Juni 2018: weekje natuur in Noord-Spanje

Het is uiteindelijk lekker afgekoeld vannacht, en we hebben beter kunnen slapen dan we gisteravond verwacht hadden. Toch hebben we de eerste uren van de nacht nog flink liggen zweten van de warmte, pffff! We waren al vroeg wakker, en keken om 6:45 uit ons onhandig raampje naar de mooie kloof waar we in lagen, de ligging van dit dorp en hotel is echt prachtig.

We zaten om 8:30 in het eetzaaltje om te ontbijten, en er waren twee andere echtparen ook al aanwezig. De jongeman die ons gisteren ingecheckt had (en verkeerd geïnformeerd over de restaurants) was nu voor het ontbijt aan het zorgen; het duurde best wel lang voor hij iedereen had bediend, maar voor Spaanse begrippen was het best een uitgebreid ontbijtje; cake, echt versgeperste jus d’orange, een schaaltje fruitsla, een schaaltje met een tomatendip, jam, honing en wat vleeswaar, en geroosterde stukjes brood. Niet slecht op zich!

Ik was er gisteravond tijdens wat googlen achter gekomen dat alle restaurants in dit dorpje op maandagavond gesloten zijn, inclusief die van het hotel waarin we overnacht hadden; lekker handig dat dat nergens staat, op de boekingssite staan er ook niets over dat het hotel een vaste sluitingsdag heeft voor het restaurant, en dat vind je terug in de recensies van het hotel; de recensies van mensen die er ’s maandags geslapen hebben zijn over het algemeen erg negatief! Wij waren natuurlijk ook niet blij gisteravond, maar waren al lang blij dat we veel te snoepen bij hadden waar we nog enigszins een maaltijd van hadden kunnen maken, anders waren we echt met honger naar bed gegaan!


Ik had thuis voor vandaag een enigszins ambitieuze route gemaakt, van wel 506 km om een afgelegen natuurgebied mee te kunnen pikken. Maar, ik wist dat er een mogelijkheid was dat dat te veel zou zijn, dus ik had de hotels ook zo uitgekozen (voor iedere avond deze week), dat we er in principe ook in een “rechte” streep (tussen deze bergen en valleien is geen enkele weg recht!) en met veel kortere kilometers iedere dag naar ons volgende hotel zouden kunnen rijden. We hebben deze week inderdaad gemerkt dat Spaanse bergkilometers voor Hans veel intensiever zijn om te rijden dan Namibië-kilometers, waar hij met gemak 500 kilometer rijdt en we rond 14 uur ’s middags aankomen, maar waar hij 453 kilometer van gewoon rechtdoor op dezelfde rechte rustige snelweg heeft kunnen rijden… Dus we hebben de route voor vandaag gisteravond besproken en afgesproken om het ene verafgelegen natuurgebied over te slaan. Dat maakte voor vandaag een veel behapbaardere dag.


Na het ontbijt hebben we alles in de auto gelegd, de sleutel ingeleverd, en toen is Hans om 9 uur heel rustig in één vloeiende beweging helemaal door het dorp naar beneden gereden. Het zag er zo gemakkelijk uit zoals hij het deed, maar er was één bochtje tussen de stenen huisjes door waar er al heel veel verschillende kleuren autolak op de muur stonden, omdat je hem in precies de juiste hoek moest nemen…Wij hebben GEEN bijdrage geleverd! Hans zag dat de truc was om de bocht op precies de juiste manier te nemen, en dan had je ruimte genoeg. Hoewel we wel allebei onze spiegels in de gaten hielden natuurlijk! Maar het ging dus prima.

Terug op de weg door de riviervallei van de Ebro zijn we nog even onder het dorpje waar we overnacht hebben gestopt om naar de waterval door het dorp te kijken, voor we verder reden. Het is echt een waanzinnig mooie waterval en het verklaart waarom er zoveel parkeerplaatsen gemaakt zijn in deze vallei (en het kleine onbegaanbare dorpje zelf verboden is voor niet-bestemmingsverkeer), want we denken dat het hier vreselijk druk kan zijn met Spaanse en buitenlandse toeristen! Nu viel het gelukkig nog mee omdat het nog enigszins laagseizoen is.

We hebben nog een hele mooie rit door de rest van de riviervallei gemaakt, en zo’n 15 kilometer verder, toen we inmiddels uit de vallei waren geklommen, was er een indrukwekkend uitzichtspunt over de smalle steile vallei en de rivier ver onder ons, de “Mirador Del Cañon Del Ebro”. Heel erg mooi! Alleen net toen we aankwamen bij het kleine parkeerterreintje vlakbij het uitkijkpunt moest Hans heel nodig naar de wc, en verdween met een rol wc-papier in de bosjes. Hij had flinke diarree gehad maar voelde zich nu weer prima, alleen een beetje slapjes. Vast iets gegeten wat niet goed gevallen was, of zo.

Toen we uitgekeken waren zijn we rustig aan richting de kust gereden naar het kustplaatsje Zumaia. We reden op ons gemak, de snelwegen vermijdend, behalve toen we in de buurt van Bilbao kwamen. Toen heb ik de snelwegen weer aangezet op de gps zodat we snel voorbij de grote stad konden raken en er omheen en niet dwars doorheen geleid zouden worden. Dat ging prima en voor we het wisten waren we er al voorbij en konden de snelwegen weer uitgeschakeld worden.

Rond 12 uur begonnen we onderhand wel weer een beetje trek te krijgen en we hadden eigenlijk niets echt lekkers meer te snoepen voor de lunch, dus we waren helemaal blij toen we onderweg een Lidl supermarkt tegenkwamen! Hans is gelijk het terrein opgereden, en we hebben uitgebreid even rondgeneusd wat er voor lekkers of aparts te vinden was dat we thuis niet hebben (buitenlandse supermarkten zijn altijd leuk). Toen hebben we wat gevulde broodjes voor onze lunch gekocht, deze op het parkeerterrein opgegeten (en gelijk spijt dat we niet twee van de tonijnbroodjes gekocht hadden want die waren echt heerlijk), en toen weer verder gereden.

Rond 14 uur waren we in het kustplaatsje Zumaia, waar we eerst nog wat frustrerende omzwervingen gedaan hebben omdat de bewegwijzering naar het strand Itzurun ophield toen we eenmaal in de stad zelf waren. Uiteindelijk vonden we de juiste richting, en konden we de auto ergens parkeren en de laatste 500 meter naar het strand lopen.


In Zumaia is een bijzonder geologisch fenomeen te zien, namelijk een hele mooie versie van “Flysch-gesteente”. Rotslagen bouwen zich over vele miljoenen jaren horizontaal op als een gigantische sandwich of spekkoek van verschillende steensoorten, kleuren en diktes. Hier bij het strand Itzurun, gelegen tussen de kliffen midden in het stadje, waren al die duizenden laagjes door beweging van de aarde verticaal komen te staan en door de zee verweerd, het ene laagje sneller dan de andere, en het was een muur van verticale streepjes rots geworden die al met al enkele kilometers lang was en langs deze hele kust strekte, en daarmee de langste zichtbare versie van dit soort gesteente. Op verschillende plekken langs de kust kon je er delen van zien, maar hier in Zumaia in Itzurun zou het het meest toegankelijk moeten zijn.


Het strand was een gewoon zandstrand met douches en wc’s en alle andere voorzieningen van een strand, het lag, zat en liep vol Spanjaarden genietend van de zon en zee, maar als achtergrond waren er dus die kliffen van duizenden verticale streepjes rots – sommige maar een paar centimeter, anderen 20-30 centimeter dik. Heel mooi en apart! Ook heel apart was dat het merendeel van de Spaanse vrouwen topless aan het zonnen was, iets wat je in Nederland tegenwoordig niet meer zo veel ziet. Ik probeerde dus ons fototoestel maar zo veel mogelijk op de rotsen te richten zodat niemand zich bezwaard hoefde te voelen. De meeste Spanjaarden leken zich af te vragen waar we nu eigenlijk naar aan het kijken waren, en keken soms verrast op en om naar de rotswand waartegen ze geleund zaten of hun parasol bij opgezet hadden, alsof de rotsen ze nog nooit opgevallen waren!

In een kleine baai aan de zijkant van het strand zag je de laagjes pas echt goed, aan beide kanten naast ons, en onder ons in het water. Moeilijk om goed uit te leggen maar bijzonder om te zien en ook om te beseffen wat voor geschiedenis we naar aan het kijken waren – wij stonden eigenlijk op een punt in de geologische tijd, vlakbij het punt in de tijd in deze stenen laagjes die rond 56 miljoen jaar geleden gevormd waren. De ene kant op kijkend was recentere gebeurd, de andere kant op was langer geleden. Volgens een informatiebord bij de toegang tot het strand waren er minstens 4 belangrijke gebeurtenissen terug te lezen in de stenen laagjes: een grote opwarming van de aarde van zo’n 5-10 graden 56 miljoen jaar geleden, een verandering in de noord-zuid oriëntatie van de aarde 59,2 miljoen jaar geleden, het zakken van het zeeniveau met zo’n 80 meter 61,6 miljoen jaar geleden, en zelfs de rotslagen die 66 miljoen jaar geleden ontstaan waren toen de dinosauriërs uitstierven, dit moest voor geologen die het bestuderen letterlijk een geschiedenisboek van een stukje van de aarde zelf zijn! En het was ook gewoon heel erg mooi om te bekijken, zoals Hans zei, sommige uitstekende delen leken wel de rug van een draak. Andere delen, als je recht op de laagjes in keek, net alsof je bij een verkoper van natuurstenen platen eentje aan het uitkiezen was en door de platen heen aan het “bladeren” was.

We hebben de baai bekeken en zijn toen over het strand gaan slenteren om daar de stenen laagjes te bekijken (en de topless dames) en vonden in sommige laagjes kleine fossielen, andere laagjes waren net zo zacht als harde modder, en in andere laagjes zag je zelfs nog de golfribbels van de zeebodem. Toen we op het strand zelf uitgekeken waren zijn we terug naar boven gelopen, onderweg een lekker ijsje kopend bij een ijscostalletje, en zijn toen nog een eindje verder gelopen waar we vanuit de kliffen rondom het strand naar beneden konden kijken. Al met al hebben we er wel ruim een uur doorgebracht, en waren diep onder de indruk van dit bijzondere geologisch landschap. Ik had er toen ik het thuis vond niet zo veel van verwacht, maar dit was echt de moeite waard om te bezoeken als je een beetje van rotsen en geologie houdt!

We zijn rond 15:45 Zumaia weer uitgereden en naar ons hotel vlakbij gereden, een verbouwde boerderij op het platteland en weer een “hotel rural”. En gelukkig met een restaurant dat open was! We waren er om 16 uur en toen ik aan de wat oudere vrouw achter de toonbank vroeg of ze Engels sprak (in mijn beste Spaans), kwam er een harde, trotse “nó” uit. Oeps, dat was duidelijk. Haar dochter kwam al gauw helpen en sprak ook niet zo veel Engels, maar was in ieder geval iets klantvriendelijker dan moeders, die al gauw terug de keuken in verdween!

We werden naar onze nette kamer gewezen in de oude boerderij, die pas een paar jaar geleden opgeknapt was en als accommodatie ingericht, en hebben de middag gerust, gedoucht en onze bagage herschikt voor de vlucht morgen alvast. ’s Avonds om 21 uur konden we gaan eten, en kregen een Spaans/Frans menu omdat ze geen Engels menu had. Met Frans, Engels en Spaans en Google translate kwamen we een heel eind. De likdoorns met kikkererwten hebben we overgeslagen, hoewel we besloten om voor de “mountainbikes van varken” te gaan, ook omdat dit vroeger een stierenboerderij was geweest en nog altijd een goede reputatie had voor zijn vlees – dat bleken dus varkenswangen te zijn, op zich niet slecht, net draadjesvlees. We hadden hoge verwachtingen gehad van het eten hier, maar in de praktijk was het toch weer net zoals de rest van dit gedeelte van Spanje; vooral erg vet. We hebben uiteindelijk niet slecht gegeten, met wat voorafjes en de mountainbikes als hoofdgerecht, en hebben een toetje overgeslagen want niets sprak ons echt aan.

’s Avonds kreeg ik last van krampen en diarree, en we begonnen ons af te vragen of het misschien de verse jus d’orange van vanochtend kon zijn geweest? Als die uit zo’n persmachine komt en die machine wordt niet goed schoongehouden, dan is het, zeker in warm weer, een broeihaard van bacteriën. Hans had geluk gehad, bij hem was het er allemaal vanochtend al gelijk uitgekomen en hij leek nu ook verder geen last meer te hebben. Gelukkig maar! Ik heb nog wel een hele avond last gehad, helaas.

free counters