetje gerustgesteld over onze overnachting voor vannacht - er stond namelijk een keurig rijtje kleine moderne units achter op het erf, we zouden dus niet in een groezelig kamertje boven de pub slapen vannacht! Hans was nergens te bekennen in het straatje achter, dus ik liep weer door de pub heen naar de voorkant waar hij al gauw weer uit het zijstraatje kwam, stapte in, en leidde hem weer twee straten om… Hij kon met mijn aanwijzingen in het smalle pad duiken dat haast onzichtbaar achter een wit stenen huisje lag, en vond een plekje om te parkeren, waarop ik weer terug naar binnen ging om verder in te checken en de sleutel ophalen. Hèhè, gelukt allemaal, rond 17:15 waren we geïnstalleerd! En onze kamer in het rijtje units was echt keurig en schoon, en zelfs met aandacht voor design aangekleed. Alleen geen airco, helaas, dat kon nog weleens warm worden!

We zijn gelijk na aankomst even naar de Aldi vlakbij gelopen, en vonden nog wat dingetjes om te proberen zoals marinades en muntsaus, dus met volle broekzakken zijn we teruggelopen om de buit te dumpen, en daarna zijn we rond 17:45 weer op pad gegaan op zoek naar iets te eten (de pub, mijn oorspronkelijk plan, was toch echt te groezelig naar onze smaak). We hadden geen plan en sloegen zomaar straten in, maar al gauw kwamen we stom toevallig een Indiaas restaurant tegen waar we natuurlijk naar binnen gegaan zijn, en heerlijk hebben gesmuld! Ik denk dat het een van de beste, of misschien wel de beste, Indiërs was waar we ooit gegeten hebben!

Helemaal tevreden zijn we rond 19 uur terug gewandeld naar onze pub waar we de rest van de avond met de deur open voor de koelte hebben gezeten, en lekker wat thee en koffiegezet en gerelaxt. Rond 22:30 deden we de deur dicht en gingen naar bed, en net rond die tijd sloot volgens mij ook de pub, want het was even lawaaiig en druk buiten. Iemand deed achteruitrijden waarop een autoalarm afging, en toen werd dat voorval uitgebreid besproken buiten, maar al gauw werd het gelukkig weer rustig!

free counters