Juni 2018: weekje natuur in Noord-Spanje

De nacht is ons best meegevallen – de buren waren uiteindelijk redelijk stil en de nacht was lekker afgekoeld en de kamer dankzij het open raam dus ook. Alleen de matrassen waren wat oud (het waren echte springveermatrassen), waardoor ik af en toe de plank eronder aanraakte als ik op mijn zij draaide. Die van Hans was iets beter want anders had hij gegarandeerd een hele slechte nacht gehad. We konden in dit hotel ontbijten vanaf 7:30, maar vanochtend ging onze wekker om 6 uur want we wilde nog vóór het ontbijt naar de bergmeertjes rijden. Toen de wekker ging bleek het nog te donker te zijn, dus we hebben nog zo’n 20 minuten liggen soezen voor we opstonden, aankleedde en in de auto stapte richting de afzetting naar de bergmeertjes toe.

We waren om 6:40 bij de kleine rotonde waar de weg naar de bergmeertjes gisteren afgezet was, en hij was nu inderdaad vrij, mooi zo! Het was een hele mooie rit, we reden helemaal alleen, over een kronkelende bergweg zo’n 10 kilometer omhoog door bossen in het begin, en later langs steile alpenweides vol lichtgrijze rotsen, omringd door lichtgrijze rotsen, en met scherpe lichtgrijze rots pieken in de verte, erg mooi. En er was ochtendmist, soms akelig dicht zodat je maar een paar meter voor je uit zag en soms klaarde het lokaal wat op zodat je een hele alpenweide zag verschijnen uit de mist met enkel wat flarden erdoor, maar daarbuiten weer alleen maar wit. Er stonden koeien een beetje te dutten langs de weg en te herkauwen, met zacht klingelende koeienbellen om (soms stonden ze op de weg) en het was al met al een hele mooie rit omhoog.

We bleken de enigsten te zijn, en kwamen helemaal alleen boven bij het eerste meertje waar we langsreden en enkel een glimp van opvingen omdat de mist opeens weer zo dicht was, en doorreden naar waar de weg ophield bij een parkeerplaats voor het tweede meertje, La Ercina. Hier zijn we uitgestapt om rond te kijken. Wat we konden zien in de flarden mist was al mooi, met veel kale stenen en groen ertussen, veel bloeiende veldbloemen en ruige rotsen, maar ik wist van internet dat het landschap om ons heen dat we nu niet konden zien ook heel mooi moest zijn.

Bij de parkeerplaats leidde een houten pad een wei in waar ook weer koeien stonden, naar een kleine vallei die er heel erg indrukwekkend uitzag, Las Minas de la Buferrera, een oude verlaten mijn. We zijn daar ingelopen en hebben ervan genoten, het was ontzettend mooi; het is een soort Karst-gesteente en dat leverde prachtig grillig geërodeerde rotsen op die als een soort versteende reuzenwoud in de vallei stonden. Wij konden daar tussendoor lopen, en ondertussen dreven er om ons heen flarden ochtendmist, wat een heel erg sfeervol effect gaf, een mysterieuze wereld waar we in rondliepen.

We hebben genoten van deze mooie sprookjesachtige vallei en rondgelopen tot we uitgekeken waren, en zijn toen terug naar de auto gelopen. Inmiddels waren er net een drietal motoren uit Portugal en een andere auto bijgekomen, maar wij waren de eerste geweest, er was verder geen mens geweest toen wij hier rondliepen, en we hebben hier dus helemaal alleen rond kunnen kijken en er van genieten! Helemaal alleen, maar wel samen met een tiental koeien in de weide vlakbij, natuurlijk...

Tijdens de terugrit naar beneden kwamen we nog een paar auto’s tegen, tot het stopte – toen was het 7:30 geweest en mochten er geen privéauto’s meer naar boven. En we hadden geluk, de bussen en taxi’s waren duidelijk ook nog niet op gang gekomen dus Hans heeft heerlijk rustig naar beneden kunnen rijden nadat we in de alpenweide (natuurlijk net op het smalste stuk waar de asfaltweg hoger lag dan de omgeving, gelijk bij de zijstreep abrupt wegviel en er dus ook geen berm was) een drietal auto’s tegen waren gekomen. Gelukkig maar, want de ochtendmist was af en toe heel dik, dus Hans moest al genoeg concentreren om de zijstreep van de weg door het bos te volgen terwijl die van links naar rechts kronkelde, laat staan dat hij ook nog op tegenliggers moest letten! (Daar bleef hij natuurlijk wel altijd op letten, maar op zich was het lekker dat er niemand ons meer tegemoetkwam)

Rond 8:10 stapte we terug het hotel in, waar nog de laatste hand gelegd werd aan een heerlijk uitgebreid ontbijt met cakes, brood, donuts, allerlei zoet en hartig beleg waaronder heerlijke gedroogde Iberische ham, vers fruit, yoghurtjes, en de jongen die nog bezig was zei dat we nog een paar minuutjes geduld moesten hebben dan kwam de warme tortilla er ook aan (Spaans omelet met aardappel erin). Op ons tafeltje werd een kannetje met jus d’orange gezet, en we konden zelf thee en koffie pakken – weliswaar hadden ze alleen kruidenthee, helaas, maar dan wel 4 verschillende smaakjes. We hebben al met al een erg goed ontbijt gehad dus!

Na het ontbijt (de rest van de gasten leken pas rond 8:30, 8:45 op z’n vroegst op gang te komen) zijn Hans en ik naar onze kamer gegaan om de rest van onze spullen in te pakken, hebben alles in de auto gedaan en zijn toen terug naar binnen gegaan om af te rekenen. Iets over 9 zaten we in de auto onderweg naar het volgende punt op ons programma, nog erg tevreden over de prachtige privé-ervaring bij de meertjes en het lekkere ontbijt van zonet.

Ik had, tegen beter weten in, voor vandaag weer een blowhole ingepland, de Bufones de Prias. Bufones komt van het woord “brullen” en betekent zoiets als bruller, een toepasselijke naam voor een blowhole. We hadden een rustige rit door het platteland en heuvelachtig landschap met de heuveltoppen nog gehuld in ochtendmist en kwamen rond 10 uur in de buurt van de bufones. Tot mijn verrassing stonden deze bufones zelfs vanuit de weg aangegeven, ongelofelijk! Dat gaf hoop... In een piepklein dorpje onderweg naar de bufones moesten we de auto achterlaten en de laatste kilometer of wat naar de kliffen lopen.

Onderweg naar de kust liepen we langs een “inlands strand”, zoals ze dat hier noemen; door erosie van de rotslaag vanuit de kust het binnenland in (bijvoorbeeld door het instorten van grotten) wordt er uiteindelijk, als het water zo ver het binnenland in moet dat de golven hun kracht verliezen voor ze aankomen, een soort rustige mini-lagune gevormd, vaak met een zandstrandje of kiezelstrandje. Deze waar we langsliepen was een mooi voorbeeld van wat ik denk dat de andere twee strandjes die we gisteren niet konden bezoeken op geleken hadden moeten. Hebben we ook maar gezien dus!

Eenmaal bij de kust aangekomen zagen we voor ons een gebied vol grillige indrukwekkende Karst erosie liggen: de kliffen waren bedekt met een kriskras patroon van ge-erodeerde rotsen, soms zo scherp en dicht op elkaar dat je er amper op kon lopen. We waren op het verkeerde moment van het getij om de blowholes echt te zien spuiten, maar je kon ze wel horen (en soms VOELEN, Hans zijn blouse wapperde er echt van) “ademen”, heel onheilspellend! Overal waren gaten in de kliffen die naar beneden reikte tot zeeniveau, van hele grote scheuren tot kleine gaatjes van zo’n 20 cm breed – je moest dus goed kijken en luisteren waar je liep want je kon zó in een verborgen blowhole stappen! Sommige van de gaten waren dichtgegooid met keien – misschien om te voorkomen dat vee er instapte, want je kon sommige gaten echt pas zien als je ernaast stond, zo klein en verborgen waren ze, en andere gaten waren groot genoeg om een koe in te laten verdwijnen. Je moet er niet aan denken wat voor een gatenkaas de rotslaag onder ons wel niet moest zijn met zo veel verbindingen naar de zee toe!

Er zaten een paar vissers vanaf de kliffen te vissen in zee, want ze waren op zich niet zo heel erg hoog, en er liep verder alleen een ander echtpaar net als wij rond te kijken. De golven beukte onder ons op de kliffen en spatte uiteen tegen de rotsen, daar kun je wel uren naar kijken, prachtig! De kliffen zelf waren ook prachtig, en we konden vaak tot helemaal aan de rand komen. Heel bijzonder vonden we een baai die een ingestorte grot bleek te zijn – we zagen namelijk nog de oude druipstenen hangen langs de wanden! We hebben wel een uur hier rondgelopen, overal was wel wat te zien, en zijn toen weer teruggelopen naar de auto om verder te gaan rijden.

Het volgende punt op het programma was het La Griega strand waar mooie dinosaurus voetafdrukken te vinden waren; we kwamen na zo’n drie kwartier rijden aan bij een mooi zandstrand met grote parkeerplaats en allerlei faciliteiten voor het strand, zoals zelfs een invalidentoegang tot het strand en een invaliden stranddouche (met stoeltje). Er was net een buslading schoolkinderen bezig om weer in te laden na een ochtendje strand, en na even rondkijken zagen we een groot bord met dinosauriërs erop aan de andere kant van de rivier die door het strand naar zee stroomde, tegenover ons. Daar moesten we zijn! Over de brug lopend zagen we nog een bordje, het was maar 500 meter lopen naar de voetafdrukken, dat was te doen dus we zijn verder gelopen.

Na een korte wandeling langs de kust door bossen vol varens (alsof we met een tijdmachine de prehistorie in gesprongen waren!) konden we afdalen naar het strand waar we op een horizontale laag steen stapte. Er waren hier meerdere soorten dinosauriërs overheen gelopen toen het nog modder was, en met name indrukwekkend waren de grote ronde voetsporen van een van de grootste plantetende dinosauriërs met enorm lange nek. Ze konden wel 25 meter lang worden, en hun voetstappen waren dus zeker een meter breed, wauw! De sporen waren gewoon ronde gaten in de rots, maar toch was het indrukwekkend om er in te staan, en voor te stellen hoe groot die dinosauriër wel niet geweest moest zijn. De pootafdruk van een grote mannetjesolifant is zo’n 30 cm doorsnede, schatten we, die lijkt dus een dwerg naast zo’n kolos!

Het begon alweer wat later te worden, maar Hans was nog fit genoeg en vond dat we het volgende punt op het programma niet moesten overslaan (ik twijfelde, ik was bang dat de dag zo te lang zou worden, maar het lag enigszins op de route naar het hotel), dus we reden naar de “Cementerio del Salvador” begraafplaats in Oviedo, waar een monument en massagraf voor slachtoffers van de Burgeroorlog lagen.

Die begraafplaats bleek echter bij aankomst zo groot te zijn dat we maar gelijk het kantoortje ingestapt zijn om te vragen waar we moesten zijn (en waar de wc’s waren…). De man achter het bureau maande ons te wachten toen hij begreep wat we zochten (het ging uiteraard weer allemaal in het Spaans), verdween halverwege een trappenhuis, en trommelde een andere medewerker op om ons er zelfs speciaal naar toe te brengen!

De medewerker vertelde ons onderweg naar het massagraf dat de grote vierkante platen in de muren van de speciale gebouwen op de begraafplaats (zoals we ook in Bilbao gezien hadden) waren om grafkisten in te schuiven als alternatief om ze te begraven, of om de resten van graven uit de begraafplaats die om wat voor reden opgegraven waren in te leggen.


Het massagraf was indrukwekkend, zoals dat soort monumenten altijd wel zijn, en toen we uitgekeken waren hebben we nog wat over de begraafplaats gezworven en ons verwonderd over de grote familiegraven, voor we op de rustige parkeerplaats geluncht hebben met de overgebleven schnitzels van gisteren en wat “tomatenspread” van het ontbijt van vanochtend. Het was een heerlijke lunch!

Toen zijn we richting “Las Xanas gorge” gereden, een kloof die erg mooi moest zijn en waarvoor je geen uren hoefde te wandelen om iets te zien, maar toen we er kwamen bleek dat het wandelpad afgesloten was vanwege instortingsgevaar! Jammer! Je kon zien dat de kloof echt heel smal moest zijn, maar we wilde nu ook weer niet het risico nemen dat er inderdaad iets naar beneden zou kunnen komen, dus we zijn weer verder gegaan.

Inmiddels begon het laat te worden en Hans begon moe te worden, dus ik heb de GPS weer ingesteld dat hij ook over snelwegen mag rijden (die hebben we steeds uitstaan zodat we overal binnendoor kunnen rijden), om het rijden voor Hans wat gemakkelijker te maken en wat tijd te schelen, en zo zijn we naar het volgende punt op mijn programma gereden.

Ik had als laatste punt voor vandaag een waterval op het programma staan, de “Cascadas de Oneta”. Deze moesten we uiteindelijk, na een lekker stukje snelweg, via afgelegen bergweggetjes bereiken, maar we zijn op een gegeven moment op de weg zelf teruggedraaid omdat er door de optrekkende wolken zo’n dichte mist ontstond dat we geen hand voor ogen zagen en het niet verantwoord vonden om verder te gaan. Ik ben er uitgestapt om Hans te begeleiden dat hij niet de berm in zou rijden tijdens het steken om te draaien (de weg was uitgestorven en we hadden al tijden geen tegenligger gezien), want het asfalt lag hoger dan de berm en de berg was redelijk steil, maar het was amper nodig want het kleine stadsautootje had een kleine draaicirkel en Hans kan goed draaien in krappe plekken!

Jammer van de waterval, maar we gaan geen risico’s nemen, dus we reden verder via de snelweg rechtstreeks naar ons hotel terug aan de kust, waar we (tot mijn opluchting!!) gewoon lekker Engels konden praten met het jonge stel dat hun goed uitgedachte, moderne hotel runde, en rond 18:30 onze keurige kamer instapte. Pffff! En we hadden geluk, er was vlakbij een restaurantje waar we volgens de receptie van het hotel “al” om 19:30 terecht konden.

We zijn ernaartoe gelopen, en waren de enigste buitenlanders. Het zat vol met borrelende Spanjaarden (ook veel Spaanse toeristen) die zo hard aan het kwebbelen waren dat je de keihard aanstaande tv (voetbal) niet kon horen, en er werd constant rondgegaan met grote schalen grove, maar best lekkere tapas zoals stukken mals pekelvlees of vette chorizo op toast, of kleine kaaskroketjes, die wij ook allemaal gewoon aangeboden kregen. De jongen bij receptie had eerder grinnikend verteld dat als je low-budget wilde eten, je daar bij die tent gewoon een drankje moest bestellen, en even geduld hebben – het kostte wel wat tijd, maar zo kon je op een avond een maaltijdje bij elkaar sprokkelen puur en alleen van de tapas! En zoiets wordt niet in rekening gebracht.

Ook ons eten was grof om te zien, een groot bord slappe friet met daarop een hoopje grove lamsbouten met grote hompen vet eraan, maar de friet waren zelf gemaakt en het lam was van malse vrije uitloop lam, lekker gemarineerd in knoflook, olijfolie en grof zeezout. Best lekker dus! Alleen jammer dat alles in de olie drijft, zelfs al is het dan olijfolie. En ook jammer dat niet al het lamsvlees helemaal gaar was, maar we hebben gegeten wat we lustte en zijn toen weer terug naar ons hotel gelopen. We hebben naderhand in onze kamer nog genoten van onze relatieve vroege avond, we hadden nu tenminste nog een uurtje of twee om te relaxen voor we naar bed gingen!

free counters