Dag 14-15: zondag 8 - maandag 9 februari 2015: voor anker Port Said, Suez Kanaal

Dag 14 zondag 8 februari 2015: op zee, voor anker Port Said, 228 km

Vanochtend zijn we na het ontbijt nog even op het balkon gaan uitwaaien (mooi blauw water!), en daarna naar boven naar de brug om te kijken – het gaan erom spannen of we in daglicht voor anker gaan voor de kust van Port Said, op dit moment is de verwachtte aankomsttijd namelijk 18 uur. We zagen de vriendelijke reus die net klaar was met zijn dienst maar nog druk in de overdracht. We gingen er van uit dat hij aan de veiligheidsbrillen zou denken als hij ons zag dus hebben hem verder niet gestoord. Toen we iets later in onze kamer zaten werd er op de deur geklopt; ja hoor, hij had nog gauw even drie paar brillen gehaald, voor ons en Manfred! Of wij de bril ook aan Manfred wilde geven?

We zijn om 9:30 gaan sporten, al heb ik gewoon gewandeld op de loopband in plaats van hard gelopen, want ik had last van mijn knie. Na het sporten hebben we nog even getafeltennist, en net toen we het zat begonnen te worden kwam een Chinees en een Filipijns bemanningslid de gymzaal binnen, die wilde ook gaan tafeltennissen. Ze waren al bijna weer weg maar Hans riep ze terug, we waren toch klaar! We hebben koffie gedronken en gedoucht en ondertussen heb ik een begin gemaakt om de wereldsite op te knappen. Eerst een inventarisatie en daarna ben ik begonnen met een paar kleine reisjes aan te pakken zoals weekeindjes naar Engeland in 2006, 2007, 2011en zo.

Met de lunch hebben we de bril meegenomen voor Manfred, en de messman dacht er opeens aan dat hij de zonderlinge Zwitser nog geen petje gegeven had – hij had ons twee dagen geleden petjes van CMA CGM met de naam van het schip erop gegeven, we hebben dan wel zat petjes maar dit zijn leuke voor bij de verzameling! Maar goed, de Zwitser had dus nog geen petje gehad en aangezien niemand hem ziet of spreekt en hij alleen eventjes verschijnt voor het avondeten besloot de messman maar het petje op zijn stoel te leggen, dan kon het niet missen… De soep vandaag was weer pens-soep; de cadet tegenover ons was blij en schepte een vol bord van de drillende rubberachtige pens op, brrrr. Er stond vandaag boursin (lekker met het warme verse stokboord) en knoflooksaus op tafel (dat laatste eigenlijk gewoon aioli, mayonaise met pure rauwe knoflook erdoorheen…), en hij schepte ook een flinke eetlepel knoflooksaus door de pens-soep. Tja, knoflook maakt dan wel stenen lekker maar of het ook voor pens geldt?

Het hoofdgerecht was lekkere frietjes, erwtjes en steak. De vorige keer dat we steak hadden werd er gevraagd hoe gaar we hem wilde, dit keer ging de kok er maar vanuit dat iedereen zijn steak rare wilde… Niettemin een lekker stukje vlees! De kok kan best goed koken, maar hij heeft duidelijk nooit geleerd HOE hij moet koken, dus het is altijd een beetje afwachten wat hij er van maakt en hoe hij het interpreteert (zeker omdat hij als Filippijn probeert te koken zoals hij denkt dat Westerlingen willen eten). Hij heeft er ook niet echt feeling voor; de ene keer is de groente tot moes gekookt, de andere keer nog half rauw. Maar als hij raak schiet is het vaak ook best lekker! Toe was een versgebakken chocoladecroissantje nog lauwwarm uit de oven.

Na de lunch zijn we weer naar boven naar de brug gegaan, met een handjevol chocolaatjes weer. Er was niemand, alleen de Filippijn die vaker op de brug is, en die wilde wel een praatje want er was niets te beleven. Hij was blij met de chocotoffees en vroeg ons op een gegeven moment hoe dat nu eigenlijk precies zat met de legale wiet in Nederland… Hij had er duidelijk privé wel een beetje ervaring mee, en was redelijk op de hoogte van ontwikkelingen in legalisatie en zo; we hebben hem maar uit de droom geholpen dat iedereen in Nederland bergen wiet ligt te roken, wat de meeste buitenlanders lijken te denken!

‘S middags heeft Hans films gekeken en ik heb aan de wereldsite gewerkt, en om 14:30 besloten we dat het tijd was voor een klein dutje. Om 15:30 werden we wakker! Toen we goed en wel wakker waren heb ik de gps aangezet en zijn we weer eens naar de brug gegaan; we willen het anker neerlaten niet missen en het leek erop dat de aankomsttijd naar voren kwam dus we wilde wel op de hoogte blijven. Op de brug was het bedrijvig, de kapitein was er samen met 2-3 andere officieren, en terwijl we er stonden kwam er nog een officier bij. De verwachtte aankomsttijd bij de ankerplaats was nu 17:15; mooi zo, dat is nog bij daglicht! We hebben wat rondgekeken buiten maar de zon brandde naar binnen – overal waren de zonneschermen neergedaan tegen de weerspiegeling op het water (dat is nog het ergste, dat verblindt volledig) – en men had het te druk om te kletsen. We hebben wel een hoop boorplatforms en ook pompen gezien om ons heen; we voeren dan ook nu door een speciale vaargeul dwars door een groot olie of gasveld heen.

Om 16 uur zijn we maar weer naar beneden gegaan, en om 17 uur kregen we een telefoontje van de Chief Officer dat het anker om 17:25 neergelaten zou worden en we welkom waren om onszelf buiten naar de boeg te begeven, wel helmen en veiligheidsbrillen meenemen. Ik heb even Manfred gewaarschuwd, en we hebben onze spullen gepakt (een vestje aan want het kon toch weleens fris zijn als je er een tijdje moest staan) en zijn met zijn drieën naar beneden gegaan. Het is gelukkig naar beneden, maar het blijven wel 7 verdiepingen trappen lopen, pffff… en dan buiten nog eens 270 meter naar de boeg toe, dat is geen klein wandelingetje!

Er stonden drie Filippijnen op de boeg, die moesten lachen toen wij aankwamen; ze konden zich niet voorstellen dat iemand zin had om te komen kijken hoe het anker neergelaten werd! Het was erg mooi terwijl we daar stonden; het is er beschut maar er was sowieso weinig wind, de zee was glad, en de zon begon langzaam te zakken. We waren omringd door schepen, Hans kon er met het blote oog 27 tellen. Vanavond om middernacht gaat deze vloot blijkbaar dus als konvooi het kanaal in, tot Bitter Lake halverwege waar wij dan weer voor anker gaan en de tegenliggers het kanaal uit kunnen varen. De mannen waren bezig met voorbereidingen treffen, zoals de veiligheidspal van beide ankers afhalen; het stuurboordanker zou neergelaten worden, maar we denken dat het bakboordanker dan als eventuele back-up dient mocht er iets misgaan met stuurboord. Er waren in het midden tussen de twee ankerkettingen twee enorme draaiwielen; groen voor stuurboord, rood voor bakboord.

We hebben een goed plekje uitgezocht en een beetje heen en weer geslenterd terwijl de Filippijnen, klaar met de voorbereidingen, een sigaretje opstaken en wachtten op het teken van de brug om verder te gaan. Toen het kwam werd het anker heel voorzichtig en langzaam een stukje neergelaten, en het draaiwiel weer beveiligd. Een Filippijn ging half overboord hangen om te kijken; nog een stukje, weer heel voorzichtig en langzaam. Het anker kon niet veel verder gezakt zijn dan tot vlak boven het wateroppervlakte. Toen begon er onder onze voeten een enorm gegrom en geraas en begon het schip langzaam te draaien; de boegschroef die het schip in de juiste positie draaide. Ondertussen werd er druk over en weer op de radio’s gecommuniceerd; we hoorde de stem van de Chief Officer opdrachten geven – en hij vroeg op gegeven moment iets onverstaanbaars over de passagiers; of die toch op een goeie plek stonden zeker en niet met het anker overboord gingen of zo…

Hans en ik zaten nog te twijfelen of er meer zou komen, dat moest haast wel, er was nog amper ketting neergelaten… En opeens kwam er weer een commando over de radio, liepen de Filippijnen weer terug naar hun posities en werd Hans gewaarschuwd dat hij toch echt te dicht bij stond (zo’n 5-6 meter afstand). Hans had zoiets van valt best mee, er komt helemaal niets van die ketting af. Maar hij is natuurlijk wel netjes iets naar achteren gestapt.

Toen werd het draaiwiel opengedraaid, de rem losgetrokken van het tandwiel en toen schoot de ketting pas echt naar beneden! Schakels die ieder op zich 40-50 kilo wegen en zo’n 70 cm lang zijn, met een diameter van de schakel zelf toch wel iets van 15 cm, dansten en vlogen nu door de lucht alsof ze niets wogen! Het geraas was ongelofelijk, en er steeg een wolk roestdeeltjes op van de neerrazende ketting die leek op een zandstorm in de woestijn… WOW. Het duurde misschien maar 10 seconden, toen werd de rem er weer opgezet en ging een van de Filippijn echt letterlijk half overboord hangen. Hij zat echt lang overboord te turen, gebaarde op gegeven moment “nog een beetje” en weer raasde er weer 5-10 seconden lang ketting naar beneden. Dat ging zo een paar keer door. Tussendoor werd nog eventjes de boegschroef aangezet, en weer een stukje ketting. Op het laatst ging het weer langzaam neerlaten, sneller als in het begin maar minder snel als de zandstorm.

Toen de mannen tevreden waren en het ok kregen van de brug zijn ze nog een tijdje bezig geweest om het anker te stellen en de enorme stalen veiligheidspal op de ketting te krijgen; die moest precies tussen de schakels passen maar dat was duidelijk redelijk lastig. Als laatste werd er opgeruimd en de zwarte bol in de mast gehesen die aangaf dat wij voor anker lagen. Er lagen vlokken roest van een paar centimeter doorsnede op het dek – de vriendelijke reus had dus niet overdreven toen hij zei dat we op afstand moesten blijven en een veiligheidsbril dragen!

Het was inmiddels 18:10 en donker geworden. We mogen in het donker eigenlijk helemaal niet op dek zijn dus dit was een buitenkansje natuurlijk! De schepen om ons heen waren verlicht, en in de verte zagen we ook de stad Port Said verlicht. Wij hebben de Filippijnen bedankt en zijn terug naar de woontoren gelopen, waar we nog even naar binnen keken bij het scheepskantoor; de Chief Officer zat er samen met nog twee anderen. Hij vroeg hoe we het gehad hadden en moest lachen dat we er zo enthousiast over waren. Ik kreeg de indruk dat hij het snapte; de andere officieren keken een beetje zo van “wie wil er nu naar een anker gaan kijken?”. De eetzaal was van beneden af gezien maar 2 verdiepingen, dat scheelt! We zijn stoer met helmen en al het eetzaaltje ingegaan (die gaan we echt niet eerst naar de kamer 5 verdiepingen hoger brengen!), en de messman keek al verrast dat we niet op tijd waren.

Tijdens het eten (pens-soep, brrrrr, en gefrituurde kip met de kok zijn niet zo succesvolle interpretatie van moussaka) kwam de kapitein met zijn officieren naar beneden en vroeg ook hoe we het gehad hadden. Hij moest lachen dat we zo enthousiast waren, en zei dat ze verwachtten rond middernacht met de konvooi te vertrekken en rond 1 uur morgenochtend echt het Suezkanaal zelf in te gaan. We waren welkom om te komen kijken!

Terug op de kamer was het rond 19 uur, en de gps was net uitgegaan; die lag niet aan de stroom en kan op de batterij 3 uur mee, hij stond natuurlijk al sinds 15:30 aan. Je kon op de gps mooi de bocht zien die we gemaakt hadden tijdens het voor anker gaan. We hebben koffie gezet en gedronken en gekeken naar de foto’s en filmpjes van het voor anker gaan. We hebben eind vorig jaar (vlak voor Japan) een nieuw Panasonic lumix toestel gekocht met 30 x optische zoom, en het blijkt steeds meer dat hij niet alleen goed is in dichtbij halen, maar ook in foto’s met weinig licht; je krijgt hele mooie foto’s van schermer- en nachtlandschappen waar onze oudere toestellen alleen een zwarte vlek met lichtpuntjes weergeven.

Dag 15 maandag 9 februari 2015: Suezkanaal, 761 km

We hadden gisteravond zoiets van, als we om middernacht vertrekken en rond 1 uur het Suezkanaal in varen dan kunnen we daar wel even voor opblijven. Maar rond 00:30 was er nog altijd geen beweging in het schip en Hans kon zijn ogen niet meer open houden vanwege de slaap, dus hij besloot alvast in bed te kruipen en ik ben nog even naar de brug gegaan om na te vragen. De brug was nog helemaal verlicht en verlaten, er was maar een officier op wacht, de enigste Filippijnse officier overigens, dus dat was al wel duidelijk dat we niet binnen afzienbare tijd gingen vertrekken! De officier gaf aan dat vertrektijd inmiddels verschoven was naar 5 uur morgenochtend, 6 uur het kanaal invaren. Damn, jammer van het laat opblijven maar wel erg fijn voor ons, we willen het bij daglicht zien! Dus ik ben gauw naar beneden gegaan om Hans te vertellen dat hij kon gaan slapen (deed hij al volgens mij…) en dat we het kanaal bij daglicht zouden zien. Ik heb nog de wekker gezet op 6 uur om de gps aan te zetten, maar aangezien ik al vanaf 5 uur klaarwakker was had ik de wekker niet nodig en heb ik hem maar om 5:30 aangezet in de hoop dat ik daarna weer in slaap zou vallen.

Uiteindelijk kwam het schip rond 6:30 in beweging, en aangezien Hans inmiddels ook wel wakker was besloten we om 7 uur te gaan ontbijten zodat we rond 7:30 op de brug konden staan om te zien hoe we het kanaal invoeren. We waren hartstikke blij, we gingen het nu allemaal bij daglicht zien en het was bovendien ook nog eens een heldere dag met geen wolkje aan de lucht; weliswaar erg heiig, tot bijna ochtendmist toe, maar dat zou wel opklaren als de zon eenmaal een beetje op kracht gekomen was… Bij het ontbijt stond bij het buffet een bordje dat je op het douaneformulier wat we bij iedere haven in moeten vullen, voor Jeddah GEEN alcohol moest invullen zelfs als je nog wat alcohol in je kamer had! Het buffet waar het ontbijt op staat is een favoriete plek voor algemene niet-operationele mededelingen naar de bemanning toe, zoals formulieren die getekend moeten worden of slopchest mededelingen.

Benieuwd of de Zwitser het gezien/begrepen heeft; de jonge officier die de slopchest beheert stond gisteravond namelijk een hele tijd aan zijn deur in een poging uit te leggen dat de Zwitser niet zoveel bier kreeg als hij besteld had omdat wij en de bemanning voor Jeddah geen alcohol mogen hebben; dat wordt allemaal netjes bijgehouden dus die jongen kan moeilijk anderhalve dag voor aankomst een tray bier afschrijven en de Zwitser nul alcohol laten hebben bij aankomst. Nou ja, misschien kan het wel; we beginnen te denken dat de traagheid en wezenloosheid van de Zwitser óf door een TIA o.i.d. veroorzaakt is, of misschien dat hij wel een alcoholist is of zo. Hij ruikt er niet naar maar lust de wijn bij het avondeten heel graag, hij schenkt namelijk altijd 3 volle glazen in (dat wil natuurlijk nog niets zeggen); hij eet zijn maaltijden altijd heel langzaam en voorzichtig op, misschien om zijn handen onder controle te houden, en hij eet maar een maaltijd per dag, en ze zeggen dat alcoholisten weinig trek hebben. Daarnaast horen we om de paar dagen de jonge officier aan zijn deur met bestellingen bier en zo. Ach ja; we weten het niet, wij drinken niet dus vinden waarschijnlijk al gauw dat iemand veel drinkt, we kunnen het niet vragen want we verstaan hem toch niet, en we hebben er gelukkig geen last van als het wel zo is.

Bij het ontbijt werden we gewaarschuwd door een officier dat we vandaag onze kamerdeur op slot moesten houden als we er niet waren, want er waren tijdens de tocht door het Suezkanaal altijd loodsen en elektriciens aan boord (die laatste om in het donker de oevers met schijnwerpers te verlichten, het is weliswaar overdag maar goed…), en ook wat meeliftende souvenirverkopers die op de een of andere vage manier te maken hadden met de elektriciens. Weliswaar werd iedereen meestal wel begeleid, maar je weet maar nooit. Ze hadden er duidelijk in het verleden al weleens ervaring mee gehad dat dingen verdwenen! Mochten wij dus souvenirs willen dan konden we die op upper dek vinden. Wij klommen de trappen al weer naar boven toen we Manfred tegenkwamen die ging ontbijten. We hebben even het fototoestel opgehaald en zijn toen naar de brug gegaan.

Op de brug rond 7:30 was het al volle bezetting; de loods, de kapitein die zich niet geschoren had en misschien dus vroeg verrast was door de loods, en een aantal officieren. Wat ik steeds vergeet te schrijven is dat als er een loods aan boord is of als er gemanoeuvreerd wordt dan wordt er met de hand gestuurd, door een stuurman die als een standbeeld zo rustig achter het redelijk kleine roer staat. Voor zo’n schip als dit zou je een roer verwachten dat zo groot is dat het door twee man bediend moet worden, maar ze hebben een kleine aparte console met daarop een roer van ongeveer 20-25 cm doorsnede en dat is het... Als we gewoon varen wordt er altijd op de automatische piloot gevaren door middel van waypoints, onzichtbare punten die gebruikt worden om vaarroutes te markeren. Er wordt dan wel eventueel met de hand een beetje bijgestuurd indien we een ander schip moeten vermijden, maar meestal wordt het roer niet aangeraakt, zelfs het bijsturen gebeurt dan automatisch of door instellingen te wijzigen aangezien alle systemen met elkaar kunnen communiceren; alleen de mens moet wel altijd aangeven dat er iets moet veranderen, het is niet zo dat het schip zelfsturend is!

Hans en ik hebben een plekje opgezocht aan de stuurboordkant van de brug en onszelf geïnstalleerd; we voeren op dat moment net op de mond van het kanaal af, op een vlakke zee, met de zon laag op de horizon aan bakboord en een heiige lucht. De stad Port Said lag aan stuurboord en voor ons voeren twee kolossen (verder konden we niet zien) en achter ons nog eens twee. In de zoutpannen aan stuurboord was zelfs een groep flamingo’s aan het eten zoeken. Met het blote oog leken het zwanen of ganzen, maar met ons 30 x optische zoom toestelletje konden we ze herkenbaar dichterbij halen. Volgens de jonge officier die weinig taken had en zich redelijk verveelde en dus af en toe kwam kletsen was de konvooi rond de 50 schepen groot. Wij waren nummer 22 in de rij. Wow! Hans had gisteren met het blote oog “maar” 27 schepen geteld op de horizon. En gezien de afstand tussen onze voorganger en onze achterligger moet heel die konvooi dan toch zeker iets van 20 km lang zijn, als het niet 30 km of meer is!

Na een uurtje of wat staan heeft Hans gevraagd aan de jonge officier of hij misschien in de hoge houten stoel mocht zitten die daar voor uitzicht staat; dat was geen probleem. Mooi zo, Hans had zijn stekje voor de dag! Ik ben in de lage bureaustoel die ernaast staat bij een opklaptafeltje gaan zitten, nadat het tafeltje afgeruimd was. De loods en de kapitein hadden namelijk op de brug ontbeten; zelfs de metalen botervloot stond er, vandaar dat we vanochtend bij het ontbijt een plastic botervlootje hadden – dat zijn het soort details waar de messman op let. Dat tafeltje en die stoel worden meestal door de loods gebruikt om een eventueel gegeven maaltijd op te eten of om zijn papieren bij elkaar te zoeken. En voor de rest door de kapitein als hij op de brug moet blijven eten, even wil roken of iets controleren. Voor de rest staat eigenlijk iedereen altijd, zelfs de kapitein als hij er is.

Er zijn verder nog twee vaste stoelen bij het “controlepaneel” met alle schermen: de gps en routeplanner, live AIS-schepenlijst (naam, afstand en koers ten opzicht van ons en IMO-nummers), de vier grote schermen met radar, sonar, windinformatie, snelheid, koers en stroming, verder de radio’s, intercom, de digitale nautische kaart, en dan nog een heleboel knopjes, vinkjes, wijzertjes en schermpjes waar we geen idee hebben waar het voor is… Verder is er nog een los krukje dat meestal achter de “echte” computer staat bij het bureau (draait ook op Windows XP) en er is voor gasten een bankje achterin de brug bij de waterkoeler en het keukenblok, maar bijna iedereen staat altijd.

Vandaag ging echter een lange dag worden – 10 uur lang van begin tot einde, en niet voor anker gaan in Bitter Lake wat normaal gezien de passeerplaats is voor konvooien, maar in een stuk door, heel de kleine 200 km. En al die tijd zit er een loods aan boord, heeft de kapitein niet volledige zeggenschap over zijn schip, en al die tijd moet er dus volledige bezetting zijn op de brug en met de hand gestuurd worden. Het is weliswaar een kanaal dat zo veel mogelijk de natuurlijke omgeving gebruikt (zoals een aantal meren onderweg) maar voor de rest wel een min of meer recht kanaal is, dus los van af en toe een graadje wijzigen is het ook nog eens constant rechtdoor varen. De kapitein hing dus al gauw in zijn stoel bij de apparatuur te hangen; hij kan eigenlijk weinig, want de loods geeft aan welke richting ze moeten en hoe hard, maar hij moet de boel wel in de gaten blijven houden natuurlijk want hij blijft verantwoordelijk…

Rond een uur of 8:30 kwam Manfred ook een uurtje op de brug rondkijken. Het was fris buiten, maar zo’n 15 graden, maar wel zonnig. We voeren langs huizen waar een of meerdere torentjes op het erf stonden; witgepleisterd met een versiering van stenen of stukken hout erop (dat was niet goed te zien). We denken voor de opslag van graan of iets dergelijks. We voeren nog een tijdje langs haventerrein aan bakboord, en – al ruim voorbij de kleine containerhaven en de omliggende terreinen – zagen opeens een grote toegangspoort, we denken misschien voor het havengebied? Hij stond in ieder geval behoorlijk verloren in het midden van niets, en leek zelfs niet eens afgebouwd, terwijl hij er duidelijk ook al weer een tijdje stond… Zo stond er af en toe wel meer van dit soort bouwwerken in het landschap; prestigeprojecten die nooit echt van de grond gekomen zijn misschien?

De vriendelijke reus was ook op de brug en lag duidelijk in een deuk over de loods, hij schoot ons steeds grinnikende blikken als wij zijn oog troffen. De loods was ook wel heel Egyptisch bezig, zeker in het begin; hard praten in zijn telefoon en microfoon, gebarend en zo te zien zeer verhit, alles leek een grote emotionele discussie. We voeren op een gegeven moment langs een of ander monument aan de oever, zo te zien een oorlogsmonument voor de heldhaftige Egyptische soldaat. Volgens Hans hebben ze iedere oorlog verloren waar ze aan meegedaan hebben, maar goed… Ook zagen we met enige regelmaat langs het kanaal kleine veerpontjes; misschien om de 30-40 km? Dat ging trouwens erg Arabisch te werk; chaotisch, lawaaiig, en ellenlange wachtrijen om er overheen te mogen. Sowieso moesten de pontjes natuurlijk tussen de varende reuzen piepen die steeds langskwamen, en er was dan wel zeker een halve kilometer tussen ieder schip in, maar met een klein langzaam pontje is dat weinig ruimte!

En net toen Hans en ik ons begonnen af te vragen of er eigenlijk wel een andere manier was om het kanaal over te steken dan deze kleine pontjes waar krap 3 vrachtwagens op paste per keer, zagen we in de verte een enorme brug. De brug domineerde het platte landschap van verre, en hoewel we toch zeker een uur of meer nodig hadden om er in de buurt te komen hebben we in al die tijd maar één klein busje eroverheen zien rijden. Waar bleef al dat verkeer! Het bleek, toen we er onderdoor voeren, de “Mubarak Peace Bridge” te zijn, een vriendschapsproject tussen Egypte en Japan! De brug stond er al een tijdje, hij is in oktober 2001 opengegaan. En zoals we zeiden, er leek nog niet erg veel verkeer overheen te gaan… Vlak bij de brug lagen een hoop pontons op de oever, en zelfs een stuk waar ze al aan elkaar verbonden waren. Die worden gebruikt om noodbruggen te maken, maar waarom ze hier lagen? Als die brug gemaakt wordt, wordt het kanaal geblokkeerd, en er zijn internationale verdragen die dat verbieden; het kanaal moet ten alle tijden, ook in oorlogstijd, neutraal gebied zijn en doorgang bieden aan wie het ook nodig heeft. Misschien was het dan wel een restantje van de bouw van de brug zelf, dat ze tijdelijk nodig hadden of zo. Goed mogelijk, dat soort dingen blijven (zeker in dit soort landen) weleens meer liggen…

Er werd trouwens op het eerste deel van het kanaal druk gewerkt op de bakboord oever; we zagen ontelbare graafmachines, die grote geulen aan het graven waren en de daarbij behorende grote zandduinen, baggeraars en pijpleidingen. De kapitein kwam na een paar uur vragen hoe we het vonden, door het Suezkanaal varen, en vertelde dat dat het nieuwe, bredere stuk van het kanaal was die binnen zeer afzienbare tijd af moest zijn. Je kon inderdaad zien dat er hard gewerkt werd; we zagen alleen niet direct herkenbare Nederlandse baggeraars. We kwamen na een tijdje ook bij een stuk van het kanaal waar de vaargeul splitste; een kleine passeerstrook vermoedelijk. Ook hier werd druk gebaggerd.

Weer iets later kwamen we bij een draaibrug voor de trein; het hoofdspoor liep parallel aan het kanaal, waar we met enige regelmaat een trein zagen langskomen, maar dit was dus een spoor haaks op het kanaal. En we vroegen ons af hoe vaak daar een trein overheen kan gaan per dag, met drie grote konvooien van schepen, die, als ze eenmaal varen, echt niet eventjes kunnen stoppen voor een overstekende trein… En qua economische waarde is een zo’n konvooi waarschijnlijk toch vele duizenden keren waardevoller dat die ene of twee treinen die moeten oversteken. Het zag er niet erg actief gebruikt uit, en we denken eigenlijk ook dat er weinig gebruik van gemaakt werd…

Hans had op een gegeven moment een handje chocotoffees meegenomen en die werden door iedereen behalve de jonge officier beleefd geweigerd (Hans deed het heel geniepig achter de loods langs zodat die er geen erg in had), maar hij had ze op het bureautje bij de gewone computer gelegd, en na een paar uur waren ze toch allemaal wel verdwenen. Er was gisteren ook een grote doos met een assorti aan roomboterkoekjes gebracht, duidelijk speciaal voor de lange zit (of sta) vandaag, en die was in de loop van de ochtend ook al zo goed als leeg! De meeste van die mannen staan zich eigenlijk ook maar te vervelen want de loods (en de stuurman) doet het zware werk. En toch was er een apart sfeertje. Hans zag bijvoorbeeld op gegeven moment dat toen de loods een koers riep, dat de Chief Officer, die toen een paar uur waarnam voor de kapitein, gebaarde dat het een graadje meer moest zijn. Dat is ongekend – en een goede loods zou dat trouwens ook zo door hebben.

Wij gingen rond 10:30 koffiedrinken op onze kamer en kwamen iets na 11 uur weer terug op de brug. We voeren ondertussen langs de hoge duinen van het baggerwerk naast het kanaal. Toen we boven waren leek er net even wat activiteit geweest te zijn. De jonge officier kwam wat later naar ons toe, en heeft een tijdje met Hans gekletst over het kanaal terwijl ik foto’s maakte. Toen hij weg was vertelde Hans dat er net voor wij terugkwamen een minicrisis was geweest op de brug; de officieren vonden namelijk dat de loods teveel naar de bakboordoever stuurde en hadden ingegrepen, uit angst dat er anders iets mis zou gaan! Dat is niet niks met een loods aan boord; die hoort je te helpen waar je het zelf niet kan! Hans vroeg op gegeven moment aan de jonge officier of er nu eigenlijk wel een loods nodig is in dit soort gevallen. Die moest lachen en zei heel diplomatisch dat dat een lastige vraag was. Inderdaad, op zich was het kanaal niet moeilijk te varen; een paar graden hier en daar verschillen, de vaargeul volgen en voldoende afstand houden op je voorganger, dat was eigenlijk wel alles. Met radar, kaarten, gps, sonar en menselijke ogen kom je er wel. Maar ja, een loods is verplicht en de loods doet in dit geval ook de konvooi bij elkaar houden en communiceren over en weer. Dus tja… Op een gegeven moment stond de kapitein ook weer op de brug; omdat hij geroepen was misschien? Of gewoon toevallig? Hij heeft waarschijnlijk wel meer overwicht als het nodig is.

Er was onderweg best veel te zien; doordat het kanaal smal is zitten we dicht bij de oevers, en op de brug heb je natuurlijk veel zicht over de omgeving. Wij genieten altijd van het op de brug zijn, je mag meekijken in de wereld van het navigeren en alles wat er bij komt om zo’n schip van A naar B te krijgen. Er is ontzettend veel apparatuur op de brug, alles van de luchtdruk tot de diepte van het water tot de elektrische spanningen in de motor tot de temperatuur van het zeewater wordt bijgehouden. We hadden al eerder gezien dat er wel 7 verschillende printers stonden, van gewone deskjet printers tot een soort kassaprinters. Maar doordat we nu een hele dag op de brug doorbrachten zagen en hoorde we dat een hoop van die printers de hele dag door automatisch blijven printen. Zo is er een printer die constant weerberichten print, en eentje die constant de sonaruitdraai van de diepte aan het printen is.

Ik had op de papieren kaarten op de kaartentafel gezien dat bij het kleine Timsah meer een “war memorial” moest zijn. Meer stond er niet, maar dit soort dingen staan op de kaart omdat ze helpen bij het op het oog oriënteren waar je bent. Normaal gezien wordt onze route ieder uur met potlood op de papieren kaarten bijgehouden, door midden van lengtegraad en breedtegraad in te tekenen vanuit de gps. Op het kanaal is dat eigenlijk niet nodig, want je zit in zo’n beperkt gebied dat je al redelijk goed weet ongeveer waar je bent, dus daar zetten ze gewoon een streepje op willekeurige momenten als ze langs een duidelijk oriëntatiepunt komen zoals een zendmast, kilometerbordje (ja die zijn er echt, en dat staat ook netjes op de kaart aangegeven) of dus ook zo’n monument.

We waren wel benieuwd, we houden wel van dat soort dingen en het is een reishobby geworden om er, als er zoiets op ons pad komt, even naar te kijken. Het was een groot beeld van de bajonet van een geweerkolf, met een enorm complex er omheen dat duidelijk bedoeld was voor grote parades. Ernaast stond een openlucht theater met een groot decor, waarbij het middenpunt van het decor overduidelijk het beeld erachter moest zijn. Pracht en praal dus, alleen een beetje stoffig en verlaten midden in de woestijn… Terwijl ik buitenstond om foto’s te maken kwam er opeens een grote helikopter vlak boven ons langs, vermoedelijk een legerhelikopter. Het lukte om er een foto van te maken; wat waarschijnlijk ten strengste verboden is, trouwens; in dit soort landen doet men daar weleens moeilijk over. Sowieso waren er veel politie en militairen aanwezig langs het kanaal; om de zoveel kilometer zagen we een politiepost, vaak in het midden van niets, en er was langs de gehele lengte van het kanaal aan beide kanten een muur gebouwd. Weliswaar vol grote gaten erin, maar hij was er maar toch. Ook op die muur stonden regelmatig uitkijkposten. Overal zag je de Egyptische vlag wapperen, maar bij de politieposten leek oranje ook een belangrijke kleur te zijn; daar stonden ook veel oranje vlaggen te wapperen, de roadblocks waren vaak ook oranje geschilderd, en soms zelfs delen van de politiepost zelf. Duidelijk de kleur van de Egyptische politie.

Het was onderhand lunchtijd maar Hans had in de verte nog een monument gezien, die overigens ook op de kaart stond toen ik nog een keertje keek: het Jabal Maryam War Monument. We besloten daar op te wachten, we waren er ongeveer een kwartiertje vandaan en we hadden geen haast. En we zijn er blij om, want dat was het soort monument dat we eigenlijk zoeken: van de Eerste Wereldoorlog, met de enigszins vervaagde maar nog net leesbare tekst: 1914 – Defense du canal de Suez – 1918. Het waren twee monolieten van zandsteen, duidelijk steen uit de regio, met daaronder twee grote gestileerde engelen, een beetje Art Nouveau qua stijl. Weliswaar enigszins beschadigd, maar toch best indrukwekkend om te zien.

Nadat we uitgebreid naar het monument gekeken hadden en er weer voorbij waren zijn we gaan lunchen, rond 12:25 – niks voor ons, wij zijn van de tijd en staan dus meestal rond 12 uur in de eetzaal! Bovendien heb je dan ook een redelijke kans dat je eten nog een beetje warm is, ahum… Manfred was al ver klaar met zijn eten – hij houdt er ook van om op tijd te zijn – maar hij heeft nog een beetje nagetafeld. We hadden vandaag varkensnek als vlees (ik vermoed dat er een ander, iets geschikter menu was samengesteld voor de Egyptische loods, als die moslim is zou hij dat niet zo waarderen waarschijnlijk!), maar die was inderdaad al zo goed als koud. Jammer, ach ja!

Na de lunch zijn we, na even twijfelen, toch maar even naar beneden gegaan naar de souvenirs kijken. We waren er nu vanaf de 2e verdieping relatief dichtbij en als we weer eenmaal boven waren zouden we niet meer naar beneden gaan! De vrolijke Chinees liep al naar beneden om souvenirs te scoren, dus wij zijn er achteraan gelopen; ik riep nog als grapje, “wel onderhandelen hé!” – jaja natuurlijk riep hij zelfverzekerd, dat ging wel lukken. Op upper dek keken Hans en ik net een beetje rond waar we de souvenirverkopers moesten vinden, toen er iemand uit de machinekamer kwam stappen. De souvenirs vonden we buiten, we moesten via de stuurboord buitendeur naar buiten en dan achter de woontoren om naar bakboord lopen, daar waren ze. Het was ons al opgevallen dat de bakboord deur afgesloten was met de buitendeur; de binnendeur is een gewone maar erg zware branddeur, zoals alle deuren in de woontoren, met een cijferslot erop zoals deuren naar de machinekamer, brug en andere strategische ruimtes. Maar de buitendeur is een zware stalen stormdeur die helemaal dichtgeschroefd en gebout kan worden, allebei met een hoge drempel tegen binnenstromend water. Daartussen is een kleine ruimte met kokosmatten waar je goed je voeten kunt vegen. Aan de buitenkant van de buitendeur is nog een smalle gang die naar buiten leidt waar de openbare wc zich bevindt en nog een of twee algemene openbare hokjes.

Op de binnenkant van de stuurboord binnendeur was een briefje geplakt; aub de deuren ten alle tijden op slot houden. Hans was nog zo slim om de jongen die ons naar buiten gewezen had na te roepen wat de combinatie was, voor we langere tijd buitengesloten zouden worden… Mooi zo, dat wisten we dan ook weer! Terwijl we om de woontoren liepen kwamen we de vrolijke Chinees al weer tegen, duidelijk helemaal blij met zijn dealtje. Hij had twee van de meest lelijke beeldjes die ik ooit gezien had; een soort kandelaar in de vorm van een enigszins Egyptisch aandoende vrouwfiguur, en een paardenkop op een standaard met wat hiëroglyfen of zo erop. Hij liet ze trots zien, ze waren ook lekker zwaar zei hij, als indicatie van de kwaliteit. En ze hadden maar 65 dollar gekost (als we het tenminste goed begrepen hadden!)… Slik, tja, goed gedaan ja… Hans en ik zeiden maar niet dat het duidelijk kunsthars was dat als hout geschilderd was, met een verzwaard voetstuk, en dat hij verschrikkelijk afgezet was…

Benieuwd naar de rest van de souvenirs liepen wij de hoek om, en in het gangetje van de stuurboord buitendeur was een heus klein winkeltje ontstaan, met drie mannen die erbij zaten. Eentje leek de eigenaar te zijn en de andere twee waren er gewoon bij voor de lol, of zoiets. De eigenaar liet ons enthousiast zijn waren zien – hij had alles wat we maar wensen konden – hij had net goed gescoord en zag het wel zitten om binnen 10 minuten tijd nog eens flink te scoren zeker! “Bronzen” sieradendoosjes (te lelijk voor woorden en bovendien plastic), een reddingsboei met Port Said erop en een landschapje erin gemaakt, magneten met nepbronzen afbeeldingen, de “houten” beeldjes (de Chinees had inderdaad nog de mooiste uitgekozen), en nog wat T-shirts, petjes en de lelijkste neppe papyrusafbeeldingen die we ooit gezien hadden. Hans is 30 jaar geleden in Egypte geweest en vond de souvenirs toen al niet veel soeps, maar ze waren tenminste toen wel handgemaakt. Nu was het allemaal lelijk fabrieksspul dat nog niet eens een poging leek te doen om op echte Egyptische dingen of taferelen te lijken. Op een van de “houten” beeldjes was zelfs het woord EGYPT verkeerd gespeld.

Daarnaast had de winkeleigenaar echter nog een hoop niet-souvenir dingen, zoals zonnebrillen, aanstekers, visgerei, sigarettenhouders, broeksriemen en kleine elektronica. Voor de bemanning van de schepen zeker. We hebben er kort rondgekeken en zijn toen weer naar boven gegaan en, nadat ik het fototoestel opgehaald had in de kamer, gelijk door naar de brug. Het was inmiddels 13 uur en we begonnen net Bitter Lake te bereiken. Er waren bij Timsah vanochtend nieuwe loodsen aan boord gekomen, die elkaar af en toe afwisselden, en behoorlijk naar zweet stonken. Als je op de brug zat merkte je er niet zo heel veel van na een tijdje, maar als je van beneden kwam dan rook je het goed. Het was nog altijd niet zo heel warm buiten, 20 graden ongeveer met een lekker maar zwak winterzonnetje, maar toch zette de kapitein met enige regelmaat de buitendeur naar het balkon op de haak zodat er wat frisse lucht binnenkwam. Sowieso staat er natuurlijk constant 5-7 man op de brug, maar ondertussen stond de zon ook vol aan de hemel en schitterde het wateroppervlakte schel. Alle zonneschermen waren neer en toch werd het goed warm in de glazen brug.

Bij Bitter Lake zagen we een naamloze baggeraar met bijbehorend sleepbootje de “Zeebrugge II”. Dat is toevallig! We hebben gezwaaid maar waren zo ver van het wateroppervlakte vandaan dat er geen mogelijkheid was om te kijken of er ook daadwerkelijk Belgen aan boord waren. De konvooi stak het Bitter Lake over, en doordat er in een bocht gevaren werd en het een stuk helderder was geworden, konden we inmiddels ook het derde schip voor ons zien liggen: dat was ook een CMA CGM schip. Er werd veel gebaggerd op Bitter Lake en iets verderop zagen we een Frans en een Luxemburgs schip aan elkaar gekoppeld liggen. Luxemburg heeft geeneens een kust, maar toch… Na een klein uurtje voeren we nog op Bitter Lake en werden we hartstikke duf, dus besloten we even een middagdutje te gaan doen.

Een uurtje later, rond 14:45, ben ik weer naar boven gegaan voor de laatste 2 uur van het kanaal, en iets daarna kwam Hans ook. Dit laatste stuk was erg nauw waardoor we flink dichtbij de oevers zaten. Leuk voor ons, minder leuk voor de mannen op de brug die heel voorzichtig de laatste paar bochten moesten nemen. Ieder schip (de 3 voor en 3 achter ons zijn allemaal van groot formaat) ging een stuk langzamer varen voor een bocht, om voldoende ruimte aan de voorganger te geven en zelf ook met de juiste lage snelheid de bocht in te gaan. Het nemen van een bocht duurde zeker een kwartier per schip.

We hadden tot nu toe op het kanaal best wel wat helikopters langs zien komen, en onderhand behoorlijk veel locaties gezien waar een serie pontons lagen. Zelfs een plek waar ze ze nieuw aan het bouwen waren. We zaten er al een tijdje over te dubben waar het nu goed voor was, tot Hans opeens bedacht dat het misschien een maatregel was voor als Egypte in oorlog met Israel zou raken; dan kon er in een keer op meerdere plekken tegelijkertijd binnen korte tijd een oversteekplaats geregeld worden. Voor de rest was er namelijk alleen de grote spookbrug en een stuk of 5-6 pontjes.

Rond 16:30 begonnen we aan de laatste bocht van het kanaal, en toen we die genomen hadden werd de loods opgehaald en de elektriciens en hun souvenirvrienden. Je kon een beetje merken op het laatst dat de kapitein en de officieren niet konden wachten om weer baas over eigen brug te zijn! We voeren rond 17 uur de baai van Suez in, waar met de bijna ondergaande zon en het vlakke zeewater tegen de stad Suez en de bergen erachter een mooi tafereel ontstond. In de baai lagen tientallen schepen voor anker, ongetwijfeld de volgende konvooi die aan het wachten waren tot zij mochten beginnen met varen. Er was tussen de schepen een vaargeul vrij waar onze konvooi doorheen kon varen naar open zee. We zagen boven het land een licht bruine gloed in de lucht hangen, die je niet op de foto kon vastleggen maar waarvan we vermoeden dat het opwaaiend woestijnzand was.

Toen we eenmaal in de vaargeul tussen de andere schepen voeren zijn we naar beneden gegaan om nog even te zitten voor het avondeten. Manfred was vandaag ook een paar keer een uurtje komen kijken, de Zwitser wist waarschijnlijk niet eens dat we door het Suezkanaal voeren… Vandaag is trouwens voor het eerst dat het hoofdgerecht van de lunch en avondeten herhaald worden; de soepen zijn al vaker herhaald en de toetjes nog meer, maar we zijn al meer dan 2 weken onderweg zonder een herhaling in het hoofdgerecht, dat is niet slecht!

Na de koffie rond 20:30 zijn we even naar de brug gegaan, die nog donkerder dan anders leek; alleen overal op de horizon lichtjes. We konden niet goed zien of het schepen of aan land was, en terwijl we daar stonden en onze ogen wenden aan het licht begonnen we ook steeds meer sterren te zien. Het was een heldere hemel en het leek er zelfs op van binnen gezien dat we naar de Melkweg keken! We gingen even kijken wat er op de planning stond; het schip was flink vaart aan het zetten, we voeren met 40 km/uur, en de rader stond vol met andere schepen, maar het was ook een smal stukje van de Rode Zee dus de lichtjes op de horizon waren zowel andere schepen als aan land. We konden zelfs autolichten zien.

De vrolijke Chinees (de namen van de officieren zijn best lastig en onderling gebruiken ze vooral rangen, dus we hebben voor sommigen onze eigen bijnamen; hij is “Lachebekje”) en de jonge Roemeense officier hadden dienst, en waren zeer geconcentreerd bezig. We besloten ze niet te storen, maar de Chinees sprak ons uit zichzelf aan: hij wilde ons duidelijk even laten weten dat ze niet konden kletsen, ik denk omdat ze het normaal gezien best leuk vinden, zeker op zo’n nachtdienst. Hij zei dat we een “raceauto” waren; we waren iedereen aan het inhalen, en dat op een smal stukje in die drukte was enigszins zenuwslopend geloof ik. Hij had liever gehad dat we rustiger gingen dan de rest! We hebben dus even stilletjes meegekeken op de radar en gps, en zijn toen naar buiten gestapt om beter naar de sterren te kunnen kijken.

Zelfs al was er nog wat licht van de lichtjes op de horizon en zelfs al waren onze ogen nog niet volledig aangepast aan het donker, we konden al zo enorm veel sterren zien vergeleken met thuis! Ten eerste inderdaad de Melkweg, een brede band vol met sterren die over de hemel strekt. Maar ook daaromheen zagen we zo veel sterren; thuis zie je er maar een fractie van. De maan was nog niet boven de horizon dus dat scheelde ook. Ik denk als we er langer gestaan hadden dat er nog meer sterren zouden verschijnen; het is een apart effect: eerst zie je alleen de helderste sterren, net zoals thuis. Dan beginnen daaromheen iets minder heldere sterren te verschijnen, dan nog meer, en hoe langer je wacht hoe meer sterren je gaat zien. MOOI! In de Kalahari waar er ECHT geen ander licht was behalve ons eigen uitdovend kampvuurtje zag je de Melkweg als een grote glinsterende witte streep, duidelijk afgebakend. Je zag zelfs een paar plekjes waar niets was. Douwe had mooie verhalen over de sterren en vertelde ze vol enthousiasme, dat was ook echt een magische reis.

We zijn na een paar minuten weer naar binnen gegaan; het was behoorlijk fris buiten! We hebben binnen nog even gekeken maar de mannen waren enorm geconcentreerd dus we besloten ze ook verder niet af te leiden door onze aanwezigheid en naar beneden te gaan.

free counters