Dag 18-19: donderdag 12 - vrijdag 13 februari 2015, aankomst en vertrek Jeddah

Dag 18 donderdag 12 februari 2015: aankomst Jeddah, 28 km

Hans en ik hadden vannacht allebei een onrustige nacht gehad; veel wakker, en zoals steeds de laatste tijd veel dromen. Ik heb vannacht ook nog twee smsjes voor een of ander Saoudisch netwerk gekregen, en gisteren toen we steeds langs de kust dreven kregen we er allebei regelmatig smsjes. We kregen ook een smsje met “welkom in Saoudi Arabië bla bla bla, het nummer van de Nederlandse ambassade in Riyad is…” (de lokale provider had dus gezien dat we Nederlandse mobiele nummers hadden), en Hans kreeg zelfs een smsje met de gebedstijden!

Vanochtend toen we opstonden leek het erop dat we in beweging gekomen waren richting Jeddah; dus na het ontbijt (de zonderlinge Zwitser was er ook weer geweest) zijn we gelijk doorgelopen naar de brug. We waren rond 8 uur boven, en inderdaad naar Jeddah aan het varen, er was weer volle bezetting op de brug en ze waren in communicatie met Jeddah haven over wanneer we ons naar de specifieke coördinaten konden begeven waar de loods ons zou opwachten. Vlak voor de haven is namelijk een speciaal waypoint wat de ontmoetingsplaats is met het loodsbootje. Daar kun je je volgens mij niet willekeurig opstellen als schip, je moet er wel eerst even netjes over communiceren en dan krijg je de definitieve tijd dat de loods er zal zijn. Hans en ik stapten even naar buiten om uit te waaien en te kijken naar de naderende stad, en kwamen na een paar minuten weer naar binnen.

Net op dat moment sloot de kapitein een gesprek over de radio af met op elkaar geklemde kaken, en smeet de hoorn op de haak. Ik had iets opgevangen over 13:15, en gelijk na het gesprek commandeerde de kapitein boos dat de stuurman “hard naar stuurboord” moest varen. Nu voeren we op dat moment zodat Jeddah iets naar bakboord lag, en hard naar stuurboord betekende weg van de kust en weg van Jeddah varen… Hans en ik besloten maar eens stilletjes naar beneden te gaan, dit was even geen goed moment voor kletsen; en het zou nog weleens lang kunnen duren voor we de haven in mochten! De vriendelijke reus stond achter de kapitein en gaf ons bij het weggaan een betekenisvolle blik, hij heeft het niet zo op Arabische havens…

Op de gps in onze kamer en het balkon op onze verdieping zagen we inderdaad dat we, na nog een klein bochtje naar bakboord, redelijk stevig naar stuurboord en weg van Jeddah aan het sturen waren. Je zag het spoor op het water; we hebben Manfred ook even op de hoogte gebracht dat het nu onzeker was hoe laat we de haven in konden aangezien onze verwachtte slot opeens verdwenen leek. Het was inmiddels 8:30 dus we besloten gelijk maar te gaan sporten; zelfs als we opeens toch nog terecht zouden kunnen in de haven zou dat het komende half uur toch niet gebeuren. Maar tijdens het sporten rond 9 uur zag ik dat we toch weer terug leken te draaien naar de kust toe, en dat er opeens een loodsbootje wegvoer van het schip. We waren toch bijna klaar met sporten dus we zijn na het sporten gelijk naar boven gegaan en ik ben gelijk onder de douche gestapt terwijl Hans de koffie zette en even deed rusten. Ik heb na het douchen en aankleden een kopje koffie genomen en zag de kranen van de containerterminal al naderen dus ben maar gelijk even naar boven gegaan.

We hielden rekening met allerlei mogelijke onzin; zoals dat ik van de loods niet onbegeleid op de brug zou mogen zijn als vrouw, of dat hij me niet fatsoenlijk gekleed zou vinden met mijn poloshirt en zonder hoofddoekje en er wat van zeggen. Maar daar had ik al een antwoord voor klaar; dat de kapitein de baas van het schip was, en dat ik daarom graag even aan hem wilde voorleggen wat hij vindt, en me daar graag aan houd, aangezien ik te gast op zijn schip ben. Uiteindelijk waren de loods en de kapitein al druk bezig aan stuurboord op het balkon bij de buitenconsole te werken om de laatste tientallen meters tot de kade te overzien, en waren er aan bakboord wel drie sleepbootjes tegelijk bezig, dus ik ben op het bakboordbalkon gaan staan kijken naar de sleepbootjes, en ik denk dat de loods (in een militairachtig uniform) me niet eens gezien heeft. Je kon goed zien dat het hier erg ondiep was, overal zag je verkleuringen in het water waar golven op sloegen; op een stonden zelfs een aantal gebouwtjes. Het woei ook hard dus de sleepbootjes moesten hard werken om de toch wel erg lange Columba aan de toch wel redelijk korte kade te krijgen en niet in de omringende ondieptes terecht te laten komen…

Toen de laatste paar meters begonnen ben ik weer naar beneden gegaan om rapport uit te brengen aan Hans die nog onder de douche stond, en na het tweede kopje koffie ben ik nog even op onze verdieping aan stuurboord op het balkon gaan staan om te kijken hoe we uiteindelijk tot stilstand gebracht werden aan de kade. Het was inmiddels 10 uur, dus ondanks de kleine crisis aan de radio vanochtend waren we dan toch op de (in tweede instantie) beloofde tijd de haven binnen! Hans en ik hebben (toen hij ook aangekleed was) nog tot kwart over 11 op de brug op het stuurboordbalkon staan kijken hoe de kranen voorbereid werden en de drukte op de kade. Er stonden al rijen met vrachtwagens klaar, en aan de voorkant van het schip stonden er wel 5 kranen opgesteld – dat is het meeste tot nu toe! Achterop was er maar eentje, maar dat is een relatief klein stukje van het schip.

Er werd al redelijk gauw begonnen met lossen; ook hebben we dit keer heel goed kunnen zien hoe er mannen tussen de containers getild worden die dan de verbindingsstukjes tussen de containers los moeten wippen met lange stokken. Het was af en toe doodeng om te zien hoe die man over de containers liep met de grote zware grijparm vlakbij hem; hij zekerde zichzelf eraan maar dat was niet altijd even veilig om te zien; die grijparmen bewegen nogal eens heen en weer op hun kabels, en een keertje had hij zich gezekerd aan de grijparm en ging de grijparm bijna met hem er vandoor. Natuurlijk, dan hangt hij er veilig aan en als hij niet gezekerd was kan de grijparm hem zo een paar tientallen meters naar beneden tegen de kade aan tikken, maar toch… de vriendelijke reus was een van de laatste mensen op de brug en vroeg aan ons of we de buitendeur van binnenuit niet alleen op de haak maar ook het slotje en de onderste knip wilde zetten, want hij ging nu ook naar beneden. Het lijkt misschien overdreven maar tijdens laden en lossen lopen er overal vreemden op het schip rond, en langs buiten kun je overal in de woontoren komen als de deuren open zijn.

Met de lunch waren de Chief officier en de vriendelijke reus vroeg aan het lunchen, ze hadden als verwachtte vertrektijd middernacht doorgekregen maar de reus zei lachend dat als het 4-5 uur vrijdagochtend zou worden hij erg tevreden zou zijn, want eerder ging echt niet lukken! Arabische landen hé… Manfred had opgevangen dat er een wifi-netwerk van de haven was, en de Chief Officer bevestigde dat en beloofde de toegangcodes op het notitiebord bij de keuken te schrijven. Toen wij na de lunch terug naar boven gingen en eerst nog even langs het bord liepen kwamen er al bemanningsleden met mobiele telefoons in de handen aangezet om de codes te noteren.

Doordat het schip aan stuurboord aan de kade ligt konden wij in onze kamer helaas geen netwerk ontvangen, dus zijn we op het balkon aan stuurboord op onze verdieping gaan staan. Het was een van de traagste en meest instabiele netwerken die we in tijden hebben meegemaakt; zo traag dat het het niet leek te doen. Maar in zo’n 3 uur tijd is het dan toch gelukt om de mail binnen te halen, twee blogberichtjes te plaatsen, en een beetje te whatsappen. We hebben marinetraffic nog aanstaan zowel op de Columba, als op de Rickmers Seoul, en dat was wel leuk om te zien, al onze aankomst- en vertrektijden zijn de afgelopen tijd steeds netjes per mail doorgegeven. De Seoul was afgelopen zondag vertrokken uit Jebel Ali, terwijl hij zo’n drie weken geleden al door het Suezkanaal gegaan was, vlak voor ons vertrek. Ondertussen heeft de Seoul wel een aantal havens in deze omgeving aangedaan, maar het is nu eenmaal ook een veel langzamer schip dan de Columba. Goed kans dat we de Seoul dus inhalen de komende dagen als we naar Port Kelang varen; het zou wel leuk zijn als we dat te zien kregen, maar die kans is natuurlijk heel klein.

Bemanningsleden die naar buiten kwamen op balkons onder en boven ons, op zoek naar signaal, gaven het al gauw op om op internet te komen, maar toen de lunchpauze aan land eenmaal voorbij leek en de kranen weer in beweging kwamen nam de bandbreedte opeens toe… Het netwerk kan de drukte gewoon niet aan en is constant zwaar overbelast! Terwijl wij buiten stonden te internetten en te genieten van de herrie en drukte op de kade kwam zelfs de Zwitser even een luchtje scheppen. We zien hem normaal gezien amper in daglicht en hij ziet er vreselijk grauw en slecht uit; een kettingroker en waarschijnlijk dus ook alcoholist, maar hij is de afgelopen dagen (waarschijnlijk door gebrek aan wijn en bier) in ieder geval veel actiever en alerter dan tot nu toe.

We hadden vlak voor vertrek een whatsappgroep gemaakt met Hans zijn kinderen, de partner van zijn dochter, en zijn zus (die dan alles weer doorsluist naar Hans zijn whatsapploze moeder). Dat bleek een uitkomst te zijn, want ik kon dus een serie foto’s verzenden, en soms kwam er eentje door en werd geplaatst maar ik hoefde dus niet te hannesen om het steeds 2-3 keer per foto te doen! Ondertussen was het echt enorm druk met laden en lossen en hartstikke leuk om te zien; op de kade stonden constante stromen vrachtwagens te wachten, kop aan staart, de totaal zes kranen vlogen heen en weer, het was een lawaai van jewelste met het geluid van de containers, de piepjes van de kranen, het getoeter van de vrachtwagens en in de achtergrond het geroezemoes van Jeddah zelf. Het was al lang van te voren duidelijk geweest dat wij en de rest van de bemanning aan boord niet aan land zouden mogen in Jeddah, maar dat gaf ook niet zo, dit was dan wel een kleine haven maar verreweg de drukste en bruisendste! Een paar keer hoorde we zelfs het oproep voor gebed vanuit de stad komen!

Rond 16 uur hadden we geen voeten meer over, en belangrijker, waren de tablet en telefoon zo goed als leeg, dus al had ik nog niet alle foto’s in de whatsappgroep kunnen versturen die ik wilde, we zijn toch maar naar binnen gegaan om de apparatuur aan de stroom te leggen. Hans had nog de kans gehad om te zien en vast te leggen hoe de bevoorrading van de keuken aan boord kwam, al het vers fruit en groente in een groot net werd aan boord gehesen via een speciaal kraantje boven B dek, waar de keuken was. Zo te zien hebben we de komende dagen genoeg sla, tomaten, papaja’s en bananen aan boord! Er gaat hier ook sowieso best wel veel vers groente en fruit doorheen; zoals al eerder gezegd, de twee fruitschalen worden na ieder ontbijt gevuld en zijn tegen etenstijd al zo goed als leeg, en de mannen nemen veel sla bij hun maaltijden. De cadet tegenover ons eet bijna bij iedere maaltijd wel een groot bord sla leeg dat hij weliswaar nog lekker aanmaakt met olie, azijn, zout en eventueel kaas en olijven van tafel, maar toch, best gezond!

Het schip wordt volgens ons aardig weer volgeladen; er wordt echt met hoog tempo gewerkt. De tweede rij vanaf onze kamer gezien lijkt al helemaal klaar, dat is een massieve muur net ter hoogte van onze twee voorramen geworden. De rij vlak onder ons raam, die tot nu toe nog altijd net een gaatje voor ons raam heeft gelaten, was tegen 18 uur aan onze kant van het schip al helemaal gelost tot aan de dekplaat. We waren net op tijd om het balkon op te gaan en te zien hoe de dekplaat zelf opgetild werd! Lossen is fijn, dat betekent uitzicht, maar we denken dat we het uitzicht over een paar uur weer kwijt zijn en dat de containers misschien ook zelfs wel hoger terugkomen dan tot nu toe steeds het geval was; we vertrokken vanuit Zeebrugge met (in onze ogen) een enigszins gevuld schip, niet erg vol maar toch ook niet leeg; maar nu zien we dat het toen nog geeneens halfvol geladen was. In iedere haven tot nu toe is er veel afgegaan, maar nog veel meer bijgekomen, en na iedere haven is het dek van containers net iets hoger en vlakker, met minder gaten ertussen. We zijn benieuwd hoe vol het schip is als we hier wegvaren!

Na het avondeten hebben we nog een tijdje buitengestaan, op de brug en op onze eigen verdieping aan bakboord en stuurboord, om te kijken naar de stad in het donker, en te kijken hoe het gat onder ons raam steeds dieper werd. Ik had van te voren bij het maken van ons uitgebreide routeboek (van alle mogelijke havens onderweg en alles wat we er mogelijk zouden kunnen zien) gelezen dat er een enorme fontein moest zijn langs de kust ergens, en opeens zagen we hem vanavond; dan moet hij pas tegen de avond aangezet zijn, want we staan al een hele dag buiten te kijken. Die fontein moet echt enorm zijn, wij waren er op redelijke afstand van vandaan en nog leek hij groot. Ook was er een flatgebouw dat helemaal bedekt was met een reclamebord van LED’s, dus je zag grote lichtreclames echt over de hele lengte van het (zo te zien 30-40 verdiepingen hoge) gebouw. Ongelofelijk!

Het “gat” onder ons was trouwens ook ongelofelijk. Aan bakboord en stuurboord waren de dekplaten weggehaald en er was een rij van 4 containers breed tot op de romp zelf helemaal gelost. We dachten aan het begin van de reis nog dat het maar zo’n 5-6 containers diep was onder de dekplaten, maar we telde nu in de containertoren in het midden, die nog was blijven staan, wel 11 lagen! Dat en dan nog 9 lagen bovendeks, met wat rondingen van het schip rekening houdend, betekende na wat gereken van Hans dat er in deze “plak” van het schip wel 328 containers pasten… ongelofelijk! Dan heb je na 3 plakken al bijna duizend containers. Dan gaat het wel hard ja om er 11.000 containers op te krijgen, want er zijn heel veel plakken aan de voorkant. Zo wordt ook trouwens gepland; het schip wordt in een speciaal programma visueel in plakjes gesneden van een container dik, en per plakje wordt dan alle informatie van gewicht, lading, wel/niet koelunit, enz bijgehouden. De Chief Officer was met de lunch toen we het vroegen ook heel stellig (hij beheert en checkt de planning die gemaakt wordt door de planners aan land dus kan het weten); er is van iedere container op dit schip bekend waar het staat, er is geen een container onbekend en ze hebben (tot op heden) nog nooit een container verloren.

Tijdens het laden van het schip zagen we dat de kranen zelfs containers met 2 tegelijk optilde. Dat moet een gewicht van rond de 60 ton zijn! Ik kon er wat bewogen foto’s van maken, en toen ik er een filmpje van wilde maken reden er wel steeds wagens met 2 containers boven op elkaar aan onder de kraan, maar werden ze er een voor een afgetild. Ik was het na een paar pogingen filmen redelijk zat, er stond ook een flinke koude wind (het was nog altijd 23 graden, maar toch), dus ik besloot nog op eentje te wachten, en die was gelukkig raak. Manfred was naar buiten gekomen om dit te zien, omdat Hans hem geroepen had en filmde ook mis, en net bij deze was hij niet aan het filmen! Maar zoals hij terecht zei, hij kijkt de komende weken nog wel een tijdje tegen containers aan…

Op de brug zagen we op het display een digitale kaart van de haven van Jeddah, waarop je goed zag hoe ondiep het rondom de containerhaven is, en hoe klein de draairuimte is voor zo’n schip als dit! Ik heb buiten nog geprobeerd contact te maken met het wifi-netwerk, maar het deed helemaal niets meer, helaas. We hebben tijdens de koffie met de Panasonic app op de mobiel wat foto’s met het fototoestel gemaakt – dat is wel een grappige app, je kunt het fototoestel ermee op afstand bedienen, vooral een grappig speeltje maar wel handig als je een foto van jezelf wilt maken. Tegen het einde van de avond hadden ze het gat voor ons raam al aardig gevuld; dat wordt uitzicht weg morgenochtend! Hoewel het ook wel imposant is om tegen zo’n muur van containers aan te kijken…



Dag 19 vrijdag 13 februari 2015: vertrek Jeddah, 1.156 km

We werden vanochtend rond 4:30 wakker doordat Hans gemerkt had dat we bewogen. We deden snel de gps aan, om te zien waar we waren, en het gordijn open om te kijken of we nog uitzicht hadden; tot onze blije verrassing hadden we inderdaad nog uitzicht! De twee rijen containers direct voor onze ramen waren niet hoger dan onze vloer, maar gelijk rechts van ons raam rezen ze al bijna een hele container hoger; wat een geluk, ze hadden in ons hoekje van het schip vooral kleine 20-voet containers geladen, en die zijn iets lager dan de grote 40-voeters. Dus als je een hele stapel hebt van kleine containers is die een stuk lager dan eenzelfde hoeveelheid grote containers. De derde rij containers van ons vandaan heeft op ooghoogte nog altijd de blauwgroene en gele containers waar we al sinds Zeebrugge tegenaan kijken, maar daar links van was het een container lager, dus wij hadden direct naar voren nog licht en ruimte, en schuin naar links nog normaal uitzicht. We zijn er erg blij om, want de komende 8 dagen verandert dit beeld niet meer! De zijramen aan bakboord zijn natuurlijk altijd vrij, daar is alleen balkon, maar daar is in onze kamer geen bankje. En we zitten heel vaak op onze knieën op ons bankje ieder uit een van de voorramen te turen…

De gps gaf aan dat we, gezien de afstand, al zeker een uur of twee onderweg moesten zijn, mooi zo, dan zijn we niet al te lang na middernacht toch nog vertrokken. Aangezien het nog amper 5 uur was en we gisteravond tot middernacht in bed naar muziek hadden liggen luisteren, omdat we behoefte hadden aan wat muziek, zijn we een beetje brak terug in bed gekropen voor de laatste 2 uurtjes van de nacht… Het deed een beetje zeer bij het opstaan! We snappen eigenlijk niet goed dat we altijd zo moe zijn, alsof we volle drukke dagen hebben; nu vliegt de tijd wel hoor, op een hele prettige rustige manier, en we hebben nog altijd geen kans gehad om ons te vervelen, we hebben het prima naar ons zin. Maar we kruipen wel meestal redelijk moe ons bedje in ‘s avonds!

De cadet had nog meer haast dan anders bij het ontbijt; het was eigenlijk zonde dat hij zijn ontbijtgranen überhaupt in een schaaltje deed, hij had ze beter zo uit het pak met een slok melk achterover kunnen slaan! De eitjes waren overigens weer steenkoud. Zelfs die keer dat we aan het begin van het Suezkanaal om 7 uur gingen ontbijten waren de spiegeleitjes hartstikke lauw. De kok houdt er duidelijk van om op tijd klaar te zijn, en de mannen lijken het helemaal niet zo erg te vinden; we zien de vrolijke Chinees bij de lunch (!!!) zelfs regelmatig nog wat koude spiegeleitjes die er nog staan pakken en op zijn lunch leggen… Brrrrr! Manfred heeft zich er duidelijk bij neergelegd dat hij nooit eens een lekker vers heet spiegeleitje of heerlijk zachtgekookt eitje kan krijgen, en eet ze dus maar zoals ze zijn, en Hans werd vanochtend zelfs haast een beetje onpasselijk van de vettige geur van het bijna koude spiegelei op Manfred’s toast…

Na het ontbijt zijn we gelijk even doorgelopen naar de brug, waar de niet heel erg spraakzame Filippijnse officier was (behalve die keer dat hij eens wilde weten hoe het precies zat met legale wiet in Nederland…). We hebben even een beetje rondgeneusd op zoek naar een verwachtte aankomsttijd, de routeplanner had namelijk een waarschuwingsschermpje precies voor de datum van de ETA staan. En ik vond het een beetje te gek om aan de knopjes te gaan zitten, al jeukte mijn vingers wel! Maar uiteindelijk vonden we het staan op het schoolbord op de muur; de “afspraak” met Port Kelang was op 21 februari om 5 uur ‘s ochtends. Het was ons niet helemaal duidelijk of dat de afspraak was met de loods op het ontmoetingspunt, of de verwachtte aanmeertijd, en de Filippijn was druk met zijn administratie. Maar goed, in ieder geval volgens huidige verwachtingen is de verwachtte aankomsttijd dus 21 februari in Port Kelang. Dan zijn we de 22e of de 23e in Singapore (is maar een halve dag varen), zoals het er nu uitziet wordt het, na alle zorgen over hoe veel dagen we wel niet in Singapore in een hotel zouden moeten gaan zitten, haast nog krapjes om aan te sluiten op de Rickmers Seoul, die is namelijk tussen 23 en 25 februari in Singapore! Ach we zien wel, dichter bij de tijd kunnen we de plaatselijke agent in Singapore bellen hoe het zit…

Terwijl we nog even op de kamer zaten, moed in te zamelen om te gaan sporten, kwam de messman het prullenmandje legen, en maakte een opmerking over de nepbloemen in de veels te grote plantenbak in onze kamer. Hij was dol op tuinieren en gek op bloemen en had zo genoten van alle tulpen in Nederland, hij vond dat fantastisch en had tulpenbollen mee terug naar huis in de Filippijnen genomen, maar ze hadden niet eens gebloeid. De bladeren kwamen op en toen ging de plant al weer dood. Dus we hebben een tijdje met hem gekletst over tulpen – wij hebben er dit jaar zeker 200 in de tuin staan, die we nu met deze reis gaan missen, ik liet wat foto’s van vorige jaren zien – en advies gegeven.

Hij had ze duidelijk in humusrijke grond geplant, maar ik zei dat ze juist arme zandgrond willen hebben. Plus in de Filippijnen hebben ze geen winter, dus ik stelde voor om te proberen de bollen te “foppen”, en ze een tijdje in een bak zand in een koele plek laten overwinteren, dan een paar dagen in de koelkast te leggen om de winter te simuleren, en dan pas buiten te planten. Wie weet helpt het! Maar we zeiden er wel bij dat hij ze wel iedere keer zou moeten opgraven voor het regenseizoen begon, want dat zou waarschijnlijk niet goed zijn voor ze. Die periode kon hij dan mooi gebruiken om ze in de kelder te laten rusten en de winter te simuleren. Hij was blij met de tips, en nu alleen nog bollen zien te vinden. Wij zeiden al, je komt toch een paar keer per jaar in Rotterdam? In de herfst kun je overal in Nederland, en trouwens ook in Engeland, prima bollen kopen. Ga lekker experimenteren en wie weet groeien er binnenkort tulpen op de Filippijnen…

Hij was al weggelopen en toen kwam hij nog even terug, ik was toch handig met computers? Hij totaal niet namelijk, en hij had nog een heel klein vraagje, als ik tenminste tijd had (uiteraard…). Zou ik hem misschien kunnen adviseren over een probleempje dat hij had? Een programma of bestand deed het niet meer en hij snapte het niet; het klonk alsof het misschien heel simpel op te lossen was dus ik stelde voor dat hij het een keertje liet zien dan zou ik meekijken. Hij was dolblij! Nu maar hopen dat ik hem ook kan helpen, het zou weleens heel eenvoudig kunnen zijn. We stonden net op het punt om ons te gaan omkleden voor het sporten, toen opeens de jonge officier die de slopchest beheert in de deuropening stond; handen vol flessen wijn, een slof sigaretten en het tasje met onze harde schijf! Hij kijkt altijd een beetje spottend maar is erg aardig (en duidelijk intelligent, we hebben er weleens leuke gesprekken mee); Hans riep gelijk “hèhè eindelijk, mijn pornoverzameling!” en de officier moest lachen. Hij had ook de spullen van de zonderlinge Zwitser en van Manfred bij. We hoorden zelfs een kreetje van blijdschap van de Zwitser…

Het was gelukkig in ieder geval allemaal enorm meegevallen; maar er waren veel grapjes gemaakt met betrekking tot het feit dat iedereen zijn porno moest verstoppen de laatste dagen. Eigenlijk gek, normaal ben je er totaal niet mee bezig maar nu dus juist wel. Als wij gingen zwemmen en een selfie in het zwembad in onze zwempakken maakte riepen we dat we porno aan het maken waren, iedere keer als Hans een foto van mij met korte mouwen maakte zei ik dat hij porno maakte, en aan de eettafel doet Hans al dagen met Manfred grapjes erover maken (nog even volhouden, zouden we onze porno al terug mogen krijgen, enz enz enz) en de cadet die altijd met een oor meeluistert terwijl hij zijn eten naar binnen schuift moet dan grinniken…

We hebben na het sporten nog even getafeltennist; het was vandaag amper 19 graden in het gymzaaltje, wel een stuk kouder dan de laatste dagen! We hebben het na het sporten wel een half graadje warmer gekregen… Na het sporten hebben we lekker koffie gezet, en Hans heeft uitgerekend hoeveel stroopwafels we nog hebben voor de rest van de reis, en per hoeveel dagen we dan ieder eentje mogen; om de 4 dagen. Damn. Maar opeens had Hans een ingeving, we zouden natuurlijk ook een halve stroopwafel kunnen nemen, dan kunnen we om de 2 dagen ieder een halve nemen… Dus we hebben lekker een stroopwafel gedeeld. Wat kan dat lekker zijn!

In de ochtend heb ik nog wat aan onze website gewerkt, en Hans heeft wat mailtjes geschreven. We hebben zoals altijd lekker af en toe even op ons balkon buitengestaan; we zijn nog zo blij met ons behouden uitzicht! De lunch was lekkere gehaktballensoep, en niet bevredigende lamsschotel waar veel zeentjes en vet in zat, en weinig smaak, met erbij ongare aardappelblokjes met kaas uit de oven. Het toetje was een nog niet rijpe banaan. Geen succes, dus we hebben de noodvoorraad drop aangesproken in de middag om de smaak een beetje weg te krijgen!

Na de lunch hebben we even gecheckt of er water in het zwembad zat, en de mailtjes verzonden die we klaar hadden. We hadden weer een update van the Cruise People gehad over de aankomsttijd van de Seoul in Singapore; wat bezielt dat mens opeens? Ze geeft ons uit zichzelf opeens informatie, zonder dat we er eerst 3 weken lang bijna dagelijks om hoeven te vragen! En dan komt het nog eens niet overeen met het online-schema wat ik met pijn en moeite in Jeddah had weten te downloaden, want daar stond 23-25 in Singapore, en zij zegt dat het nog steeds 24-26 is. Rond 14 uur zijn we een half uurtje gaan zwemmen. We hadden van de vorige zwempartij nog een dag later last van onze voeten vanwege de harde plastic roosters rondom het zwembad, en hadden dit keer onze sloffen meegenomen; die dragen we anders amper en dat is dus niet zo erg als ze een beetje nat worden. Het is veel vervelender als onze bootschoentjes nat worden, want die dragen we beide veel binnen. Het water was koud, veel kouder dan twee dagen geleden, maar ook minder zout; het prikte nog wel een beetje, maar vergeleken met de vorige keer was het echt merkbaar minder zout. En het vibreerde dit keer vanwege de motor; vorige keer lagen we natuurlijk te drijven zonder enige noemenswaardige motorgeluid, we voeren nu ongeveer 42 km/uur, niet maximum snelheid maar redelijk comfortabel hard. Dus als je erin zwom voelde je de vibraties als een hartslag overal in het water, hield je je oren onder water dan hoorde je een hard geronk van de motor.

Rond 15 uur waren we gedoucht en afgedroogd terug op de kamer; toch wel erg lekker even zwemmen! Het was onderhand hoog tijd voor een dutje. Heerlijk die luie dagen waarin je zo veel en zo weinig kunt doen als je zelf wilt! Onze eigen privécruise, zoals Hans het noemde in het zwembad. Alleen zonder entertainmentprogramma en met een kok die weleens een paar kooklessen kan hebben. Het eten kan heus veel erger (we hebben nog altijd kouder eten gehad in Noord Korea, bijvoorbeeld, en de West-Afrika expeditie-cruise werd door een daar opgedane reisvriend van ons de “carrot-cruise” genoemd omdat we altijd diepvries worteltjes en erwtjes kregen en de kok totaal geen creativiteit had), maar het is leuk om te mopperen en best grappig als de kwaliteit zo wisselt! We hebben geen andere keus en zo heel erg is het ook niet. Maar we hopen wel dat de kok op de Seoul wat beter is. Daar zijn we ons de laatste tijd ook wat meer mee aan het bezig houden, dat we straks op de Seoul zitten. We zijn benieuwd naar de verschillen en overeenkomsten; het is een kleiner schip, van de vriendelijke reus die ervaring heeft met Rickmers begrijpen we dat dat betekent dat veel officieren dubbele taken hebben om alles te kunnen bolwerken. Het salaris is iets beter bij Rickmers, maar CMA CGM is beter georganiseerd en betere werkomstandigheden, dus wat hem betreft werkt hij het liefst op grote CMA CGM schepen.

Iets voor 18 uur zijn we naar de brug gegaan en hebben we nog even met de vriendelijke reus gekletst die dienst had. Hij dacht te hebben opgevangen dat de langverwachte barbecue overmorgen zou plaatsvinden, als we voorbij piratenwater waren en de smalle uitgang van de Rode Zee uit waren. Hij maakte zich niet zo druk om piraten, dit schip was snel, wendbaar en had een hoogte van 13 meter, dus een lastige prooi voor piraten… We noemde de film “Captain Philips”, die had hij ook gezien en hij had een beetje rondgevraagd hoeveel daar van waar was, schijnbaar het bevrijdingsdeel wel, maar was de rest wat geromantiseerd en gedramatiseerd, en hier en daar wat aangepast en weggelaten. Maar dat is normaal bij films, zelfs films op waarheid gebaseerd! In ieder geval, volgens hem waren de Somalische piraten niet meer zo spannend, het waren de West Afrikaanse piraten waar je je zorgen om moest gaan maken tegenwoordig. Hij noemde nog een Russische film die echt de moeite waard was en goed was: “22 minutes” (geen idee of dat de echte of de vertaalde titel is). Die moeten we thuis opzoeken!

Hij heeft het niet zo op Arabische landen en ook zeker niet op Afrika, daar hoeft hij echt niet te komen. Hij checkt het zelfs als hij een nieuw contract aangeboden krijgt of het schip niet via (West)Afrika gaat. Europa, Azië, Amerika, geen probleem maar Afrika liever niet. Hij heeft wel humor en zei dat het waarschijnlijk was omdat de instelling in Afrika te veel lijkt op dat van Roemenië, dat heeft hij dus liever niet te veel! Hij vertelde nog dat ze verwachten morgenochtend rond 4 uur bij het smal stuk bij Somalië uit de Rode Zee te zullen varen, en toen we vertelde over het zwembad meldde hij dat het zeewater gisteren 28 graden was, en vandaag “maar” 21. Vandaar dat het koud aanvoelde!

We zeggen steeds dat deze kok een goeie kok is maar niet kan koken. Hij produceert af en toe hoogstandjes (en de volgende dag is de broccoli tot pap gekookt en de aardappelen nog half rauw…), maar hij heeft niet alleen geen training gehad vermoeden we, maar er ook geen gevoel voor; aardappelen en rijst zijn vaak hartstikke koud, het is dan het vlees en de saus van het vlees die het geheel een beetje warmte geeft. Vlees is vaak goed bereid, maar het is en blijft een Filippijnse kok dus stukjes bot in de kip doet hij niet moeilijk over en vlees in stoofpotjes (meestal best tot erg lekker trouwens) zit vol vet en zeentjes. We worden onderhand gek van de aardappelen en snakken naar iets van pasta, noodles, maakt niet uit als het maar geen rijst of aardappelen is!

Vanavond voor het avondeten kregen we een heerlijk visje, wel erg vol met graten maar erg lekker krokant gebakken; de koude aardappelen erbij eten we meestal al niet eens meer op. We hopen eerlijk gezegd dat bij de barbecue iemand anders kookt…

Maar het toetje was lachen; een echt stukje Hollandse appeltaart! Alleen keihard bevroren… Zoals overigens alle gebakstoetjes tot nu toe. De rijp stond er echt gewoon nog op, en Hans kon er met zijn vuist op slaan zonder een deukje te maken! Ik ben dus maar onze stukjes gaan nuken in de magnetron in de spoelkeuken, en Hans kwam nog aanzetten met het stuk van Manfred. De Zwitser, na wat gebarentaal van Hans die aanbood om zijn stuk ook te verwarmen, gaf aan dat hij het wel in zijn mond warm zou maken. Eenmaal een beetje doorgewarmd was het weliswaar fabriekstaart, maar goed te doen. De cadet had de taart bij ons gezien toen hij later aan tafel kwam en hij is een zoetekauw dus gaf al helemaal verlekkerd aan aan de kokshulp om 2 stukjes te geven. Hij nam een hapje en besloot toen ook maar zijn stuk te verwarmen, tot grote hilariteit van zijn maat die ook inmiddels aan tafel gekomen was en wees dat een kant van de taart gewoon nog wit was. Hij besloot het toetje maar helemaal over te slaan.

De kokshulp is trouwens ook kapper (Hans verdenkt hem ervan dat tie gay is), wist Manfred volgens mij te vertellen; en de laatste dagen zien we steeds meer officieren met een kort koppie rondlopen. Hij was vandaag bij het avondeten weer erg vrolijk; en kwam al met het bord met de hoofdschotel aanzetten voor de collega van de cadet voordat hij überhaupt al soep genomen had! Hij loopt met name altijd als een aasgier op mijn bord te loeren, zodra ik mijn bestek neerleg is het weg; vaak heeft hij dan zelfs de volgende gang al gelijk bij zich. De Zwitser heeft hem een paar keer boos gemaand om wat rustiger aan te doen, dus daar loopt hij sindsdien altijd een paar keer voorbij voor hij het bord durft te pakken.

We zijn, los van Southampton, nog niet van boord geweest. Het is inmiddels dag 19 van de reis en we genieten nog eigenlijk van alles. Zelfs het niet van boord gaan (de enige andere mogelijkheid was overigens Le Havre geweest, Beiroet en Jeddah mocht niet) missen we totaal niet. We hebben namelijk van alles wat we nodig hebben aan boord; beweging, frisse lucht, genoeg te zien… En het reilen en zeilen aan boord is gewoon ook zo leuk. De redelijk informele houding van iedereen, dat als ze de tijd hebben ze graag een praatje maken en je iets uitleggen of laten zien, daar houden we ook erg van. En het feit dat we (binnen rede natuurlijk) overal mogen rondneuzen en kijken is heerlijk! We lopen dan ook graag rond op de brug naar alle apparatuur te kijken en vragen te stellen als men het niet te druk heeft, en mee te luisteren hoe het allemaal gaat als het druk is. Het is wel een klein beetje jammer op zich dat het schip zo groot is, dat je, als je ook alle activiteit aan land mee wilt pakken je eerst een pokke-eind naar beneden moet lopen naar het scheepskantoor. En omgekeerd betekent dat dat de kans dat je mensen van buiten, zoals lokale agenten en zo, tegen zult komen miniem is – want als ze niets te zoeken hebben in de woontoren (en los van de loods heeft bijna niemand dat), dan komen ze niet verder dan het scheepskantoor op de begane grond.

Rond 23 uur zijn we nog even naar de brug gegaan, gewoon om nog eens even te kijken, en ook om uit te zoeken hoe laat we ongeveer door de smalle uitgang van de Rode Zee zouden varen, vlakbij Somalië, en bekend piratengebied. We zouden de zeestraat rond 3:30 invaren, en rond 6 uur weer eruit; dat was een beetje te vroeg om de wekker te zetten, en had ook totaal geen zin want dan was het nog hartstikke donker. We wisten in ieder geval nu dat als er vroeg in de ochtend iemand op de deur klopte we niet open moesten maken! Toen we door het verduisteringsgordijn op de brug stapte was het net alsof alle rolluiken dicht waren; je zag helemaal niets behalve donker, terwijl je meestal toch in ieder geval heel licht de contouren van de ramen al ziet. Pas na een lange tijd begonnen onze ogen een beetje onderscheid te kunnen maken en kon je met moeite de omtrek van het schip zien. Zelfs het lampje voorop de plecht was bijna niet te zien, het was dan ook redelijk heiig.

De jonge officier en de vrolijke Chinees hadden dienst, tot middernacht, en het was redelijk rustig dus ze waren wel in voor een praatje. We zagen vreemde sikkelvormige vlekken op de radar, en de jonge officier legde uit dat hij het contrast zo hoog had staan dat je “echoschaduwen” zag, want hij wilde ieder klein bootje dat hier voer kunnen zien. Niet alleen om ze niet zonder het te merken plat te varen (hij wees op een 4 meter lang bootje vlakbij ons op de radar, dat geen identificatie had of lichten voer en dus praktisch onzichtbaar was), want die kleine bootjes voelen we niet eens als we daar overheen varen, maar ook omdat hij toch wel graag een beetje waarschuwing wilde als er piraten op ons afkwamen. De echoschaduwen waren vreemd om te zien en voor ons moeilijk om gelijk van schepen te onderscheiden, totdat hij liet zien dat je met een cirkel kon meten en dan gemakkelijk kon zien dat ze allemaal precies even ver van elkaar vandaan waren; hij wees het oorspronkelijke schip aan, en liet zien dat twee vlekken op een hele andere plek op het scherm schaduwen waren van dat schip, omdat ze allebei precies even ver waren van het schip. Knap, en ingewikkeld!

We stapte even naar buiten, want ondanks dat het op de horizon zo heiig was dat je het lampje voorop het schip nauwelijks zag, als je naar boven keek zag je toch sterren. Toen we buiten stonden zagen we meer sterren dan tot nu toe op de reis! Overal waar je keek was de lucht vol met sterren, echt ongelofelijk. De Melkweg was duidelijk zichtbaar, en het leek wel alsof er een potje glitter over de inktzwarte lucht gestrooid was, echt prachtig! Dat kun je gewoon niet overbrengen hoe mooi dat is.

Terug binnen hebben we nog een tijdje staan kletsen met de officieren, die in een goeie bui waren; we hebben wat flauwe radio(mis)communicatie verhalen gedeeld. Ik vertelde over de radioconfrontatie tussen een Amerikaans marineschip en een vuurtoren en de Chinees kende hem al en begon al te hikken van het lachen toen ik nog maar twee woorden gezegd had! De jonge officier kende er ook wel een paar, met name gericht op miscommunicaties gebaseerd op de manier waarop iemand op de radio over zijn schip praat in de ik-vorm (zo van, wat is uw positie? Ik ben kapitein. Nee nee, uw positie. Euh, ik sta op de brug… enz). En de Chinees had ook eentje die hij amper kon vertellen van het lachen (we noemen hem niet voor niets Lachebekje), over iemand die een noodoproep doet dat hij aan het zinken is (“Sinking”) en de Chinees die hem beantwoord vraagt waarover hij dan aan het nadenken is (“THinking”, door Chinezen bijna hetzelfde uitgesproken…). We moesten meer lachen om de manier waarop hij het zelf vertelde dan om het grapje zelf!

Ik had vanmiddag op Hans zijn arm gelegen tijdens ons middagdutje, en duidelijk verkeerd gelegen, want nu vanavond was opeens een spier in mijn nek daardoor gespannen geraakt, wat een enorme “spanningshoofdpijn” creëerde bij mij. Ik ben dus met knallende hoofdpijn en een ibuprofen in bed gekropen toen we klaar waren op de brug.

free counters