Juni 2018: weekje natuur in Noord-Spanje

We hadden na thuiskomst van de wereldcruiseal gauw weer de kriebels om iets te gaan doen, vooral nu omdat ik voorlopig nog vrij ben en het dus zonder vrij vragen op mijn werk kan. We hadden ons oog laten vallen op een mooie Mongolië rondreis, maar hoewel er nog plek was zo kort van tevoren, kon de reisorganisatie de reis niet meer aanbieden voor dezelfde prijs omdat ze de gereserveerde stoelen terug hadden moeten geven aan de vliegtuigmaatschappij. Ze konden ons wel de reis met korting “land-only” bieden, dat we dus zelf de vlucht zouden regelen, maar ondanks flink gezoek en geknutsel van Hans was het onmogelijk om een goede vlucht te vinden die niet letterlijk honderden euro’s duurder was dan de korting die de reisorganisatie ons kon bieden. Helaas, geen optie dus! Voor de rest was alles wat ons wel leuk leek te ver vliegen en/of te lastig qua visum, en gek genoeg, ondanks dat we op het cruiseschipvier maanden in luxe hebben geleefd, waren we nog doodmoe van de reis! We hadden wel zin om weg te gaan maar niet te ver dus...


Na zoek en dubben kwam Hans iets meer dan een week geleden opeens op een idee – zouden we niet gewoon een weekje naar een mooi gebied in Spanje kunnen gaan, daar een auto huren en een beetje rondtoeren? Hij had met name in gedachte de noordelijkste strook van Spanje, met het indrukwekkende gebergte van de Picos de Europa, een gebied waar hij al lang naar toe wilt maar dat er nooit van komt. We zijn gelijk aan de slag gegaan, vonden een goede vlucht naar Bilbao, boekte een goede huurauto, en toen ben ik in een week tijd een route in elkaar gaan draaien, gefocust op natuur en landschappen en grote steden vermijdend, en aan de hand van die route alvast onderweg overnachtingen boeken via een boekingssite zodat we in ieder geval niet nog aan het einde van een lange dag Hans haarspeldbochten laten draaien in de bergen ook nog een uurtje zouden moeten zoeken naar een overnachting.


Het was dus weer eens een drukke week zo vlak voor vertrek, plus we zwemmen bijna iedere dag ’s ochtends, en we moesten nog altijd een beetje terug in het ritme komen na 4 maanden niet te hoeven koken, boodschappen of huishouden te doen! Én, omdat het zo kort dag was kon onze vaste taxichauffeur ons alleen ophalen van Schiphol, en niet ook brengen op de heenweg, dus moesten we nog op zoek naar een taxibedrijf in onze omgeving die niet gelijk het dubbele of driedubbele kostte van wat hij normaal kost... We vonden er eentje, maar dat werd een combinatie-taxi met andere mensen die naar Schiphol gebracht werden, en dat betekende dat we om 4:15 opgehaald zouden worden voor een Europese vlucht die pas om 9:15 vertrok! Pfffff... Gelukkig bleek de dag van tevoren dat we “pas” tussen 4:30 en 4:45 opgehaald zouden worden, maar het ging hoe dan ook zeer doen vanochtend!


Dus, na nog een lange avond inpakken en alles klaarmaken voor vertrek, en een rusteloze, slapeloze (en KORTE!) nacht vanwege alle pre-reis spanning, ging vanochtend de wekker om 4:15, oef, dat deed zeer! Gauw aankleden, de laatste bananen opeten en keurig op tijd om 4:45 stond de taxi-bus voor de deur! We kregen zelfs een geautomatiseerd telefoontje enkele tellen voor hij er was dat hij er aan kwam. Gelukkig waren de andere passagiers al opgehaald, het verkeer viel enorm mee, we konden vlot doorrijden en we hebben rustig zitten doezelen achterin het busje tot we veels te vroeg op Schiphol aankwamen.


Gelukkig konden we al wel terecht bij de incheckbalie, die als zodanig hier in dit gedeelte van Schiphol niet meer bestaat: het was weer zo’n volautomatische “bagage-versnipperaar” als toen we naar Afrikagingen vorig jaar – we kregen niet eens meer een ticket, en hebben gereisd met een QR-code op onze mobiels als ticket. De bagage-inslikmachine maakte dit keer niet zulke enge versnipper geluiden, en met onze ene koffer ingeleverd konden we met onze handbagage (een rugzakje, voornamelijk voor de elektronica en medicijnen, en een tasje met wat eten zoals de appels en gekookte eitjes die op moesten en wat dingen om voor vandaag en van de week te eten) richting de veiligheidscontrole te lopen.


De veiligheidscontrole was druk, rommelig en lawaaiig, maar ging op zich wel redelijk vlot; het waren vooral de passagiers zelf die voor de vertraging zorgde, de medewerkers lijken allemaal inmiddels beter en sneller te werken dan toen deze “straat” met bodyscanners en bagagescanners net opgezet was – een jaar of twee-drie geleden ging nog driekwart van de gescande handbagage naar de menselijke inspecteur om nog extra te checken, nu bijna niets meer. Hoewel we nog twee jaar geledeneen inspectie kregen van onze bruine tas omdat ze in de scanner de pakjes stroopwafels niet konden identificeren; zoals de inspectrice toen vroeg, of we KAZEN bij hadden! Nu konden we (los van het gezin met oma die alleen maar oog had voor haar kleinkind en vergat dat ze zelf ook door de scanner moest) dus gelukkig zonder extra controles doorlopen.


Om 6:15 waren we dus al overal doorheen (we vlogen pas om 9:15), en zijn op ons gemak het kleine kwartier wandelen naar onze gate geslenterd. Bij de gate zat het vol zakenlui voor het komende vliegtuig die allemaal om en om zaten op de banken – dus steeds één stoel bezet en één stoel vrij – maar achterin ons gedeelte (eigenlijk al gedeelte van de volgende gate) vonden we een rij stoelen waar we naast elkaar konden zitten en onszelf installeren. Om 6:45 stapte de zakenlui in hun wachtend vliegtuig en konden we een beter plekje dichterbij onze eigen gate zoeken.


Bij het volgende vliegtuig dat om 7:55 vertrok werd bij het boarden een wat oudere vrouw opgehaald voor gehandicaptenvervoer, die net daarvoor uitgebreid rondgelopen had in de terminal. Wat later zagen we buiten dat ze met de speciale gehandicaptenbus naar haar vliegtuig gebracht was, een soort container die als een hoogwerker omhooggaat zodat de gehandicapten zo het vliegtuig ingerold kunnen worden. Ze liep er zelf in; het kwam een beetje vreemd over maar we denken dat ze misschien geen trappen kon of mocht lopen, en dat ze daarom op deze omslachtige manier aan boord moest, maar een apart gezicht was het wel!


We hebben ons natuurlijk een paar uurtjes zitten vervelen en dan ga je om je heen kijken en mensen kijken, en zowel Hans als ik hebben regelmatig dat we denken gezichten van het cruiseschipte herkennen – zowel bemanning als passagiers. Om 8 uur hadden we honger en hebben we een kaneelkoek van de Lidl gedeeld, en daarna heeft Hans een klein dutje gedaan, en heb ik even 5-10 minuten zitten knikkebollen.


Om 8:55 konden we aan boord van ons vliegtuig, en keurig op tijd vertrokken we. Maar eerst moest natuurlijk iedereen zijn spullen kwijt in de cabine, en aangezien de Cityhopper waar we in zaten al niet zo groot was, en de bagagebakken ook niet berekend waren op hutkoffers maar een hoop mensen die wel bij hadden, moest er even geknutseld worden. Wij hadden twee lichte kleine en zachte dingen bij als handbagage, en moesten uiteindelijk een van onze eigen tassen tussen onze voeten op de grond zetten omdat de overwegende harde bagage van anderen anders niet in de bagagebakken paste. De stewardess deed nog even proberen het deksel van de bagagebak door te douwen op onze zachte rugzak die ze boven de harde hutkoffer van een andere passagier had gepropt, waardoor onze laptop in de rugzak klemgezet werd, maar gelukkig ging het goed en bleef onze laptop heel. Ik greep in en heb zelf de bagage herschikt, en dus ons kleine tasje tussen mijn voeten gezet om ruimte te maken en de rugzak met de laptop te beschermen.


We kregen, eenmaal in de lucht, al gauw wat te drinken en een snackbox aangeboden, die er goed uit zag, met een plakje cake bovenin het van boven open doosje. Alleen dat bleek het ver te zijn, er zat verder alleen nog een klein bekertje water in. Damn, wat een teleurstelling: ik dacht er zit nog van alles onder dat plakje cake verstopt om te snoepen! Wel kregen we tijdens de 2 uur durende vlucht nog een tweede keer drinken aangeboden, dat is relatief gezien betere service dan dat we soms op langere vluchten krijgen. We hebben een beetje gedoezeld tot we, 10 minuten voor op schema, om 11:05 landde, na een prachtige benadering op Bilbao over ruige bergen. Zag er goed uit!

Het vliegveld was van witgeverfd beton en glas, in gebogen vormen, ontworpen door een beroemde Spaanse architect, en had mooie doorkijkjes maar was helaas in de praktijk niet zo praktisch. Met name kwam het benauwend en klein over, en waren de doorstromen van mensen en de bewegwijzering duidelijk ondergeschikt geweest aan het concept tijdens het ontwerpen. Zo liepen we te zoeken naar de bagagehal en later naar de autoverhuurders omdat je door de vele betonnen bogen in de schuine zijwanden niet zag waar de daadwerkelijke doorgangen waren. Maar wel was het verder een keurig vliegveld met een ontzettende snelle bagageservice – tegen de tijd dat we naar de bagageband van onze vlucht liepen zagen we al onze koffer eraan komen! Wat ik ook nog nooit gezien heb op een vliegveld is een enquête-paneel met de vraag hoe je de bagageleverservice vond – de meeste mensen drukte net als wij op de grote groene tevreden smiley knop!

We waren te vroeg geland en onze bagage was te snel aan gekomen, en dus waren we al om 11:45 (ondanks een keer verdwalen) bij de autoverhuurder. En we hadden onze auto gehuurd vanaf 13 uur. Pffff, toch maar even in de rij gaan staan en vragen of we hem heel misschien al wat eerder konden krijgen... Helaas was dat niet mogelijk omdat we hem via een andere verhuurder (met betere verzekering) hadden geboekt, en hij dus prepaid was en zij zelf de boeking niet meer konden wijzigen, of zoiets. Dat betekende wachten – de baliemedewerkster zei wel dat we waarschijnlijk al vanaf 12:45 terecht zouden kunnen voor onze boeking.


Dus hebben we maar een bankje in de hal tegenover de autoverhuurders opgezocht en een beetje gehangen en geluncht, want we hadden ook maar één bar-achtig tentje gezien in de ontvangsthal, en hadden geen zin om daar naar terug te lopen. We hebben nog een kaneelkoek gedeeld, en hebben twee van de vier hardgekookte eitjes die we bij hadden opgegeten, en wat gedronken. Je kon vanuit de balies van de autoverhuurders zo via een schuifdeur naar de parkeergarage ernaast lopen, dus ik heb de gps daar in de buitenlucht alvast zichzelf op Spanje laten instellen – de eerste keer dat je die in een vreemd land aanzet moet hij altijd extra lang zoeken. En voor de rest maar een beetje zitten wachten tot het tijd was.

Om 12:45 stapte we weer naar de balie en konden nu gelukkig de auto wel ophalen. Nadat alles ingevuld was en we de papieren en sleutel gekregen hadden konden we naar ons huurautootje lopen; die zag er netjes uit, de medewerker had al aangegeven waar er een krasje op de wielkast zat, maar we zijn hem nog even nagelopen voor de zekerheid, en hebben toen onze spullen in de auto gedumpt en zijn gaan rijden. Het voelde voor ons allebei heel erg vreemd om in een rechts-rijdende auto te zitten – als we een auto in het buitenland huren is die de laatste jaren altijd een linksrijdende auto geweest, en nu voelde het dus heel onnatuurlijk om gewoon te zitten zoals je thuis ook zit en te moeten rijden zoals je thuis ook rijdt! Bizar...

Ik had als eerste punt op het programma de gemeentelijke begraafplaats van Bilbao ingepland, omdat daar volgens www.tracesofwar.nl(een van onze belangrijkste referentiewebsites tegenwoordig als we een reisje geboekt hebben, om te kijken wat er ergens aan Eerste en Tweede Wereldoorlog en andere interessante historische monumenten te vinden zijn) een mooi graf voor “nationalistische soldaten” moest zijn. We gaan ons dit weekje niet focussen op de Spaanse Burgeroorlog want dan komen we niet vooruit, overal zijn daar monumenten voor, maar dit graf leek me wel interessant om te bekijken, vooral vanwege de stijl ervan; het deed me denken aan Eerste Wereldoorlog monumenten in Jugendstil-stijl, zoals de standbeelden van de Auckland War Memorial, want er zou volgens de foto die ik ervan gezien had op iedere hoek van het graf een levensgroot standbeeld van een peinzende soldaat moeten staan.


We reden het parkeerterrein op van de begraafplaats en er was om te beginnen al een bijzonder indrukwekkende U-vormige galerij van bogen als welkomstgebouw. Ik had op internet bijna exact de plaats gevonden waar het graf moest zijn, om ons tijd te besparen, en daar liepen we dus als eerste naartoe. Er was op die plek wel een groot ongemarkeerd graf met op iedere hoek een lantaren, eigenlijk precies zoals ik het me voorstelde, maar geen soldatenbeelden te zien. Nu wisten we niet zeker of het graf dat we zochten van nationalistische pro-Franco soldaten was, (en dus “slecht” of in ieder geval controversieel) of een graf van Baskische nationalistische soldaten (en dus “goed”, of in ieder geval hier in Baskenland helden maar in de rest van Spanje controversieel), maar het leek er niet op alsof op het graf waar we bijstonden recent iets afgebroken was, dus hier kon het vast niet zijn.

We zijn een beetje rond gaan zwerven, en waren volledig verbaasd door de enorme grote van de begraafplaats, de grote van de familiegraven (sommige waren torens van wel 2-3 verdiepingen hoog!), de vele beelden overal (de Russen zijn dus duidelijk niet de enigste met hun prachtigeNovodeviche begraafplaats), en hoe dicht het bij het vliegveld lag. Geen laatste RUSTplaats hier: in Gibraltarlag de begraafplaats nog naast het vliegveld, hier kwamen de vliegtuigen vlak over onze hoofden heen razen tijdens het opstijgen en landen! Wow... De een na de andere, ongelofelijk! We hebben er een tijdje rondgelopen en onze ogen uitgekeken, en als we op de terugweg naar Bilbao ons vervelen dan weten we nu wel waar we nog een paar uurtjes kunnen slijten, want je kunt hier zo een hele dag doorbrengen zonder alles gezien te hebben. Maar het graf van de soldaten hadden we nog niet gevonden.

We besloten, terug bij de ingang gekomen, om bij het kantoortje te gaan vragen of zij ons misschien de juiste richting in konden wijzen, maar zagen dat het al 13:15 was en het kantoor maar tot 13 uur open was. Jammer. Onderweg naar de toiletten op het terrein ben ik toch weer even naar de website van tracesofwar gegaan om te kijken of ik aan de hand van de omgeving het graf kon identificeren, en het was inderdaad toch het graf met de lantarens geweest: de reden dat we het niet herkende, was omdat we niet hadden kunnen zien dat er recentelijk iets weggehaald was omdat de soldaten op aparte plinten los in het gras eromheen hadden gestaan. We liepen terug naar het graf en nu dat we het wisten zagen we het wel, het gras was teruggegroeid maar was wel minder egaal rondom het graf dan verderop, dus zo te zien een half of heel jaar geleden opgegraven geweest. Om wat voor reden dan ook die we nooit zullen weten, maar vermoedelijk iets met de controversiële aard van het graf te maken heeft, zijn heel recent geleden de soldaten-standbeelden weggehaald en is alleen het graf (zonder opschrift) overgebleven. Altijd interessant zulke ontdekkingen!

Tevreden met een leuk eerste uitstapje zijn we een paar kilometer verder gereden naar de enigste Commonwealth begraafplaats in Spanje, hier vlakbij in Bilbao dus – er is ook nog een Duitse begraafplaats, schijnbaar, maar die ligt vlakbij Madrid, dat is een beetje ver omrijden voor ons! Het was eerst niet helemaal duidelijk of we erop konden, want het hek van het terrein was dicht (maar die konden we zelf openschuiven, gelukkig), en de poort naar de begraafplaats zelf leek met een ketting afgesloten tot we zagen dat de ketting niet echt het hek zelf afsloot. Mooi zo! Het bleek weer een oude Engelse begraafplaats te zijn die in de loop der tijd ook voor andere nationaliteiten gebruikt is, en in ieder geval vanaf eind 19e eeuw graven had liggen.

De begraafplaats zelf was niet zo goed onderhouden en wat onderkomen, maar het kleine stukje dat als Commonwealth begraafplaats was aangelegd was keurig onderhouden, vol kleurrijke bloemen en mooie struiken. Erg mooi! Er stond op de plint waarin het gastenboek bewaard wordt een bordje dat het gastenboek helaas door omstandigheden niet permanent in de plint beschikbaar kan liggen, maar dat als het er niet ligt, de verzorger van de begraafplaats het in beheer heeft. Er stond een prachtige palmboom die als een parasol schaduw wierp over een deel van het ereveldje, en we hebben er even uitgebreid rondgekeken; er lagen graven van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, en los van de Commonwealth soldaten (waaronder ook een enkele Nieuw Zeelander en Australiër) lagen er ook twee Polen, met de karakteristieke enigszins puntige grafstenen. We hebben gemerkt dat je aan de vorm van de grafsteen vaak al kunt zien of het Commonwealth, Nederlands of Pools is – zo waren de Nederlandse graven in Hong Kongjuist veel boller afgerond dan de standaard Commonwealth grafstenen.

We hebben nog even rondgelopen over de rest van de begraafplaats, met een half oog op de poort mocht er opeens een opzichter met een sleutel komen om de ketting om de poort te wikkelen en ons op te sluiten! Toen we rond 14:30 uitgekeken waren zijn we terug gewandeld naar de auto vlakbij en heb ik de coördinaten die ik op internet gevonden had van een kloof in de “Collados del Asón Natural Park” ingepland; het zou hopelijk een mooie manier zijn om via het binnenland en wat groener gebied naar onze overnachting voor vanavond te rijden, en een prettiger alternatief voor de snelweg.

Voorlopig zaten we echter al gauw in een langzaam-rijdende file om de stad uit te rijden! Na een klein half uurtje overvolle snelwegen en langzaam rijdend verkeer door samenvoegingen van wegen en ongelukken sloegen we rond 15:45 af weg van de snelweg op een provinciaalse weg en werd het gelijk een stuk rustiger.

Nu reden we opeens naar ons gevoel in een heerlijke groene oase van frisgroene bomen. Af en toe zagen we al imposante rotsen, zowel naast de weg als in het landschap, en mooie vergezichten door de bomen heen.

Rond 16:15 reden we het plaatsje in waar het “interpretatie-centrum” van het nationaal park was, en ben ik daar even naar binnen gestapt terwijl Hans in de auto bleef, om in mijn beste Spaans te vragen of ze Engels spraken. Een vriendelijke man zei “een beetje”, dus ik zei dat ik een beetje Spaans sprak, en we beloofde er samen uit te komen. Met een combinatie van Spaans, Engels, op een kaartje tekenen en gebarentaal kwamen we een heel eind en heeft hij alle bezienswaardigheden van het gebied omschreven. Hij gaf me de kaart gratis mee, vroeg waar we vandaan waren voor zijn logboek (er werd keurig tot op de minuut genoteerd dat er een Nederlander langs was geweest), en wenste ons een prettige dag.

We zijn als eerste naar een uitzichtspunt vlakbij gereden, dat al bij het gebouwtje aangegeven stond. Het was inderdaad erg mooi, we stonden op een platform dat boven een hoge klif hing, in de bocht van een rivier. Ik denk dat het in de lente nog het allermooiste moest zijn, als al het smeltwater uit de bergen naar beneden komt razen en tegen die bocht aan beukt.

Toen zijn we gereden richting de bron van een van de rivieren in het gebied, maar die konden we niet vinden. We reden door naar mijn oorspronkelijke coördinaten, dat volgens internet het begin van een wandeling naar een prachtige steile kloof zou moeten zijn. Dat bleek, volgens een informatiebord, echter een wandeling van 13,5 kilometer en 5,5 uur te zijn, dat gingen we echt niet doen! De coordinaten hadden ons naar een klein parkeerterreintje geleid (er konden zelfs bussen staan) speciaal voor de wandelaars, en de man in het informatiecentrum had uitgelegd dat we voorbij die parkeerplaats moesten rijden en dan een mooie afdaling per auto de vallei in zouden kunnen doen, en zelfs stoppen om naar de voet van een waterval te wandelen als we wilde.


Dus we zijn doorgereden en inderdaad, die wandeling van 5,5 uur zal ongetwijfeld bloedmooi zijn, maar dit was ook schitterend. Dit was de kloof die ik op internet gezien had en waarvan ik dacht dat we ernaartoe moesten lopen, maar we konden er zo doorheen rijden, echt heel mooi! Loodrechte grijze rotsmuren, een kleine waterval die eroverheen viel, overal begroeiing waar het niet te steil was, en prachtige vergezichten. Ik had dit gebied in de route opgenomen als afsteggertje, het had me vanaf internet wel aardig maar niet zo heel bijzonder geleken, maar het was een prachtige rit en een prachtig gebied, we hebben ervan genoten.

We hebben de bochtige afdaling naar beneden gereden en regelmatig even gestopt of afgeremd om van het uitzicht te genieten, en eenmaal beneden in de vallei bleek dat Hans toch wel een beetje moe begon te worden onderhand, dus hebben we het laatste punt van het programma, een ritje naar de kust om naar wat mooie rotsen in de branding te kijken, geschrapt en heb ik gelijk het hotel ingepland; scheelde zo’n 40 kilometer omrijden.

Via nog een hele mooie rit, waarbij we op gegeven moment bij het oversteken van een bergpas zelfs even een tijdje in de mist reden, zijn we naar het kleine plaatsje Vioño gereden, waar ik de eerste overnachting had gepland. Rond 18:15 waren we bij het kleine lokale restaurantje / snackbar / café / goktentje / hotel waar we zouden overnachten, en toen ik in het Spaans de eigenaren begroette en vroeg of ze Engels spraken, zeiden ze vrolijk geen woord te kunnen spreken. Oef...

Met mijn hakkelend Spaans kwamen we er wel, en begrepen we dat we bij hun konden eten maar hun restaurantje pas om 21 uur open was. Ook konden we morgenochtend ontbijt krijgen; eerst pas om 9 uur, maar de eigenaar streek over zijn hart toen we aangaven dat dat te laat was en 8 uur kon ook wel. Mooi zo. We hebben onszelf in onze nette functionele kamer geïnstalleerd, en Hans is gelijk doodmoe onder de douche gestapt om op te frissen terwijl ik om de wifi-code ben gaan vragen – ik had al een heel zinnetje voorbereid in het Spaans, maar ze zagen me verschijnen met mijn mobiel in de hand en begonnen al gelijk op een briefje te schrijven wat de code was, ik hoefde niet eens iets te zeggen! Toen Hans klaar was met douchen ben ik gaan douchen, en enigszins opgefrist hebben we gerust tot het 21 uur was.

Om 21 uur gingen we naar beneden om in het restaurantgedeelte te zitten, als enigste – in de bar en op het terras buiten werd op tv’s gekeken naar de WK match Spanje-Iran, en toen na een paar minuten de eigenaar het restaurantgedeelte instapte zette hij ook gelijk daar de tv aan. Hij gaf ons hetzelfde menuutje als in de bar stond, een zeer eenvoudig menu van broodjes, hamburgers, en wat “schotels” in de stijl van vlees-eitjes-friet. Hmmm, ok. We bestelde allebei een andere schotel, ik kip met gebakken eitjes en friet, en Hans lamsvlees met gebakken eitjes en friet. Dat was ook precies wat we kregen, alles in het vet drijvend, het vlees amper bruin gebakken, en nog geen blaadje peterselie erbij. Pfffff. De eigenaren hadden het enorm druk want het bargedeelte was vol mensen en ze leken niet heel erg georganiseerd te zijn, maar ze waren altijd vriendelijk en attent als ze langs schoten, en vroegen regelmatig of we nog iets nodig hadden.

Toen we gegeten hadden wat we wilde zijn we terug naar boven gegaan en hebben we een kopje oploskoffie gezet en een stukje chocola genomen, voor we al gauw naar bed zijn gegaan want we waren hartstikke moe, zeker Hans die doodop was.

free counters