Juni 2018: weekje natuur in Noord-Spanje

Vanochtend stond de wekker op 6:30, want we wilde vandaag een van de mooiste natuurwonderen van Spanje (volgens Spanje zelf) bezoeken, het “strand van de kathedraal” (As Catedrais / Playa de las Catedrales). Ons hotel was het meest dichtbij dat we konden vinden, maar een kilometer lopen van het strand zelf vandaan, en we hadden het zo gepland dat we vandaag hier zouden zijn, omdat het getij iedere dag met een uur verschuift, en het vandaag zowel al om 6:50 licht was, als om 7:50 laagwater. Een dag eerder en het was om 6:50 laagwater geweest, een of twee dagen later en het zou al in de loop van de ochtend pas laagwater zijn. Wanneer het laagwater was, was zo belangrijk, want het was best een lang strand, maar de “kathedraal”, een bijzondere serie rotsbogen achter elkaar op het strand, was alleen bij het laagwater punt zelf te bezoeken en het getij rees hier snel. Je moest je timing dus precies goed hebben! En te vroeg, dan was het nog donker geweest, veel later en dan zouden we al bijna niet meer door kunnen rijden omdat je heel de ochtend bezig bent met het strand. Vandaag was dus de perfecte dag qua getij en licht wat ons betreft.


In de zomer, vanaf 1 juli, moet je speciaal een dag reserveren om het strand op te mogen, zodat er “maar” maximaal een paar duizend man tegelijk rondloopt, zo druk kan het hier dus worden! Hier maakte Hans zich best wel zorgen om, want hoe zouden we het een beetje fatsoenlijk kunnen zien als het zo druk was? We hoopte er een beetje op dat het vroege uur mensen zou ontmoedigen, maar we hadden er een hard hoofd in want gistermiddag toen we aankwamen reden we langs de ene volle camping en parkeerplaats vol campers na de andere. Hopelijk waren die naar de avond laagwaterstand gaan kijken, en niet van plan vanochtend er nog een keertje zo vroeg uit te komen! Ik had gelezen op internet, en bij de hotelreceptie hadden ze dat met klem bevestigd, dat niet alleen het laagwater punt zelf belangrijk was, maar dat je een uur vóór laagwater al moest gaan anders was je te laat.


Vandaar dat onze wekker dus zo vroeg stond, maar we zijn zelfs nog eerder opgestaan, om 6:20, want Hans was toch al wakker. Omdat de jongen bij de receptie gisteren benadrukt had dat je erg nat kon worden en dat er zelfs gisteren nog een paar mensen helemaal nat waren geworden, hebben we oude kleren aangetrokken en plastic zakken meegenomen om onze schoenen in te doen. We hadden oorspronkelijk laarzen bij maar besloten dat blote voeten misschien toch handiger zou zijn, want als het inderdaad zo nat kon zijn waren de laarzen alleen maar gevaarlijk om mee te lopen. Verder namen we helemaal niets mee behalve het fototoestel en de sleutel van de kamer (goed opgeborgen in een dichtgeknoopte zak van Hans zijn bloes!), en zijn we in de ochtendschemer helemaal alleen naar het strand gewandeld. Er was verder geen kip op straat, mooi zo!

We stapte 6:45 het strand op en konden gelijk onze schoenen uitdoen want er liep al gelijk een stroompje over het strand bij de trap! Brrrrrr, en het getij was nog aan het zakken dus het zag er allemaal nog heel erg nat uit, dat ging natte voeten worden. Het zeewater was behoorlijk koud!

Terwijl de zon opkwam liepen wij hem tegemoet, richting de rotsbogen. We moest door een riviertje lopen tot onze knieën in het koude zeewater, langs rotsen in de branding, om een uitstekende klif heen waar we over spekgladde rotsen en door rots-poelen moesten ploeteren, en door een zeewaterpoel bij een ronde muur van rots met twee bogen erin. Hans gleed op gegeven moment uit op de spekgladde schuine rotsen, maar kwam gelukkig goed terecht en had alleen een natte korte broek en een licht geschaafde elleboog als resultaat. We schuifelde voorzichtig over de rotsen en door het koude water over en door alle hindernissen heen – soms tot onze knieën in het water terwijl we de beste oversteekplek zochten voor een waterpoel!

En toen, rond 7:10, stapte we uit de halfronde grot zonder dak (alleen dus eigenlijk een stenen muur met twee boogjes erin) en stonden we bij de bogen zelf: drie bogen van rots achter elkaar, perfect opgelijnd en nu precies met de goudgele opkomende zon erachter. Magisch! De route ernaartoe was weliswaar lastig, maar echt al prachtig geweest, maar dit was een prachtig plaatje. We hadden steeds flink doorgelopen want we hadden in onze oren geknoopt dat we geen tijd moesten verkiezen – de bogen zijn het verste weg, en zodra laagwater bereikt is komt het water als eerste bij de bogen terug omhoog, en snel!

En inderdaad, we stonden er nog maar amper, maar als om ons te plagen kwam er rond 7:15, ondanks het nog zakkend getij, alweer een tweetal flinke golven het strand op rollen, helemaal tot aan de klifwand, over onze voeten heen en het zojuist droge strand. Brrrrrrrrr, duidelijk signaal dat we hier niet te lang moesten treuzelen! We hadden geen zin om hier vast te komen te zitten en hadden nog helder op het netvlies staan wat voor een nat glibberig geklauter het af en toe was geweest om er te komen.

We hebben het mooie beeld in ons opgenomen, en nog even genoten van het feit dat we om onverklaarbare reden hier helemaal alleen rondliepen (dat hadden we echt niet verwacht, we waren onderweg alleen een man met hond tegengekomen!), en zijn toen na een paar minuten hier gestaan te hebben alweer aan de terugweg begonnen. Nu we wisten dat we terug aan het lopen waren konden we het iets rustiger aandoen dan op de heenweg, en onderweg terug naar de trap lopend ook wat meer rondkijken en verkennen zodat we ook naar de rots-poelen, kliffen, rotsen en grotten onderweg konden kijken. Wat een mooi en bijzonder strand!

Onderweg kwamen we andere bezoekers tegen die te laat waren om nu nog de bogen te kunnen bereiken, want toen we terugkeken was dat gedeelte alweer ondergelopen. We waren echt exact op tijd geweest dankzij die extra tien minuten vanochtend! Er was een Spaans echtpaar dat naar de bogen wilde lopen en ons aansprak hoe ver het nog was, en ik heb haar in mijn beste Spaans geprobeerd te overtuigen dat het nu echt te gevaarlijk was en ze het beter vanmiddag nog een keer kon proberen. Naarmate we rond 7:30 terug in de buurt van de trap kwamen zagen we meer bezoekers die uitgebreid foto’s aan het maken waren en duidelijk geen idee hadden dat ze nu zeker niet meer bij de bogen zelf konden komen. Wij stonden een uur voor laagwater op het strand zelf en hadden het nog maar net gered!

We waren er wel bewust van dat dit niet een bijzonder veilig strand was zo met die snelle getijen, en we vermoeden dat er regelmatig ongelukken moeten gebeuren, maar we hadden maar mooi iets unieks gezien, helemaal alleen op dat strand met die bogen en precies ook mooi de opkomende zon die erdoor scheen. Helemaal tevreden zijn we op blote voeten teruggelopen over het pad van planken, onderweg nog even de afsteggertjes bekijkend, tot we vlakbij het hotel kwamen en het pad ophield. Onze voeten waren inmiddels droog genoeg om onze schoenen aan te doen voor de laatste loodjes, en we zijn teruggelopen naar ons hotel om te douchen en schone kleren aan te trekken voor we alles opruimde en afrekende.

We zijn rond 8:30 vertrokken, zonder ontbijt te nemen (moesten we extra voor betalen maar alle ontbijten hier in Spanje lijken zo laat te beginnen, en we wilde door!) om onderweg in het volgende dorp bij een kleine buurtbakker een gevuld broodje te kopen. Er werd geen Engels gesproken, maar ik sprak genoeg Spaans om mezelf verstaanbaar te maken. Het was een piepkleine winkel en we konden de bakker achterin de bakkerij druk bezig zien terwijl hij met een houten spatel de broden in en uit de oude betegelde oven deed. De bakkersvrouw kwam het winkeltje in (een deur en raam aan de straat en daarachter een ruimte voor zo’n 4-5 man en een kleine balie, met daarachter de deur naar de bakkerij) en ik wees naar wat voorbeeldbaksels die in de toonbank lagen en gaf aan dat we er 2 of 4 van wilde hebben. Want ze waren nog druk bezig te bakken, Hans en ik moesten zelfs even wachten want de “empanada” die we wilde hebben moest nog vers uit de oven komen. Er was alleen wat verwarring over hoeveel we wilde hebben, we hadden 2-4 empanadas besteld met bacon-chorizo vulling, maar ze leken er pas eentje te hebben. Gelukkig vroeg de bakkersvrouw op gegeven moment of we zeker wisten dat we er 2-4 wilde? Ik wees de kleine deeghapjes aan en bevestigde. “Oh nee die bedoel je? Dat zijn empanadillas, DIT is een empanada” zei ze in het Spaans, lachend; en ze haalde onze bestelling uit de bakkerij tevoorschijn – een platte koek van zo’n 20 bij 30 cm! Oeps! Nee doe er dan maar eentje!

Met onze nog bloedhete aankoop (6 euro, gevuld met chorizo, bacon, ui, en ingemaakte paprika) zijn we naar een parkeerterreintje dat uitkeek over een strandje vlakbij gereden om daar alvast als ontbijt de helft op te eten, heerlijk! Het hete vocht droop eruit en ik verbrandde bijna mijn knieën terwijl ik de koek in zijn verpakking op mijn knieën in stukken sneed, maar wat een lekker ontbijtje!

Toen we genoeg hadden gehad hebben we de andere helft van de koek weer netjes terug in zijn papier gevouwen, onszelf een beetje schoongepoetst, en met een heerlijke geur van chorizo en bacon in de auto zijn we richting Cape Ortegal gereden, een gedeelte van de kust van Galicië waar kliffen van ruim 600 meter hoog waren, vierde hoogste in Europa. De rit ernaartoe was wel aardig, en het weggetje vanuit het dorpje naar Cape Ortegal zelf was erg smal, maar we kwamen gelukkig geen tegenliggers tegen en de weg was goed geasfalteerd, dus we reden door. Waar we heel de rit ernaartoe praktisch op zeeniveau gereden hadden en ons afvroegen waar die kliffen nu zouden zijn, stegen we nu opeens heel steil omhoog, en kwamen we uiteindelijk na een kleine afdaling uit bij een klein parkeerterreintje bij de vuurtoren van Cape Ortegal uit.

Cape Ortegal is bij verre nog niet het hoogste punt, maar geeft een heel mooi uitzicht over de zee en de enorme kliffen in de verte. We hebben er even rondgelopen en genoten van de mooie uitzichten over de ruige rotsen en het blauwe water, terwijl we ondertussen flink uitwaaide!

Dit stukje kust had een hele panoramische route, dus we reden een eindje terug de smalle weg in voor we weer afsloegen naar het volgende punt. Ik had op internet gevonden dat het hoogste punt zelf bij een klein herdershutje was, dus daar reden we nu naar toe; La Garita de Herbeira. Ondertussen reden we door heuvels en velden en bossen, een mooi landschap.

We kwamen bij een parkeerterrein met op een kaal groen heuveltje erboven het stenen herdershutje, en in de vallei aan de overkant allemaal windmolens. Als je niet wist dat er iets te zien was zou je niet eens de moeite nemen om naar het herdershutje te lopen, maar wij stapten uit en liepen ernaartoe. Iemand heeft ooit honderd jaar geleden hier op dit punt een hutje weggezet – die was stevig gebouwd en stond er nog, ongelofelijk gezien hoe hard het nu, op een verder redelijk rustige dag, aan het waaien was! Je zag niet direct dat je zo hoog zat, maar de wind blies bijna ondraaglijk hard, en achter het hutje hadden we prachtige uitzichten over de duizelingwekkende hoge kliffen, ruige rotsen en blauwe water van de Atlantische Oceaan en de Golf van Biskaje. Ik moest door Hans ondersteund worden terwijl ik foto’s maakte met het fototoestel (dat ik stevig vasthield, ik heb niet eens een panorama geprobeerd te maken met de mobiel want ik zag al voor me dat hij uit mijn handen zou vliegen!). Toen we letterlijk en figuurlijk uitgewaaid waren – je moest naar elkaar schreeuwen om elkaar te verstaan – zijn we (ik Hans vasthoudend) teruggelopen naar de auto. Het was onderhand lunchtijd en de inmiddels afgekoelde halve koek smaakte nog goed als lunch! We hadden tijdens het eten uitzicht op het veldje windmolens en een kudde (half) wilde paarden graasden op de steile hellingen onder ons.

Onderweg reden we langs een uitzichtspunt met een monument erop, de Miradoiro de Teixidelo-Cruceiro (we zijn nog een eindje van Portugal verwijderd maar het lokale Spaans begint hier al merkbaar Portugese eigenschappen te krijgen). We zijn er even gestopt om te kijken; er was een oud kruis bij het uitzichtspunt, en een klein monument in de vorm van een bronzen plaquette; ter nagedachtenis aan de acteur Leslie Howard, die samen met 16 andere passagiers en bemanning in een vliegtuig op 1 juni 1943 neergeschoten werd voor deze kust door de Duitse Luftwaffe. Eronder stond ook een opschrift ter nagedachtenis aan een RAF-vliegtuig dat hier op 12 november 1942 in de oorlog neergeschoten was, met zes man aan boord.

We konden vanuit dit punt de herdershut zien waar we kortgeleden nog gestaan hadden; oef dat zijn inderdaad hoge kliffen!

We zijn toen doorgereden naar mijn laatste doel langs deze kust, het dorpje San Andres de Teixido dat ook volgens internet verbonden is met deze hoge kliffen in de zin van mooie uitzichtjes en zo, maar we merkte onderweg dat het daar al niet meer zo hoog was en zagen het dorpje van een afstandje liggen; een smal klein weggetje er naar toe, en duidelijk, na Cape Ortegal en de herdershut, weinig bijzonder uitzicht om nog te zien, dus daar hoefde we niet direct heen verder, en die hebben we overgeslagen.

Het was nog een lange rit terug het binnenland in naar onze eindbestemming voor vandaag, en Hans was door een onrustige nacht, de vroege start en de vele smalle bochtige weggetjes langs deze kust al aardig moe geworden. Dus ik zette de snelwegen weer aan op de gps en we plande onze accommodatie in. Via wat weggetjes die niet op de gps bleken te staan maar wel ongeveer in de juiste richting gingen reden we door bossen en langs dorpjes uit dit gedeelte van de kust tot we bij een doorgaande snelweg kwamen die ons grotendeels naar Carucedo kon brengen, ons einddoel. Het was een lange, beetje saaie rit voor Hans omdat hij moe was en het zonnetje warm scheen (waar de airco niet tegenop kon koelen). Gelukkig was het landschap onderweg best mooi en daarmee een goede afleiding, zo waren de glooiende en soms steile heuvels waar we doorheen reden vaak bedekt met helder geel bloeiende brem, erg mooi! De (snel)wegen waren ook gelukkig redelijk rustig, dat scheelde ook in het rijden.

Rond 17 uur kwamen we aan in Carucedo, vlakbij Las Medulas, bij ons “hotel rural” dat op een van de (vele) pelgrimsroutes naar Santiago de Compostela lag. Daardoor had het allerlei voorzieningen voor pelgrims die een paar dagen wilde rusten, voor een hele redelijke prijs – voor ons ook ideaal want zo konden we ’s avonds gewoon daar eten, wat de pot schafte. Het huis, omgebouwd naar kamers met wat aanbouw eraan, was op dit moment echter hermetisch gesloten. Na enige tijd aan de deurbel trekken en rondkijken of er iemand was in de brandende zon (het was hier in het binnenland dik in de 30 graden), besloot ik het contactnummer te bellen dat we bij iedere boeking kregen. Met wat gehannes omdat diegene die ik aan de lijn kreeg geen Engels sprak en het schijnbaar niet het juiste van de twee doorgegeven nummers was, kreeg ik uiteindelijk iemand aan de lijn die kon tolken en mij uitleggen wat de Spaanssprekende persoon me steeds had geprobeerd uit te leggen; hoe we aan de reservesleutel moesten komen om in het huis te komen!

Er was een kastje aan de muur bij de deur waar we met een pincode in moesten komen, en na wat gewrik en getrek lukte het dan inderdaad om het kastje ook daadwerkelijk open te krijgen. Met de sleutel konden we de voordeur open maken. Eenmaal binnen was een bureautje waar onze achternaam op een stukje papier geschreven was en een sleutel op lag met nummer 1 erop; dat was ook redelijk duidelijk! Pfffff, we waren binnen en konden onze spullen uitladen. Ik had de Engelssprekende persoon ook nog even laten uitleggen waar Hans kon parkeren, en toen we eenmaal geïnstalleerd waren voelde Hans zich toch wel weer redelijk fit, dus na wat gewik en geweeg (het was buiten bloedheet!) besloten we toch nog maar even naar de Romeinse mijnen vlakbij te gaan rijden.

Die Romeinse mijnen waren de reden waarom we hier overnachtte. In het dichtbijgelegen dorpje Las Medulas, was in de oudheid door de Romeinen een hele berg letterlijk weggespoeld met water (ze hadden nog geen buskruit) om bij het goud te komen dat erin zat. Er was een goudrijke laag sediment onder een goud-arme laag van wel 100 meter hoog. Ze hebben dat goudarme gedeelte van de berg vol gegraven met gangen en die gangen vol laten lopen met water van een rivier die ze speciaal voor dat doel omgelegd hadden, tot de berg volledig verzadigd was en instortte. En toen ze dankzij dit bij de goud-rijke laag waren gekomen, hebben ze in de loop van 200 jaar wel 5000-6000 kilo goud gewonnen door de restanten van de berg over zeven te spoelen met water. Een industriële natuurramp dus, maar in de loop der eeuwen is er een prachtig gebied ontstaan van heuvels rood gesteente met daartussen groene struiken en eeuwenoude kastanjebomen.


Dit moest ook een van de natuurwonderen van Spanje zijn, en net toen we onze kamer uitstapte om ernaartoe te gaan rijden kwamen we de eigenaresse tegen van de accommodatie. Na wat geklets in het Spaans en papierwerk raadde ze ons ernstig af om nu nog naar de mijnen te gaan, het was veels te warm! Beter morgenochtend, als het koel was. We besloten er toch even heen te rijden om te kijken wat we nou precies moesten verwachten, want internet was daar niet heel duidelijk over geweest, ik had dingen gezien zoals uitzichtspunten en lopen tussen de pieken van het badlands-achtige terrein, en dan zouden we ter plekke wel zien hoe en wat.


We reden de paar kilometer naar Las Medulas, en zagen onderweg al de indrukwekkende okerkleurige puinheuvels tussen het groen uitsteken. We negeerde de bordjes voor het parkeerterreintje aan de rand van het dorp en reden het dorpje in tot we niet verder konden. Er stonden van hieruit een paar bordjes met wandelingen, maar die waren 2 kilometer ver – was dat 2 kilometer heen en terug, of 2 kilometer enkele weg? Er liepen vermoeide wandelaars in de warme middagzon te puffen door het dorp, het was bloedheet en het leek er niet op alsof we hier nu nog gemakkelijk en zonder inspanning iets te zien zouden krijgen, dus we besloten morgenochtend (weer) vroeg op te staan en dan in de koelte van de ochtend de wandeling te gaan doen. Daar ging ons uitslaapochtendje! Want deze accommodatie was inclusief ontbijt en dat was pas vanaf 9 uur… Ach ja!

We reden terug naar de accommodatie en hebben de middag in onze kamer doorgebracht, met de zware gordijnen stijf dicht tegen de zon en warmte, en de ventilator op het plafond op zijn hoogste stand – zo was het goed te doen! We hadden van tevoren voor vanavond aangegeven dat we mee wilde eten; dat is dan een vaste prijs voor een vaste maaltijd. We kwamen ’s avonds beneden (uiteraard om 21 uur pas) in het eetzaaltje, dat vol stoelen en tafeltjes stond, leuk aangekleed was en huiselijk met een grote open haard en een zithoek, en we kregen een lekkere zelfgemaakte huiselijke Spaanse maaltijd. Ideaal! Er was zelfs een kannetje rode wijn per tafel inbegrepen in de prijs, en er was een tafeltje gevuld met tapa’s, een pan soep, wat warme dingen zoals gehaktballetjes en spinazieomelet, gewoon eenvoudige, lichte dingen – een verademing na een paar dagen vet vlees en slappe friet! Al met al waren er nu vanavond zo’n 4 tafels bezet, zo’n 10 volwassenen waarvan een grote groep met wat kinderen en een paar stelletjes zoals wij.

free counters