Juni 2018: weekje natuur in Noord-Spanje

Het hotel bleek redelijk gehorig te zijn want het lag, zoals zo veel huizen in Spaanse dorpjes, recht aan de weg. Maar gelukkig werd het na ongeveer 22 uur wel een stuk rustiger, met name het vrachtverkeer was tot die tijd zo lawaaiig terwijl ze langs denderden. Dus op zich was de nacht niet al te slecht, hoewel we wel heel onrustig geslapen hebben, met name Hans heeft heel veel liggen dromen en is veel wakker geworden en was dus redelijk brak vanochtend.


We zijn vanochtend om 7:30 opgestaan en hebben alles ingepakt en naar de auto gebracht, om rond 8 uur de bar / café in te stappen. De eigenaar was achter de bar bezig en gaf aan dat we ons daar in het bargedeelte konden installeren, vroeg of we koffie of thee wilde, en wat voor soort cake we erbij wilde; er waren twee verschillende soorten die huisgemaakt waren schijnbaar, en dan nog wat verpakte soorten die op de bar stonden. We wezen maar de twee huisgemaakte aan, en kregen twee royale plakken van de tulband cake en twee donut-vormige harde koeken. En dat bleek ons hele ontbijt te zijn! We hadden eerst nog de ijdele gedachte dat we nog een eitje of zo zouden krijgen, maar het was dus cake met een kopje thee of koffie. Ach ja, het vulde wel! We hadden nog geluk dat we beide soorten hadden aangewezen, want een jongeman die ook in het hotel had overnacht en ook rond 8 uur kwam ontbijten kreeg enkel één plak cake.


Nadat we de droge maar op zich wel smaakvolle cake naar binnen hadden gewerkt hebben we afgerekend en zijn we iets voor 8:30 op pad gegaan richting het eerste punt van ons programma voor vandaag. We hebben deze week in principe vanaf vandaag de snelwegen uitstaan op de gps, dus we rijden alleen op provinciaalse wegen, en kleiner. Daarmee hopen we zo veel mogelijk van het mooie binnenland te zien! Ik had van tevoren voor alle dingen die we wilde bezoeken ook maar voor de zekerheid coördinaten genoteerd, want ik had het gevoel dat de adressen misschien niet altijd gevonden zouden worden, en dat klopte, ik heb eigenlijk steeds de coördinaten moeten gebruiken en kon maar zelden een plek die we wilde bezoeken zo vinden. Het eerste punt op het programma was een tweetal grotten, Las Monedas en El Castillo, volgens mij niet spectaculair maar gewoon dichtbij en bezoekbaar dus misschien leuk om naar te gaan. Allebei bevatte rotstekeningen, de ene was als grot mooier, de andere had de mooiere rotstekeningen.


Maar dat bleek allemaal niet relevant, want we kwamen na een kwartiertje rijden (waarbij het laatste stuk mooi door een bos omhoogging) om 8:40 voor een dichte poort te staan: openingstijden, vanaf 9:30. Oef dat is lang wachten! Na enig dubben besloten we dat we nog te veel op het programma hadden staan om zo lang te kunnen wachten voor een gewone grot, en zijn we naar de volgende grot gereden, die van El Soplao. Het was zo’n drie kwartier rijden, en het rijden zelf was geen straf want we reden door prachtig landschappen en genoten onderweg van de afwisselende berglandschappen.

Maar toen we de meest rechtstreekse route richting de grotten wilde inslaan zwaaide een wegwerker die daar net stond met zijn wagen en ratelde vrolijk in het Spaans dat de weg helaas afgezet was. Oef, maar hoe komen we bij de grot, kan dat nog? Ja dat kon en hij legde ons een alternatieve route uit die, nadat we er een tijdje opzaten, gelukkig ook door de gps opgepikt werd.

Vlak voor we bij El Soplao aankwamen trok er mist over de heuvel naar beneden, wat een mooie sfeer gaf aan het terrein van El Soplao grottenstelsel, dat bekend was omdat er schijnbaar veel kleine kristalformaties aanwezig waren in de grotten. We kwamen iets na 10 uur aan hier, deze grot zou toch wel open moeten zijn! We hadden geluk, hij was NET open... En we hadden pech, want er waren net 4 busladingen schoolkinderen vlak voor ons uitgeladen... Er rijdt op vaste tijden een treintje de grot door waar zo’n 47 mensen in passen, en je koopt een ticket en krijgt dan de tijd door waarop jouw treintje vertrekt. Je kunt de grot alleen per treintje bezichtigen tenzij je een speciale en veel duurdere “adventure” ticket neemt waarmee je echt met gids en speleologenpak de grot in gaat. Ik was zo slim om nog te vragen wanneer de volgende trein ging voor we een ticket kochten, en dat was dus om 11:45 dankzij de schoolkinderen! Oef... TWEE uur wachten. We hebben heel erg gedubd wat we moesten doen, moesten we hier wel op wachten? Kregen we die kristallen ook echt wel te zien? Tja...

Na heel lang twijfelen besloten we maar door te rijden, we hadden tenslotte al veel mooie grotten gezien in het verleden en 2 uur wachten was echt te lang. Dus maar het volgende punt op het programma inplannen, Fuente Dé – een kabelbaan naar een hoog punt in het Picos de Europa Nationaal Park, waarbij de rit ernaartoe schijnbaar minstens even mooi moest zijn als het uitzicht vanuit de kabelbaan.

Het was in principe een rit van 2 uur, en al gauw stonden er borden over wegwerkzaamheden in het Spaans langs de weg; een plaats in de vallei richting Fuente Dé werd genoemd, Potes, dat was niet zo mooi want er leek een omleiding te zijn. Maar we reden nog even door tot de borden aangaven dat je voor de richting Potes moest afslaan, en besloten toch maar de omleiding te volgen want het was vanaf dat omleidingspunt volgens de route nog zo’n 35 kilometer naar Potes, en je wilde niet vlak voor Potes erachter komen dat je die 35 kilometer terug moest rijden. (Het ging tenslotte al zo lekker vandaag!)

Wel reden we door prachtige landschappen en genoten we van het rijden – ieder weggetje dat we namen leek wel mooi! Maar ondanks dat we ons best deden om de route die op het omleidingsbord had gestaan te volgen (je moest via een bepaalde plaats rijden, en wij domme Nederlanders verwachten dat een wegomlegging aangegeven staat op cruciale punten), en de gps aan het protesteren was dat we maar niet deden wat hij wilde, zag ik als ik uitzoomde op de kaart dat we niet echt in de richting van Potes aan het rijden waren. Op gegeven moment werden we zelfs teruggeleid door de wegen naar de weg waarop we gereden hadden voor we de wegomlegging gingen volgen! En we hadden nergens een afslag gemist en naar ons idee enkel de doorgaande weg gevolgd. GRRRRRR. Dus maar weer doorrijden op de weg die afgezet zou moeten zijn en kijken hoe ver we kwamen. Zoals Hans wijs zei, vermoedelijk waren er dichterbij het afgezette punt ook nog omleidingen.

Dus we reden vrolijk verder, en reden de verbindende vallei in die zou leiden naar de vallei richting Potes en uiteindelijk Fuente Dé, een van de hoogtepunten van het Nationaal Park. Wat een prachtige rit! We genoten van de ongelofelijk ruige rotsen, steile rotswanden en bergen, de smalle vallei met kronkelende rivier, en af en toe zelfs een gat of boog in de rotsen hoog boven ons. Prachtig!

Maar op zo’n 10 kilometer van Potes vandaan was de weg dan eindelijk afgezet. De wegwerker sprak (uiteraard) alleen Spaans, maar was slim want duidelijk vroeg iedere voorbijganger, Spaans of niet, hoe ze dan bij Potes moesten komen, want hij liep naar zijn post, pakte een papiertje, en gaf het ons. Daarop stond al een route met namen van strategische dorpen aangegeven waarmee we dan eindelijk naar Potes konden komen. Ik vroeg nog, hoe ver is de omleiding? 80 kilometer. Oef, ik dacht even dat ik het verkeerd gehoord had, maar het was 80 kilometer, hij haalde zijn schouders op, het was niet anders, de weg was afgezet. Hij wees ons vriendelijk de juiste richting in en Hans is gedraaid om de omleiding te gaan volgen.

Ook dit was weer heel mooi, het landschap was hier echt schitterend, maar we gingen rekenen; het was inmiddels door al dit gedoe al 12 uur. Het was nog 80 kilometer omrijden naar Potes, plus 20 kilometer van daar naar ons daadwerkelijke doel, Fuente Dé, en dan moesten we nog die 80 plus 20 terugrijden, want we gingen Fuente Dé alleen maar bezoeken. Dus er kwam 160 kilometer extra bovenop de route die we nog moesten rijden naar ons einddoel, en dan ook nog door smalle slingerende weggetjes door dorpen en bossen en valleien, dat waren geen 160 kilometer op de snelweg... Pfffff, wat frustrerend! Uiteindelijk besloten we om te draaien en terug te rijden, dit zou gewoon te veel tijd kosten en we wilde niet urenlang doelloos door de kleine bergdorpjes zwerven zoals we al zonet geprobeerd hadden bij de eerste omleiding.

We reden dus rustig terug door de prachtige vallei naar de hoofdweg, genietend van het uitzicht, en kwamen onderweg een Nederlandse auto tegen waarvan de vrouw even foto’s stond te maken van de ruige rotsen om ons heen. Wij zitten in een huurauto met Spaans kenteken, en gelukkig zonder verdere kenmerken van een huurauto, wat we best prettig vinden – voor ander verkeer en als de auto geparkeerd staat is het dus gewoon een Spaanse privéauto. Maar zij schrok dus wel even toen we ons raam opendeden en haar aanspraken in het Nederlands! Haar man, nog in de auto, zal wel gedacht hebben, waarom stopt die Spaanse auto bij mijn vrouw! Ze bleek ook naar Fuente Dé te moeten, want ze zouden ergens daar in de buurt slapen, dus we legde uit dat het zeker nog de moeite was om door te rijden voor het landschap, maar dat ze rekening moesten houden met een flinke omleiding, en gaven ze onze kopie van het briefje dat we van de wegwerker gekregen hadden.

Wij zijn toen richting de kust gereden, waar ik een viertal punten op mijn programma had staan die de moeite waard konden zijn. We rijden hier in Spanje in principe met de snelwegen uitgeschakeld op de gps, dus hij berekent al zijn routes met autowegen, provinciaalse wegen, landelijke wegen, maar helaas dus ook af en toe in onze ogen praktisch geasfalteerde (en soms NIET geasfalteerde) karresporen – heel erg irritant, want veel van deze wegen zijn weliswaar geasfalteerd maar zo smal, klein, steil en bochtig dat ze zelfs met een klein autootje onprettig zijn om te rijden. En in sommige gevallen dat we ons echt afvragen waar de gps het nu opeens over heeft, als hij ons op een écht karrespoor, bospad, of zelfs privéweg probeert te sturen. Niet handig! En erg irritant tijdens het rijden als ik Hans, vertrouwend op de gps, probeer een bospad in te sturen! Gelukkig hadden we al gauw door dat we hier voor moesten oppassen, en ook dat dit dus tot rare situaties tijdens het navigeren kon leiden, dat ik tegen Hans zeg dat hij alleen naar rechts moet als het een échte weg is – want meestal vinden we verderop wel een normaal formaat of bestaande weg die we wel kunnen gebruiken.

Maar deze navigatieproblemen betekende dus ook dat het vinden van de vier punten langs de kust – twee blowholes, en twee inlandse strandjes of ingestorte grotten – niet gemakkelijker werd gemaakt. En het bleek dat, ondanks dat sommige praktisch nationale natuurmonumenten waren, er GEEN wegen of alleen wandel/fietspaden naar toe leidde – die we ook weer niet konden vinden. Ik had van internet van een natuurlandschappenwebsite perfecte coördinaten gevonden van ieder punt, die zo te zien op de satellietfoto van Google Maps echt precies op de goede plekken waren, maar in de praktijk konden we er gewoon niet bij komen. Er was eigenlijk van alle vier helemaal niets te vinden, en het was erg frustrerend om Hans weer iedere keer een onmogelijk weggetje in te moeten sturen om dood te lopen op niets of een ongemarkeerde weg waarbij helemaal niets van bezienswaardigheid aangegeven was, en hij in het gras moest draaien en over stenen hobbelend terug naar de weg moest rijden. We hadden hier tenslotte geen 4WD zoals in Afrika! Misschien konden we er wel naar toe wandelen, maar ook daarin zagen we nergens aanwijzingen. De een na de ander moesten we dus opgeven en overslaan!

Dus maar terug het binnenland in duiken en op naar het laatste punt op mijn route voor vandaag, de meren van Covadonga, vlakbij onze accommodatie voor vannacht. Gelukkig dat alle wegen die we vandaag reden hartstikke mooi waren, want ik begon redelijk moedeloos te worden, we hadden eigenlijk nog helemaal “niets” van mijn programma daadwerkelijk kunnen bezoeken, ondanks alle mooie wegen van en naar de verschillende punten!

We zijn via een heel rustig smal bergweggetje met prachtige uitzichten gereden, met heel veel bochtjes erin – geen haarspelden, maar toch genoeg bochten om het intensief rijden voor Hans te maken. Gelukkig hebben we geen een tegenligger gehad, het leek wel alsof we alleen op de wereld waren – tot we opeens een hotel in het midden van niets tegenkwamen! Het was onderhand lunchtijd dus we hebben op een parkeerplaatsje vlakbij het hotel geluncht met voorraad die we nog hadden (de kaneelkoeken en een eitje), om daarna door te rijden en te ontdekken dat het hotel aan die kant van de weg juist weer vlakbij wegen, verkeer en bewoning was, waar wij net anderhalf uur door verlaten bergen gereden hadden. Heel apart!

Maar ja hoor, na weer een mooie rit, onderaan de weg omhoog naar de bergmeren was een afzetting. @#$$%#$# wat nu weer! De weg was blijkbaar, volgens de bewaker van de wegafzetting, iedere dag afgesloten tussen 7:30 en 20 uur voor privéauto’s, je mocht er in die tijd alleen met bussen (tegen betaling) of taxi’s omhoog. Zucht, tja, we hadden gedacht morgenochtend uit te kunnen slapen, maar dat ging hem dus niet worden, we wilde nu toch wel omhoog om te zien wat er daar te zien was! Dus we reden maar voorlopig naar ons hotel, dat vlakbij op een paar kilometer er vandaan lag. We snapte nu waarom we de afgelopen kilometers zo gigantisch veel parkeerplaatsen gezien hadden – die waren voor mensen die daar hun auto wegzette om een kaartje te kopen om met de bus omhoog te gaan. En waarom er hier in de omgeving zo veel accommodaties waren.

Ons hotel was een mooi oud steen-en-hout pand naast een snelstromend riviertje, sfeervol versierd met mooie bloemen buiten en grote stronken hout die in bankjes en stoelen waren gevormd. Het is ons opgevallen dat er overal de meest prachtig bloeiende hortensia’s staan, vaak heel groot en helemaal bedekt met bloemen, heel mooi! Sowieso zijn er veel bloemen, het is nu einde van de lente, begin zomer en we zien overal veel wildbloemen, zoals hele delen van de berm in het bos die bedekt is met vingerhoedskruid of, in de zon, klaprozen, en in de velden, korenbloemen en klaprozen.

Van binnen was de lobby van het “hotel rural”, een landelijk hotel dat meestal kleinschalig is met maar een paar kamers en vaak door een familie uitgebaat wordt, sfeervol gevuld met schilderijtjes, geweien, slagtanden, lokale artisanale gereedschappen, erg leuk. De uitbaatster sprak nauwelijks Engels dus alles ging in het Spaans, was heel lief en checkte ons in, bracht ons naar onze kamer, en wees waar de wifi-code op het tafeltje lag. Toen ik vroeg waar we konden eten schreef ze drie opties op in het nabijgelegen dorp, Cangas de Onís, die volgens haar goed waren, en toen we in onze kamer geïnstalleerd waren ben ik ze even gaan googlen zodat we ze zouden kunnen vinden als we er heen reden. Eentje bleek al om 19 uur open te zijn, en redelijk goed aangeschreven, mooi zo, dat werd hem dus!

We zijn iets na 19 uur uit ons hotel vertrokken, richting Cangas de Onís, zo’n 5 kilometer verderop. Onderweg stond het vol met auto’s bij een gebouw, dat bleek een soort van mortuarium te zijn waar een wake gehouden werd. In het dorp aangekomen, dat een klein stadje bleek te zijn, konden we ons geplande restaurant, La Madreñería, niet bereiken omdat het in een autovrije zone lag, dus hebben we de auto vlakbij geparkeerd en zijn gaan lopen, met de gps op zak voor de zekerheid. Maar het restaurant was gemakkelijk te vinden, gelukkig, en de deur stond open. In mijn beste Spaans vroeg ik of ze al open waren? Ja hoor, we zijn open. En euh, is de keuken al open? Nee die gaat pas om 20:15 open. Grrrrrrr!

We waren welkom om alvast te gaan zitten maar we besloten maar even een rondje te gaan lopen. Buiten stond een groot menu dus we hebben die eerst een beetje ontcijferd; ze hadden als lokale specialiteit iets dat klonk als een soort schnitzel, “cachapo”, twee stukken vlees met daartussen een vulling, zoals hun eigen huisvariant met ham, kaas, ingemaakte paprika en zelfs asperge. Het geheel werd in broodkruim gewenteld en dan gebakken. Klonk apart maar wel lekker. We hebben een rondje gelopen en een tijdje gezeten op een bankje op een brug over het water, mensen en omgeving kijken, en zijn toen het tijd was terug naar het restaurant geslenterd om een plekje te zoeken in de uitgestorven eetruimte – het was oorspronkelijk een klein pand, maar ze hadden ook het pand er tegenover tot restaurantje (of keuken) omgetoverd, en ernaast een soort stenen omheining met dak van canvas gezet, daar zaten we nu. Op straat stonden ook nog tafels – duidelijk dat het hier heel druk kon worden!

We bestelde vooraf garnalen in een korstje, om te delen, en als hoofdgerecht de huisspecialiteit cachapo, en een ander soort niet gevulde cachapo (een gewone schnitzel dus) met een saus van de lokale blauwe kaas. De ober sprak geen Engels en vroeg in het Spaans of we het zeker wisten? De cachapos waren namelijk grooooot. Ja hoor zeiden wij, kom maar op, we hebben honger!

Het voorgerecht was lekker, we hebben gesmuld van de garnalen, en toen kwamen de hoofdgerechten. Twee enorme borden; eentje met vier schnitzels erop over een berg friet, en de andere met de cachapo, een schnitzel-monster van wel 40-50 cm lang, ook op een berg friet! Wow... Groot was inderdaad niet overdreven geweest. We hebben de cachapo in tweeën verdeeld en ieder daardoorheen geprobeerd te worstelen, maar je had hem gerust met z’n drieën kunnen delen en nog ieder genoeg vlees gehad hebben! We moesten allebei opgeven met nog wat vlees op ons bord over, wat een monster! En de gewone schnitzels hadden we nog geeneens aangeraakt. We hebben geprobeerd de friet wat weg te werken, want anders leek het helemaal alsof we niets gegeten hadden (en natuurlijk de blauwe kaassaus opgesnoept, die erg lekker was!), en toen we de rekening vroegen vroeg de ober al gelijk of we de rest mee wilde nemen, wat we zelf al van plan waren geweest om te vragen. Ik vroeg dus alleen het vlees in te pakken, want Hans had een goed idee, dat die schnitzels misschien wel lekker waren morgen als lunch.

Met de schnitzels netjes in een bakje in een zakje mee zijn we terug gewandeld naar de auto, via een ijswinkel die we eerder gezien hadden – helaas, die was gesloten dus geen toetje! De cachapo was vers gemaakt geweest, kwam vers uit de olie naar onze tafel, was best lekker geweest maar zo vreselijk vet, het droop gewoon van de olijfolie. En het gerecht was echt alleen vlees en friet geweest, dus we hadden wel een beetje behoefte om te ontgiften.

Terug in het hotel hebben we een kopje koffie gezet in de hoop dat dat de olie in onze magen wat zou neutraliseren, met een lekker stukje chocola als toetje, en gerust tot het tijd was om naar bed te gaan. Het hotelletje was in de loop van de middag en avond volgelopen, allemaal Spaanse toeristen, en het was warm en erg gehorig in onze kamer – de Spanjaarden spraken erg hard en de muren leken wel van papier zo dun. Boven ons was een gezin met peuter en die konden we horen praten, de peuter hoorde we jengelen, en ’s avonds leek het wel alsof ze de bedden aan het verplaatsen waren in hun kamer. De douche van de kamer naast ons was tegen onze muur aangebouwd, dus we konden alles horen wat ze in hun badkamer deden, en zij waarschijnlijk andersom van ons. Een mooi oud pand, goed hotelletje met een goede prijs, maar zo gehorig! Gelukkig werden de Spanjaarden om ons heen rustiger naarmate de avond vorderde en was de nacht gewoon rustig. En door het raam open te zetten toen we gingen slapen konden we wat koelte en frisse lucht in de kamer krijgen – maar we weten nu al dat we nooit in hoogzomer naar Spanje willen gaan, het is nu al zo warm en we zitten zelfs nog maar in het noorden!

free counters